Wandeling nr. 60

De noordkant van het dorp wordt stilaan ingenomen voor woonbouw.
Wandeling nr. 60
Wandeling nr. 61

Het nr. 240 “Het Goed Te Schoore” sinds 1767.
Jaren terug is hier aan het “Koeiplekske van Schoore“ een moord gebeurd. Tijdens de tweede Wereldoorlog in mei 1940 werd het “Goed te Schoore “ door Duitse troepen bezet. Van op deze plek werden Engelse troepen in Kuurne beschoten.
Er was geen opvolging, vandaar de nieuwe bestemming.
Vele bedrijven in noorden van de gemeente hebben een ander bestemming gekregen
Wandeling nr.62
Het nr.248 was het café “In d’ Hoogte”

Wandeling nr. 63
Wandeling nr. 64
Wandeling nr. 65

Het gebied dat we hier bewandelen langs de gesloten boomgaard, is volgens het gewestplan een ontginningsgebied, namelijk de klei zit er onder een ondiep Tertiair substraat, zodanig dat het dus mogelijk in de toekomst een kleiontginning kan worden. We nemen de weg links op de nieuwe Rollegemsestraat aangelegd om via de brug de A17 te dwarsen.
Wandeling nr. 66

Bij de brug in de diepte ligt 'de Ezelhoek' met het enige kasteel dat Rollegem rijk is. Het is een klein park met het kasteel van de vroeger Franse industrieel Clarysse. De huidige eigenaar slaagt erin met heel wat zoekwerk het opnieuw in de oorspronkelijke staat te herstellen. De kleine gemeenschap van woningen is de “ Ezelhoek” Hier bevond zich een hofstede en werd door de eigenaar omgebouwd in 9 bewoonbare huisjes. Die huisjes worden nu op hun beurt aan de tijd aangepast.
Was dit dan de “Ezel” of woonden hier mensen die met de “ezels “ naar Kortrijk naar de vroegmarkt trokken, het blijft een raadsel!
Wandeling nr. 67
Ondertussen hebben we de Molenkouter bereikt op de linkerzijde, een nieuwe wijk op de afgegraven heuvel van de vroegere molen van het leengoed van Rollegem. Het was een staakmolen, die in 1620 al vermeld werd. Hij waaide om den donderdag namiddag, 16 mei 1895, hij werd niet meer recht gezet, den dam werd afgevoerd in 1909.

Wandeling nr. 68
We komen in de Schepenhuisstraat, vroeger Wethuisstraat (1982-1984) en daarvoor Kortrijksestraat. Op het kruispunt zien we de mooie bakstenen veldkapel met in de gevelsteen het opschrift” Petrus Ingelbert 1853”. De kapel werd in 2004 geklasseerd als monument. Ze werd opgericht uit dankbaarheid door P. Ingelbert die in de nabij gelegen 18de eeuwse hoeve woonde met de opdracht:” Zolang er in Rollegem koeien grazen, moet ’t Kapelleke in ere worde gehouden. De kapel is mooi witgekalkte bakstenen hoevekapel met een houten dak dat gedekt is met eternietleien. Op de nok van het dak staat een zwart smeedijzeren kruis. In de voorgevel is, op twee arduinen treden en onder een ronde boog, een rechthoekige deur aangebracht met smeedijzeren tralies en glas. Het metselwerk rond de deur is lichtblauw geschilderd. De kapel is 2,50m hoog, 1,10m breed en 1 m diep. Binnen in de kapel is op een blauw geschilderde achtergrond in zilveren letters de bede aangebracht: "O.L.Vr. van Lourdes B.V.O". Onder deze bede staat een gipsen beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes van 40 cm hoog. Het beeld is versierd met twee vaasjes met kunstbloemen en zes kandelaars. In 1984 hebben jonge kerels het beeld eens gestolen, het werd echter spoedig in de gracht, vlakbij het Kapelleke, teruggevonden met een beschadigde neus hoeve.|
|
![]() |
Met de komst van de A17 werd de straat ter hoogte van de 'Ezelshoek' met z'n kasteeltje afgesloten. De weg loopt dood tegen de steile wand van de brug over de autoweg. Zo zien we hoe dicht de autoweg bij het centrum van ons dorpje ligt. Schermen waren noodzakelijk om de geluidoverlast te beperken.
We nemen een kijkje bij de kleine bufferzone voor regenwater die voor eind 2005 werd aangelegd om wateroverlast te voorkomen. We keren op onze stappen terug en bij het kapelletje gaan we rechtdoor.
Een gescheiden rioleringsstelsel in de Schepenhuisstraat zorgt ervoor dat er helder water stroomt in de Bondillebeek (822m) voor de nieuwe woningen op de Molenkouter. Oud en nieuw hebben elkaar hier gevonden.
Komende van het kasteeltje stond vroeger op de linkerzijde het nr. 22 het “Withuis”, een café en kruidenierswinkel. De nrs. 10/11 waren vroeger een bakkerij en Café “Au Carillon”. De klokkenluider van de gemeente woonde daar. In plaats van de Renatex, een bedrijf van gordijnen voor particulieren of bedrijven, stonden hier een tiental huisjes.
Het huis nr. 11 was café” Au Damier”.
Het statige herenhuis nr. 5 was de vroegere brouwerij Gaston Vandeghinste. Tot in 1970 brouwde met er tafelbier. Gaston Vandeghinste was ook de gemeentesecretaris van het dorp. De brouwer zetelde in het O.C.M.W en was de voorzitter van de Koninklijke Harmonie St.-Cecilia.
De huidige zaal Domino was de brouwerij Albert & Jerome Vandeghinste. Die brouwerij dateert al van eind jaren 1700.
Hier brouwde men “Roll”, Ouden bruine en Hengstebier (Ghinstebier).
Zaal Domino was tot in 1963 het wetshuis of het gemeentehuis.
Voor een beeld van het familieverband tussen de brouwers klik hier
Voor een diamontage van het traject klik op de foto:
![]() |
| Schepenhuisstraat |
Handelaars

| apotheek | kleding | |
| bank | kranten | |
| bloemen | ruimdienst | |
| bouw | schoonheid | |
| elektriciteit | tuin | |
| garage - fietsen | vee | |
| horeca café | verzekering | |
| interieur | verzorging | |
| juwelen | voeding | |
| kapper | Wasserij | |
| kinderopvang | yoga |
Apotheek
Bank
Bloemen
Bouw
Elektriciteit Algemeen onderhoud- herstelingen park en tuinmachines Bouwmachines verkoop en verhuur
Garage - Fietsen
Horeca - Café - Frituur - Pizza
Interieur
Juwelen
Hoeveprodukten
Kapper
Kleding
Kranten
Ruimdienst
Schoonheidsprodukten
Tuinen &Taxi- luchthavenvervoer
Veehandelaar
Verzekering
Verzorging
Voeding
Vakantiewoning, Logies, Lodge Gîte Philippe en Erna Planckaert-Derez Einde Munkenkendoornstraat 67 Tel/Fax =32(0)56 20 52 45 E.mail pplanckaert@hotmail.com naar boven Wasserij
Yoga
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kapsalon Scharry | Aalbeeksestraat 24 | 0472/640 328 |
| Kapsalon Dominique | Aalbeeksestraat 50 |
Gesneuvelden

Gesneuvelden.
Mijn grootvader Ivo Vandenbulcke geboren te Moen op 4 juni 1889 en er den heer ontslapen op 9 september 1963. Oud-strijder 1914-1918. Oud schepen, Oud Veldwachter der gemeente gedurende 25 jaar.
Vertelde zelden of nooit over de gruwel van den Oorlog. Toch gaf hij ons mee, het nooit te vergeten hoeveel bloed er gevloeid had in de beide wereld oorlogen. Het mag nooit meer gebeuren! Hij was de aanleiding om ook dit stuk neer te schrijven bij de geschiedenis van Rollegem! Wij zijn te jong om er over mee te spreken maar, het maakt niet uit om het toch maar neer te schrijven.
Bij het bekijken van de eervolle onderscheidingen welke hem werden toegekend, door het Ministerie van Landsverdediging, denk ik terug aan zijn woorden:” DE HELDEN VAN DEN OORLOG ZIJN DAAR GEBLEVEN”
Hij was bij het 3de Regiment jagers te Voet op 1 augustus 1914, en is overgegaan naar het 15de Regiment Artillerie, hij ging met onbepaald verlof op 4 september 1919.
Hij had een tiental eretekens.
In de loop van het verhaal willen we ze hier beschrijven, telkens met wat uitleg erbij.
Dit stukje werd geschreven, om aan te tonen dat we deze helden niet mogen vergeten en om hulde te brengen aan allen die voor onze vrijheid hebben gestreden.
Er ontbreken veel gegevens, deels omdat er al veel tijd is overgegaan maar ook omdat het zeer moeilijk is om er over te praten, kijk maar bij mijn grootvader, ook hij was er zeer spaarzaam met zijn woorden. We hopen dat dit stuk ook mag bijdragen “OM ZE NOOIT TE VERGETEN”
Ook de bijdrage van het dagboek welke volgt, en waarmee we opzoek zijn gegaan naar de personen er in vermeld, gaan we proberen op het einde de resultaten van onze zoek tocht mee te geven, verder veel leesgenot en indien aanvullingen, laat niet na deze door te geven.
Welke eretekens deze jongens hebben gekregen weten we niet , doch dragen wij alle tekens ook en hen op.
Gesneuvelden van Moen.
Waar mijn grootvader over zei: Zij die daar gebleven zijn dat zijn de helden, en om hen in ere te houden ziehier hun namen
Alidoor Kints Moen 25/4/1886, Soldaat 2 kl. Mil. 1908 9 Line 3/1 (In onderhoud bij Genie 3 D.A /1bn. Vader Eduard, moeder Van den Bogaerde Justine. Doodsoorzaak : gesneuveld (kogel in het hoofd) 29/08/1916 te Kaaskerke. 1ste Begraafplaats Adinkerke 30/08/1916. Plaats van herbegraven Adinkerke, Militaire begraafplaats Helderweg graf 1110. Was gehuwd met Vandenbulcke Zulma Clementina.
Henri Rigole Moen 11/9/1886 Soldaat 2 kl. 2de linie. Vader Frederiek, Demeire Frederica. Doodsoorzaak: verwondingen, overleden te Tienen op 24/08/1941. 1ste Begraven te Tienen (groot graf , graf nr. 28) 2de begraafplaats te Tienen, stedelijk kerkhof graf 557. Hij was ongehuwd en stond bekend als fabrieksarbeider.
Vandepopuliere Gentiel Rene Geboren te Anzegem op 17/01/1885. Adres Moen. Soldaat 2 kl. 6de Artillerie/ 8ste cie “travaillieurs . Vader Ivo, moeder Speleers Julie Doodsoorzaak: ziekte ( Tyfuskoorts) Overleden te Dunkerque (F) Tijdelijk hospitaal Kazerne Jean Bart. 1ste begraafplaats Dunkerque Begraafplaats, terrein nr. 6, lijn nr. 6, vak nr. 4 17/12/1914. Hij was ongehuwd
Camiel Casimier Baert Moen 4/3/1892:soldaat 2kl 1912 stamnummer 107/98323 moeder Baert Zulma Overleden te Schoten Veldhospitaal “Schotenhof” eerste begraafplaats Schoten gemeentelijke gegraafplaats nr. 593. 10/03/1941 plaats van herbegraven Lier Mechelsesteenweg , militaire begraafplaats nr. 431. Doodsoorzaak, ongeval kleine schans oudaen (s’ Gravenwezel )Hij was ongehuwd: Accidenteel kogel in de buik gekregen van Kanonnier Lossez van de 12 Reservebatterij op 02/09/1914
Baert Jules Joseph geboren te Gijselbrechtegem op 10/10/1891 wonende te Moen Vader Jean Baptiste moeder Marie Sylvie . Overleden te Parijs , rue d’ Arcole op 28/06/1916 doodsoorzaak ziekte. Begraafplaats Begraafplaats “Ivry”01/07/1916. Plaats van herbegraven; Parijs xx begraafplaats Pére Lachaise , crypte van het monument voor Belgische soldaten.Hij was ongehuwd, soldaat 2 kl. Mil. 1911 ruiter indiensttreding: 1911
Corneille Octave geboren te Heestert op 22/07/1881. Stamnummer 52187; vader Leo, moeder Roobrouck Mathilde. Overleden 08/11/1918, schrik door obus ontploffing
Alfons Debue Moen 16/9/1891 soldaat 2 kl. stamnummer 102/58755 , vader Jules, moeder Vromant Alida. Gesneuveld: Zuidschote, Steenstraat, 30 meter achter loopgraaf, linkeroever Ieperkanaal te Ieper. Groepement XIX. Ongehuwd gehergroepeerd ijzerkanaal te Ieper
Georges Valentin Matton Moen 12/10/1893 Sergeant DV1911, 1ste Grenadier. VaderRemi, moeder Algoet Mathilde. Gesneuveld te Pervijze op 25/10/1914 Ongehuwd
Julien Joseph Verdonck geboren te Bossuit op 01/01/1893, Adres Bossuitstraat 79. Vader Henri en moeder Jautelle Maria Sidonia. Doodsoorzaak: ziekte, hij overleed te Malo les Bains reu de l’Hotel de Ville 77, (F) op 04/06/1917 . Begraafplaats Malo les Bain begraafplaats 06/06/1917
Emiel Cesar Verriest Geboren te St-Denijs op 26/03/1887 Adres Kanaalstraat 93 Moen. Soldaat 2 lk. 8ste Linie. Vader Hendrik, moeder Vanhulle Hortensia. Doodsoorzaak: gesneuveld/vermist 14-17/10/1914 te Stuivekekenskerke. Hij was gehuwd met Adens Rachel ( hij zou overleden zijn op 17/10/1914)
Verriest Jules geboren te Moen op 20/11/1884. Soldaat 2 kl. 3de jagers te voet 1/1. Doodsoorzaak ongeval op 17/03/1917. 1ste begraafplaats Helmond (Nl) 20/03/1917
Adolf August Vervacke, Geboren te Moen op 12/01/1889 Soldaat 2 kl. 5de Artillerie /2 groep 84 Bij. Vader Pierre, moeder Coussement Julia Maria . Doodsoorzaak: ongeval, te Elverdinge op 15/08/1916. Hij was ongehuwd 01/08/1914. Gedood toen hij een Franse obus probeerde te ontmantelen. Hij had 3 frontstrepen, was ridder in de Leopold II orde, en had de ijzermedaille
Georges Prosper Emiel Desire Vromant Moen 27/11/1891 Sergeant bij de 3de jagers te voet 2/2 (6 cie). Vader Emiel, moeder Vanhoutte Emma Emerence. Doodsoorzaak: gesneuveld op 01/10/1918. 1ste begraafplaats Moorsele 01/10/1918. Hij was ongehuwd
Saffers Julien geboren te Moen op 23/04/1882 : vader Charles en moeder Debruyne Julia . Hij was paarden menner van beroep. Gehuwd met De Coninck Clotilde en te Herseaux. Doodsoorzaak Ziekte (tyfuskoorts . Hij overleed te Rosendael (Frankrijk ) Burgerhospitaal van Dunkerque, op 20/12/1914. 1ste begraafplaats Dunkerque(F) stedelijke begraafplaats “ Nord” Belgisch ereperk graf nr. 36/2 23/12/1914 Plaats van herbegraving stedelijke begraafplaats “Nord “ terrein nr. 6, lijn nr. 5 vak nr. 4 graf Nr. 3
Peck Gustaaf Leon geboren te Sint Joris ten Distel op 12/07/1888 Moen, vader Karel Theodoor, moeder François Melanie. Doodsoorzaak: ziekte overleden te Moen Pezelstraat 21 op 19/11/1916 om 15.00 u Begraafplaats Moen. Hij was gehuwd met Depaepe Irma Maria Madeleine en had als beroep Timmerman.
Vanhulle Cyriel Alois Geboren te Moen 01/02/1888 Adres St-Denijs ; Soldaat 2 kl. V.M.P. 1908 brancardier eenheid T.A.S.I. Vader Jean, moeder Arens Theresia. Doodsoorzaak: verwondingen te Beveren a/d ijzer 20/04/1918. 1ste begraafplaats Beveren a/d ijzer 20/04/1918. Plaats van herbegraving de Panne, kerkstraat , militaire begraafplaats, graf j – 215 18/08/1924. Hij was ongehuwd.
Daar er te Moen geen ereperk bestaat, toch brengen we hulde aan deze mensen welke we nooit zouden mogen vergeten.
Volgens te toenmalige gouverneur Paul Breyne, zou er nooit een vraag gekomen zijn om een specifiek ereperk te hebben.
Het is ook, zo zegt hij verder, dat ereperken uitsluitend voor Oud-strijders voorbehouden zijn . de echtgenote kan niet begraven worden bij haar echtgenoot Oud-strijder.
Wellicht heeft men toen( voor de fusie van de gemeente ) gekozen om geen ereperk aan te leggen gezien de vernoemde beperktheid?
Totnogtoe heeft de gemeente Zwevegem geen opmerkingen hierover gekregen van den Strijdersbond van Moen of van andere Oud-strijdersbonden.
Misschien kunnen we langs deze weg toch voor eeuwig hulde brengen aan hen welke voor onze vrijheid hebben gestreden en het hebben overleeft met al de gevolgen van dien.
Oudstrijders
Baert Alberic G Moen 05/11/1882 St. Nr. 110 51960. Soldaat 2de klas. Gevangen in Biol.
Beunens Alfonse Moen 15/01/1888 St. Nr. 25256 Eenheid Artillerie.
Crepel Edward Oscar Joseph Moen 20/10/1889 Oorlogsinvalide
Clairhout Achiel Alois Moen 4/8/1892 St. NR. 127/53938 Zoon van Henri en Vervaecke Pauline. Eenheid 3de Regiment te voet Oorlogsmedaille
Buysschaert Raymond, Moen 14/12/1894 Eenheid 2de carabinieri Soldaat Mil. St. Nr. 132/5910. Kortrijkstraat 11. Frontstrepen drie
Deconinck Firmin Moen 03/09/1881 St. Nr. 10751753 Eenheid Linie.
Deconinck Ernest Moen 21/07/1885 St. Nr. 10851723 Eenheid Linie.
Decraene Remi H. Moen 02/08/1878 St. Nr. 42028 Grenadier .
Van den Bulcke Alfred Moen 25/6/1881 Soldaat Eenheid 2de linie St. Nr. 51 66 Artillerie.
Vandenbulcke Charels Moen 24/04/1885 St. Nr. 108/51751 Soldaat Eenheid 8ste Linie Krijgsgevangen van 23/081914 in Namen tot 10/01/1919 .
Van de populiere Richard 13/08/1886 St. Nr. 53617/12217 Eenheid Linie.
Desire Vanhoenacker Moen 2/7/1888 69382 Eenheid Linie.
Ivo Vandenbulcke Moen 4/6/1889 Soldaat St. NR. 51793/1375 St Denijsstraat Nr. 85 Zoon van Charles en Kints Leonie Gehuwd met Decraene Maria . Regiment 3de jagers te voet / Genie 5A EU /3RieI/15. A
8 Frontstrepen
Vanhoutte Alfons Moen 25/12/1888 St. Nr. 194/483 Eenheid corps transport
Vanhulle Firmin Moen 4/2/1887 Eenheid Chasseurs à Pied
Vanhulle Cyriel Moen 1/2/1888 St. NR. 197/24013 Eenheid I.G.S.S.
Vanmarcke Emiel Moen 29/1/1886 St. NR. 1989 Eenheid Genie
Vanwijnsberghe August Henri Moen 16/10/1891 Soldaat acht frontstrepen, oorlogskruis met sabel. Hoogkroon Nr8
Vanwijngene Remi 29/2/1884 St. Nr. 51924 Eenheid Lini
Vergote Henri 18/9/1885 St. Nr. 2334 Eenheid corps de transport
Verriest Hubert 12/1/1879 St. Nr. 48501 Eenheid Carabinier
Vromant Adolphe Moen 12/9/18873 St. Nr. 53517 Eenheid Carabinier
Desmet Felix, 16/6/1849 Avelgem
Dewitte Pierre (civielarbeider),
Dewitte Valeer (civielarbeider),Moen 28/5/1896
gesneuvelden

Gevallen tijdens de Napoleons veldtochten.
In 1806 den 18 februari overleed Jean Baptiste Decock zoon van Bonaventure en Marie-Anne Dewitte geboren te Rollegem overleden in het militaire hospitaal ambulancier te Linz (Oostenrijk) N° 1 45ste regiment infanterie 3de bataljon 5de compagnie matriecule N° 2549 fusulier.
In 1807 den 17 oktober overleed Piere Surmont zoon van wijlen J.H. en van Brigitte Decan geboren te Rollegem den 12 augustus 1780 gevolg van koorts in het militaire hospitaal van Spandau (bij Berlijn) fuselier 45ste linie regiment 3de bataljon 4de compagnie matriecule 5741
Op 25 januari 1814 overleed in het militaire hospitaal te Rijsel, Mercier, geboren te Rollegem, soldaat bij het 112ste regiment de ligne.

De muil van de leeuw is gericht naar het zuide (Frankrijk)
Gesneuvelden
![]() |
![]() |
In 1920 werd er te Rollegem voor de gesneuvelden een monument( van het Latijn monumentum aldus Winkelprins van monére= de herinnering opwekken)op gericht ter herinnering aan de wreedheden welke gebeurden 1914/18 en eveneens ter gedachtenis van zij die er achter gebleven waren. Het was de “Staat” die het voor iedere gemeente mogelijk maakte een standbeeld voor ze op te richten. De gemeente kon de keuze maken uit een afbeelding van een soldaat er boven op ofwel een afbeelding van het H.Hart. Hier te Rollegem koos men voor het H. Hart. Het werd het geplaatst op de hoek van de Rollegemkerkstraat en de Tombroekstraat. In die tijd de eigendom van Malyse ziet hoofdstuk lager onderwijs 1790.
Op de voorzijde zien we in goud letters het opschrift; Het Dankbare Rolleghem Aan Zijn Gesneuvelden en Opgeeischten. Zij vochten voor Recht; Sneuvelden in Glorie. Hun vrienden wonnen Wat zij Wilden 1914/1918-1940/1945.
Wanneer we voor het standbeeld staan en kijken aan de linker zijde dan vinden we daar de namen van de opgeëiste. Ze werden tot den arbeid gedwongen.
![]() |
![]() |
gesneuvelden

Het ligt zeker niet in de bedoeling de oorlog te herschrijven, maar een stukje geschiedenis hoort erbij.
“Zijn we als kinderen van deze tijd, er ons nog voldoende van bewust, dat de vrijheid en rijkdom die we hebben , te danken is aan de Oud-strijders?”
De wortels van Wereldoorlog I moeten worden gezocht, aan de wedren naar kolonies, en het streven naar macht militaire prestige.. Aan die wedloop, nam ook de Duitse Keizer Wilhelm II deel, een besluitloze en beïnvloedbare militarist die zich zelf beschouwde als Duitslands “eerste soldaat “ welke in 1888 aan de macht kwam.
Op 31 augustus 1913 waren er 340.000 Belgen klaar voor het leger, op 31 juli 1914 om 19 uur werd de algemene mobilisatie afgekondigd, ter vrijwaring van de neutraliteit.
Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger, aartshertog Ferdinand, tijdens een bezoek aan Sarajevo( hoofdstad van de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië) vermoord door een Servische nationalist. In 1914 geloofden de meeste landen, evenals de burgers en politici dat ze voor een gerechtvaardigde zaak zouden strijden. Algemeen heerste er een enthousiasme voor de oorlog, welke echter gedoemd was om te sterven. Bij het uitbreken zagen velen, de kans om scheefgelopen zaken recht te zetten. Men dacht dat het slechts enkele maanden zou duren. Tegen december begon men er echter anders tegen over te staan met op den achtergrond een enorm aantal gesneuvelden

Koning AlbertI
Wie nog niet gevlucht was voor de oorlogsdreiging, ging massaal weg toen op den 4de augustus 1914 de eerste Duitse schotten los barsten, geen men s kon vermoeden wat er dat jaar boven hun hoofd hing. Vluchters maandag 28 augustus zou voor velen in hun kop gegrift zitten.
De Luikse forten hebben juist geteld 96 uur stand gehouden tegen het Duitse offensief (7 augustus 1914)
Uit een verslag lezen we dat tussen 18 en 28 oktober de Britten oprukken naar het Belgische Menen en het Franse Rijsel, tijdens de openingsfase van de slag bij de IJzer.
De eerste keer zette Hendrik Geeraert, een schipper het gebied rond Nieuwendam onder water en daarna opende Karel Cogge op 27 Oktober 1914, tot 6 maal toe de sluizen. Er ontstond een reusachtig meer in de polder, die een niet te overbruggende bufferzone vormde tussen de Belgische en de Duitse troepen. Men moest de proviand en de munitie bevoorraden via loopbruggetjes.

Belgische Karabiniers, opweg naar het front
Begin november verover ze Diksmuide, op de Belgen. Ondanks verscheiden Duitse pogingen in de daarop volgende dagen is het ergste voorbij. Op den 12 valt de eerste sneeuw, de troepen graven zich in. 14 december Niet tegen staande het verslechterende weer en de toenemende sterkte van de Duitsers, had men toch loopgravensysteem onderschat, de meeste aanvallen eindigden tegen 24 december.1914
22 april 1915 een aanvangfase van de tweede slag bij Ieper doet chloorgas zijn intrede op het westfront, onze jongens zoeken bescherming zich tegen het gas met zakdoeken in water of urine gedrenkt, ze kunnen voorkomen een grote Duitse doorbraak.
2 juni 1916 Een Duitse aanval op Ieper, bekend als de strijd om Mount Sorrel, blijkt aanvankelijk succesvol, maar de Duitsers moeten hun winst grotendeels prijsgeven bij een Canadese tegenaanval.
7 juni 1917, een groot offensief tussen de Noordzee en de Leie, in de hoop zo de Duitse linies nabij Ieper te doorbreken, zeventien dagen lang onder het vuur van 2000 artilleriewapens. In een dag tijd verovert men een heuvel ten koste van 17.000 soldaten, de Duitsers verliezen 25.000 soldaten, waarvan 7500 gevangen worden genomen.
Wanneer deze heuvel veroverd was kon men denken aan de Derde slag van Ieper, of Passendale, die aanvangt eind juli.
18 juli 1917 Begin van de aanval op de Ieperse saillant, zo een 1400 kanonnen vuren explosieven en gasgranaten af op de Duits loopgraven buiten de stad.
Met de aanval van 31 juli of de derde slag van Ieper of Passendale heeft men ongeveer 3 km winst geboekt.
Uiteindelijk op 6 november 1917 heeft men Passendale herveroverd. Den derde slag bij Ieper vormde een helse verschrikking, zo een 310.000 soldaten werden gedood , gewond of gevangen genomen, voor een krappe 8 km.

Kanonniers, (met snor) grootvader Ivo
Ook op andere fronten laat men zich niet onbetuigd, Midden-Oosten, Afrika, Frankrijk, Italië, Rusland, Japan,enz. enz.
Bij het bevrijdingsoffensief van 28 september tot 11 november verloor België 28.000 soldaten en 986 officieren.
Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand ondertekend!
Het is niet hier dat we de oorlog en zijn gebeuren vertellen, maar een stukje van de ellende en de dramatiek er rond. Om ons te kunnen voorstellen de ontbering welke de helden hebben mee gemaakt, om te begrijpen!
Mijn grootvader was vuurkruiser, hij vocht aan het front tot aan het einde van de oorlog. Wachten op bevelen, honger koude ontbering! Hij sliep tussen de doden, in de loopgraven, ratten, water en de ellendige luizen. Zoals reeds hoger vermeld het onderwerp kwam zelden of niet ter sprake. Wanneer frontstrijders vertellen over: “ De lucht die rood zag van het vuur en de aarde van het bloed” dan komen koude rillingen op je rug.
Moet je voorstellen dat zij die er leven uitgekomen zijn, vele jaren nog de herinneringen met zich mee droegen en zeer gelukkig waren wanneer ze een oorloogkameraad ontmoeten

Het eeuwig wachten
We willen niet heiliger zijn dan de paus, maar ere, ook aan zij die het overleefd hebben. Laten we ook hen niet vergeten!
Gesneuvelden


Zeg mij waar die bloemen zijn, van Gaston Durnez, Vlaanderen 1914-1918 blz92
“Mocht tenminste een korte wapenstilstand, een kleine rust, een enkele straal van de goddelijke vredezon even de haat komen onderbreken”
Dat stond te lezen in een oproep die paus Benedictus XV op 7 december 1914 tot de oorlogvoerende lande richtte.
Zijn bedoeling was, naar aanleiding van Kerstmis, een godsvrede tot stand brengen.
We kennen het vervolg in de kranten stond na de oorlog:
“ Toen namen, aan de vooravond van Kerstmis, de simpele soldaten in de loopgraven het initiatief. Zonder afspraken, spontaan. Meestal waren het de Duitsers( vooral katholieken uit Beieren) die verbroederingen uitlokten door kerstliederen te zingen en verlichte kerstbomen op de borstwering van de loopgraven te zetten. Hun tegenstanders, die vaak op korte afstand verschanst zaten, reageerden met hun eigen liederen. Bordjes met “niet schieten” werden opgestoken, feestwensen geroepen. Ten slotte kwam men hier en daar uit de loopgraven en gingen met elkaar praten. Ook lagere officieren deden mee.
Het meest bekende verhaal is dat van aan de “Hoge brug in Diksmuide, ongeveer waar de Yzertoren staat Soldaten van beide kanten zongen kerstliederen, beleid door een harmonica, en een Duitse officier overhandigde er aan de tegenstander een remonstrants, die door mensen van zijn afdeling in een Diksmuidense kolenkelder was gevonden. Op die kerstnacht 1914 was het zeer koud op het front” een bijtende oostenwind zweepte over de hard toegevroren Yzervlakte. Het verhaal staat op een handschrift geschreven door Jozef van Ryckeghem, het werd geschonken aan Jozef Geldhof. De Vlaamse kunstschilder Sam de Vriendt liet zich door de gebeurtenis inspireren voor een schilderij “ kerstnacht aan de IJzer”
Duitse soldaten uit Beieren afkomstig waren, hadden bij de Belgen de naam niet zo “oorlogzuchtig te zijn als de Pruisen. Het heette dat er dan minder werd geschoten, dat er niet zo “moordlustig” tekeer werd gegaan. Sommigen schreven dat toe aan het feit dat de Belgische koningin Elizabeth van Beierse afkomst was.
Alfons Vandewalle, in 1964 ereschoolhoofd van het West-Vlaamse Rollegem, die de oorlog als brancardier meemaakte, herinnerde zich de belevenissen van zijn broer Georges, een vrijwilliger die in maart 1915 aan het front kwam. In den eerste helft van 1915 moest Georges samen met de andere piotten dienst hebben gedaan aan de boorden van de Ieperleevaart, te Steenstrate. Zij zaten verschanst op korte afstand van de Duitsers, die zich aan de overkant van de zes tot acht meter brede vaart hadden ingegraven.
De Belgen raakten in gesprek met de Duitsers, die uit Beieren bleken te zijn. De afkomst van de koningin vormde een geschikte aanleiding om te praten en een akkoordje af te sluiten. “Weldra” vertelde Alfons, wandelden zij aan beide zijden langs het water. En als ze moesten schieten, schoten zij boven de hoofden.
Georges vroeg aan de Beieren waar zij met rust gingen. “In Kortemark” antwoorden zij. Dat is op een vijftal kilometers van Lichtervelde, waar de Vlamingen door ooms en tantes was opgevoegd. “ Kun je dan niet eens een brief voor mijn familie meenemen?” vroeg hij. “Jawoh!” zeiden de andere? Vandewalle schreef een paar zinnen, stak het papiertje in een fles en wierp die in de vaart. De Duitsers visten de fles op en trokken ermee naar Lichtervelde. Enkele dagen later brachten brachten zij het antwoord van de familie. “ Ik heb de brief zelf gezien” zegde Alfons. “ Mijn broer heeft wekenlang op die plaats vertoefd, maar het spelletje nam plotseling een einde toen de Duitsers aan de Belgen kwamen vertellen:” Morgen worden jullie vervangen!”
En zo gebeurde inderdaad! Zij waren over ons beter ingelicht dan wijzelf.”

7000 duitse soldaten van de 3de kaveleriedivisie marchenvan uit Bellegem over Rollegem op weg naar het front(dinsdag 6 november 1914)
1914 Rampzalig oorlogjaar.
Op 20augustus was er te Rollegem een algemene vlucht . Men zegde dat de Duitsers al het mannenvolk medenaam. Niemand langs hier had een Duitse soldaat gezien.
Volgens gegevens kwamen de eerste Duitsers, ongeveer een honderdtal toe op de Knok, ze overnachten bij Remie Vanderheren en de gebroeders Warrot.
Niemand durfde die nacht te slapen. Zij moesten dadelijk hooi hebben voor hun paarden en eten voor de soldaten. Er moest een burger meekomen naar de burgemeester en secretaris voor bevelschriften voor al het nodige te kunnen aanslaan.
Op maandag 10 oktober trok een groot Duits leger van Rollegem naar Bellegem.
In Kortrijk kwamen ze van langs alle kanten op de markt.
De laatste trein met Belgische soldaten was die zelfde dag uit Kortrijk vertrokken.
In Bellegem moesten de Duitsers overnachten, alle winkels werden leeggeplunderd, de paarden hadden hun logement in de kerk.
Zeer vroeg in de morgen van zondag 30 augustus, passeerde er een Duitse Zeppelin
In de namiddag, van die zelfde dag, was er brand op de hofstede van Weduwe August Everaert te Tombroek.
Op het einde van de maand oktober, kwam de eerste inkwartiering van het paardenvolk? Van dan af zijn er altijd soldaten hier geweest.
Zij eisten al de koeien en zwijnen op die zij dan zeer dikwijls ter plaatse afmaakten.(Sloegen)
Keizer Willem was op 1 november te Kortrijk.
De eerste bommen die te Kortrijk vielen was op de vlasmarkt en dit op 5 november.
Hierbij werden twee Bellegemnaars dodelijk getroffen; Petrus Vanhuysse rentenier en Célina Vanhoenacker, echtgenoot van César Declercq 40 jaar.
Georges Vanhoosthuize, Rollegemnaar werd hierbij gekwetst.
Op iedere gemeente werd een Kommandatuur ingericht, zo ook te Rollegem, eerst bij Charles Christiaens in de Tombroekstraat en deze werd later overgebracht naar het gemeentehuis.

gesneuvelden


Jules Depreester
De vliegkunst ontwikkelde zich snel en het afweer werd ingericht.
Gedurende de winter werd op iedere gemeente een bevoorradingcomité ingericht, dit werd bevoorraad door de verenigde -staten van Amerika en Spanje waar de bezetter niet mocht aankomen. Alle landbouw opbrengsten werden door de bezetter opgeëist.
Door dit alles werd de sluikhandel ingericht.
In 1915 werd het etappen gebied opgericht, die Kortrijk omvatte en alle gemeenten in het rond. In Gent was de Koop kommaduur, Rollegem, Bellegem, Aalbeke en Marke werden in het generaal gouvernement ingedeeld onder Doornik.
Brussel was de hoofd kommaduur. Niemand kon nog weg zonder geldig pasport.
Later werd Kotrijk afgezet met versperring van stekkerdraad van minstens drie meter hoog. Er was een ingang langs de zijde richting Rollegem aan het “Kanon”.
“Feldgendarmen” stonden de wacht ook een ingang aan de Verhuelaan.
Maandelijks werd er controle ingericht voor alle weerbare mannen.
In 1916 werd er een vereniging gesticht onder het beheer van Alois D’Hooge hoofdonderwijzer en Gaston Vandeghinste gemeente secretaris. De bedoeling was, maken van elektriciteit, aangezien er geen petrol meer was, de mensen moesten zich verhelpen met carbure, smoutlicht en zelfgemaakt gas.
Een motor van 40 pk(paardenkracht) werd aangekocht en geplaatst achter de wagenmakerij van August Hansens. De leiding was in handen van Jules Depreester.
Een geldig pasport werd bekomen om het nodige te gaan afhalen naar Vichte, door verscheidene landbouwers.
Op het einde van 1916 werden de eerste opeisingen gedaan om achter het front te gaan werken(in Verdun) Veel mensen zijn er bezweken door de zware arbeid en ondervoeding. Veel voedsel werd van hieruit verzonden, met kleding en eetwaren maar kwam zelden ter bestemming.
Dag en nacht werd er geschoten met zwaar geschut.
Er was van alles een tekort, de sluikhandel vierde hoogtij.
In 1917 en 1918 werd het operatie gebied en was er wekelijks controle, niemand mocht de gemeente verlaten.
René, Joseph Vandevijvere werd op 27 januari 1917 door de Duitse wacht dood geschoten, toen hij vluchtte van de hofstede van Henri Maes in de Knockstraat naar de tramstatie van Bellegem, waar hij woonde.
In de maand juli van het zelfde jaar, gedurende een controle, werden een vijftigtal opeisingen gedaan, en aangeduid om twee dagen later naar de kommadatuur te komen, doch er kwamen er slechts 2à3 zich te melden. De gemeente werd gestraft niemand mocht nog op straat voor acht dagen, men kreeg een uur vrij voor het hoogst nodige te doen.
Sommige ouders werden opgehaald tot hun zoon hem kwam aangeven. De ouders werden ondergebracht in het huis Depraeter, nu de beenhouwerij Vandevenne.
Zo zijn er een dertigtal zich komen aangeven. Ze werden overgebracht naar Geluwe, waar ze in barakken logeerden, ze werden verplicht aan het front te werk gesteld.
In september werden er nog opgeëist om te gaan werken naar Marke, deel in het station en deels in de pannenfabriek, deze konden dagelijks heen en weer gaan , van het werk naar huis en omgekeerd.

gesneuvelde

Alle ambachtslieden van de gemeente werden in het station te werk gesteld. Zo wel Russen of Italiaanse krijgsgevangen werden er te werk gesteld, ze waren allen uitgehongerd, z g zouden ze vechten voor een stuk zeep.
Na vijf à zes weken moesten drie Timmermans naar de hofstede van Vandaele, ze moesten de schuur ombouwen tot kazerne.
In de boomgaard van Leon Debaere (nu Autobaan achter de hofstede van Vandaele ’s hof) werden twee houten barakken geplaatst, ook metsers met hun dienders waren er tewerkgesteld, onder leiding van de Duitse wacht.
In het eikenbos gelegen aan de Segersweg, werden bomen afgezaagd, de stammen voor planken en de kronen om te verbranden, dit laatste werd verdeeld door het comité.
In het zelfde jaar was ieder gezin verplicht het koper in te leveren
In 1917 kwamen de Verenigde- Staten in oorlog

In oktober 1917 werd de kommandatuur van het huis Charles Christiaens overgebracht naar het gemeentehuis.
In de Rijselstraat te Kortrijk werden opnieuw bommen geworpen
In maart 1918 een groot offensief op de Kemmelberg.
In de gemeente werden zeer veel huiszoekingen gedaan, en alles aangeslagen wat diende ingeleverd te worden, dit gebeurde door een Duitse boersoldaat “Flikkie “genaamd. Hij werd daarbij geholpen door een andere soldaat bijgenaamd de “Koperdief”
Alles moest ingeleverd worden op het gemeentehuis.
De eerste Engelse soldaten werden gemeld op zaterdag 16 oktober 1918 op de Knok. Kort daarop schoten de Duitse soldaten, welke zich terug trokken naar Kluisbergen, van op Tombroek, er vielen er soldaten en paarden. Deze werden begraven op het kerkhof van Rollegem, zicht op de Tombroekstraat, ongeveer ter hoogte van de woning nu apotheek.

We kregen informatie van overgrootvader Emiel Derdeyn, vader van Jules den drukker.
Hij was gehuwd met Marie-Sidonie Vancaeneghem.
Geboren te Zececote den 30 oogst 1860 en is godvruchtig overleden te Rollegem den 14 mei 1937
Lid van alle godvruchtige Genootschappen; Koster te Rollegem sedert 28 november 1885.
Ontvanger van het armbestuur sedert 19 augustus 1894.
Gemeenteontvanger sedert 16 september 1896.


We mochten meekijken in de zakagenda en we onthouden er van het volgende:
3 oktober 1918: Grote controle in Beaucarnes weide.
4 oktober 1918: al de koeien en zwijnen weg.
15 oktober: 2 Duitse soldaten op het kerkhof begraven
16 oktober: 1 Duits op het kerkhof begraven
17 oktober: begraving Gaston Deconinck, burgerlijk slachtoffer.
18 oktober: Kommadatuur weg.
19 oktober: De Engelsen aangekomen


gesneuvelden

De muziekanten werden gevraagd om op maandag 26 oktober de Engelsen tegen te gaan tot aan “De Lampe”
Op maandag 11 november werd de wapenstilstaand gesloten.
In 1918 waren er 56 sterfgevallen ten gevolge van de Spaanse griep
In 1919, 42 en in 1920, 40 allen ten gevolge van de Spaanse griep.
Zes inwoners van de gemeente zijn niet teruggekomen met name; Ze waren de civielarbeiders: Leopold Desfossez, Alois Devos, Denis Desmet, Cyriel Libeer, Hector Van Cauwenberghe en Remi Cosaert.
Burgerlijk slachtoffer; Gaston Deconninck.
We konden putten uit eigen archief, en danken hen die ons verder helpen

Paul Desfossez:
Echtgenoot van Mathilde Solle
Gesneuveld te Amermont (Frankrijk) op 16 maart 1917

Alois-Cyrille Devos:
Zoon van Frederick en Theresia Pattyn Echtgenoot van Aline Vanhaezebrouck. Hij werd geboren te Winkel St. Elooi den 9 Augustus 1891.Door de Duitse Overheid werd hij overgebracht naar Frankrijk als op geëiste Burger Arbeider
Den 2 december 1916 na een pijnlijke ziekte overleed hij er te Bouligny(Frankrijk) op 4 april 1917Op vreemde grond rust nu het ontzielde lichaam.
gesneuvelden

Denis Desmet:
Echtgenoot van Elonie Devos
Gestorven in het hospitaal te Namen op 6 mei 1917

Cyrille Libeer:
Echtgenoot van Sylvie Vercaempst (’t Withuis)
te Rolleghem op 24 december 1917
Gestorven
't withuis, was een kruiderniers winkel in de Schepenhuisstraat
gesneuvelden

Hector Van Cauwenberghe:
Zoon van Charles Louis en van Eugenie Larue, echtgenoot van Maria Vancauwenberghe
Geboren te Luinge den 11 maart 1873
Over gebracht als Burger-Arbeider den 1november 1916
Gestorven in het hospitaal van La Nourriere(Frankrijk) 17 januari 1918.
Begraven op het soldatenkerkhof La Nourriere, grafsteen nr. 43

Henri Remi Cosaert:
Zoon van Ludovicus Charles Louis en Nathalie Vanhuysse
Geboren te Rolleghem den 14 juni 1882
Te Halluin overleden na een vliegaanval waarvan hij slachtoffer werd op 1 juli 1918
Hij werd getroffen door een granaat te Wervik.

Gaston Deconninck: Gestorven te Kortrijk 14 oktober 1918