St Antoniusfeesten


Inleiding
Lang geleden, mijn kinderen zouden zeggen: "ons vader ga spreken van in den tijd dat de dieren nog konden spreken", wanneer ik zo een verhaal begin.
Hoelang hier St-Antonius reeds werd vereerd is in mensen heugenis niet bekend.
Maar inderdaad het is lang geleden, men schrijft dat Rollegem druk bezocht was om Sint-Antonius te komen vereren ergens in de 18de 19de eeuw, vooral door mensen van Luinge en omgeving.(zie de kerk van St-Antonius) Er zou een beeltenis in het drieluik geweest zijn wanneer het hoogaltaar werd weggenomen.
Wat wel zeker is dat er in het hoogaltaar de beeltenis van St-Antonius stond.
Iets korter bij is dat onderpastoor Desimpel, de noveen opnieuw in leven zou geroepen hebben, blijkbaar zou het eerste beeldje wat ik aangekocht heb in het toenmalig huis Dursin nog een uitgave er van geweest zijn. Het huis Dursin welke gelegen was in de Rollegemkerkstraat Nr. 3 (nu den Bloembol), verkocht die beeldjes. En ze zijn toen mee verhuis naar de Aalbeeksestraat. Maar ook dat bleef niet bestaan, de mensen bleven wel naar hier komen, maar van een noveen was er geen sprake meer.
Ze zeggen; “zwicht als men u een schouderklopje geeft, dat er geen mes tussen de vingers kleeft” maar ja ze zeggen zo veel. En toch dit is mijn St-Antonius verhaal. Ik zeg eerlijk naar de Toontjesfeesten van Ingooigem ga ik nog ieder jaar.
St-Antoniusfeesten
Oorspronkelijk was hij een rijkeluizoontje maar toen hij de evangelieteksten hoorde “ verkoop al u bezittingen en schenk ze aan de armen” volgde hij de raad letterlijk op waarna hij in eenzaamheid ging leven? Hij werd hevig bekoord door de duivel doch door gebed en strenge levenswijze kon hij zich op het rechte pad houden.
Hiervoor werd hij beloond met de gave dat hij bij zichzelf en andere de duivel kon uitdrijven.
Vertrekkende van die talenten werd hij stichter van verscheidene kloosters. In 1050 werden vele relikwieën overgebracht naar een plaatsje in Zuid-Frankrijk dat sindsdien St-Antoine-en-Dauphine werd gedoopt. In die tijd werd het hele westen geteisterd door het “ mal des ardents” later het Sint-Antoniusvuur genoemd.
Tijdens de middeleeuwen genoten de Antonieten het grote voorrecht dat ze hun varkens vrij konden laten rondlopen op zoek naar eten.
Om de zogenaamde Sint-Antoniuszwijntjes te herkennen, werden de dieren belletjes omgebonden. Belletjes en zwijntjes zijn aldus de kenmerken geworden van Sint-Antonius, en deze werd er door beroemd als Sint-Antonius met zijn zwijntje.
Zo werd hij ook beschermheer van het vee en de landbouwers.
Te Ingooigem, in de volksmond Yvegem, behoort het sinds generaties tot de parochiale traditie dat de patroonheilige Sint-Antonius op 17 januari of op de daaropvolgende zondag op een heel speciale manier wordt vereerd.
Sinds 1952 werd deze traditie in zekere mate omgebogen door het comité van Yvegem sportief onder de leiding van de gewezen burgemeester Oktaaf Bekaert.
De bolhoedheren deden hun intrede en de stoet werd iets degelijker in mekaar gezet.
Vroeger waren de opbrengsten van de offergaven , die na de mis met Amerikaans opbod werden verkocht, nog voor den openbare onderstand, terwijl ze nu nar de kerkgemeenschap gaan.
De traditionele verkoop na de eucharistieviering, is al de moeite waard om eens “live” mee te maken. De dag voor de zwijntjeskermis aanvangt, gaan de bolhoedheren bij de boeren en neringdoeners aankloppen naar offergiften van St-Antonius waarmee meteen de bescherming van het vee wordt afgesmeekt.
Op Toontjesdag worden die offergaven dan bij wijze van “Amerikaans opbod” aan de bedevaarder te koop aangeboden.
Nog dit de offergaven kunnen variëren van een stel duiven, over een konijn, een kip, of haan, vlees tot geld. De dieren worden dan in het gemeentehuis gebracht en daar krijgen ze eten en drinken.
Vroeger en dan spreken we van voor den oorlog, duurden de feesten een hele week nu nog twee dagen, de mensen deden toen nog hun bedevaart langs den buitenkant van de kerk? Zelfs nu nog zijn er mensen die de moet opbrengen in de vrieskoude rond de kerk te trekken.
De verkoop van de koeken is intussen verdwenen, en vervangen door een druppeltent. Zoals het nu verloop is het nog steeds zoals het terug begon in 1952.
De zwaarste karwei is voorbehouden aan de dragers van het zwijn, het zijn kinderen, gehuld in paterskleren. In den stoet met vooraan de fanfare trekken alle verenigingen mee met hun vlaggen, gevolgd door alle dekens, prinsessen, kampioenen en koningen, welke de gemeente rijk is, samen met de geestelijke, de bolhoeden de strohoedenheren uit Roeselare, de St-Antoniusvrienden uit Zonnebeke en dan sluiten de bedevaarders aan.
Daar we als afgevaardigden van de folkloreraad, opzoek waren naar nieuwheden trokken we met een paar mensen naar de toontjesfeesten en leerden er de bolhoeden kennen. Nadat we hier te Rollegem de verkiezing kenden van de “heer of de vrouwe van Rolleghem” trokken wij op 17 januari 1988 voor het eerst mee in de stoet van de St.-Antonius-Winterommegang te Ingooigem. Onze viering zou plaats vinden telkens op de zondag voor de zeventiende, het feest van St-Antonius



























