Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

Dagboek

31

Nu we leven en we hadden moed na lijden komt verblijden, mijn man wierd op zijn beurt naar huis gezonden de tijd kwam voor hem gelijk voor de andere hij kwam bij mij ook in ’t huis van mijn moeder er waren geen huizen te huur en alzoo woonden wij samen, na maanden vond mijn man werk vermakingen aan de vaart later in de fabriek in Roubai en in  tussen was er een kindje op komst nievers geen huis er was geen sprake van schade vergoeding en zoo wierd ons huisje ook niet vermaakt, na lang bedelen mogten wij bij zijn vader gaan wonen we kregen een keuken en twee slaapkamers en een washuisje voor schotels wij woonden en werkten en waren gelukkig, na een tijd kreeg mijn man werk in de zelfde fabriek waar ik werkte hij was daar goed naar Frankrijk gaan alle dagen weg en were niet gemakkelijk, nu er kwam kiezinge op ons om een burgemeester op een dag kwam een kind van schole met een uitnodiging dat mijn man bij de schoolmeester moest gaan op een avond, wat is er nu zegde mijn man ik zegde wie weet ’t is zeker om die verkiezing geraad willen ze u burgemeester maken want de helden van oorlog hadden veel gezag, als hij terug kwam zegde hij de onderpaster

Reageer op dit bericht

Dagboek

30

Die wisten dat de soldaten aan de ijzer nooit geen woordje konden schrijven naar hun famili en nooit van niemand een briefje of een woordje troost kregen en die vrouwen hadden een lijst gemaakt en dat kunnen laten weten naar ons soldaten aan den ijzer dat ze hun aanstelden als meter en die soldaten schreven naar die mens met zoo een naam en alzoo had mijn man Joana Stubemeier egenote van Joannes Ganseboom gekozen en alzoo schreef hij soms een briefje zij hadden een zoon Emmanuel die jongen was een jaar ouder dan mijn oudste zoontje en die mensen hebben dikwijls geschreven en mijn man moet gegeven en ze hebben veel gebeden voor het behoud van mijn man, mijn man was een wever van stiel als hij naar de oorlog ging de oorlogs meter zond hem verschillende boeken over de getouwen en het weven ze zond hem eens een geschenk van portrmone of cigaretten of eenig geld om wat tabak te koopen ze was voor mijn man een troosteres in zijn verlatenheid nu ik kende nu ook wie ze was , ik ging nu ook weder naar de fabriek gaan werken en woonde nog bij moeder mijn huis was kapot en de meubels was kapot

Reageer op dit bericht

Dagboek

28

4t Was 21 november 1918 dus we staan te kijken ik bagten de wagen en er springt een soldaat van een kaison die zere reed, een sprong en jij neemt mij in zijn beide armen , ’t was mijn man, op de vlugt  om 9 ’s morgens, wij hadden in het zelfde dorp geslapen, hij al de eene kant van het dorp en ik al een andere kant , alle soldaten reden in een draf weg ik zegde is dat u overheid ja zegt mijn man ik zegde vraag verlof ik zoude geen krijgen zegde hij , ik zegde ga seffens bij u soldaten gij zult ze niet meer terug vinden, ik ga een eind mede met u en mijn famili  zegt hij wanneer zult gij ’t huis geraken alzoo sukkelen ik ga hulder helpen en hij bleef bij ons tot den 23 november 1918, als wij in melden kwamen kwamen ‘snoens om 12 uur mijn man zegde dezen avond zult u in ons huis zijn, ik ben nu gerust ik moet weg misschien weder gaan schieten en al dat hij gaan kon was hij weder weg, en den zelfden avond was ik ’ t huis, in mijne moeders huis, en ’t mijne die ik gehuurd had lag plat te gronde met al ons meubels kapot, en mijn man moest gaan en gaan en sukkelen om zijn soldaten terug te vinden hij was 6 dagen afwezig hij moest bij zijn overste en hij legde zijn Boeke open hij nooit gestraft geweest ’t is goed zegde hij

Reageer op dit bericht

Dagboek

Mijn man is thans nog moeten in Duitsland blijven aan de Rijn en hij moest wagten tot 30 Juli 1919 hadde hij nog 1 dag weggebleven hij was juist 5 jaar weg als soldat. Als hij Lotte hij had nummer 19 hij heeft Total 8 jaar soldat geweest, dus als  hij mij ontmoet had op de vlugt alsdan heeft hij nog maanden moeten bij zijn leger blijven en ik bleef bij mijn moeder als ik eenige dagen ’t huis was kreeg ik van een vrouw uit Holland een briefje en op die brief stond geschreven, zoud gij mij geen nieuws willen laten weten over uwen man of hij nog in leven is?Men zegt hier dat er zovele soldaten gesneuveld zijn in dit offensief laat mij a u beliefd iets weten, ik dagt waarom is deez vrouw zo bekommerd in mijn man? Nu ik schreef terug naar die vrouw uit Holland dat ik mijn man ontmoet had en dat hij God dank in goede gezondheid was en dat hij nog soldat was bij de bezetting in Duitsland ik schreef thans een brieff naarmijn man en vertelde hem over het schrijven van die vrouw. Hij schreef mij een brief en zegde  dat het eene was, die hij gekozen had om oorlog meter te zijn van hem, er waren goede vrouwen

Reageer op dit bericht

Dagboek

27

We konden n,iet meer weg we gingen opzoek naar slaaping ’t ging niet gemakkelijk  dog mijn oude moeder kreeg een bed en ik en mijn jongens kregen een bondel stroo van een boer en we mogten in een  arm huisje in de grond de grond slapen als het klaar kwam me gingen weder bij ons wagens en we reden verder we waren maar juist eenige minuten op weg een smal kalseide de kalseide om naar Aalst te rijden , de troepen kwamen van Aalst een gans regement met al hun wapens er komt een overheid bij ons wagens allen in de gragt reiden om die soldaten te laten passeren ik zegde ewel me kunnen hier staan tot avond , ze zijn rare mensen van duitsen mogten we tog voort rijden. Opeens komt er een soldat te peerde bij mij, hij zegde bekent gij mij niet ik ben Reintjes van Outrijve ik werkte bij u in de fabriek als ik naar de oorlog mogt kent gij mij niet, ik zegde ’t is met die helm of toup op u hoofd? Ik zegde zijn er geen soldaten bij die ik ken ja zegt hij een Vandenbulcke, ik zegde ’t is zeker Henrie een kozijn van mijn man ’t is een van de klas van 14 ik zal hem niet kennen hij zal zooveel veranderd zijn ja zegt die soldat hij zegt die soldat stel het goed, ik zegde tegen mijn kennissen goed kijk goed kijken er zijn soldaten op het land er zijn er agter ons en er zijn er op de kalseide goed kijken

Reageer op dit bericht

Dagboek

Dus er was vreugde er was gezongen muziek spelen er was zooveel plezier en ik zegde voor mij begint de oorlog voor goed alles is voorbij is mijn man gevallen? ? Leeft hij en elk zegde morgen om 3 uur staan wij op en gaan naar huis, ik zegde we moeten wagten naar mijn broeder we moeten weten hoe het in het dorp is neen we gaan naar huis, hebben wij een huis is het niet in gruis , we gaan al te zamen in de fabriek is ze nog geheel ewel in ’t klooster , betstaat het nog , in de kerk bestaat  het nog vroeg ik als aan, laat ons wagten zegde ik , nu alle male op laden pakken maken en vooruit naar Grimbergen, mij kindjes op die kortewagen geladen zoo koud geijseld, als ik bij de boer kwam hij zegde dat ventje zal niet overleven hij is bijna versteven en zo mager  zoo teeder enfin we gingen, er waren nu geen soldaten mede die zegden die mensen moeten hier binnen me stonden alleen, we zien als maar soldaten, soldaten van wat volk zeide gij vroeg ik eerste saseur tweede ssaeur , geen derde sarseurs waarom vraagt gij dat zegde er een omdat mijn man soldat is,, soldat is soldat neemt een ander soldat, dus ik werd bespot

Reageer op dit bericht

Dagboek

25 wij waren maar enkele uren weder op ons stroo  al met eens  al die mensen, zegden we gaan naar Moen terug nu ’t was zondag  me zaten in de mis de priester zegt de belgen komen van Aalts de belgse soldaten de helden waar gaan ze tegen met muziek alle sosietijden natuurlijk we stonden te kijken ik zag een bende peerdevolk en ze hadden in hun handen een schaar ik zegde tegen een wat doet gij met die schaar, ewel zegt hij wij hebben een lijst van vrouwen die moeten hun haar afgesneden woorden, en ik hoorde seffens kom maar eens in dit straatje en ze sloegen gans het huis en meubels kapot en die vrouwen liepen op zolder maar het hielp niet in eenige oogenblikken was hun haar afgeknipt en haar en kamen vloog op straat ik ben alzoo in twee straten meegesleurd geweest met de massa van volk die daarnaar stonden te kijken van die mensen die hun haar afgeknipt wierden door die soldaten, ik zag t’hans andere soldaten saseurs te voet ik zegde tegen een kook van waar zijde gij van Moescroen, waar is mijn man, hij was vroeger bij de derde saseurs en nu is hij bij de kannoniers,’t is niet waar zegde hij de sasseurs was is nog sasseur dus er kwam een jongen soldat ’t huis van Vilvoorde hij kwam van de tram van Brussel de mensen namen hem vast en ze droegen hem in zijn huis binnen triomf

Reageer op dit bericht

Dagboek

24 met mijn broeder gaan vragen of boer ging mede gaan met mijn broeder naar huis, wij klopten daaraan die poorte t’en drie van de morgen die boer was nu zoo ziek van de griep, hij vroeg aan mijn broeder neem mijn zoon mede hij was misschien 15 jaar draag hem goed zorg, en die boer zegde als ik kan naar huis komen mogen die kinderen en oude mensen en pakken op onze wagen geladen worden en ik moest de kortewagen voeren zonder pakken zulle, nu die mensen vertrokken naar huis en ik naar Vilvoorde. Ze gingen om ons komen de die weg waren, nu we trokken naar Schaarbeke een wandeling om te kijken wat de soldaten agter geladen hadden op de treins en wagons er was daar volk, volk ik ging ook kijken en ik zag daar een wagon met kante glazen ik dagt wat dat ze mede nemen al met eens,, een schot , wat is ik was weg zulle op de baan naar Vilvoorde Ik zegde ik ben bang in al die hutsepot we gingen terug naar Vilvoorde en s’ avonds en nog vele dagen was er ontploffing in de statie in Schaarbeke, nu we waren

Reageer op dit bericht

Dagboek

23 Van Moen en Mechelen ik en mijn broeder gingen mede ’t was een lange kalsijde en soldaten en soldaten ’t was moeilijk wij te voet en langs ons altijd soldaten als wij aan de Mechesel  poort  kwamen ik zag daar een boer met een wagen die uit die poort kwam het was een man van ons gemeente ik zegde waar ga gij naartoe naar mijn huis de oorlog is gedaan het hangt uit gij zult het kunnen lezen den 11ste November  1918 is de wapenstilsand zegde hij gij, kunt denken wat dat was, zeere door Mechelse poort ja er hing daar een papier met de wapenstilstand seffens in de cinema zaal zatten de Moense mensen en die kinderen van mijn broeder en allen kwamen bij ons en ze zegden er is al veel volk van ons parogie weg naar ons parogie ja zegden ze seffens van waar komt gij van Vilvoorde o we gaan mede naar huis we slapen een nagt in Vilvoorde en s’ morgens vroeg met 7 mannen waren we weg op reis, ik ging mede van Vilvoorde naar Grimbergen want Vandeburi waren van een jeugd vriendinne van Liza Maroy mede gaan wonen naar Grimbergen en ik ging mede

Reageer op dit bericht

Dagboek

22 Ik was die dagen vergeet agtig want de vrouw van mijn broeder die in ’t jaar 1916 gestorven was in den ouderdom van 32 jaar, die vrouwe was maar twee dagen begraven in Maxemzele (Mazenzele) die vrouw was maar 32 jaar ze had 4 kinderen ik en mijn broeder hadden naar die begraving geweest van Aalst naar Maxenzeel te voet dat is niet gemakelijk en ’t is zo triestig die kleine kinderen met een stijfvader agterlaten droevig hé en alzoo waren wij in Opwijk op Allerheiligen . S’’ anderdaags  s’ morgens weder op reis naar Mechtem, Wolvertem  Vilvoorde ‘t was verre zulle langs kalseiden t’ was donker  als we aankwamen, de wagens wierden afgeladen in een klein fabriekske ’t was donker en het regende als alles afgeladen was kwam iemand zeggen alles opladen en weg naar ‘t gildenhuis Vilvoorde, nu we geraakten daar en elk kreeg wat stroo en elk plaseerde hem in een hoek want er waren daar veel huisgezinnen al in die zaal dus ieder familie maakte een groepje, we waren daar een tijdje en op een dag ze zegden een parogiaan zegde ga gij mede die wees kinderen van u broeder zijn met de vlugters

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten