Dagboek
32
en den oppermeester schoolmeester zaten daar samen en ze zegden wij maken een kiezerslijst met drie werknemers drie middenstanders drie boeren en gij moet op de lijste mijn man had een grote familie die moesten stemmen en ze hadden dat al berekend zoo zegt mijn man ze zitten daar alzoo met tweeen te zeggen en ik heb ja gezegd maar ik heb er spijt van morgend vroeg moet gij naar die mensen gaan zeggen dat ik mij geen politiek aantrek, ik was gehoorzaam en ik ging maar ze zegden trek gij u daar niet van aan (tis met u man dat wij moeten vooruit komen, er waren dagen tussen en vergaderingen en bijeenkomsten nu de nagt dat de lijsten moesten gereed zijn hij kwam thuis ik hen tog mijn naam op de lijst gezet en ik sta op de kop enfin er kwam stemming en woila hij was gekozen met meerderheid van stemmen en hij was wedheer nu oudstrijders kregen overal de voorkeur als ze een plaats vragden, er waren al verschillende die werk hadden aan de bruggen van de vaart of iets aan de ijzerweg of statie ik zegde nu en dan waarom vraagt gij ook

