Dagboek
33
Geen plaatske ’t is altijd best iets van werk aan de staat vinden, ik had een kozijn die briefdrager was en ik hoorde hem nu en dan iets zeggen over werk voor de staat, nu er wierd kindergeld betaald in Frankrijk en wij hadden nu reeds vier kinderen en ik moest nu mijn huishouden doen met het gewin van mijn man en in belgie betaalden ze geen kindergeld er kwam een goede vriend binnen op een avond en hij zegt tegen mijn man, morgen vroeg moet ge mede met mij gaan weven naar Frankrijk gij zult alle maand zes honderd fr krijgen omdat gij die kindern hebt, ’t was lastig hij was hij was zo gemakkelijk bij de deur werken wij weenden en tog ging hij mede naar Frankrijk, als we de eerste keer kindergeld hadden wij waren zo blijde mijn man zegde ik moest reeds 2 jaar vroeger naar Frankrijk gegaan hebben!! Ja we moesten hard werken en we hadden twee honderd land* We hadden geiten en konijnen mijn man was wel heere hij moest naar vergaderingen en anders de schoenmaker tot laat in de nagt we waren jong en samen we werkten uit al ons kragt en mogten niet uit gaan we moesten sparen om iedereen te kunnen betalen wat waren wij gelukkig als ons oudste zoon mogt gaan werken Clara
*Honderd land= een Kortrijkse landmaat.
Honderd land = 100 roeden ; een roede = 2,97 meter

