Wandeling nr. 36

Wandeling nr. 36
wandeling nr. 37
Wandeling nr.38

Intussen zien we de houthandel en houtzagerij van Urbain Vandecasteele. Wat in 1883 een houthandeltje en een wagenmakerij was, groeiede uit tot één van de grootste houtimport bedrijven op wereldvlak.
Wandeling nr.39

De bedrijfsleider heeft gezorgd voor werk op eigen bodem en door de aanleg van de mooie dreef, kunnen we nog rustig wandelen en genieten van een vergezicht.
lees verder
Wandeling nr. 40

Wandeling nr. 41

Wandeling nr. 41

Wandeling nr.42

Door de nieuwe eigenaar werd een zitbank geplaats, hier wachten ze ons op!
Op de hoek van de Wolverijstraat en de Lampestraat staat een mooie bakstenen veldkapel in de schaduw van een nieuwe zomerlinde. In de volksmond heet ze Vanhauwaertskapelle naar de laatste bewoonster van de boerderij en hoeder van de kapel Madeleine Van Hauwaert De originele kapel werd samen met Het “Hof ten Breughele” in 1776 gebouwd, ten tijde van pastoor Pieter Jacob Pardoen te Aalbeke. Wanneer men dat zeggen gaat tegen een echte Markse inwoner, springt deze op zijn paard. Inderdaad, het kapelletje staat niet op Aalbeek, maar op Marks grondgebied. In 1889 brandde de hoeve gedeeltelijk af. De originele steen met het opschrift “Lieve Vrouwe van Bijstand,1776“ werd in1983 door een vandaal uit de kapelmuur gehaald en is nooit meer terug gevonden. De huidige eigenaar Vandecasteele kocht de kapel in 1988. Bij een opknapbeurt kreeg de kapel een nieuwe deur en werd de gestolen arduinsteen vervangen door een nieuwe met het opschrift” Onze Lieve Vrouw van altijddurende Bijstand”. Op 20 mei 2007 werd de kapel totaal vernield, de klap was zo hevig dat de jongeman om het leven kwam. Afscheidsnemende pastoor Hubert Sergeant wijdde dit vrijwel identieke “wonderkapelleke” opnieuw in op vrijdag 11/8/2000. In de kapel is er ook een Heilig Hartbeeld en een St-Albertusbeeld.
wandeling nr. 43

Wandeling nr.44
Wandeling nr. 45
Wandeling nr. 46
Wandeling nr. 47
Weldra aan de rechterzijde, ter hoogte van de zijweg naar de nr. 15, 17 een bakstenen muurtje met een volkse, houten Christusfiguur. Een sober voorbeeld van landelijke volkskunst. Deze Calvarie komt al voor op een kaart van Vander Maelen van 1850
Het is een grote open kapel in rode baksteen.
Het houten dak is belegd met rode pannen.Boven aan de muur van de kruiskapel hing vroeger een klein houten gevelkapelleke met een houten beeldje van Onze-Lieve-Vrouw. Toen dit in 1984 in brand was gestoken, werd het vervangen door een metalen gevelkapelleke. In de voorgevel van de kruiskapel zit een zwart smeed- ijzer dubbel poortje met in het midden een kruisje.De kapel is 4 m. hoog, 2 m. breed en 1 m. diep. De kruiskapel is bijna helemaal overgroeid met hedera en liguster.
De binnenkant van de kapel is blauwgrijs geschilderd en er hangt een groot houten kruisbeeld.
Het kruis in de kapel is bruingeschilder en het beeld van Jezus van Nazareth beige. De gekruisigde heeft een zwarte lendendoek rond de heupen geknopt en bovenaan het kruis staat het opschrift “INRI” De voeten van Jezus zijn op elkaar aan het kruis genageld, wat wijst op een Franse oorsprong van het beeld.
Het kruis is 2,50 m. hoog en het beeld 1,20m. Aan beide kanten van het beeld is tegen de muur een voetstukje opgehangen versierd met een engelenkopje dat dienst doet voor rechts een beeld van de Heilige Theresia-van Lisieux en links van een niet nader gekende heilige vrouw.
In de linkerhoek van de kapel hangt een metalen kastje met glasbescherming waarin een rode elektrische kaars brand. Vòòr de kapel staat een rozelaar.
Wandeling nr.48
Wandeling nr.49/50
Aan het kruispunt van de Smokkelpotstraat en de Marksestraat gaan we rechts af.
Tot de Tweede Wereldoorlog was hier het Callewaertbos. Jan van Hallewijn Heer van Rollegem houdende een leen van Jacques van der Barre, een leen in de Dertien Parochies.
De Smokkelpot was een herberg die in 1719 op de hoek van het Callewaertbos (SBK fonds G.G. Cod 222)stond. Het was een cabaret “nommé smockelpot “.(studie van Rollegem)
We willen het u niet onthouden, wanneer u ±100 meter doorloopt komt u aan een waterreservoir omgebouwd tot woonhuis. Op “Château d’eau “ te wonen was een jongensdroom van Jan. Zijn vriendin, maakt grote sculpturen en dat vraagt ruimte. Ze hebben veel respect voor dit stuk erfgoed dat dateert uit 1952. Van buitenaf gezien een vreemd ogende, stevige villa, ligt op de hoogste punt van de holle weg. Het terrein waarop het reservoir werd gebouwd, heeft een oppervlakte van 642 vierkante meter.

Wandeling nr. 51
Op de hoek van de Marksestraat en de Binnenstraat staat aan de rechterzijde de hoeve” Ter Edel”. Een tweevoudige L-vorm, waarvan het woonhuis totaal vernieuwt in 1994. De oudste vermelding 1813, de vroegere eigenaars waren allen van de adel, waarvan Baron Ter Linde de laatste in 1951. De schuur met de achtergevel langs de weg, werd gebouwd in 1780, in 1969 werd de leem tussen het vakwerk door stenen vervangen.
body>
Wandeling nr. 52

Wandeling nr.52 Huis uit staaldraad? Het Kan! (Ga hier ± 50 meter verder)
In 1984, werd in de Marksestraat nr.23 een draadwoning gemaakt. Ze is 155 m² groot
In de begin fase zag het er naar uit als een grote vogelkooi.
Het principe is vrij simpel: de dragende binnen- en buitenmuren bestaan uit gelast gaas met verzinkte en bijgevolg roestvrije draden, waar geperforeerd karton is ingewerkt.
Zowel warmte- als geluidsisolatie geeft geen problemen.
Ook de concertstudio van de BRT-2 West-Vlaanderen en de binnenmuren van het St. -Janshospitaal te Brugge zijn uit dergelijke verzinkte draden samengesteld en de wanden zijn erg stabiel en geluiddempend.
Wandeling nr. 53Hier rechts, een klei- ontginningsgebied de hoeve St-Anna nr. 61, een herbouwde woning van een voormalige hoeve. Het ligt geïsoleerd in een open landbouwgebied. De hoeve was tot midden 1998 bewoond door een landbouwer en aldus danig niet zonevreemd. Het is het hoogste punt in dit gebied, toevallig ook in de omgeving van het bewuste perceel- een “Point de vue”- voor de recreatieve wandelaar
Wandeling nr.54

We draaien linksop Binnenstraat -waar tijdens recente veldverkenning prehistorische werktuigen op de akkers werden aangetroffen. Aan de rechterzijde “Het Klokhof” de naam verwijst naar het klokje op het woonhuis. De stallen waren oorspronkelijk stokerij, welke in 1910 werden omgebouwd tot stallingen.
Wandeling nr.55