3.5 Zo werd het later

Na de Franse revolutie werd een totaal nieuw politiek en sociaal bestel in het leven geroepen. Toch waren de lokale gevolgen niet zo ingrijpend als aanvankelijk gedacht. In het begin kwamen de talrijke wisselingen van bestuur de stevigheid van het regime zeker niet ten goede. Vooral in 1793 ondervonden de Fransen te Tienen een hardnekkige weerstand bij het samenstellen van een nieuw bestuur. Wederzijdse achterdocht ondermijnde de bereidheid om met elkaar in zee te gaan. Het feit dat de bestuursfuncties niet langer bezoldigd waren en de beleidsmensen aan meer persoonlijke risico's werden blootgesteld, schrikte potentiële kandidaten af. Daarnaast nam het aantal beleidstaken dat bovendien diende uitgevoerd te worden met een quasi lege stadskas aanzienlijk toe. Na 1800 leek deze toestand enigszins gestabiliseerd en keerde men naar de oude gewoonten terug. Vanaf het jaar V werd een soort democratische verkiezing ingesteld waardoor een college van kiesgerechtigden de gemeenteraad of assemblée primaire kon samenstellen. In de praktijk kwam het erop neer dat door de overheid uit de honderd hoogst aangeslagen belastingbetalers gerekruteerd werd. Ondanks nieuwe principes van vrijheid en gelijkheid bleef men bijgevolg vaak uit de oude vijver vissen. Zelfs edellieden en grondeigenaren die voordien bestuursfuncties hadden uitgeoefend werden, alle revolutionaire principes ten spijt, niet uit de nieuwe gemeenteraden geweerd.
Bij het intreden van het Hollands bewind in 1815, toen er zich opnieuw een radicale politieke verschuiving voordeed, bleef de algemene teneur van de Franse tijd gehandhaafd. In de meeste gevallen zette het kleine clubje van gekozenen hun functies gewoon verder. Na de Belgische onafhankelijkheid kwam hier verandering in. Een nieuw bestuur werd gevormd en bepaalde namen verdwenen resoluut uit de lijsten der gekozenen.
Op vrijdag 22 oktober 1830 werden verkiezingen georganiseerd voor de samenstelling van een nieuwe gemeenteraad. Deze raad zou bestaan uit een burgemeester, 2 schepenen en 9 raadsleden. Het kiesbureau werd gevormd door de twaalf hoogste belastingplichtigen van de stad en voorgezeten door de ouderdomsdeken Jean François Renson. Tachtig stembiljetten werden door de voorzitter geopend en voorgelezen. Tijdens de twee stemronden kwam François Van Dormael (foto links) als winnaar uit de bus. Hij werd de eerste burgemeester van het onafhankelijke België en zou deze functie tot 5 oktober 1848 uitoefenen. De olieslager Jean Adrien Maes en de rentenier Trudo Deluesemans werden schepenen. Verder bestond de raad uit Louis Blyckaerts, Jean-Baptiste Vandermonde, Louis Koeckelkoren, Egide Vanderschilde, Servais Rondas, Henri Marneff, Joseph Vinckenbosch, Jean Vanherberghen-Hamoir en Pierre Dewilde.





















