Dagboek
Ik ben geboren 19 oktober 1890 ik had een zuster en drie broers vader en moeder,, men heeft mij altijd gezegd dat ik wilkom was een meisje geboren mijn zuster was iets van 15 jaar en ze mogt meter zijn van mij. Ik was de lieveling van alle, een klein meisje er kwam een strenge winter het begon te vriezen op St Catarien en het vroos dertien weeken zoo koud, en mijn moeder moest mij beddeke onder de stoofbuis zetten of het kindje ging dood van de koude zoo dikwijls hoorde ik in mijn levensloop dit vertelling als ik , iets van vijf of zes jaat oud was stierf mijn vader dus mijn lieve moeder was weduwe met vijf kinderenin die jaren moest mijn moeder neerstig werken, mijn zuster spelde werken mijn broeders rap bij de boeren gaan werken als ze hun eerste Communie gedaan hadden moesten zij de koeien bewaken op de wijde en thans in de koe en zwijnstallen gaan werken als zij groter wierden met de peerden het land gaan ploegen, mijn oudste broeder werkte een gans jaar om de pagt van ons huisje te betalen mijn lieve moeder ging zelfs ook mede bij de boer gaan werken op het land en het jongste kind ik moest mede op het land stil zitten of liggen want in die tijden was het lastig weduwe zijn.

