5.3 De IJzeren weg (3)


Uiteraard diende het nieuwe station en het voorliggende plein met het stadscentrum verbonden te worden. Op 1 maart 1839 besloot het stadsbestuur om een nieuwe straat aan te leggen die de verbinding met de Nieuwe Leuvensepoort en de Leuvenselaan tot stand zou brengen. Het oorspronkelijke ontwerp van deze straat was van directeur Masui van de spoorwegen in exploitatie en voorzag een weg van 300 meter lang en 20 meter breed. De uiteindelijke weg zou slechts 12 meter breed worden. Aan weerszijde werd de straat volgebouwd met statige herenwoningen, merendeels opgetrokken in neoklassieke stijl. De nieuwe straat en het stationsplein werden door de stad gekasseid. Door de aanleg van dit plein en de nodige verbindingen vanuit de stad was er een nieuwe wijk ontstaan. Hetzelfde fenomeen deed zich ook voor in de Leuvenselaan. Hoewel deze verbindingsweg uit 1715 dateert, werd hij pas in de loop van de 19de eeuw verder bebouwd met een reeks riante woningen.
In 1840 ging men van start met de bouw van een neoclassicistisch stationsgebouw, te midden van de locatie van de verdwenen Gallo-Romeinse vicus (foto links). Het reizigersgebouw van het station bestaat uit een verhoogd middendeel, aan weerskanten geflankeerd door lagere zijvleugels. Het geheel werd versierd met een fronton en voorzien van een torentje met uurwerk. Dit gebouw staat er nog steeds, zodat Tienen een van de weinige stationsgebouwen bezit dat in de loop der tijden niet door een modern vervangen werd.






















