Naar de inhoud

Bezoek Tienen 09/12/2010

Welkom op 9 december 2010
akke.beakke.be
in de zoetste stad van het ganse land.

Berichten van 15 november 2010

Stringen in de rait

Om de ludieke noot niet te vergeten na al deze zware historische kost, nog een eerder ondeugend liedje van "De Tiense Straatmuzikanten" met als titel "Stringen in de rait".

Ik ga er deze keer geen vertaling bijvoegen en jullie zelf laten uitzoeken waarover "De Tiense Straatmuzikanten" het deze keer hebben.
Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 13:49 Reageer op dit bericht Stuur door

5.1 De middeleeuwse stad (4)

Op bevel van de centrale overheid werden in 1725 de Haspoel op de Houtmarkt  dicht gegooid (foto links). Om onenigheid betreffende de watervoorziening te voorkomen, werd besloten twee monumentale pompen aan weerszijde van de O.-L.-Vrouw-ten-Poelkerk te plaatsen. De poel werd overwelfd en de monumentale pomp met arduinen Mariabeeld werd in 1730 voltooid. De uitvoering van deze werken had meer dan acht jaar en een proces tussen het stadsbestuur en de ambachten gekost.

De tweede helft van de 18de eeuw werd gemarkeerd door een grote bouwactiviteit. De stad bezit vandaag nog een respectabel aantal classicistische woningen die in sommige straten het uitzicht bepalen. (zie bijlage 1)

Tijdens de laatste decennia van de 18de eeuw zouden op bevel van het centrale bestuur nog een tweetal ingrijpende veranderingen plaatsvinden. In 1781 werd begonnen met de afbraak van de aarden wallen op de Tiense vesten. Drie jaar later werd door het decreet van 1784 het voortbestaan van het kerkhof rond de Sint-Germanuskerk in vraag gesteld. Stadsontvanger Charles Verlat slaagde erin om na heel wat discussies en manipulaties in 1796 de kerkhofgrond langs de Wolmarkt aan te kopen en er zes huizen te bouwen. Toen na onderbrekingen de bouw van de woningen in 1798 definitief werd verder gezet, liet Verlat in de gevel van het eerste huis volgende tekst aanbrengen: sique gradus cessant et rixae carolique labores.

Tussen 1806 en 1835 bleef het bevolkingsaantal in de stad schommelen rond de 8.000 inwoners. Pas na 1836 zou de stad uitgroeien tot een echt industriecentrum. In deze periode ging het bevolkingsaantal in Tienen voortdurend omhoog. Van 8.352 in 1841, ging het over 12.701 in 1875 en 17.582 in 1900, naar 19.529 in 1920. Deze stijging komt overeen met een aangroei van 70 % voor de periode tussen 1846 en 1900, terwijl de bevolkingstoename in gans België voor deze periode slechts 54,3 % bedroeg.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.1 De middeleeuwse stad (3)

Enkele buitenlandse bezoekers getuigden in de loop van de 18de eeuw over hun verblijf in de stad. Zij schetsten ons een vrij adequaat beeld van wat er nog restte van de middeleeuwse stad. In 1763 startte Leopold Mozart een grote Europese reis waarbij hij samen met zijn zoon Wolfgang Amadeus (foto links) en zijn dochter Nannerl achtereenvolgens München, Frankfurt, Aken, Brussel en Parijs aandeed. Op hun weg naar Brussel overnachtte het gezin te Tienen. Zij verbleven in de ‘Tinnen Schotel’, het enige hotel met klasse dat de stad op dat ogenblik rijk was. Toch was Leopold achteraf niet zeer lovend over zijn verblijf. In een brief aan zijn vriend Hagenauer noemde hij Tienen een stad die duidelijk over zijn hoogtepunt heen was. Hetzelfde verhaal horen wij bij de Engelsman Samuel Vernon die enkele jaren later (1766) Tienen aandeed. Hij noemde het: a town seemingly on the decline, having probably been sometime more considerable than the present.

In de loop van de 18de eeuw onderging de stad enkele grote veranderingen. Op 2 april 1705 werd de Gareelmakerijstraat (huidige Nieuwstraat) bijna volledig vernield. Dertig huizen dienden heropgebouwd te worden. Ook de straatnaam werd aangepast. Na de ramp van 1635, waarbij het stadhuis op de Veemarkt af brandde en herstellingswerken uitbleven, besloot men de administratieve diensten van de stad onder te brengen in een nieuw pand. Op 23 november 1711 nam het stadsbestuur de beslissing om over te gaan tot de koop van een bestaande woning. Het werd het huis Immens op de Dries (huidige Grote Markt). Na de aankoop startten de aanpassingswerken die meer dan vier jaar in beslag namen. Het originele huis in Vlaamse renaissancestijl werd in 1720 van een centrale pui, die dienst zou doen voor de afkondiging van officiële berichten, voorzien.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.1 De middeleeuwse stad (2)

Tijdens de regering van Johanna van Brabant en Wenceslas van Luxemburg vatten de Tienenaars andermaal het plan op om de stadsomheining te vergroten. In de loop van de 14de eeuw werd een uitgebreide wal aangelegd waardoor er binnen de verdedigingsgordel heel wat onbebouwde ruimte overbleef (foto links). Of dit was uit misplaatste hoop op de toekomst of om de stadskern van artillerievuur te vrijwaren, is niet duidelijk. Zeker is dat de grote omheining ook de meest afgelegen stadswijken omsloot. De nieuwe verdedigingsgordel beperkte zich tot het opwerpen van aarden wallen (de ‘Leugenvesten’) en de bouw van een aantal nieuwe poorten en torens. Vrij spoedig bleek de verdediging moeilijk haalbaar. Bovendien was de bloei van de stad al duidelijk over haar hoogtepunt heen. In elk geval was de in 1360 gestarte aanleg meer dan honderd jaar later nog niet voltooid. Bovendien begonnen de hertogen van langsom hun interesse te verliezen. Tijdens de 14de eeuw kozen ze Brussel als hun vaste residentieplaats waardoor de plaatselijke residenties aan belang verloren. In 1372 schonk Johanna het voormalige ‘Hertogenhuis’, gelegen op de hoek van de huidige Hennemarkt en de O.-L.-Vrouwbroederstraat, aan de Karmelieten.

Op 29 maart 1512 verleende Maximiliaan van Oostenrijk aan de Tiense autoriteiten de toestemming om over te gaan tot aanpassingswerken. Hiervoor werd gebruik gemaakt van delen van de oude omheining. De Borggracht werd opnieuw de zuidelijke stadsgrens. De bestaande muur van de tweede omheining begrensde de stad in het noorden. In het oosten bracht men in 1537-1538 een nieuwe verbinding tot stand tussen de Oude Poort en het Sliksteen. In een tweede fase werd in het westelijke stadsdeel een muur opgetrokken tussen de Leuvensepoort en de Roos. Dit gebeurde in 1596 met de hulp van Spaanse soldaten . De inwoners van de stad werden van bij de aanvang van de werken verplicht om hun diensten te verlenen. Dit ‘vrijwilligerwerk’ kreeg een ruggensteuntje van de overheid toen Karel V in 1537 aan de magistraat de toelating gaf om werkweigeraars te bestraffen. Bij het begin van de 17de eeuw werden nog herstellingswerken uitgevoerd waardoor de versterking aan doeltreffendheid won. De derde omheining met zijn wallen en buitenpoorten zou gedurende de volgende decennia meermaals zijn degelijkheid bewijzen.

Tijdens het laatste traject van onze wandeling van het zwembad naar het station zullen we voor een deel langs het westelijk traject van de vierde en laatste door de Spanjaarden aangelegde omwalling van de stad  wandelen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.1 De middeleeuwse stad (1)

Tot slot van de geschiedenis van Tienen, nog een reeks bijdragen over hoe het uitzicht van de stad evolueerde door de eeuwen heen. We beginnen ons verhaal in de 12de eeuw omdat betrouwbare historische gegevens van voor deze periode (nog) ontbreken.

Tijdens de regering van Hendrik I (1190-1235) en zijn opvolgers kende Tienen een snelle economische groei. Gedurende deze periode verwierf de stad het recht om een wekelijkse marktdag te houden (1220). Dit stimuleerde haar ontwikkeling als commercieel centrum. Haar ligging op de belangrijke oost-westas maakte bovendien een deelname aan de internationale handel mogelijk. Daarnaast was de Brabantse lakenindustrie gedurende deze periode in volle expansie. Het bevolkingsaantal nam gestadig toe en de eerste omheining werd vrij snel te klein. Omdat er zich wijken buiten de muren begonnen te vormen, was een uitbreiding van het stadsterritorium noodzakelijk.

Volgens de 17de-eeuwse kroniekschrijver Gramaye startte men in 1194 met de constructie van de tweede omheining. Ter hoogte van de huidige Oude Vestenstraat werd een muur gebouwd en in het zuiden werd de Borggracht (1230) aangelegd. Op de splitsing tussen de Gete en de Borggracht werd een sluisgebouw gebouwd dat men de Nieuwe Sluis of Roos noemde (1233) (foto links). De gracht werd extra versterkt door de aanleg van verdedigingsmuren en torens. De uitbreiding van de omheining had tot gevolg dat de nieuwe wijk rond de Dries, waar zich de O.-L.-Vrouw-ten-Poelkapel bevond, binnen de stadskern kwam te liggen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Bezoek Tienen 09/12/2010

↑ Terug naar de berichten