2.7 Tienen, 1635

Twee machtsblokken begonnen zich af te tekenen. In het Zuiden volgde de jongere broer van Filips IV, de kardinaal-infant Ferdinand (foto links), zijn oude tante Isabella op als landvoogd. Ondertussen werd in het Noorden toenadering gezocht tot Frankrijk als nieuwe bondgenoot tegen de Spaanse monarchie. Het verdrag tussen Frankrijk en de Verenigde Provinciën resulteerde uiteindelijk in de invasie van de Zuidelijke Nederlanden. Vanuit de ontmoetingsplaats nabij Maastricht zette het 60.000 man sterke geallieerde leger de veldtocht in. De troepen van de kardinaal-infant verschansten zich achtereenvolgens achter de Gete en de Dijle, om zich vervolgens op de hoofdstad Brussel terug te plooien.
Op 7 en 8 juni werd het Frans-Hollandse leger met de prins van Oranje aan het hoofd in de onmiddellijke omgeving van Tienen gesignaleerd. Frederik-Hendrik, die van Franse zijde werd bijgestaan door de maarschalken de Châtillon en de Brézé, vestigde zijn hoofdkwartier in de abdij van Opheylissem van waaruit hij de militaire acties tegen de stad leidde. Op zaterdag 9 juni werd Tienen zonder veel weerstand ingenomen. De inwoners werden gemolesteerd en gevangen genomen. De stad werd totaal leeggeplunderd en uiteindelijk op 10 juni in brand gestoken. De ravage die de Frans-Staatse troepen achterlieten, was nefast en het zou decennia duren alvorens de stad zich wist te herstellen. Bovendien had Tienen in de daarop volgende jaren herhaaldelijk af te rekenen met militaire raids vanuit Maastricht. In 1636, 1641 en 1646 werd de stad telkens opnieuw ingenomen en gebrandschat. Tot overmaat van ramp brak ook nog de pest uit. Voor het Frans-Hollandse leger zou dit débacle eveneens verregaande gevolgen hebben. Tijdens de brand ging immers het grootste deel van de in Tienen verzamelde graanvoorraden in vlammen op. Hierdoor verloor het invasieleger de mogelijkheid om aan proviand te raken en werd de verdere opmars ernstig in het gedrang gebracht. Noodgedwongen moesten de Frans-Hollandse troepen het beleg van Leuven staken. Zo keerde het tij ten gunste van het leger der Spaanse Nederlanden.
De wisselende successen en de complete oorlogsmoeheid resulteerden uiteindelijk in een vredesovereenkomst. Spanje en de Verenigde Provinciën stelden op 30 januari 1648 te Munster een einde aan een conflict dat tachtig jaar geduurd had.




























