Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

Dagboek

35

Allon er waren 30 personen die er aandagten en mijn man zegt ik ga eerst aan de arondisementcommisararissen gaan vragen aa, Mijnheer Goethals of ik dat zou kunnen zijn die mens zat een uur te spreken met mijn man en hij zegde gij zoudt de geschikte persoon zijn kalm zijn en geduldig nu er kwam een beste vriend van mijn man hij zegt is het waar vraagt hij om veldwagtere te zijn ik zeg hij is naar Kortrijk om inligting wagt tot dat de auto ingekomen is en vraagt het hem zelf nu zegt hij ik vraag het ook die vriend dus ik zeg ik geef u gelijk als gij het zijt ik zal u komen geluk wensen, op de parogie waren er veel die liever die vriend hadden van mijn man om kort te zijn we mogten wij dat werk niet hebben, nu er was exameste doen in Kortrijk mijn man was bevreesd we hadden wij niet lang naar school gegaan met moeite waren we iets maar of 11 jaar we werkten in de fabriek en nu op die bank gaan zitten om te antwoorden op die vragen, als hij t’ huis kwam ’t zal al mis zijn zegde hij , dat duurde eenige dagen en ja de examen waren juist, maar de strijd was niet uit de andere zegden ik heb regt.

Reageer op dit bericht

Dagboek

34

Thans ons Clara twee kinders mee werken, ons Clara heeft zelfs naar Roubaix naar de spinnerij nog gaan werken en op een avond was de outobus met de meisjes in de beek gereden ’t scheelde weinig of ze was versmoord ’s anderdaags stond het portret in de gazet van die uotobus, die ze bezig waren met uit te trekken. Ja we hebbener God dank uit geraakt en oudgeworden we hebben 8 kinderengroot gebragt en 2 gestorven bij de geboorte en twee misvallen, en mijn man was nog altijd wet heer hij heeft nog herkozen geweest en nu onze veldwachter was in de 60 jaar hij kwam ziek een korte ziekte hij overleed mijn manzegt burgemeester zoud ik misschienkunnen veldwachter worden? O ja zegt de burgemeester zoude u die plaats  plaats willen, dan zal ik rap schoenen aantrekken en voor gaan naar Bruggen bij de Goeverneur als ‘t moet enfin mijn man werkte thans in Waterlo Frankrijk  nu er waren nog oudstrijders  van ons dorp die gekwest geweest hadden binst de oorlog en die ook dagten ’t is nu moment ‘allee

Reageer op dit bericht

Dagboek

33

Geen plaatske ’t is altijd best iets van werk aan de staat vinden, ik had een kozijn die briefdrager was en ik hoorde hem nu en dan iets zeggen over werk voor de staat, nu er wierd kindergeld betaald in Frankrijk en wij hadden nu reeds vier kinderen en ik moest nu mijn huishouden doen met het gewin van mijn man en in belgie betaalden ze geen kindergeld er kwam een goede vriend binnen op een avond en hij zegt tegen mijn man, morgen vroeg moet ge mede met mij gaan weven naar Frankrijk gij zult alle maand zes honderd fr krijgen omdat gij die kindern hebt, ’t was lastig hij was hij was zo gemakkelijk bij de deur werken wij weenden en tog ging hij mede naar Frankrijk, als we de eerste keer kindergeld hadden wij waren zo blijde mijn man zegde ik moest reeds 2 jaar vroeger naar Frankrijk gegaan hebben!! Ja we moesten hard werken en we hadden twee honderd land* We hadden geiten en konijnen mijn man was wel heere hij moest naar vergaderingen  en anders de schoenmaker tot laat in de nagt we waren jong en samen we werkten uit al ons kragt en mogten niet uit gaan we moesten sparen om iedereen te kunnen betalen wat waren wij gelukkig als ons oudste zoon mogt gaan werken Clara

*Honderd land= een Kortrijkse landmaat.

 Honderd land = 100 roeden ; een roede = 2,97 meter

Reageer op dit bericht

Dagboek

32

 en den oppermeester schoolmeester zaten daar samen en ze zegden wij maken een kiezerslijst met drie werknemers drie middenstanders drie boeren en gij moet  op de lijste mijn man had een grote familie die moesten stemmen en ze hadden dat al berekend zoo zegt mijn man ze zitten daar alzoo met tweeen te zeggen en ik heb ja gezegd maar ik heb er spijt van morgend vroeg moet gij naar die mensen gaan zeggen dat ik mij geen politiek aantrek, ik was gehoorzaam en ik ging maar ze zegden trek gij u daar niet van aan (tis met u man dat wij moeten vooruit komen, er waren dagen tussen en vergaderingen en bijeenkomsten nu de nagt dat de lijsten moesten gereed zijn hij kwam thuis ik hen tog mijn naam op de lijst gezet en ik sta op de kop enfin er kwam stemming  en woila hij was gekozen met meerderheid van stemmen en hij was wedheer nu oudstrijders kregen overal de voorkeur als ze een plaats vragden, er waren al verschillende die werk hadden aan de bruggen van de vaart of iets aan de ijzerweg of statie ik zegde nu en dan waarom vraagt gij ook

Reageer op dit bericht

Dagboek

31

Nu we leven en we hadden moed na lijden komt verblijden, mijn man wierd op zijn beurt naar huis gezonden de tijd kwam voor hem gelijk voor de andere hij kwam bij mij ook in ’t huis van mijn moeder er waren geen huizen te huur en alzoo woonden wij samen, na maanden vond mijn man werk vermakingen aan de vaart later in de fabriek in Roubai en in  tussen was er een kindje op komst nievers geen huis er was geen sprake van schade vergoeding en zoo wierd ons huisje ook niet vermaakt, na lang bedelen mogten wij bij zijn vader gaan wonen we kregen een keuken en twee slaapkamers en een washuisje voor schotels wij woonden en werkten en waren gelukkig, na een tijd kreeg mijn man werk in de zelfde fabriek waar ik werkte hij was daar goed naar Frankrijk gaan alle dagen weg en were niet gemakkelijk, nu er kwam kiezinge op ons om een burgemeester op een dag kwam een kind van schole met een uitnodiging dat mijn man bij de schoolmeester moest gaan op een avond, wat is er nu zegde mijn man ik zegde wie weet ’t is zeker om die verkiezing geraad willen ze u burgemeester maken want de helden van oorlog hadden veel gezag, als hij terug kwam zegde hij de onderpaster

Reageer op dit bericht

Dagboek

30

Die wisten dat de soldaten aan de ijzer nooit geen woordje konden schrijven naar hun famili en nooit van niemand een briefje of een woordje troost kregen en die vrouwen hadden een lijst gemaakt en dat kunnen laten weten naar ons soldaten aan den ijzer dat ze hun aanstelden als meter en die soldaten schreven naar die mens met zoo een naam en alzoo had mijn man Joana Stubemeier egenote van Joannes Ganseboom gekozen en alzoo schreef hij soms een briefje zij hadden een zoon Emmanuel die jongen was een jaar ouder dan mijn oudste zoontje en die mensen hebben dikwijls geschreven en mijn man moet gegeven en ze hebben veel gebeden voor het behoud van mijn man, mijn man was een wever van stiel als hij naar de oorlog ging de oorlogs meter zond hem verschillende boeken over de getouwen en het weven ze zond hem eens een geschenk van portrmone of cigaretten of eenig geld om wat tabak te koopen ze was voor mijn man een troosteres in zijn verlatenheid nu ik kende nu ook wie ze was , ik ging nu ook weder naar de fabriek gaan werken en woonde nog bij moeder mijn huis was kapot en de meubels was kapot

Reageer op dit bericht

Dagboek

28

4t Was 21 november 1918 dus we staan te kijken ik bagten de wagen en er springt een soldaat van een kaison die zere reed, een sprong en jij neemt mij in zijn beide armen , ’t was mijn man, op de vlugt  om 9 ’s morgens, wij hadden in het zelfde dorp geslapen, hij al de eene kant van het dorp en ik al een andere kant , alle soldaten reden in een draf weg ik zegde is dat u overheid ja zegt mijn man ik zegde vraag verlof ik zoude geen krijgen zegde hij , ik zegde ga seffens bij u soldaten gij zult ze niet meer terug vinden, ik ga een eind mede met u en mijn famili  zegt hij wanneer zult gij ’t huis geraken alzoo sukkelen ik ga hulder helpen en hij bleef bij ons tot den 23 november 1918, als wij in melden kwamen kwamen ‘snoens om 12 uur mijn man zegde dezen avond zult u in ons huis zijn, ik ben nu gerust ik moet weg misschien weder gaan schieten en al dat hij gaan kon was hij weder weg, en den zelfden avond was ik ’ t huis, in mijne moeders huis, en ’t mijne die ik gehuurd had lag plat te gronde met al ons meubels kapot, en mijn man moest gaan en gaan en sukkelen om zijn soldaten terug te vinden hij was 6 dagen afwezig hij moest bij zijn overste en hij legde zijn Boeke open hij nooit gestraft geweest ’t is goed zegde hij

Reageer op dit bericht

Dagboek

Mijn man is thans nog moeten in Duitsland blijven aan de Rijn en hij moest wagten tot 30 Juli 1919 hadde hij nog 1 dag weggebleven hij was juist 5 jaar weg als soldat. Als hij Lotte hij had nummer 19 hij heeft Total 8 jaar soldat geweest, dus als  hij mij ontmoet had op de vlugt alsdan heeft hij nog maanden moeten bij zijn leger blijven en ik bleef bij mijn moeder als ik eenige dagen ’t huis was kreeg ik van een vrouw uit Holland een briefje en op die brief stond geschreven, zoud gij mij geen nieuws willen laten weten over uwen man of hij nog in leven is?Men zegt hier dat er zovele soldaten gesneuveld zijn in dit offensief laat mij a u beliefd iets weten, ik dagt waarom is deez vrouw zo bekommerd in mijn man? Nu ik schreef terug naar die vrouw uit Holland dat ik mijn man ontmoet had en dat hij God dank in goede gezondheid was en dat hij nog soldat was bij de bezetting in Duitsland ik schreef thans een brieff naarmijn man en vertelde hem over het schrijven van die vrouw. Hij schreef mij een brief en zegde  dat het eene was, die hij gekozen had om oorlog meter te zijn van hem, er waren goede vrouwen

Reageer op dit bericht

Dagboek

27

We konden n,iet meer weg we gingen opzoek naar slaaping ’t ging niet gemakkelijk  dog mijn oude moeder kreeg een bed en ik en mijn jongens kregen een bondel stroo van een boer en we mogten in een  arm huisje in de grond de grond slapen als het klaar kwam me gingen weder bij ons wagens en we reden verder we waren maar juist eenige minuten op weg een smal kalseide de kalseide om naar Aalst te rijden , de troepen kwamen van Aalst een gans regement met al hun wapens er komt een overheid bij ons wagens allen in de gragt reiden om die soldaten te laten passeren ik zegde ewel me kunnen hier staan tot avond , ze zijn rare mensen van duitsen mogten we tog voort rijden. Opeens komt er een soldat te peerde bij mij, hij zegde bekent gij mij niet ik ben Reintjes van Outrijve ik werkte bij u in de fabriek als ik naar de oorlog mogt kent gij mij niet, ik zegde ’t is met die helm of toup op u hoofd? Ik zegde zijn er geen soldaten bij die ik ken ja zegt hij een Vandenbulcke, ik zegde ’t is zeker Henrie een kozijn van mijn man ’t is een van de klas van 14 ik zal hem niet kennen hij zal zooveel veranderd zijn ja zegt die soldat hij zegt die soldat stel het goed, ik zegde tegen mijn kennissen goed kijk goed kijken er zijn soldaten op het land er zijn er agter ons en er zijn er op de kalseide goed kijken

Reageer op dit bericht

Dagboek

Dus er was vreugde er was gezongen muziek spelen er was zooveel plezier en ik zegde voor mij begint de oorlog voor goed alles is voorbij is mijn man gevallen? ? Leeft hij en elk zegde morgen om 3 uur staan wij op en gaan naar huis, ik zegde we moeten wagten naar mijn broeder we moeten weten hoe het in het dorp is neen we gaan naar huis, hebben wij een huis is het niet in gruis , we gaan al te zamen in de fabriek is ze nog geheel ewel in ’t klooster , betstaat het nog , in de kerk bestaat  het nog vroeg ik als aan, laat ons wagten zegde ik , nu alle male op laden pakken maken en vooruit naar Grimbergen, mij kindjes op die kortewagen geladen zoo koud geijseld, als ik bij de boer kwam hij zegde dat ventje zal niet overleven hij is bijna versteven en zo mager  zoo teeder enfin we gingen, er waren nu geen soldaten mede die zegden die mensen moeten hier binnen me stonden alleen, we zien als maar soldaten, soldaten van wat volk zeide gij vroeg ik eerste saseur tweede ssaeur , geen derde sarseurs waarom vraagt gij dat zegde er een omdat mijn man soldat is,, soldat is soldat neemt een ander soldat, dus ik werd bespot

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten