staartje van antoniuszwijntje


“Verkeren is een kunst”.
Dat zal ik moeten aantonen. Dat zal maar gaan door u eerst een beeld te geven, een juist beeld, over deze edele zak die men liefde noemt. LIEFDE, hoeveel wordt dit niet gebruikt of misbruikt? Wordt het niet altijd te dikwijls geschonken aan verhouding tussen meisjes en jongens die alles zijn behalve liefde? Aan liefde denken jonge mensen veel; ze denken er jammer genoeg zo dikwijls verkeerd over. Men spreekt er over maar men zevert er nog meer over. Ongelukkig verdimmelieren velen de liefde in de verkering, die in plaats van een liefdegroei een liefdeverminking wordt.
Het snijdt door het hart wanneer men denkt aan die duizenden onzer jonge mannen die naarstig hun toekomst afbreken, de deuren naar waar geluk toe smijten, zich onbekwaam maken tot edele, diepe, zuivere liefde, een gedeellijk huwelijksfiasco voorbereiden.
’t Is zo heel begrijpelijk wanneer men maar van iets afweten van wat een jong mens te horen krijgt op fabriek en vooral bij het leger. Met dit artikel willen we een hulp zijn, u een juister inzicht geven in de liefde en in u zelf. Ze zullen vele van de onnozelheden die men over liefde uitkraamt voor de rechtstoel brengen en met een heilige woede verbrijzelen en vernietigen. Tot de soldaten die de verkeerde weg opgingen zullen wij zeggen HALT! Aan degene die al te veel proefden: STOP! En voor degene die met of zonder schuld te veel langs slechte en te weinig langs goede kant vernamen zal het klinken: PAS OP!
Na deze inleiding kunnen wij beginnen aan het lange antwoord op de moeilijke vraag; WAT IS LIEFDE?
Om het zo gemakkelijk mogelijk voor te stellen gaan we aantonen hoe de beginnende liefde in een jong leven ontstaat, en met de jaren rijpt en uitbloeit tot wat verdiend genoemd te worden de “Echte Liefde”
Ieder jong mens, meisje of jongen komt in een levensfase waarop hij of zij een leemte voelt, een tekort, een eenzaamheid, een missen van iets dat men niet kan noemen. Het is een verwachting naar iets groots, en die een groot geluk zal brengen. En men weet niet wat het is. En in afwachting daarvan, dat het voor hen verschijnt, gaan ze fantaseren en dromen. En op een schone dag zien ze plots, zo verrassend en scherp, dat er iets van die eigenschappen leeft in de meisjes of in dat bepaald meisje uit hun straat, of op het werk. Plots weten zij klaarder dan vroeger dat er in hen een verlangen ligt naar liefde, naar beminnen en bemind worden een drang naar de andere. Het meisje weten ze vanaf nu gaan ze meer waarderen als waarde als een schat. Zeggen en schrijven we niet “liefste schat!,” en die schat wil men veroveren. Ze willen aandacht trekken goed staan bij haar. Het is den tijd van grootdoen, stoeffen, ooskens trekken, kledij verzorgen, cadeaukens kopen en tijd verprutsen in een bepaalde straat.
Stellen wij nu de vraag wat heeft deze jongen den klop gegeven. Een goudblonde haarlok heeft hem ontroerd. Verliefd tot achter zijn oren, die nog groen zijn. Te recht kan hij zingen van “ Je vois la vie en rose.
