toponiemen
De helle
Monografie van Rolleghem: blz. 55: de hofstede van Louys Hanecourt droeg de naam: de helle.
Oorkondenboek van de Groeningeabdij: Oud sak: 1202 (1650) blz. 255: n° 58: palende met de zuidzijde jegens ’t hellestraetken ende noordzijde jegens Michel Roose bontstick
Leiegouw XVIII 1976: blz.240: het pachtgoed te Helle
Germ. Haljo, F. “dieper gelegen plaats”. Naam van talrijke moerassen. Verwant met ‘Halu’ (ohd. Ana-hal) = afhellende. Reeds in Germ. Tijd verbonden met het volksgeloof; later verschristelijkt tot het huidig begrip ‘Hel’ (Gys.I, 470) Mansion (O.G.Naamk.): helde, hellend of helling, vgl. Hald.
Een adj. Haldia is van elders onbekend, terwijl hald- (ohd.halt; ags. Haeld, nijgend) goed gestaafd is. Ook in het ohd. Halde Mnl; halde “abhangende stelle” de umlaut afwezig. Naar vb. bij Forsteman E., altdeutsches Namenbuch, II, I, 1334, 1358 zullen echter ook held-vormen bestaan hebben.
Lind. (Asse): Helle n°316 Het stuk ligt op een helling vandaar de naam.
Poll. Hen. Hellestuk, 17de eeuw (St. Mestd. 145, 39) ……. Twee stukken land in den Hooge Dyker; Mnl. Graf, doodenrijk, of (uit en naastheld) helling, diepte.
Ook als persoonsnaam terug gevonden: Studie van persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk door Frans Debrabandere blz. 183 n° 706: helle (Van der): in Kortrijk: 1355; Jan van der Helle H 77





