Dagboek
34
Thans ons Clara twee kinders mee werken, ons Clara heeft zelfs naar Roubaix naar de spinnerij nog gaan werken en op een avond was de outobus met de meisjes in de beek gereden ’t scheelde weinig of ze was versmoord ’s anderdaags stond het portret in de gazet van die uotobus, die ze bezig waren met uit te trekken. Ja we hebbener God dank uit geraakt en oudgeworden we hebben 8 kinderengroot gebragt en 2 gestorven bij de geboorte en twee misvallen, en mijn man was nog altijd wet heer hij heeft nog herkozen geweest en nu onze veldwachter was in de 60 jaar hij kwam ziek een korte ziekte hij overleed mijn manzegt burgemeester zoud ik misschienkunnen veldwachter worden? O ja zegt de burgemeester zoude u die plaats plaats willen, dan zal ik rap schoenen aantrekken en voor gaan naar Bruggen bij de Goeverneur als ‘t moet enfin mijn man werkte thans in Waterlo Frankrijk nu er waren nog oudstrijders van ons dorp die gekwest geweest hadden binst de oorlog en die ook dagten ’t is nu moment ‘allee

