Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Belijdenis

 

Ik ben stout geweest, maar zal het nooit meer doen!

Toe neem mij op uw schoot, en geef me een zoen!

Lief moeken, zie , ik heb mijn oogskens rood gewreven!

Zeg ben ik weer u kind? En is het vergeven!

Ik strek mijn armpjes uit en sluit uw hoofd erin!

Ach! Wees niet langer boos! Zie hoe ik u bemin!

Lief moeke, hoor,ik zal nu braaf zijn mijn leven lang

Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Hof van Rollegem” Rollegemplaats 5

 

Meerzijdige gesloten hoeve met als oudste gegevens 1735 was vroeger omwald. Historische naam “ De Heerlijkheid van Rollegem” reeds in de 14de eeuw (1301 – 1400) vermeld.

Ze had in 1996 een oppervlakte van 28ha 49 a.

Hugo III van Halewijn was in 1260 eigenaar en hij was gehuwd met Fressende van Rollegem. Hij overleed in 1287 en zijn weduwe was toen eigenaar. Ridder Wouter I van Halewijn volgde haar op . Het was 1365 en toen volgde Wouter II van Halewijn welke heer werd van Rollegem. In 1420 werd Perceval van Halewijn eigenaar, hij werd door neef Jan I van Halewijn opgevolgd. Jan I stierf in 1441 en werd door zoon Perceval II opgevold. Door wanbetalingen moest Perceval II van Halewijn de heerlijkheid verkopen aan Joris van Halwijn in 1476.

Het was vanaf 1496 dat de hoeve verpacht werd aan Willem de Smet daar Joris Stierf in 1535. Zijn zoon Jan, heer van Komen werd de opvolger eigenaar maar hij overleed in 1544. Zijn weduwe Jossyne de Lannoy werd de eigenares en verpachte de hoeve in 1552 aan Nikolaas Desmet. Hij was de zoon van de voormalige pachter Willem. De dochter van eigenares Jossyne, Johanna trouwde met Philippe Decroy in 1559 en erfde het goed. Zij stierf in 1581 en haar zoon Karel Decroy werd eigenaar. Karel verkocht in 1585 het hof aan Philippe du Chastel de Blangeval. De hoeve lag in puin na meerdere vernietigingen door onder ander de Geuzen en vrijbuiters. Maximiliaan du Chastel, de opvolgende eigenaar overleed in 1622.

Het was zijn zoon Charles -François welke de hoeve erfde, hij stierf in 1637. De nieuwe eigenaar werd Jeronimo Ph. Du Chastel, Heer van Rollegem. Uit zijn derde huwelijk in 1699 was de nieuwe opvolger Frans- Gilbert . En in 1712 werd Maria Ph du Chastel de eigenares. In 1716 pachtte Jan Parent het hof aan Fr. GJ. Du Chastel. En in 1725 was Joost Parent de pachter. In het zelfde jar werd het goed verkocht aan de minderjarige graaf van Moeskroen, Engelbert-Frederik d’Ennetières welke in 1758 overleed. Albert d’Ennetières werd de opvolger, hij overleed in 1758. Het was broer Albert, Jozef d’Ennetières welke hem opvolgde in 1761. Een tweede broer volgde in 1786 op J.B.A. d’Ennetières, deze stierf in 1817.

Zijn zoon Frederik jozef was erfgenaam en bleef tot 1875 eigenaar. De hoeve telde in dien tijd ,1834 een bedrijfsoppervlakte van 33 ha.  De hoeve gebouwen vertoonden toen reeds de nog bestaande structuur van meerzijdige gesloten hoeve met een achtvormige omwalling. De prachtige toegangspoort, ook de Rollegempoort genaamd, dateert van 1735.

De sluitsteen van de poort stelt het wapenschild van de familie d’Ennetières voor, geflankeerd door 2 leeuwen of tijgers. Tussen het woonhuis en de schuur bevind zich de Bellegempoort. De grote driebeukige bergschuur van 1835 is een zeldzaamheid in onze regio. De schuur telt 3 poorten en 11 gebinten, afgedekt met wolvendak. De Datumsteen in witsteen vermeld opschrift “Constant V.D. Mersch 1835” . De enige dochter van Frederik Jozef d’Ennetières Marie- Rose trouwde met Oktaaf d’Oultremont de Duras. Hun zoon Adhemar verkocht het hof in 1895 aan Edward en Gustaaf Nys uit Kortrijk. Eind 19de eeuw (1801- 1900) kwam Vermeersch op de hoeve, en in 1909 ging hij Failliet. Constan Brourkaert werd de opvolger uitbater en pachtte aan Edward Nys. Welke in 1915 stierf. Zijn erfgename waren M. Doutreligne, zijn weduwe, Gustaaf Nijs en Richar Snouk. Constand werd in 1953 opgevolgd door zoon Andre. In 1990 werd vader Andre opgevold door zoon Marc. Welke tot op heden de uitbater is .

Op de mote, welke eveneens omwald was stond vermoedelijk de woning van de heren van Rollegem. Rond 1900 werd de wal achter de woning gedempt



2447309-d20de447e854369daa99f8913a3925a5.jpg

2447309-19b2e903db300caa61f0f8ac07e7a275.jpg
Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Ik ben van den buiten Declercq, A. Schrey.

 

Ik kreeg van mijn ouders , van ieder mijn part

Van vader mijn schouders van moeder mijn hart.

Ik vocht om mijn stuiten met zuster en broer,

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

 

Ik zout en ik zaaie, ik eg en ik ploeg

Ik mest en ik maaie en ik zweet en ik zwoeg.

Ik klets in de kluiten en glets in de moer.

Ik ben van den buiten , ik ben van den boer.

 

Bij d’eigensten pachter, eerst koeier den knecht

Mijn klakke van achter, mijn hoofd immer recht

Zoo dien ‘k om mijn duiten en teer op mijn toer

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

 

En hebben de zeisens gezinderezind

De maliende meisens de wagens gepint

Dan zit ik te fluiten van boven op ’t voer

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

Reageer op dit bericht

Kunst en cultuur

Miranda Manhaeghe.

 

Welke het levenslicht zag te Rollegem ,( in café de Sterre in de kerkstraat) en haar liefde volgde naar Moorsele maakt van oude boeken kunstwerkjes.

Haar ganse leven was haar hobby breit en haakte ze;

Ze volgde snit en naad, daarna kinderverzorgster om haar opleiding af te maken met studie voor verpleegkundige. Miranda werkt reeds 29 jaar in het woonzorgcentrum St Jozef  te Moorsele.

Ze naaide gordijnen en overgordijnen voor thuis en maakte kussens in smirna het was dus tijd om iets anders.

Miranda zegt: “ Boeken plooien klinkt , misschien niet sexy maar je maakt er wel verrassende  mooie kunstwerkjes mee.” Ze heeft al meer den 10 verschillende ontwerpen.

Al bij al is Miranda een bezige bij.

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Liedjes uit de oude doos

 

Pikkers, Bindsters en Zantsters  ( Emiel Serroen)

 

Ons pikken die klonken den wetsteen aan staal.

De pikken die blonken in ’t zonnestraal

We gaven het koren een zoef en ne zwaai

En  ’t veld lag geschoren in ’n haai en ’n draai.

 

 

Wij sloegen ons handen om d’armvolle graan

En spanden er banden van strooi rondom aan

Wij gaven de schoven een wrong en een draai

En keerden het boven, gestuikt in een zwaai.

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Een liedje uit de oude doze, van Arthur Verhoeven

 

Toen ons Heer na al geschapen had, een Fransman en een Pruis.

Een Vlaming en een Engelsman, het geel en ’t zwart gespuis?

Toen schoot St Pieter toe en sprak: “ Heerlief! Ziet dat Ge niet vergeet,

Een Waal te maken anders was de schepping niet compleet.”

 

Eer mistroostig zei de lieve God “ Van dien haal ik geen eer!”

St Pieter “ ‘k zou toch maar doen, geloof me Lieve Heer.”

Ze kneedden dan een Waal van leem, geweekt in ’t water van de bron.

En legden hem te saam languit te drogen in de zon.

 

In den nanoen meenden ze den Waal te keeren maar jawel!

“Laisse-moi tranquill’ nom de tonner! Riep gram de poesjenel.

Wat heb ik gezeid St Pieter: “Hij is maar amper afgemaakt,

Daarbij nog ver van droog en toch hij vloekt al dat het kraakt”

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

ter ere van de Rollegemse duivenliefhebbers

Eerste couplet.                                                                                                       Derde Couplet

 

Vrienden luistert hier naar ons gezang,                                                         Verders wordt ons nu ook vermeld,

Zeker ‘t is van groot belang.                                                                              De daad van den tweede held.

Wij schrijven hier, het feest rond uit,                                                             In een strooien huisje langs de baan,

En het kost u maar één kluit.                                                                            Zag hij vlammen hoog opslaan.

Zoo kunt gij weten, water nu geschied,                                                        Hij was seffens van ’t gevaar bewust,

Hier op ’ t Rollegem’ s gebied;                                                                          Hij had hoegenaamd geen rust;

Het is zeker wel de moeite weerd,                                                                  Hij riep menschen hier is nu brand,

ieder te been of te peer.                                                                                     Werken wij rap hand in hand.

 

                       Refrein                                                                                                         Refrein

 

Lijk de liefhebbers van Rollegem,                                                                        Hij kroop van boven op het huis,

Die minnaars van het duivenspel                                                                         Het was voorzeker daar niet pluis

En die dezen achternoen                                                                                       Daar wrocht Hij eene gansche uur,

Ook in ‘t feest willen meedoen                                                                             eer Hij meester was van het vuur.

En hier op deze wagene                                                                                          Zoo rede hij daar twee dooven,

Zitten wij vol behagene                                                                                           vrienden wilt ge het gelooven

Met de wittepen in ons hand                                                                                 Ja, zeker zulk ene daad,

En den bauwen in de mand                                                                                    Moet beloond zijn vroeg of laat.

 

              

Tweed couplet                                                                                                            vierde couplet

 

Het is hier een schoon huldebetoog,                                                                     Vrienden, wil den stoet bezien,

Dat zich ontrold voor uw oog.                                                                                 Wat al verschillige liên;

Vooreerst voor de kleine Cossement,                                                                    Gij vind er burger, boer en werkman,

Een manneke vol talent.                                                                                             Elk die doet wat hij kan.

Hij kwam eens naar school gegaan                                                                         Zoodus allen goed mêegevierd

En wat vond hij langs zijn baan;                                                                              Gekeken, geroepen en getierd

Een jong meisje in een waterput,                                                                            Lang leve Cossement en Vandael,

Ja, van krachten uitgeput.                                                                                         Maar kijkt toch meest van al.

 

Refrein                                                                                                                              Refrein

                                                                                                                                       

 

 

In eenen sprong was hij alras,                                                                                   Naar de liefhebbers van Rollegem                                                                        

Al in die diepen waterplas.                                                                                          Die minnaars van het duivenspel

Hij greep het met beider hand,                                                                                  En die deze achternoen

En trok het rap langs de kant.                                                                                     Ook in ’t feest meedoen

Hij deed zeker zijn beste,                                                                                             Zie hoe wij hier pareerden

Rede zoo het kind Vanneste;                                                                                       Voor de nieuwe gedecoreerden;

Ja, dat verdiend belooing,                                                                                            Ja, Vandaele is toch ‘ ne vent

Zelfs van Sire onze Koning                                                                                            Dat wordt ook de kleine Cossement                                                                      

 

 

Drukkerij E. Dedeyn, Rollegem                                                                              Gedicht en gezongen door J.C.

Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Goed te Imbrecht” Munkendoornstraat 135

Ook hier is de gekozen naam een familie naam daar Imbrecht in de eerste helft van de 20ste eeuw( 1901 -2000) de hoeve bewoonden. Het is een U-vormige hoeve met als oudste gegevens 1899 een balk in de koeistal. De eigenaar in 1846 was Verschelwe , in het begin van de 20ste eeuw was Adolf Imbrecht de uitbater. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ernest in 1929 . Ernest bleef kinderloos , doch had een zus en deze had een dochter, Denise Meersman, welke met Basil Vandekerkhove huwde. In 1965 nam Basil samen met zijn vrouw de uitbating over. In 1993 ging Basiel op pensioen en bleef alleen de woonfunctie over.



2445650-c4326e7aed0f831b436958b50ed0c984.jpg

2445650-c2aa5e918239fb54053ccb06db70e60a.jpg
Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Goed te Schoore”  Munkendoornstraat 240

 

 

De name verwijst naar de uitbatersfamilie Schoore welke in de 18de, 19de en 20ste eeuw de hoeve bewoonden. De hoeve bestond al sinds 1767. Den toenmalige pachter van het “Goed te Brasseye” Grote straat 4 te Bellegem J. Dumortier werd vermoord aan de “Koeiplekken van Schoore.”

Het was Joannes-Franciscus Schoore geboren in 1768 en overleden 1833 welke omstreeks 1800 tot 1840 met zijn vrouw Marie- Anne Formet de hoeve uitbaatte. Zijn zoon Joannes Baptiste volgde hem op. Het was deze welke in de periode 1873- 1875 veel grond kocht. In 1877 huwde zoon Charel- Louis met Mathilde Demeire en werd de nieuwe uitbater. Zijn specialiteit  was vlas. Hij stierf in 1912 en zijn kinderen Valère en Celina- Zulma namen de uitbating over. Celina- Zulma huwde met Jules Vandekerkhove in 1923, en Jules werd bedrijfsleider. Gedurende de Tweede Wereldoorlog in mei 1940 werd gedurende een week de hoeve door Duitse troepen bezet. Het was van hieruit dat Engelse troepen in Kuurne werden beschoten. Zoon Noël werd in 1964 de nieuwe uitbater. Noël intussen op pensioen en geen opvolger. De hoeve is intussen een privé woning.



2443358-8409987133c4493e96206720127d6b19.jpg

2443358-c7396bdaeb54c3047ad9004316bac8ad.jpg
Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Den Falsen” Tombroekmolenstraat 26

 

Historische naam hij verwijst naar de landbouwer die in 1756 de hoeve uitbaatte en den “Falsen” (vals – onecht – bedrieglijk – onjuist)  werd genoemd. Het is een gesloten vierkantshoeve met als oudste vermelding 1750 of 1780 boven de deur droeg. De eigenaar was in 1834 Demuynck. Remi Theys kwam in 1910 de hoeve uitbaatten  Hij werd door zijn zoon Hilaire in 1952 opgevolgd. Hilaire ging op zijn beurt in  september 1985 op rust. De gronden werden  verkocht en verpacht aan derden. De woonfunctie werd behouden.

In 1994 kocht Chris Michels de hoevegebouwen met 1ha 85 a. De gebouwen werden volledig vernieuwd en omgebouwd tot woning en paardenstallen. Er is geen sprake meer van een landbouwbedrijf maarvan een dierenpension falsenhoeve in Rollegem, west ( zie hun website)Dierenpension Falsenhoeve in Rollegem, West ...



2441252-83b663a3d39000c71171ea96ab3c92b5.jpg

2441252-68b299b474033ce8938bd40d33c23415.jpg
Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten