tijd van toen
De “Te Dry Eecken” had een domein van 5 bunders ( = 7 ha 8 aren 47 ca) het herkenningspunt samengesteld uit drie eiken. Het wordt gesitueerd ten noorden van de kerk, in het zuidoosten van de Bellegemstraat, en in het westen van de Kortrijk- en de Kannestraat. Op de noordzijde paalde het aan de hofstede van Jozef Verhaeghe en het land van Petrus De Cuypere.
Het vierde leen heette “Ten Pommerie of Pollerie” ( = polder of ingedijkt land) het was 3,5 bunder (4 ha 95 aren 93 ca ) het terrein lag ten westen van de Lampestraat, ten oosten van de Schreiboomstraat en ten zuiden van de Aalbeeksestraat. Omstreeks 1502 wordt een zekere Boudewijn van Ladessoubs als heer van “ Ter Pommerie” vermeld.
“Ter Bottellenie (= grafelijke kelder) is net als de vorige een hoofdleen gehouden door het kasteel van Kortrijk. Het bedroeg in 1356 18 bunders (= 25 ha, 50 a en 52 ca ). Het lag ten noorde oosten van het hof van Rollegem tegen de grens met Bellegem. Aan de noord zijde aan de heerlijkheid ten Berghe. Op dit foncier welke in de vijftiende eeuw uitbreide tot 20 bunders of 28 ha 33a 91 ca was er een hofstede met omwalling. Naast de hoofdlenen waren er ook een aantal achterlenen, ondermeer Ten Sourbrouck of te Cammelins, ter Coniginne het foncier ( het froncier was een term uit het middeleeuws leenrecht, een gedeelte van een heerlijkheid dat bewoond of ontgonnen werd door de heer zelf. Een horigen boer, is een cijnsboer. Een Vroonhoeve is een hoeve van de landsheer.
Een achterleen genaamd “Ter Coninginne” had een froncier van 5 bunders of 7 ha, 8 a, 47 ca. Gedurende de periode 1470- 1502 kwam het in handen van de familie De Coninck, en de van den Berghe.
Een achterleen welke paalde ten westen van de straat met Tombroek naar lerberg of Kreupelstraat, had de naam Assche en Te Gravere of “ Ten Harenackere het was een ploegakker van ongeveer 3 bunder 7 honderd groot. Het was samengesteld uit 10 percelen land en weide. Het Rollegemse achterleen Callewaerts Bosh had een foncier van 5 bunders 3 vier of 9 ha, 21 a en 2 ca. Jan van Halewijn, man van Isabel Denys, was heer van Callewaerts Bosch.
Het hof van Herzeeuw had twee achterlenen, welke in 1502 hield Pieter Adin dit leen in naam van de kerk van Rollegem.
Het hof en Burggenootschap van Kooigem had een drietal achterlenen hier, bij eenenkel had de pastoor jaarlijks recht op 5 razieren haver of 440 liter.
Mosscherambacht met twee achterlenen op Rollegem waarvan een op Tombroek;
Het enige achterleen van De Gruytte, lag te Rollegem en werd de Kerstaigneboom = Kastanjeboom geheten.
Kerkelijke tienden, in theorie moest iedere parochiaan van Rollegem 1/10 van zijn inkomen in de eerste plaats uit landbouw en veeteelt afstaan aan de kerk voor het onderhoud van de geestelijke, de erediensten en de armen. Met andere woorden 1/3 van de tiende-inkomsten hoorde bij het pastoorambt, 1/3 naar de toenmalige “ kerkfabriek” en het overige derde ging naar de armen.
Voor gewassen nam men in de praktijk de 11de schoof, wat neerkwam op een tiende van 9 schoven op elke honderd.
Het leeuwenaandeel van de tienden hoorde in lekenhanden, Rollegemtiende, Brasseyetiende, Brandtiende, Beurttiende, Berghetiende, de Tombroektiende en de Mosschertiende.
Daarnaaast was dan ook nog de Ravensbergtiende, Foreesttiende, de vliegendetiende, het tiende van het kapitel van Doorniek, dat van de bisschop van Doornik en de tiende van de pastorie van Rollegem.













