Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

Dagboek

15En die duits schreef ons op voor smokkelaars ik weende ik zegde mijn man is aan het front ik heb twee kleine kinderen een oude moeder en een zuster er is niets aan te doen ik moet mijn pligt doen peisde dat hij dat zegde ik was bang dat ik een maand ging moeten in ‘tkot zitten ik dierf niet meer smokkelen, die kamerat van mij ging als aan voort ze heeft niemand meer gezien van duist Nu ik had een tijd te voren al gepakt geweest voor smokkelen, er waren geen kolen we kregen nu en dan wat hout de boomen wierden uitgedaan op de progie en dat wierd verdielt en verkogt aan de mensen van on progie ik moest altijd mede om ons rantsoen en nu opeens mijn broeder zegt mijn schoonzuster heeft bij ons geweest er zijn daar kolen te krijgen maar wij mogten van ons progie niet gaan en die schoonzuster woonde nu een maal op een andere progie mijn broeder zegde als ik gepakt ben ik zal in duitsland gesteken zijn ik zegde ik wil gaan als u vrouw mede ga want als ik gepakt ben, ik zoude niet geern alleen zijn bij die soldaten, we gingen ik en mijn schoonzuster dat was misschien twintig minuten dat wij op die ander gemeente gegaan waren een Duits soldat u kaart ge zijt smokkelaars !!

Reageer op dit bericht

Dagboek

14Er waren geen kolen om vuur te maken ik woonde voort bij mijn moeder en ik had een huis kunnen uren enkele meters van het huis van mijn schoon vader en nevens de deur van mijn getrouwde broeder en bij dit huis was er een honderd en alf land bij en alzoo kost ik met hulp van mijn broeder dat land bezaaien en beplanten en we hadden tog weder wat aardappelen en koorn, mijn gebuurinne zegt willen we met wat eieren naar Herseau gaan we kunnen ze daar duur verkopen ja zoo gezeid zoo gedaan s’morgens  op om 3 uur met die zak, met gootjes onder de kleren 6 eitjes al voren en 6 eitjes al agter te voete naar Herssaux we bragten daar eenige bolletjes twijn mede eenige meters goeds en nu gingen eieren gaan kopen en we verkogten die meters goeds en twijn we waren marchan ik en Juliet, maar misschien 6 keeren die voyage en als we omtrend de statie te Hersaux waren t’ was daar een groene plaate soldat en mede moesten wij in een huis en moesten ons eitjes voorzigtig uitdoen en in een pandertje leggen en we moesten ons  eenzelvigheidskaart geven

Reageer op dit bericht

Dagboek

13 verre met onze kluts we moesten langs een wal met veel water en we gingen op een smal wegeltje op ons kloefjes en we gingen al in een reek al met eens we zagen mijn schoonzuster niet meer  beginnen kijken ze lag in de wal we zagen een beetje van haar haar en wij allen a hand en hand tot dat we een ketting waren en we kregen haar mede we moesten niet luide spreken want een beetje verder stonden een wagt een duitse soldat wij moesten met die natte mens naar huis hadde er nog chicorij poeier in die zak geweest  me gingen ze niet boven kunnen halen zule Ik had een geheele zwarte schorte aan met mauwen plooien al voren een riem rond die schort ik zegde aan mijn schoonzuster als wij al een alve uur verder waren ik kan u zoo niet zien gaan laat ons hier in dit huis vragen of we daar mogen mijn kleren deelen doe gij die natte van u lichaam en ik geef u den elft van de mijne we hingen die natte op een stok en weg waren wij ik zegde er is niemand die het ziet dat gij geen hemd aan hebt maar mijn schoonzuster heeft 8 dagen in bed gelegen ze was ziek van verschieten zulle ze heeft niet meer kunnen mede gaan!!

Reageer op dit bericht

Dagboek

12 de oorlog bleef duren  elk smokkelde in ’t begin van die oorlog kwamen mensen vragen mogen we hier eten brengen we woonden over de vaart als het over het water was het was uit het gevaar wilt u een standplaats geven gij kunt veel geld verdienen ik zegde neen zulle ons eigen eten weg sleven neen nooit! Nu die oorloog hoelang nog, ik en mijn 2 getrouwd broers zegden we zijn doodarm willen wij wat koren kopen en ook halen over de vaart ja ik ging mede enkele geburen en mijn broers elk een kluts als wij 2 uur gegaan hadden we zetten ons we konden niet meer binst dat we daar zatten wierd er geschoten naar smokkelaars een alve uur verder lagen er twee doden over de brug te slavie Slafie over de schelde brug dat was ons eerste uitstap we zegden het is gedaan we makten ons een zak met gotjes en vulden het op met graan en met zes of zeven vrouwen gingen wij binst den dag agter koorn die zak hing onder ons kleeren, na eenige keren we kregen iets ander  in de kop we vulden ons op met chicorij pooier we moesten maar een uur

Reageer op dit bericht

Dagboek

11 In maart 1915 kreeg ik een brief van mijn man van agter het front hoe is het met u laat iets weten met mij ga het goed ik hoop van u het zelfde na lijden komt verblijden ik moest  voor dit briefje 5f betalen om te ontvangen eenige dagen daarna schreeft ik weder we hebben nu een meisje in volle gezondheid en ons oudste zoontje groet zeere alles goed mogt gij rap ’t huis komen weer 5fr om dat te verzenden nog een tijd nadien nog een briefje ontvangen weder 5 fr om te ontvangen en 5 om terug te sturen ik kreeg een portret van mijn man en ’t hans was het uit met schrijven geen nieuws nu ik werkte uit al mijn kragt op een hof ik moest op een groot stuk land pemen rapen gans alleen en ik dagt soms wat zoude ik gelukkig zijn moest mijn man opeens op mijn schouder kloppen en zeggen vrouw ik ben terug en moest hij t’hans een schoon werk vinden aan de post of iets aan de staat en dat ze nu tegen ons mijnheer en madam moesten zeggen. Nu altijd maar dat zelfde werk altijd zulk slegt brood en kosten hard en binste pap breedsel was bloeme geroerd vlees 100 gram per week geel vet zwijne vlees Wilson zulk geel smout uit kisten opgevuld met Wilson amerika

Reageer op dit bericht

Dagboek

10 Nu einde oktober thans einde 30 november 1914 wierd er mijn dogtertje geboren ik bleef  bij mijn moeder en ik wierd bij moeter en meter goed verzorgd elkeen kwam en zegde gij zijt gelukkig eerste een zoontje en nu een meisje t’is waar t(is zoo schoon en mijn vraag was waar blijft vader ik hoorde maar onder dag en nagt schieten altijd maar die rommel en gedruin  en altijd maar mijn man is aan de ijzer alzoo schieten er zal daar geen mens overschieten allen zullen doodgeschoten worden. Nu er viel niet te treuren niets aan de doen ik en mijn 2 kindertjes een oude moeder en een zuster van mij we moeten eten dus we  waren  een lange tijd dat wij niet ontvingen van geld ik werkte in de fabriek maar de fabrieken vielen stil na een tijd ging ik bij een boer gaan werken ik kreeg mijn eten en 75 centiemen van 8 uur tot s’avonds drie getien op een dag, als het eens een geheele dag werken was kreeg ik 1 frank, na verscheiden keeren gevraagd te hebben om geld te krijgen van mijn spaarboekje van die 900frank zegden ze mij het is u man die dit geld kan krijgen gij zijn vrouw kunt er niets van hebben na eenige maanden kreeg ik soldaten geld 0,25fr per dag voor ieder kind en voor mij ik denk 0,50fr ik weet niet heel juist Nu alles kwam zoo duur zoo duur!

Reageer op dit bericht

Dagboek

9 er is overal vergif aan die soldaten ze waren onze vijand mijn man was aan de ijzer en die soldat sliepen in mijn juis, er was nu een die zegde gemoet niet bang zijn van ons 4t zijn maar de engelsen die u zouden u handen afkappen Mijn broeder kwam bij ons goeden avond zeggen er was een soldat die mijn broeder een glas genever deed drinken. Die genever was zeer straf de tranen kwamen in de oogen van mijn broeder ik zegde tegen morgen vroeg zijt gij dood er is vergif in en zooBevreesd waren wij en die soldat bleef bij ons voor 8 dagen, maar blij dat we waren als ze weg waren. Mijn oudste zoontje kreeg de roode koorts de dokteur kwam en we kregen een stuk papier met de naam roode koorts er op geschreven, om op de deur te hangen de soldaten dierven thans niet binnen komen, maar we lieten maar alsan voort hangen, er was een soldat als hij bij ons binnen kwam die zegde geef mij eens een swiebel ik wist niet wat het was, kom mee buiten zegde hij het wasduister hij haalde een zaklamp te voorschijn ik kende dat niet hij ging in de logting en ik moest mede ik dagt dat hij mij ging doden en alsan een swiebel  ik zag dat er vlees in die vleesdoos zat ik liep om een ajuin en dat was een swiebel   onthoud het mijn leven lang , die soldaten gingen naar de pomp ieder kommetje gaan spoelen zij waren bang van mij en ik van hun ook.

Reageer op dit bericht

Dagboek

8Dus mijn man was naar de oorlog 1914 – 1918 Ik woonde op de plaatse mijn moeder woonde vijftien minuten verder ik en mijn schoonzus gingen s’avonds naar mijn huis gaan slapen. Na een week of vier zegde ik er zal niemand mijn beetje meubels stelen, ik ga ’t huis blijven bij mijn moeder en zuster eind october kwamen soldaten binnen bij ons ze kwamen uit Frankrijk .Ze hadden daar gevogten zegden ze. Ik Had nooit geen soldaten gezien en ik stond aan de deur te kijken en ze bleven stil staan en op eens kwam er een soldaat binnen en mijn oudste zoontje zat op mijn arm die soldaat gaf het kind chocolat te eten, het was zeer bevreest van de duitse soldaten en ik dagt dat er vergift aan was aan die chocolat van het kind die soldat was maar juist weg en ik nam die chocolat van het kind weg en wierp dat in het vuur. Tegen dat het avond wierd waren bij ons 6 soldaten binnen gekomen ze hadden stroo mede ze hadden geweren mede ze hadden geheel ons keukentje noodig om te slapen ze deden het vuur branden ons huisje was gedekt me stroo ik dagt er zal brand ontstaan, ze hadden vlees dozen mede ze hadden cafe boonen mede ze hadden lange broodjes mede ik kende daar al te mal niets van ik dagt.

Reageer op dit bericht

Dagboek

7 We hadden samen gewerkt en gespaard we hadden meubels en kleren alles was betaald we hadden op een nieuw spaarboekje reeds 900f en mijn man ging juist 300f naar de post gaan maar moest moest weg naar de soldaten hij vertrok en zette mijn in een klein kammertje en ik weende weende uit al mijn kragt ik was beschaamd ik dagt dat ik maar zoo jong niet mogt getrouwd zijn? Mijn lieve moeder en zijn vader kwamen waar is onze zoon hij is weg met de trein van 6 uur al. Bossuit naar contig onder de wapens hij heeft geen goen avond gaan zeggen aan niemand. Sluit u deur en ga rap mede met ons er was een gebuurin die zegde in welke toestand is deze vrouw ik dagt bemoei u met u zaken. Ik ging bij mijn moeder en meter terug en ik dagt dat mijn man terug ware tegen datik een kind koop ik zegde dat eens aan mijn vriendinnen en ze antwoorden het zal al lang alleen lopen tegen dat hij ‘thuis komt Ik was zoo vrijeigen en gegenierd om het kopen van ‘tkind ik zegde nooit iets tegen mijn moeder en mijn meter, ik verborg eenige kleertjes in een hoek van de kleerkas.

Reageer op dit bericht

Dagboek

6 Ik weet een huis op de piel ik zal gaan vragen om te huren dit was zijn antwoord van zijn vader,,de oudste broeder kwam met mijn verloofde en een fles genever het ja woord vragen aan mijn moeder. Ik zegde wij gaan bruiloft viern we trouwen. ’s Morgens om 7 uur en we gaan bij mijn tante naar Waterlo; de broeder van mijn verloofde zegde we vieren bruilof of ik ben geen trouw knegt, ik zegde ze zijn allen kwaad op mij bij u in de familie en ik ben niet rijk genoeg, maar er was bruiloft er was kermis bij mijn moeder ik moest aan zijn huis passeren en mijn man we gaan hier binnen bij mijn vader ik zegde ik durf niet maar we gingen tog eerst binnen en dan mijn huis en we waren allen samen zijn famieli en mijn famieli en er was veel plezier. Mijn oude moeder en mijn oudste zuster bleven alleen over in het ouderlijk huis allen waren uit getrouwd. Ik had mijn honderd vijftig frank uitgehaald met mijn spaarboekje ik kogt mijn zwart trouwkleed er was nog iets overschot om een frakje mijn zuster vroeg of ze het mogt hebben il ga nooit geen kleeren meer kunnen koopen zegde ze ik gaf die overschot van mijn trouwkleed.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten