Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

Dagboek

25 wij waren maar enkele uren weder op ons stroo  al met eens  al die mensen, zegden we gaan naar Moen terug nu ’t was zondag  me zaten in de mis de priester zegt de belgen komen van Aalts de belgse soldaten de helden waar gaan ze tegen met muziek alle sosietijden natuurlijk we stonden te kijken ik zag een bende peerdevolk en ze hadden in hun handen een schaar ik zegde tegen een wat doet gij met die schaar, ewel zegt hij wij hebben een lijst van vrouwen die moeten hun haar afgesneden woorden, en ik hoorde seffens kom maar eens in dit straatje en ze sloegen gans het huis en meubels kapot en die vrouwen liepen op zolder maar het hielp niet in eenige oogenblikken was hun haar afgeknipt en haar en kamen vloog op straat ik ben alzoo in twee straten meegesleurd geweest met de massa van volk die daarnaar stonden te kijken van die mensen die hun haar afgeknipt wierden door die soldaten, ik zag t’hans andere soldaten saseurs te voet ik zegde tegen een kook van waar zijde gij van Moescroen, waar is mijn man, hij was vroeger bij de derde saseurs en nu is hij bij de kannoniers,’t is niet waar zegde hij de sasseurs was is nog sasseur dus er kwam een jongen soldat ’t huis van Vilvoorde hij kwam van de tram van Brussel de mensen namen hem vast en ze droegen hem in zijn huis binnen triomf

Reageer op dit bericht

Dagboek

24 met mijn broeder gaan vragen of boer ging mede gaan met mijn broeder naar huis, wij klopten daaraan die poorte t’en drie van de morgen die boer was nu zoo ziek van de griep, hij vroeg aan mijn broeder neem mijn zoon mede hij was misschien 15 jaar draag hem goed zorg, en die boer zegde als ik kan naar huis komen mogen die kinderen en oude mensen en pakken op onze wagen geladen worden en ik moest de kortewagen voeren zonder pakken zulle, nu die mensen vertrokken naar huis en ik naar Vilvoorde. Ze gingen om ons komen de die weg waren, nu we trokken naar Schaarbeke een wandeling om te kijken wat de soldaten agter geladen hadden op de treins en wagons er was daar volk, volk ik ging ook kijken en ik zag daar een wagon met kante glazen ik dagt wat dat ze mede nemen al met eens,, een schot , wat is ik was weg zulle op de baan naar Vilvoorde Ik zegde ik ben bang in al die hutsepot we gingen terug naar Vilvoorde en s’ avonds en nog vele dagen was er ontploffing in de statie in Schaarbeke, nu we waren

Reageer op dit bericht

Dagboek

23 Van Moen en Mechelen ik en mijn broeder gingen mede ’t was een lange kalsijde en soldaten en soldaten ’t was moeilijk wij te voet en langs ons altijd soldaten als wij aan de Mechesel  poort  kwamen ik zag daar een boer met een wagen die uit die poort kwam het was een man van ons gemeente ik zegde waar ga gij naartoe naar mijn huis de oorlog is gedaan het hangt uit gij zult het kunnen lezen den 11ste November  1918 is de wapenstilsand zegde hij gij, kunt denken wat dat was, zeere door Mechelse poort ja er hing daar een papier met de wapenstilstand seffens in de cinema zaal zatten de Moense mensen en die kinderen van mijn broeder en allen kwamen bij ons en ze zegden er is al veel volk van ons parogie weg naar ons parogie ja zegden ze seffens van waar komt gij van Vilvoorde o we gaan mede naar huis we slapen een nagt in Vilvoorde en s’ morgens vroeg met 7 mannen waren we weg op reis, ik ging mede van Vilvoorde naar Grimbergen want Vandeburi waren van een jeugd vriendinne van Liza Maroy mede gaan wonen naar Grimbergen en ik ging mede

Reageer op dit bericht

Dagboek

22 Ik was die dagen vergeet agtig want de vrouw van mijn broeder die in ’t jaar 1916 gestorven was in den ouderdom van 32 jaar, die vrouwe was maar twee dagen begraven in Maxemzele (Mazenzele) die vrouw was maar 32 jaar ze had 4 kinderen ik en mijn broeder hadden naar die begraving geweest van Aalst naar Maxenzeel te voet dat is niet gemakelijk en ’t is zo triestig die kleine kinderen met een stijfvader agterlaten droevig hé en alzoo waren wij in Opwijk op Allerheiligen . S’’ anderdaags  s’ morgens weder op reis naar Mechtem, Wolvertem  Vilvoorde ‘t was verre zulle langs kalseiden t’ was donker  als we aankwamen, de wagens wierden afgeladen in een klein fabriekske ’t was donker en het regende als alles afgeladen was kwam iemand zeggen alles opladen en weg naar ‘t gildenhuis Vilvoorde, nu we geraakten daar en elk kreeg wat stroo en elk plaseerde hem in een hoek want er waren daar veel huisgezinnen al in die zaal dus ieder familie maakte een groepje, we waren daar een tijdje en op een dag ze zegden een parogiaan zegde ga gij mede die wees kinderen van u broeder zijn met de vlugters

Reageer op dit bericht

Dagboek

21 wij binnen bij Rimbout en we woonden en sliepen in een schoon hovenbuur ons boeren zegden we gaan niet verder, en al die mensen die in de zelfde straat hadden van ons vlugtelingen bin genomen dus we waren er heel goed, maar de zelfden nagt kregen wij al de spaanse griep zegden ze we waren erg ziek en me kregen medecijn van een dokteur de ziekte duurde niet lang, in alle geval we waren ingeschreven in Moorsel om soep en eten te halen, dat was zeker omtrend  een uur gangs om soep te halen ik en mijn broeder een ketel  en ik een schorte op gevuld met brood en we moesten nu en dan ons zetten van flauwte met die griep en zoo geladen, we geroohten tog bij onze boer  en de wagens stonden gereed bespannen met de peerden en wij seffens op de wagens en weder weg zulle vooruit er was gevaar voor de peerden en mans volk en alzoo vooruit naar Moorsel  Baerdeghem Opwijk in de tap geslapen het luidde ’s morgens ik zegde wat is er nu te doen in de kerk ’t is Allerheiligen zegden ze en alzoo blijven wij hier nog deez dag ook

Reageer op dit bericht

Dagboek

20 Edelare geslapen in t’ klooster ‘sanderdaags de 2 soldaten om 9 uur om ons naar Matter St Conelus Oorbeke Segelsem Michelbeke Geslapen Vanwaembeke op zolder ’s anderdaags om 9 uur de twee soldaten om ons naar Maria Oudenhove Erwetegem Steenhuize bij een boer in de schuure,. DenderhouttehemVandevelde kamer boven geslapen, al de vlugtelingen moesten bijeen blijven in een fabriek in Aalst die twee soldaten moesten ons tot in een fabriek in Aalst brengen

Maar wij hadden 2 boeren bij ons iedere boer 2 groote wagens mede en die wagens waren bespannen met peerden en die boeren diervan naar die fabriek in Aalst niet gaan ze waren bevreesd dat de peerden gingen gepakt zijn van het duist leger en alzoo reden wij tot buiten Alast ’t was dan goeverment gebied en wij kwamen uit Etappen gebied of kont gebied we zaten nu op ons eigen we hadden geen soldaten meer mede, we vroegen plaats bij een boer op laatste boordje van Aalst, maar de poort was gesloten en we moesten zoo vragen en vragen om op het hof te geraken de mensen waren bang van ons,, tog gerakten

Reageer op dit bericht

Dagboek

19  het voor berd weg en ze namen mijn koffer en ze zetten ze op de wagen en ze zetten mijn oude moeder en nog 2 oude buurvrouwen en de oude vader van die boer en ze moesten al op koffer zitten die oude mensen kunnen niet te voetweg. En die kleine kinderen wel 15 moesten ook op die wagen en ik zelf moest bij de kinderen zitten om die kinderen te letten dat ze niet zouden afvallen Ik had een soort kanasiaire  aan mijn schouder hangen en er was brood in en wat breedsel en een broodmes, en ons mede reizigers en de voetgangers met hun kortewagen kwamen nu en dan een stuk brood vragen als ze honger hadden  en alzoo waren we op reis er zat niemendal in mijn koffer want ik wist niet dat ik die koffer ging kunnen mede nemen, had ik dat geweten ik ging ze vol stoppen met ons noodige kleren, maar ik kon ze niet voeren ik had mijn 2 kinderen enfin we waren op reis van Moen naar Bossuit Autrijve Slaphie Ruie Berghem geslapen in de schuur bij Deraedt om 9 uur waren de soldaten daar weder om ons , weg naar Melden Leupegem

Reageer op dit bericht

Dagboek

18   De 16de Oktober 1918 kwamen twee duitse soldaten om 9 uur s’ morgens en ze zegden ge moet hier weg er mag hier niemand blijven, waar zijn die mans personen ze moeten allen mede gaan met vrouw en kinders, maar het mansvolkwas weg Ze waren benauwd dat ze gingen naar Duitsland gaan er waren geburen die mij zelve zegden ga niet mede met de soldaten ik zegde ik heb liefst te gehoorzamen aan de soldaten ik weet niet wat hier moet gebeuren en alzoo ik en mijn 2 kinderen oude moeder en zuster gingen voort, mijn oudste broeder die nevens ons woonde vlugte al zijn meubels weg en als de soldten zegde’t is negen uur mijn broeder was weg en zijn vrouwe was nog in huis en ze wilde ook in de rigting van haar man die soldat zijde allen moeten mede met ons we zijn het gekommandeert en alzoo was die vrouw en vijf kinderen mede met ons, zonder haar man eenige minuten van ons huis was een boerenhof er stonden daar twee wagens geladen met eten en meubels van die boer, die twee soldaten deden van een wagen

Reageer op dit bericht

Dagboek

17 we mogten niets bijons hebben niets s’morgens op 5 uur notte sap met alve snee droog brood, t’twaalf s’noens een assiet soep s’avonds 5 uur choerapen met met krokus en dit was ons eten slapen op een zak van 1 man ik dagt dat er steen in zatten ik had een schoonzuster die meid was in Kortrijk ik heb haar eerst gaan zeggen dat ik naar ’t gevang ging en ze bezorgde mij brood vlees chocolat ik had beter eten dan t’ huis, maar ik kon daar niet rusten, men zegde als aan we zullen nog moeten vlugten en ik dagt moesten zijn nu vlugten waar zal moeder zuster en kinderen zijn, nu de zes dagen waren weg en wij weg uit Kortrijk zu zeere naar huis t’ was gelijk loopen dat we deden, nu de mensenzegden die in t’ kot gezeten hebben zullen stem regt hebben , en waarschijnlijk de vrouwen hadden vroger geen stem regt en ’t hans wel, nu we werken en verzugten en verlangden als aan voort , Nu we waren weder op reis met ons zessen vrouwen , met chicorijpoier en als we t’huis kwamen negen uur van den avond mijn moeder en zuster zegde gij moogt naar de plaatse gaan agter ons rantsoen, voor dertien fr per man 13 f per man wat gebeurd er nu, ik heb nu geen  goeste twintig minuten verre 13 f per man zoovele geld, ik ga niet s’anderdag om 3 uur s’morgens vlugten.

Reageer op dit bericht

Dagboek

16 neen mijnheer, we hebben niets mede we gingen nog maar juist gaan vragen agter kolen hij reed weg naar het dorp wij mogten agter hem naar zijn burau agter ons kaart het liep daar al vol met duiske soldaten we kregen ons kaart terug enkele dagen nadien kregen we een brief van de champetter wat hebt gij nu gedaan zegt hij; ik en mijn schoonzuster vertrokken te voete naar het groot gevang naarKortrijk het groot gevang selle 7 trek ze maar binnen voor 6 dagen ieder ik en sus we zatten er met 4 mensen in we mogten betalen 20 mark, ieder er stond daar een duitse soldat 20 mark betalen zegt hij tegen mij ik zegde ik heb geen geld wat doet doet u man hij is aan tfront en ik heb 2 kinderen gij hebt peerden zwijnen koeien ik zegde ik heb niets mijn schoonzuster zegde ik heb geen geld we mosten op de koer gaan zitten van ’t stadhuis totda al de processen afgewezen waren we trokken dan wel met 10 mensen 2en2 en 2soldaten aldoor percelle straatje weg naar t’gevang ik zegde mijn man zoude mij nu moeten zien gaan gevang is weg er is geen meer in kortrijk.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten