Dagboek
22 Ik was die dagen vergeet agtig want de vrouw van mijn broeder die in ’t jaar 1916 gestorven was in den ouderdom van 32 jaar, die vrouwe was maar twee dagen begraven in Maxemzele (Mazenzele) die vrouw was maar 32 jaar ze had 4 kinderen ik en mijn broeder hadden naar die begraving geweest van Aalst naar Maxenzeel te voet dat is niet gemakelijk en ’t is zo triestig die kleine kinderen met een stijfvader agterlaten droevig hé en alzoo waren wij in Opwijk op Allerheiligen . S’’ anderdaags s’ morgens weder op reis naar Mechtem, Wolvertem Vilvoorde ‘t was verre zulle langs kalseiden t’ was donker als we aankwamen, de wagens wierden afgeladen in een klein fabriekske ’t was donker en het regende als alles afgeladen was kwam iemand zeggen alles opladen en weg naar ‘t gildenhuis Vilvoorde, nu we geraakten daar en elk kreeg wat stroo en elk plaseerde hem in een hoek want er waren daar veel huisgezinnen al in die zaal dus ieder familie maakte een groepje, we waren daar een tijdje en op een dag ze zegden een parogiaan zegde ga gij mede die wees kinderen van u broeder zijn met de vlugters

