Naar de inhoud

Bezoek Tienen 09/12/2010

Welkom op 9 december 2010
akke.beakke.be
in de zoetste stad van het ganse land.

Het Suikermuseum

Het gebouw werd in 1846 door François Drossaert, toenmalig stadsarchitect, opgetrokken. Op dezelfde plaats bevond zich het "Corps de Garde‟ (in de volksmond "'t Kottegoar‟ genoemd), de huisvesting van de burgerwacht..
 
In dit gebouw werd later het Vredegerecht ondergebracht, maar huisvestte ook het politiekantoor, het bureau van de Burgerlijke Godshuizen (voorloper van het huidige OCMW) en het Bureau der Octrooien.  Het gebouw heeft tevens ook dienst gedaan als Tekenschool en als Bureau voor Openbare Werken.

De neoclassicistische voorgevel werd door Drossaert voorzien van een zuilengalerij die doorgang verleent naar het Torekesplein en museum “het Toreke”. Oorspronkelijk was deze galerij bedoeld als overdekte marktplaats. Daarom werd het volledige gebouw vroeger ook wel de stadshalle genoemd, niet te verwarren met de lakenhalle die achter het stadhuis gevestigd was.

In 2002 werd het verbouwde gebouw geopend als het Suikermuseum. De idee hiervoor kwam tot stand toen men in 1988 het 150-jarig bestaan vierde van de Tiense Suikerraffinaderij.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Museum het Toreke

He museum "het Toreke" is gelegen aan een pleintje achter het suikermuseum

In 1847 stelde stadsarchitect François Drossaert een dossier samen voor de bouw van een nieuwe gevangenis. Die werd voorzien op het binnenplein achter het Corps de Garde, het wachthuis van de burgerwacht. De architect recupereerde materialen afkomstig van de gesloopte Gevangenenpoort aan de Borggracht. Het torentje, waaraan het gebouw zijn naam ontleent, ontbrak bij het oorspronkelijke ontwerp.

Tot in 1972 hielden politie en brandweer „het Toreke‟ en het „Corps de Garde‟ in gebruik. In 1978 werd „het Toreke‟ gerestaureerd, uitgebreid en ingericht als museum. De tweede uitbreiding vond plaats in 1999. In 2007 kreeg het museum een opmerkelijke nieuwe inrichting. Onder de titel „Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd‟ worden de resultaten getoond van jarenlange archeologische opgravingen o.a. op het Tiense Grijpenveld.

In 2010 staan er enkele zeer leuke projecten en tentoonstellingen op stapel in de cellen van deze voormalige stadsgevangenis. Aarzel niet ons te contacteren voor meer info! De tentoonstelling 'Doodgewoon! Rituelen van leven en dood in de Romeinse tijd' wordt in het voorjaar in een nieuw kleedje gestoken. Het gedeelte 'Rituelen van leven' kan je blijven bezoeken. De volledige tentoonstelling rond de Gallo-Romeinen in Tienen kan je opnieuw bewonderen vanaf 18 juni 2010

In bijlage een luchtfoto van de belangrijkste gebouwen in de omgeving van de Grote Markt van Tienen
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Grote Markt

Deze „tweede grootste markt van België‟ werd gedeeltelijk aangelegd op een drooggelegde drassige weide met poel. Dit verklaart meteen de naam van de kerk gelegen op dit mooie marktplein: de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poelkerk. Aan de zuidzijde bevindt zich het stadhuis dat oorspronkelijk in Vlaamse renaissancestijl werd opgetrokken. In 1836-1837 werd de gevel verbouwd in neoclassicistische stijl naar een ontwerp van stadsarchitect Drossaert. In de nissen staan de borstbeelden van een aantal historische figuren zoals Pieter Paul Rubens en Vesalius.

Aan de noordkant zijn verschillende huizen te bewonderen zoals het huis „het Wild Verken‟ met Louis XV-gevel uit 1758 (nr. 2), het voormalige hotel „De Tinnen Schotel‟ met Louis XVI-gevel uit 1845 (nr. 3) en het voormalige Vredegerecht uit 1846. Dit gebouw werd in 2002 omgetoverd tot het Suikermuseum en geeft via de middengalerij toegang tot het Torekesplein en het museum “het Toreke” - de voormalige gevangenis.

De ster of „windroos‟ werd in 1810 op de Grote Markt in witte Gobertangesteen aangelegd. Deze ster is niet het middelpunt van Tienen of van België! De waarheid is iets gruwelijker: het is de plaats waar de schandpaal stond of het schavot werd opgesteld. De laatste terechtstelling met zwaard werd uitgevoerd in 1636. In 1845 werd hier voor het laatst een veroordeelde aan een schandpaal gebonden en twee jaar later vond hier de laatste onthoofding voor Tienen en de voorlaatste voor België plaats.

Naast de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poelkerk bevindt zich de Heldensquare, een monument ter ere van de oorlogsslachtoffers van 1830, 1914-1918 en van 1940-1945. Het monument is gebouwd in een moderne vormgeving met de meest eenvoudige volumes. Op een regenachtige dag kan zich hier een waterplas vormen, symbolisch voor de vroegere poel die zich daar bevond.

Vóór de legendarische „boomkes‟, een plantsoen van wilde kastanjes, staat het bronzen standbeeld van de hand van de beroemde beeldhouwer Jef Lambeaux. Het werd onthuld in 1905 ter herdenking van de 75ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Het bronzen standbeeld werd geleidelijk aan groen, zodat de volksmond spreekt van de „Groene Jef‟.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De wijk Grimde

De wijk Grimde is ten oosten van het stadscentrum gelegen
De meeste industriële activiteiten van Tienen gebeuren hier.
In de Romeinse tijd liep de Heerweg dwars door deze wijk in de richting van Hakendover en verder oostwaarts naar Tongeren en Keulen waar de Romeinse legioenen gelegerd waren die de Rijngrens verdedigden.

In de volgende bijlage zien jullie een luchtfoto van de wijk Grimde met aanduiding van de ligging van de belangrijkste historische elementen.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.9 De drie Romeinse tumuli van Grimde

Ten oosten van de vroegere vicus van Tienen, in het huidige gehucht Grimde, bevinden zich de drie monumentale Romeinse grafheuvels. Samen vormen zij het grafmonument van Marcus Probius Burrus, een vooraanstaande inwoner van de vicus. Dit unieke monument bestaat uit 3 aangelegde heuvels met een diameter van bijna 30 meter en een hoogte van meer dan 10 meter. Hierin werden unieke voorwerpen van onschatbare waarde gevonden. De drie tumuli werden eind 2006 geselecteerd om deel te nemen aan de Monumentenstrijd, een project van Canvas i.s.m. Radio 1 en Radio 2. Ze behaalden een finaleplaats! Het restauratieproject van de tumuli en herinrichting van deze site wordt in de toekomst een feit.

Meer informatie over de Monumentenstrijd in 2006 met de medewerking van de bekende oud-Tienenaar Johny Voners in het volgende YouTube filmpje

http://www.tienen.be/upload/Tiensdialect/Marcus_3D.wmv

Ook "De Tiense Straatmuzikanten" hebben er een liedje overgeschreven : "Het tumuli-lied" dat u op de MP3 bijdrage in bijlage kunt beluisteren.
Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.8 De necropolis van Grimde

De voormalige Sint-Pieterskerk (begin 13de  eeuw) werd op 13 september 1853
door de bliksem getroffen en was omstreeks 1860 zo bouwvallig geworden dat er
besloten werd ze af te breken. Toch werd  ze nog gered en in 1880 werden de
dringendste herstellingswerken uitgevoerd. Na de slag van Grimde en Sint-
Margriete-Houtem op 18 augustus 1914 begroef men 139 gesneuvelde
Belgische soldaten in het kerkje. Op zijn persoonlijk verzoek werd vele jaren
nadien  nog de grafsteen van generaal Guffens toegevoegd. In 1922 stelde
senator Lucien Beauduin aan het stadsbestuur van Tienen voor de kerk te
herstellen en ze als Necropolis in te richten.
De graven werden pas bij deze grote restauratie  (1922-1928) geplaatst (foto links). Ook de
glasramen naar de tekeningen van Omer Dierckx en Maurice Langaskens
kwamen toen tot stand. Het specifieke licht/donker effect van deze glasramen
verhogen de mystieke sfeer in deze unieke begraafplaats

De parochie Grimde hoort nog bij het stadscentrum, doch is meer oostelijk buiten de oude stadsvesten gelegen tussen het stadscentrum en de deelgemeente Hakendover. De Suikerfabriek ligt voor een grootste gedeelte op het grondgebied van Grimde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.7 Kapel van Onze Lieve Vrouw-ten-Steen

Met de kapel van Onze Lieve Vrouw-ten-Steen bezit Tienen een internationaal bekend bedevaartsoord.  Dit gebedshuis is niet alleen gekend als keerpunt van de bedevaart 'het dertienmaal' van Hakendover. Sinds haar ontstaan is zij het middelpunt van een eeuwenoude Sint-Maurusverering.  Bedevaarders zetten een ijzeren kroon op om hoofdpijn en kopzorgen te voorkomen en te genezen. Later kwam er ook de Mariaverering bij en kreeg het bedevaartsoord zijn huidige naam.

De kapel werd gebouwd in 1331 op de plaats waar de mannelijke melaatsen uit de stad werden verpleegd. In 1699 kreeg ze haar huidige vorm en omstreeks 1755 bouwde men de kluizenaarswoning met de bovengrondse gang. Zij bezit nog een authentieke Van den Gheynklok uit 1707.

De kapel behoorde tot de parochie Sint-Petrus Grimde maar werd beheerd door de ‘Confrérie of het proostbroederschap van Sincte Moor’.  Dat waren twaalf edelen en vooraanstaande burgers uit de stad. Toen de kapel enkele jaren geleden dreigde te vervallen, werd deze Confrérie opnieuw leven ingeblazen. De leden engageren zich om deze middeleeuwse parel van onze stad te beschermen en te promoten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Eufrazie

Als ludiek intermezzo, na al deze zware geschiedkundige kost, weer een liedje van "De Tiense Straatmuzikanten genaamd "Eufrazie".(zie bijlage)

Het is een parodie op de bekende nummer "Nathalie" van de Franse zanger Gilbert Becaud .
De zanger van "De Tiense Straatmuzikanten" bezingt zijn eerste ontmoeting met zijn jeugdliefje "Eurafzie" niet op het Rode Plein van Moskou zoals in het chanson van Becaud, doch aan de fontein op de Grote Markt van Tienen.

De vergelijking van de Tiense Grote Markt met het Rode Plein te Moskou moet natuurlijk met een hele dikke korrel zout genomen worden.
Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

6.6 Sint-Lambertuskerk te Overlaar

De Sint-Lambertuskerk is één van de oudste romaanse kerkjes uit het land. Zij werd opgetrokken in Gobertangestijl en kwartsiet. Het kerkje bevat een preromaanse rechthoekige beuk uit de 10de eeuw, een romaans koor uit de 12de eeuw, een vierkante westtoren uit de 13de eeuw en een traptoren uit de 16de eeuw. De restauratie van het 19de-eeuwse orgel, gebouwd door de Tiense orgelbouwer P.A. Van Dinter, werd voltooid in 1990.

Overlaar is één van de kleinste deelgemeenten van Tienen en ligt te zuiden van de stadskern (zie bijlage). De Sin-lambertuskerk wordt niet meer gebruikt voor de eredienst en is vervangen door een nieuw modern kerkje in Nieuw-Overlaar dichter gelegen bij de stadskern

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.5 Sint-Genovevakerk te Oplinter

De voormalige bedevaartskerk in gotische stijl kwam grotendeels tot stand in de 14de eeuw. De kerk is voorzien van een ingebouwde westertoren in overgangsstijl van rond 1200, een driebeukig schip uit de 14de eeuw, geflankeerd door twee portalen, twee pseudo-kruisarmen en een koor met ruime zijkapellen. De bouw, waarvan een gedeelte wordt toegeschreven aan Franco de Lintris, werd beëindigd in 1425. De toren werd verbouwd in de 16de eeuw en in 1720 van een spits voorzien. Het Romaans triomfkruis dateert uit de 13de eeuw. Ten oosten van de kerk bevindt zich de pastorie die dateert uit 1741.

In bijlage een kaartje van het ganse grondgebied van Tienen omringt door zijn deelgemeenten.
Oplinter is ten noordoosten van het stadscentrum gelegen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.4 Kerk van de Goddelijke Zaligmaker te Hakendover

Het overwegend gotisch gebouw werd in verschillende periodes, van de 13de tot de 16de eeuw, opgericht. De westertoren met romaanse kern uit het begin van de 13de eeuw werd na een brand in 1860 voorzien van steunberen. De kerk bestaat uit een driebeukig schip, een uitspringend transept met oostkapellen en een lang koor. Eén van de kerkelijke kunstschatten is het gotische retabel uit 1400-1404. Aan de stichting van deze kerk is een legende verbonden die aan de basis ligt van de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag. Deze kerk was en is nog steeds een belangrijk bedevaartsoord.

Meer informatie over Hakendover en de beroemde paardenprocessie vind je ook op de volgende internet links.

www.hakendover.be
en
www.pp-h.be.

Hakendover is één van de deelgemeenten van Tienen, gelegen ten zuidoosten van d
e stad. zoals u op het plannetje in bijlage kunt zien. Hakendover wordt de poort van Haspengouw genoemd.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Twiee klaînkes saaîker

Als tussendoortje bezingen "De Tiense Straatmuzikanten" twee klontjes suiker in het Tiense dialect.
In het Tiens klinkt dit "Twiee klaînkes saaîker" (zie eerste bijlage)

In bijlage een luchtfoto van het centrum met de aanduiding van de locatie waar de drie besproken middeleeuwse kerken van Tienen zijn gelegen. (zie tweede bijlage)

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.3 Paterskerk op het Begijnhof

De eerste Begijnhofkerk in België werd in 1240 gebouwd te Luik. Als tweede oudste begijnhof wordt vaak Tienen vermeld, waar in 1245 met de bouw van de vroeggotische Begijnhofkerk werd gestart. De vlakke voorgevel bevatte geen klokkentoren. De plattegrond bestond uit drie beuken en een niet uitspringende pseudo-transept uit de 13de eeuw. Het koor en de zijkapellen dateren uit de 14de eeuw. Van het schip zijn enkel de spitsbooggewelven tegen de voorgevel bewaard gebleven. Die tonen duidelijk aan dat alle bogen op eenvoudige vierkante zuilen rustten. De kerk bezat een gelambrizeerd houten tongewelf.

In 1843 verkocht de Commissie der Burgerlijke Godshuizen (een voorloper van het huidige OCMW) de Begijnhofkerk en de aanpalende gebouwen aan de paters Dominicanen, die het geheel omvormden tot een klooster. Dat de paters erg geliefd waren, merken we aan het feit dat de Begijnhofkerk bij de Tienenaars nog altijd bekend staat als de “Paterskerk”.

Op 22 september 1976 werd de kerk door een hevige brand grotendeels vernield. Na restauratie werd de ruïne (foto links) in 1997 ingericht als wandelpark met een historisch en toeristisch karakter.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.2 O.L.V.-ten-Poelkerk op de Grote Markt

De O.L.V.-ten-Poelkerk (foto links) wordt beschouwd als de wieg van de Brabantse hooggotiek. Het koor dateert van 1358-1359, het grondplan en de portalen, die in 1913 werden gerestaureerd, zijn van de hand van Jan van Osy uit Valencienne. De drie portalen in de westgevel zijn versierd met nissen, waarvan de sokkels gebeeldhouwde taferelen voorstellen uit het Oude en het Nieuwe Testament en vermoedelijk ook uit de bouwgeschiedenis van de kerk. De zijbeuken werden gebouwd naar de plannen van Jacob van Gobertingen (ook van Tienen genoemd) en Botso van Raetshoven (1383-1410). Het transept en de toren (1410-1438) zijn van de hand van Sulpitius van Vorst, die op het einde van de 15de eeuw werd opgevolgd door Mathias de Layens.

Na een brand werd de 70 meter hoge toren in 1654 bekroond met een barokke spits. In de eerste helft van de 19de eeuw vonden enkele verbouwingen plaats en werd de kerk uitgebreid met twee zijkoren en een sacristie. Het meubilair (altaren en biechtstoelen) zijn overwegend barok.

Oorspronkelijk was deze kerk een bedevaartskapel, gebouwd ter ere van Onze Lieve Vrouw ten Poel. Het miraculeuze beeld, van de hand van Walter Pans, bevindt zich nu boven het hoogaltaar. Aan de bouw is trouwens een legende verbonden waarin de Heilige Maagd en de inmiddels gedempte poel een hoofdrol spelen. Slechts in 1802 werd deze kapel een volwaardige parochiekerk. In 2002 werden het kruis en de haan, die enkele decennia van de toren verdwenen waren, teruggeplaatst.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

6.1 Sint-Germanuskerk en Vrijthof op de Veemarkt

Op de Veemarkt, het eerste middeleeuwse marktplein van Tienen, staat de Sint-Germanuskerk (foto links). De opeenvolgende vergrotingen, verbouwingen en restauraties, van oorspronkelijke klein abdijkerkje uit de 9de eeuw naar parochiekerk, leverden een samenvoeging van verschillende stijlen op, gaande van Romaans naar hooggotisch. Van de Romaanse viertorenbasiliek, met Maas- en Rijnlandse invloeden, bleef alleen de vroeg 13de-eeuwse westbouw bewaard. In het midden van de 16de eeuw werd de kerk voorzien van een hoog vooruitspringend transept en van een toren, die in 1713 op zijn beurt bekroond werd met een barokke spits. Het koor is gotisch en dateert uit 1310-1320. In de kerktoren hangt de originele beiaard van Willem Witlockx (1723). In haar huidige versie is deze beiaard met haar 54 klokken één van de grootste  van het land. In juli en augustus kan men elke woensdagavond het klokkenspel komen beluisteren. Daarvoor werd in het Apostelenhof een luisterplaats ingericht.

Naast tal van andere waardevolle kunstwerken vestigen we vooral de aandacht op het prachtige orgel dat in 1988 volledig werd gerestaureerd. Van de laatgotische orgelkast (15de eeuw), gebouwd door R. Cockx, zijn nog een paar fragmenten aanwezig. Het orgel zelf werd gebouwd door D. Van der Distelen, maar in de 17de eeuw door J. Deeckens vervangen door een nieuw instrument, vandaar de naam "Deeckens-orgel". In de 19de eeuw neogotiseerde Ch. Anneessens de orgelkast. De heilige boven in de kast is de H. Gregorius.

De Collegiale Sint-Germanuskerk is oudste kerk en ook grootste kerk van de stad. Ze is tevens de  zetel van de Dekenij Tienen - Hoegaarden.

Het Vrijthof is het huidige voorhof van de Sint-Germanuskerk, gelegen opzij van het hoofdkoor van de kerk. Deze plaats maakte deel uit van het oorspronkelijke kerkhof, dat na de vergroting van de kruisbeuk in de 16de eeuw in drieën verdeeld werd. De drie ongelijke delen kregen elk een eigen naam. Het Apostelenhof, gelegen tussen de zuidelijke transeptarm en de zuidelijke zijbeuk, was het gedeelte waar de leden van het broederschap der Twaalf Apostelen begraven werden. Het "Hooge Kerkhof" of het kerkhof van Sint-Germanus was gelegen aan de kant van de Wolmarkt.

Het derde deel, dat aangeduid wordt als het Vrijthof, is door de verbouwing in de 16de eeuw van functie veranderd. Het was niet langer een begraafplaats. Het werd een besloten hof, gesitueerd tussen de sacristie en het vroegere kappitelhuis. Hier bevindt zich een opmerkelijke ingemetselde steen met een afbeelding van Christus onder een wijnpers. Dit bas-reliëf, dat vervaardigd is uit witte kalkzandsteen van Gobertange, toont ons de Christusfiguur met lendendoek en doornenkroon, met de linkerhand hangend aan de bovenste balk van een wijnpers. Met de rechterhand toont hij de wonde, die zich hier opmerkelijk aan de rechterzijde bevindt. Op deze plaats is de steen ook doorboord.  Dit gat stond waarschijnlijk in verbinding met de lavabo binnen in de sacristie. Onderaan de voorstelling bevinden zich zes werktuigen. Duidelijk herkenbaar zijn de hamer, een aantal steenbeitels en een winkelhaak. Dit materiaal is afkomstig uit het bouwbedrijf en verwijst naar de activiteiten van de steenhouwer. In deze gevel is ook een tweede steen ingemetseld. Het betreft hier een fragment van de 17de-eeuwse grafsteen van Guilam Van Blitterwyck. 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.7 Nieuwe huisvesting (2)

Tijdens de beraadslaging van het Weldadigheidsbureel van 15 november 1826 werd de beslissing genomen om een schuylplaets voor arme oude en gebrekkige lieden op te richten. De instelling zou zowel voor mannen als voor vrouwen toegankelijk zijn, onder de strikte voorwaarde dat beide seksen gescheiden ondergebracht werden. Voor dit doel werd een nieuw gebouw opgetrokken. Nadat de stad afgezien had van de bouw van een nieuw gemeentecollege, gaf zij op 2 september 1828 de toestemming aan het armenbestuur om een 'Oudemannenhuis' te bouwen 

Omdat het klooster van de cellenbroeders veel te krap werd voor het huisvesten van de weeskinderen, kreeg de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen op 27 maart 1830 de toelating om een nieuw weeshuis te bouwen. Voor dit doel werden twee stukken grond aangekocht uit het voormalige bezit van de paters kapucijnen. Op 12 november 1834 werd de bouw goedgekeurd. De fundamenten werden gelegd in februari 1835. Pas in 1838 werd het nieuwe Weeshuis in gebruik genomen (foto links). De linkerzijde was oorspronkelijk bedoeld voor de huisvesting van de grauwzusters. Omdat er uiteindelijk geen overeenkomst bereikt werd en men dringend nieuwe accommodaties voor het gemeentecollege zocht, kwamen de middelbare scholieren hier ook terecht.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.7 Nieuwe huisvesting (1)

In zijn rapport van de stadszaken voor de periode van 1831 tot 1836, sprak  burgemeester Van Dormael met fierheid over de realisatie van enkele opmerkelijke bouwprojecten. Het nieuwe Gasthuis uit 1825, het 'Oudemannenhuis' uit 1829 en het nog in aanbouw zijnde Weeshuis vormden de spil van de uitbouw van een netwerk van uitgebreide sociale voorzieningen.

Tijdens haar zitting van 9 januari 1822 stelde de Commissie der Burgerlijke Godshuizen de verregaande verloedering van het oude St.-Janshospitaal aan de orde. De 17de-eeuwse gebouwen voldeden niet langer aan de eisen van een modern ziekenhuis. Op 22 juli 1822 besloot het bestuur om in de boomgaard van het vroegere begijnhof een nieuw hospitaal op te trekken (foto links). De oude gebouwen zouden in loten verkocht worden. Dit voorstel werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 23 juli 1823. De eerstesteenlegging vond plaats op 7 oktober van datzelfde jaar. Op 30 december 1825 namen de gasthuiszusters hun intrek.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

5.6 Soldaten in de stad

Om de last van de inkwartiering van troepen bij particulieren te verminderen, drong het Tiense stadsbestuur er bij de nieuwe Belgische overheid op aan om een kazerne op te richten. Grote pleitbezorger van dit initiatief was burgemeester François Van Dormael. In oktober 1834 bezocht een speciale gemeentelijke commissie voor dit doel leegstaande kloosterpanden. Twee locaties werden weerhouden: het grauwzusterklooster achter de O.-L.-Vrouw-ten-Poelkerk en het voormalige minderbroederklooster, dat eigendom was van het Tiense Weldadigheidsbureel. De onderhandelingen sprongen echter af, om in 1836  met succes hernomen te worden. Toen het Ministerie van Oorlog resoluut het minderbroederklooster als de meest geschikte locatie aanduidde, stuurde de gemeenteraad op 25 april 1837 een delegatie onder leiding van raadslid Dewilde naar de minister om het tegendeel te bepleiten. De keuze van het ministerie bleef echter onveranderd. De centrale overheid zou als tegemoetkoming een subsidie van 110.000 tot 120.000 frank uittrekken voor het uitvoeren van de nodige aanpassingswerken. De stad zou de rest van de kosten moeten bijpassen (foto links). Deze voorwaarden waren te nemen of te laten. Toen het Weldadigheidsbureel na wat strubbelingen akkoord ging om de gebouwen te verkopen, konden de werken van start gaan. Het plan voor de verbouwing van het hoofdgebouw dateert van 18 september 1837. Op 25 november 1838 werd de kazerne in dienst genomen. De eer viel te beurt aan de 16de batterij van het 3de artillerieregiment.
Vanaf 1847 werd een gedeelte van de kazernegebouwen als rijkswachtkazerne ingericht.

Tijdens de gemeenteraadszitting van 2 december 1873 werd besloten om de kazernegebouwen aan de staat over te dragen. De overdracht zou twee jaar later plaatsvinden.16de batterij van het 3de artillerieregiment. vonden als eerste onderdak in de Tiense kazernegebouwen. In de loop van de volgende eeuw zouden verschillende regimenten volgen.

Na de Tweede Wereldoorlog verloor de 'Minderbroederkazerne' aan belang. Uiteindelijk werd door de legeroverheid besloten om Tienen te verlaten. Dit gebeurde bij het begin van de jaren zestig van de twintigste eeuw. Nadat de kazerne in 1962 volledig gedemilitariseerd werd, kregen de gebouwen andere bestemmingen. Het in woningnood verkerende Provinciaal Instituut voor Technisch Onderwijs vond hier een tijdelijk onderkomen, de vroegere manege werd omgebouwd tot sporthal en ook de stedelijke tekenacademie installeerde er haar klassen. In 1992 werden de gebouwen aan de straatzijde gesloopt waardoor de Minderbroederstraat definitief van uitzicht veranderde. Op deze plaats werd overgegaan tot de bouw van het appartementencomplex 'Menegaard'. Andere gebouwen vielen in 2002 onder de sloophamer.

Als bijlage nog een liedje van Marlene Dietrich "Sag mir wo die blumen sind" Het lied heeft totaal niets met Tienen of de Tiense kazerne te maken. Ik voeg het enkel toe omdat ik het lied zelf zo mooi vind met een bekijvende tekst die misschien wel kan passen bij dit militair onderwerp.

http://www.youtube.com/watch?v=P3ET1b0ymZs&feature=related

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Piercings

Na al deze zware historische kost nog een liedje van "De Tiense Straatmuzikanten" getiteld "Piercings"
Intussen zullen jullie het Tiens dialect wel al voldoende onder de knie hebben om de inhoud van de tekst te kunnen verstaan.

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Bezoek Tienen 09/12/2010

↑ Terug naar de berichten