Dagboek
28
4t Was 21 november 1918 dus we staan te kijken ik bagten de wagen en er springt een soldaat van een kaison die zere reed, een sprong en jij neemt mij in zijn beide armen , ’t was mijn man, op de vlugt om 9 ’s morgens, wij hadden in het zelfde dorp geslapen, hij al de eene kant van het dorp en ik al een andere kant , alle soldaten reden in een draf weg ik zegde is dat u overheid ja zegt mijn man ik zegde vraag verlof ik zoude geen krijgen zegde hij , ik zegde ga seffens bij u soldaten gij zult ze niet meer terug vinden, ik ga een eind mede met u en mijn famili zegt hij wanneer zult gij ’t huis geraken alzoo sukkelen ik ga hulder helpen en hij bleef bij ons tot den 23 november 1918, als wij in melden kwamen kwamen ‘snoens om 12 uur mijn man zegde dezen avond zult u in ons huis zijn, ik ben nu gerust ik moet weg misschien weder gaan schieten en al dat hij gaan kon was hij weder weg, en den zelfden avond was ik ’ t huis, in mijne moeders huis, en ’t mijne die ik gehuurd had lag plat te gronde met al ons meubels kapot, en mijn man moest gaan en gaan en sukkelen om zijn soldaten terug te vinden hij was 6 dagen afwezig hij moest bij zijn overste en hij legde zijn Boeke open hij nooit gestraft geweest ’t is goed zegde hij

