
De edelste liefde steunt vooral op het offer.
Wij flauwe pieten hebben normaal schrik van het woordje “ offer”. Wij kruipen in onze schelp, wanneer wij daarover horen spreken. Offeren dat is goed voor strenge paters met lange baarden, die meer serieus zijn dan sympathiek. En toch, juist dit woordeke “offer” bezit het geheim, is de sleutel, die de deur opent naar de schoonste liefde. Dikwijls spreken mensen dit zinnetje uit “ Ik bemin u” maar dikwijls moet men er bij voegen om hun gevoelens juist weer te geven: “voor mijzelf”. Ze houden van ’n meisje, omdat het meisje iets betekent voor hen, een bron van geluk is voor hen, een bron van genot voor hen, ’n verrijking voor hen. Zij beminnen het lieve kind, omdat ze zichzelf schrikkelijk graag zien. De liefde in haar zuivere vorm gaat verder. Zij wil het geluk van de andere om de andere, zelfs ten kost van eigen geluk. Ze is bereid zichzelf te vergeten, te lijden om de andere, ze wortelt in een offerbereidheid. Een gelukkig huwelijksleven steunt op die liefde, die offert voor de andere. Liefde is ’n uitnodiging tot grotere eenheid, de beleving van die eenheid tussen man en vrouw met eerbied voor Gods wet, een eenheid tussen lichamen en tussen zielen. Doch deze eenheid van hart en ziel vooral, moet plaats vinden tussen twee mensen van verschillende temperament en karakter; dit gaat niet zonder wrijvingen, zonder aanpassingen, die soms pijnlijk zijn.
Daarom moet men kunnen offeren, water in de wijn doen, vaarwel zeggen aaneigen grillen en de gebreken van anderen verdragen. Daarom blijft de beste voorbereiding op ’n schoon en gelukkig familieleven: de training in het OFFER! Een jongmens moet leren offeren; hij mag niet steeds op het schuim leven van anderen. Die offerschool vindt hij in zijn thuis. Kunt u, u vader en moeder een handje toesteken? Bent u ’n gezellige broer thuis? Als u thuis ’n misbaksel zijd, iemand die altijd moet gediend worden, ’n grolpot, dan ben je nog niet bekwaam om iemand diep gelukkig te maken. Wat beklaag ik die jonge mens van 20 jaar, die als grote leuze hebben” laat mij gerust” of “Ik ben liefst niets, dan heeft men met niets geen ruzie” Wat is een jongen weinig, die liefst niets is!!!