Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

Dagboek

21 wij binnen bij Rimbout en we woonden en sliepen in een schoon hovenbuur ons boeren zegden we gaan niet verder, en al die mensen die in de zelfde straat hadden van ons vlugtelingen bin genomen dus we waren er heel goed, maar de zelfden nagt kregen wij al de spaanse griep zegden ze we waren erg ziek en me kregen medecijn van een dokteur de ziekte duurde niet lang, in alle geval we waren ingeschreven in Moorsel om soep en eten te halen, dat was zeker omtrend  een uur gangs om soep te halen ik en mijn broeder een ketel  en ik een schorte op gevuld met brood en we moesten nu en dan ons zetten van flauwte met die griep en zoo geladen, we geroohten tog bij onze boer  en de wagens stonden gereed bespannen met de peerden en wij seffens op de wagens en weder weg zulle vooruit er was gevaar voor de peerden en mans volk en alzoo vooruit naar Moorsel  Baerdeghem Opwijk in de tap geslapen het luidde ’s morgens ik zegde wat is er nu te doen in de kerk ’t is Allerheiligen zegden ze en alzoo blijven wij hier nog deez dag ook

Reageer op dit bericht

Dagboek

20 Edelare geslapen in t’ klooster ‘sanderdaags de 2 soldaten om 9 uur om ons naar Matter St Conelus Oorbeke Segelsem Michelbeke Geslapen Vanwaembeke op zolder ’s anderdaags om 9 uur de twee soldaten om ons naar Maria Oudenhove Erwetegem Steenhuize bij een boer in de schuure,. DenderhouttehemVandevelde kamer boven geslapen, al de vlugtelingen moesten bijeen blijven in een fabriek in Aalst die twee soldaten moesten ons tot in een fabriek in Aalst brengen

Maar wij hadden 2 boeren bij ons iedere boer 2 groote wagens mede en die wagens waren bespannen met peerden en die boeren diervan naar die fabriek in Aalst niet gaan ze waren bevreesd dat de peerden gingen gepakt zijn van het duist leger en alzoo reden wij tot buiten Alast ’t was dan goeverment gebied en wij kwamen uit Etappen gebied of kont gebied we zaten nu op ons eigen we hadden geen soldaten meer mede, we vroegen plaats bij een boer op laatste boordje van Aalst, maar de poort was gesloten en we moesten zoo vragen en vragen om op het hof te geraken de mensen waren bang van ons,, tog gerakten

Reageer op dit bericht

Dagboek

19  het voor berd weg en ze namen mijn koffer en ze zetten ze op de wagen en ze zetten mijn oude moeder en nog 2 oude buurvrouwen en de oude vader van die boer en ze moesten al op koffer zitten die oude mensen kunnen niet te voetweg. En die kleine kinderen wel 15 moesten ook op die wagen en ik zelf moest bij de kinderen zitten om die kinderen te letten dat ze niet zouden afvallen Ik had een soort kanasiaire  aan mijn schouder hangen en er was brood in en wat breedsel en een broodmes, en ons mede reizigers en de voetgangers met hun kortewagen kwamen nu en dan een stuk brood vragen als ze honger hadden  en alzoo waren we op reis er zat niemendal in mijn koffer want ik wist niet dat ik die koffer ging kunnen mede nemen, had ik dat geweten ik ging ze vol stoppen met ons noodige kleren, maar ik kon ze niet voeren ik had mijn 2 kinderen enfin we waren op reis van Moen naar Bossuit Autrijve Slaphie Ruie Berghem geslapen in de schuur bij Deraedt om 9 uur waren de soldaten daar weder om ons , weg naar Melden Leupegem

Reageer op dit bericht

Dagboek

18   De 16de Oktober 1918 kwamen twee duitse soldaten om 9 uur s’ morgens en ze zegden ge moet hier weg er mag hier niemand blijven, waar zijn die mans personen ze moeten allen mede gaan met vrouw en kinders, maar het mansvolkwas weg Ze waren benauwd dat ze gingen naar Duitsland gaan er waren geburen die mij zelve zegden ga niet mede met de soldaten ik zegde ik heb liefst te gehoorzamen aan de soldaten ik weet niet wat hier moet gebeuren en alzoo ik en mijn 2 kinderen oude moeder en zuster gingen voort, mijn oudste broeder die nevens ons woonde vlugte al zijn meubels weg en als de soldten zegde’t is negen uur mijn broeder was weg en zijn vrouwe was nog in huis en ze wilde ook in de rigting van haar man die soldat zijde allen moeten mede met ons we zijn het gekommandeert en alzoo was die vrouw en vijf kinderen mede met ons, zonder haar man eenige minuten van ons huis was een boerenhof er stonden daar twee wagens geladen met eten en meubels van die boer, die twee soldaten deden van een wagen

Reageer op dit bericht

Dagboek

17 we mogten niets bijons hebben niets s’morgens op 5 uur notte sap met alve snee droog brood, t’twaalf s’noens een assiet soep s’avonds 5 uur choerapen met met krokus en dit was ons eten slapen op een zak van 1 man ik dagt dat er steen in zatten ik had een schoonzuster die meid was in Kortrijk ik heb haar eerst gaan zeggen dat ik naar ’t gevang ging en ze bezorgde mij brood vlees chocolat ik had beter eten dan t’ huis, maar ik kon daar niet rusten, men zegde als aan we zullen nog moeten vlugten en ik dagt moesten zijn nu vlugten waar zal moeder zuster en kinderen zijn, nu de zes dagen waren weg en wij weg uit Kortrijk zu zeere naar huis t’ was gelijk loopen dat we deden, nu de mensenzegden die in t’ kot gezeten hebben zullen stem regt hebben , en waarschijnlijk de vrouwen hadden vroger geen stem regt en ’t hans wel, nu we werken en verzugten en verlangden als aan voort , Nu we waren weder op reis met ons zessen vrouwen , met chicorijpoier en als we t’huis kwamen negen uur van den avond mijn moeder en zuster zegde gij moogt naar de plaatse gaan agter ons rantsoen, voor dertien fr per man 13 f per man wat gebeurd er nu, ik heb nu geen  goeste twintig minuten verre 13 f per man zoovele geld, ik ga niet s’anderdag om 3 uur s’morgens vlugten.

Reageer op dit bericht

Dagboek

16 neen mijnheer, we hebben niets mede we gingen nog maar juist gaan vragen agter kolen hij reed weg naar het dorp wij mogten agter hem naar zijn burau agter ons kaart het liep daar al vol met duiske soldaten we kregen ons kaart terug enkele dagen nadien kregen we een brief van de champetter wat hebt gij nu gedaan zegt hij; ik en mijn schoonzuster vertrokken te voete naar het groot gevang naarKortrijk het groot gevang selle 7 trek ze maar binnen voor 6 dagen ieder ik en sus we zatten er met 4 mensen in we mogten betalen 20 mark, ieder er stond daar een duitse soldat 20 mark betalen zegt hij tegen mij ik zegde ik heb geen geld wat doet doet u man hij is aan tfront en ik heb 2 kinderen gij hebt peerden zwijnen koeien ik zegde ik heb niets mijn schoonzuster zegde ik heb geen geld we mosten op de koer gaan zitten van ’t stadhuis totda al de processen afgewezen waren we trokken dan wel met 10 mensen 2en2 en 2soldaten aldoor percelle straatje weg naar t’gevang ik zegde mijn man zoude mij nu moeten zien gaan gevang is weg er is geen meer in kortrijk.

Reageer op dit bericht

Dagboek

15En die duits schreef ons op voor smokkelaars ik weende ik zegde mijn man is aan het front ik heb twee kleine kinderen een oude moeder en een zuster er is niets aan te doen ik moet mijn pligt doen peisde dat hij dat zegde ik was bang dat ik een maand ging moeten in ‘tkot zitten ik dierf niet meer smokkelen, die kamerat van mij ging als aan voort ze heeft niemand meer gezien van duist Nu ik had een tijd te voren al gepakt geweest voor smokkelen, er waren geen kolen we kregen nu en dan wat hout de boomen wierden uitgedaan op de progie en dat wierd verdielt en verkogt aan de mensen van on progie ik moest altijd mede om ons rantsoen en nu opeens mijn broeder zegt mijn schoonzuster heeft bij ons geweest er zijn daar kolen te krijgen maar wij mogten van ons progie niet gaan en die schoonzuster woonde nu een maal op een andere progie mijn broeder zegde als ik gepakt ben ik zal in duitsland gesteken zijn ik zegde ik wil gaan als u vrouw mede ga want als ik gepakt ben, ik zoude niet geern alleen zijn bij die soldaten, we gingen ik en mijn schoonzuster dat was misschien twintig minuten dat wij op die ander gemeente gegaan waren een Duits soldat u kaart ge zijt smokkelaars !!

Reageer op dit bericht

Dagboek

14Er waren geen kolen om vuur te maken ik woonde voort bij mijn moeder en ik had een huis kunnen uren enkele meters van het huis van mijn schoon vader en nevens de deur van mijn getrouwde broeder en bij dit huis was er een honderd en alf land bij en alzoo kost ik met hulp van mijn broeder dat land bezaaien en beplanten en we hadden tog weder wat aardappelen en koorn, mijn gebuurinne zegt willen we met wat eieren naar Herseau gaan we kunnen ze daar duur verkopen ja zoo gezeid zoo gedaan s’morgens  op om 3 uur met die zak, met gootjes onder de kleren 6 eitjes al voren en 6 eitjes al agter te voete naar Herssaux we bragten daar eenige bolletjes twijn mede eenige meters goeds en nu gingen eieren gaan kopen en we verkogten die meters goeds en twijn we waren marchan ik en Juliet, maar misschien 6 keeren die voyage en als we omtrend de statie te Hersaux waren t’ was daar een groene plaate soldat en mede moesten wij in een huis en moesten ons eitjes voorzigtig uitdoen en in een pandertje leggen en we moesten ons  eenzelvigheidskaart geven

Reageer op dit bericht

Dagboek

13 verre met onze kluts we moesten langs een wal met veel water en we gingen op een smal wegeltje op ons kloefjes en we gingen al in een reek al met eens we zagen mijn schoonzuster niet meer  beginnen kijken ze lag in de wal we zagen een beetje van haar haar en wij allen a hand en hand tot dat we een ketting waren en we kregen haar mede we moesten niet luide spreken want een beetje verder stonden een wagt een duitse soldat wij moesten met die natte mens naar huis hadde er nog chicorij poeier in die zak geweest  me gingen ze niet boven kunnen halen zule Ik had een geheele zwarte schorte aan met mauwen plooien al voren een riem rond die schort ik zegde aan mijn schoonzuster als wij al een alve uur verder waren ik kan u zoo niet zien gaan laat ons hier in dit huis vragen of we daar mogen mijn kleren deelen doe gij die natte van u lichaam en ik geef u den elft van de mijne we hingen die natte op een stok en weg waren wij ik zegde er is niemand die het ziet dat gij geen hemd aan hebt maar mijn schoonzuster heeft 8 dagen in bed gelegen ze was ziek van verschieten zulle ze heeft niet meer kunnen mede gaan!!

Reageer op dit bericht

Dagboek

12 de oorlog bleef duren  elk smokkelde in ’t begin van die oorlog kwamen mensen vragen mogen we hier eten brengen we woonden over de vaart als het over het water was het was uit het gevaar wilt u een standplaats geven gij kunt veel geld verdienen ik zegde neen zulle ons eigen eten weg sleven neen nooit! Nu die oorloog hoelang nog, ik en mijn 2 getrouwd broers zegden we zijn doodarm willen wij wat koren kopen en ook halen over de vaart ja ik ging mede enkele geburen en mijn broers elk een kluts als wij 2 uur gegaan hadden we zetten ons we konden niet meer binst dat we daar zatten wierd er geschoten naar smokkelaars een alve uur verder lagen er twee doden over de brug te slavie Slafie over de schelde brug dat was ons eerste uitstap we zegden het is gedaan we makten ons een zak met gotjes en vulden het op met graan en met zes of zeven vrouwen gingen wij binst den dag agter koorn die zak hing onder ons kleeren, na eenige keren we kregen iets ander  in de kop we vulden ons op met chicorij pooier we moesten maar een uur

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten