4.4 Leerlooierijen

De minder rijke gronden van het Hageland leenden zich uitstekend voor intensieve veeteelt, maar ook in het vruchtbare Haspengouw werd vee geteeld. Dit deed men ondermeer voor de bemesting nodig voor de verrijking van de akkers. Ook het huidenvetters- of leerlooiersambacht dankte haar oorsprong aan de uitgebreide runderteelt in de regio. Het kende in Tienen een eeuwenoude traditie. De kadastrale atlas vermeldt nog vier leerlooierijen rond het midden van de 19de eeuw. Vanouds waren de belangrijksten gelegen langs de Gete en de Mene. Het water van de rivier werd immers gebruikt voor het spoelen van de huiden.
De 19de-eeuwse leerlooierij van Vrijsens is volledig verdwenen (foto links). Alleen de benaming ‘Huidvettersstraat’ verraadt nog de vroegere bedrijvigheid in deze stadswijk. Eén van de bekendste Tiense leerlooierijen, de Tannerie Kamp , was niet in deze straat gevestigd. Zij werd in 1910 in de Hoegaardenstraat opgericht op de plaats van de oude huidenvetterij Loyaerts.




















