Naar de inhoud

Bezoek Tienen 09/12/2010

Welkom op 9 december 2010
akke.beakke.be
in de zoetste stad van het ganse land.

Archief

Nog enkele oude prentkaarten van Tienen

In het begin van de 20-ste eeuw werd de fotografie bereikbaar voor enkele techneuten.
Mede door de aanleg van het spoorwegennet ontdekte de toplaag van de bevolking dat reizen uitsluitend voor het plezier erg aangenaam kon zijn.
Als materieel bewijs van de gemaakte reis kwam de postkaart meer en meer in zwang.
De eerste fotografen legden zich dan ook toe om mooie stadsgezichten vast te leggen op de gevoelige plaat en er daarna een reeks postkaarten van te laten drukken om te kunnen verkopen aan de toeristen.
Vandaag is het zelfs een hobby geworden de verschillende reeksen postkaarten per stad of streek te verzamelen.
In bijlage nog een reeks van deze oude postkaarten.
Om deze bijlage te kunnen bekijken is wel "PowerPoint" of "PowerPointViewer" noodzakelijk.

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

2.4 Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië

Tijdens de daaropvolgende eeuwen bleef Tienen nadeel ondervinden van zijn strategische ligging. De directe nabijheid van de Luikse grens vormde een permanente bedreiging, waartegen de grote omheining geen soelaas bood. In 1489 wist de ervaren veldheer Albrecht van Saksen de stad dan ook gemakkelijk in te nemen. Hij deed dit op vraag van Maximiliaan van Oostenrijk  die hem met de onderdrukking van de rebellie van de Brabantse steden belast had. De overrompeling van Tienen wekte verslagenheid bij de overige steden en het duurde niet lang of ook Brussel en Leuven capituleerden voor de Habsburgs-Bourgondische overmacht. Op 14 augustus van datzelfde jaar werd de vrede getekend in het klooster van Danenbroek. In 1494 volgde de zestienjarige Filips de Schone (1494-1506) zijn vader Maximiliaan op. Filips was net als zijn moeder, Maria van Bourgondië (1457-1482) , geen lang leven beschoren. Toen hij in 1506 op amper achtentwintigjarige leeftijd stierf, nam Maximiliaan opnieuw het regentschap waar. Ditmaal was het voor zijn kleinzoon, de latere Karel V.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

2.4 De groeiende macht van de steden

Elke nieuwe successiekwestie namen de steden ter hand om belangrijke nieuwe voorrechten af te dwingen. Toen Jan III na zijn dood in 1355 alleen dochters naliet, ontstond er een strijd om de opvolging. Pretendenten waren Wenceslas van Luxemburg, die gehuwd was met de oudste dochter Johanna, en Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen en echtgenoot van de jongere zuster Margareta. In deze strijd had Tienen aanvankelijk de kant van Lodewijk gekozen. Uiteindelijk zou de strijd in het voordeel van Johanna van Brabant en Wenceslas van Luxemburg (1355-1406) beslecht worden. Het nieuwe hertogelijke paar haalde Tienen uit de financiële problemen door de stad op 17 december 1358 belastingsrecht te verlenen. Om zich blijvend van de loyaliteit van de Brabantse steden te verzekeren, deed Johanna een aantal belangrijke concessies die resulteerden in het beroemde Charter van de Blijde Intrede (3 januari 1356). De nieuwe grondwettelijke oorkonde werd in februari van datzelfde jaar te Leuven bezegeld. Zij beschermde de inwoners van Brabant  tegen de willekeur van de landsheer en verleende tevens een nog grotere inspraak in het bestuur van het hertogdom.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Tiense kloosters - Het begijnhof

Door de talrijke oorlogen in onze streken sneuvelden er veel mannen, waardoor er een chronisch vrouwen overschot was. Als beveiliging groepeerden zich geleidelijk aan deze alleenstaande vrouwen in gemeenschappen die later begijnhoven genoemd werden en een religieus karakter kregen.

Een begijnhof was een wereld op zich. Dit kwam doordat deze hoven aan de stadsrand gelegen waren en ook ommuurd waren. Begijnen waren godvruchtige vrouwen, wonend in aparte woningen maar verenigd in een gemeenschap. Ze waren aan een mystieke regel onderworpen, maar vormden geen kloosterorde. Wel droegen ze specifieke kleding, kwamen weinig buiten hun muren en betaalden belastingen, omdat ze niet onderworpen waren aan de gelofte van armoede. Verder onderwierpen ze zich aan het gezag van hun oversten, de zogenaamde regentessen of grootjuffrouwen. Wat ze bezaten, behielden ze zolang ze leefden.

Aan de hand van een brief uit november 1202 van Geldolf van Ryckel, abt van de Sint-Geertruiabdij te Leuven, zou men kunnen zeggen dat dit begijnhof al voor 1202 bestond. Vermoedelijk werd het begijnhof eerder rond 1240 gesticht is. Zeker is dat al in 1245 de bouwwerken aan hun kerk startten. In 1250 zegende een hulpbisschop deze in aanbouw zijnde kerk in. Door  verscheidene schenkingen vergrootten de begijnen gaandeweg hun domein. Enkele oude bronnen zeggen dat de gemeenschap al snel groeide naar 300 begijnen. In 1754 bestond het Begijnhof uit 57 huizen, naast het gemeenschappelijk Convent, de Infirmerie en het “Contoir”. Opvallend was dat vele van de begijnen van goede afkomst waren. Het aantal begijnen slonk echter zienderogen.

Tijdens de Franse revolutie werd het begijnhof afgeschaft en kwamen de goederen in handen van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. In 1823 waren er nog slechts 27 begijntjes overgebleven. Sommigen gaven onderwijs aan arme meisjes. Het laatste begijntje, Anne Catherine Kestens, stierf op de gezegende leeftijd van 79 jaar, op 19 maart 1866. Bij bombardementen in 1944 werden de 16e en 17e eeuwse huisjes van het begijnhof vernield. De vroeg-gotische kerk uit de 13e en 14e eeuw, die de oudste begijnhofkerk van België was, brandde af in september 1976. Daarvan rest nu alleen nog een ruïne  waarvan de westgevel en het koor de opvallendste elementen zijn. De spitsboogvenster  hebben nog hun maaswerk.

De gerestaureerde ruïne van de begijnhof kerk is vrij toegankelijk voor het publiek.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 22:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Tiense kloosters - De cellebroeders

In de huidige Kapucijnenstraat bevond zich het kleine klooster van de Lollarden. Dit klooster werd rond 1300 door twee Brusselse broeders opgericht.  Deze Lollarden hielden zich toen vooral bezig met ziekenverzorging en het begraven van doden. ("lollen" betekent in het Middelnederlands "prevelen"). Vanaf 1441 werden ze Cellebroeders genoemd. Deze naam is afkomstig van het Latijnse “cella” wat kamertje betekent, waarin de broeders zelf woonden of waar ze de zieken en krankzinnigen verzorgden. Op het einde van de 16de eeuw had de stad veel te lijden onder oorlogsgeweld en besmettelijke ziekten. De Tiense bevolking werd op het einde van deze eeuw met een derde verminderd. Tot overmaat van ramp vielen vijandelijke troepen in 1589 de stad binnen waarbij het klooster vernield werd.

In de 17de eeuw schonk de stad de kloosterorde een nieuwe woonplaats in de Veldbornstraat op voorwaarde dat de broeders hun diensten aan de gemeenschap zouden voortzetten. Nieuwe gebouwen werden opgericht en in de 18de eeuw uitgebreid. Zo verrees in 1773 de kapel in Lodewijk XVI-stijl. Ook dit klooster werd niet gespaard tijdens de Franse overheersing. De broeders moesten vluchten en konden pas vijf jaar later terugkeren naar hun geplunderd klooster. 

De Cellebroeders kochten de huizen van Ponsaert, Ark van Noë en de Renesse aan. Toch was al het leed nog niet geleden. Op 30 juli 1930 ontstond er een brand in de gebouwen langs de kant de Renesse, waardoor men in 1931 een nieuw gebouw diende op te trekken.

Momenteel noemt de site "Broeders Alexianen Tienen" en is nu het een gerenommeerd  afkickcentrum voor drug en alcohol verslaafden.

http://www.alexianentienen.be/index.php

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 16:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Tiense Kloosters - Bogaardenklooster

De bogaarden of beggaarden waren de mannelijke tegenhangers van de begijnen. Qua organisatie hadden zij veel overeenkomsten met de begijnen. Het was een groep vrome mannen, die men oorspronkelijk "beguini" en vanaf circa 1250 "beghardi" ging noemen. Zij leefden net als hun vrouwelijke tegenhangers in afzonderlijke woningen, die gegroepeerd waren rond een centraal kerkgebouw. Hoewel zij hetzelfde habijt droegen en mekaar onderling steunden door het organiseren van een aantal centrale voorzieningen, zoals ziekenverpleging en dodenbegraving, waren ze oorspronkelijk aan geen enkele orderegel verbonden. De bogaarden waren economisch vooral actief in de textielindustrie, die in deze periode in alle Brabantse steden een hoge bloei kende. Ze mochten een groot gedeelte van hun winsten voor eigen rekening bewaren, waardoor zij een vrij onafhankelijk  bestaan kenden. In de 13de en de 14de eeuw vielen ze, net als hun vrouwelijke tegenhangers, ten prooi aan een reeks vervolgingen op beschuldiging van ketterij. Daarna evolueerde de lekengemeenschap steeds meer naar een echte kloostergemeenschap met geestelijken en broeders. 

Om hun samenlevingsvorm enigszins te regulariseren namen de meeste bogaardenhuizen in de eerste helft van de 14de eeuw de regel van de reguliere derde orde Sint-Franciscus aan. Omdat de lakenindustrie toen ook over haar hoogtepunt heen was, onderwierpen de Tiense bogaarden zich aan het kapittel van Zepperen, waar zich het moederklooster bevond.

Tijdens de verwoesting van Tienen in 1635 gingen de oorspronkelijke gebouwen volledig in vlammen op, waarbij ook het kloosterarchief verloren ging.  Men ging snel met de wederopbouw van start en er werd ook aan bezitsuitbreiding gedaan, zodat de goederen van het klooster zich in de loop van de 17de eeuw uitstrekten tot aan de achterzijde van de woningen van het huidige Torsinplein. Ten tijde van de Franse revolutie werd het klooster opgeheven en herbestemd tot een gendarmeriekazerne. In de loop van de 19de eeuw werd het vroegere klooster in kleine loten verkocht en omgevormd tot particuliere woningen. 

Het huidige gebouw dateert uit de 18de eeuw. Het kwam op de plaats van andere oudere kloosterdependances. De voorgevel, bestaande uit vijf vensters en een deur, wordt bekroond met een driehoekig fronton met laadvenster. Op de zolderverdieping bevond zich een graanschuur. Het gelijkvloers bestond uit een ontvangstruimte en de gemeenschappelijke vertrekken van de kloosterlingen. Op de verdieping lagen de slaapvertrekken van de prior en andere hogere geestelijken. De gevels werden opgetrokken in bruinrode baksteen en zijn voorzien van hoekkettingen en raamomlijstingen uit witte Gobertangesteen. Ook de sokkel van de voorgevel en de dakrand met steigergaten zijn vervaardigd in kalkzandsteen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 12:39 Reageer op dit bericht Stuur door

2.4 Hertog Jan II

Het huwelijk van Jan II (1294-1312) met Margareta van York, de dochter van de Engelse koning Edward I, bezorgde de hertogen van Brabant en Limburg een internationale status. Jan II was op politiek vlak een opmerkelijk zwakkere figuur dan zijn beroemde vader. Zijn taak bestond er vrijwel uitsluitend in om zonder wapengekletter de gebiedsuitbreiding van zijn illustere voorgangers te bestendigen.

Aan Tienen schonk hij op 19 mei 1303 een charter waarin hij een aantal politieke, juridische en economische bepalingen naar voren schoof. Op politiek vlak werd het overwicht van het patriciaat op het gemeen bevestigd. Daarnaast konden, behalve in enkele voorbehouden gevallen, Tienenaars nog uitsluitend door de plaatselijke schepenbank berecht worden. De spectaculaire economische groei had tevens Joden en Lombarden naar de stad gelokt. Omdat geldhandel in de Middeleeuwen voor christenen taboe was, hadden zij zich in deze lucratieve bezigheid weten te specialiseren. Om woekerwinsten tegen te gaan bepaalde Jan II de rentevoet waartegen geld kon geleend worden.

De omvang van de stad en haar materiële rijkdom beïnvloedden in sterke mate haar politieke en juridische slagkracht. In de 14de eeuw werd in Brabant onderscheid gemaakt tussen de ‘vrijheden’ of verstedelijkte dorpen die over een vrijheidskeur beschikten en de eigenlijke ‘steden’. In de loop van de eeuw ontwikkelde zich hiervoor de term ‘hoofdstad’. De hoofdsteden waren meestal met zeven, want dit was een heilig getal. Als vertegenwoordiger der kleinere steden en vrijheden verdedigden zij als ‘derde stand’ de gemeenschappelijke belangen bij de landsheer. In het hertogdom Brabant waren dit Leuven, Brussel, Antwerpen, 's Hertogenbosch, Tienen, Nijvel en Zoutleeuw . In deze hoedanigheid ondertekenden zij de belangrijkste hertogelijke landcharters.

Om zijn opvolging te vrijwaren, stond Jan II het eerste landcharter toe dat algemeen als het Charter van Kortenberg bekend staat. Een tweede oorkonde van 27 september 1312 stelde een raad samen, de zogenaamde Staten van Brabant, bestaande uit vier edelen en tien vertegenwoordigers der steden. Leuven en Brussel stuurden waren goed voor elk drie vertegenwoordigers. De steden Antwerpen, 's Hertogenbosch, Tienen en Zoutleeuw telden elk één afgevaardigde in de raad die om de drie weken te Kortenberg zetelde. Het charter werd mede bekrachtigd en bezegeld door de stad Tienen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 14:44 Reageer op dit bericht Stuur door

2.4 Van hertog Godfried III tot Jan Primus

In 1168 verleende Godfried III (1142-1190) een charter dat als het oudst bewaard op schrift gestelde privilegie van het hertogdom beschouwd wordt. Hiermee bevestigde hij alle eerder verleende vrijheden. Daarnaast stelde hij de stad vrij van het zogenaamde recht van de dode hand, waardoor de hertog afzag van het recht om zich als landheer goederen toe te eigenen die niet meer konden vererven.

772865-74f1ad236d286b9d1f4f858f4afa4e26.jpg

Om de hegemonie in het oostelijk deel van zijn territorium te bevestigen, koos hertog Hendrik I  (1190-1235) Tienen als bruggenhoofd. Vooral bij het begin van de 13de eeuw verbleef hij meermaals in de stad. Toch waren het zijn troepen die op 13 oktober 1213, na hun nederlaag bij Steppes (Montenaken), de stad zwaar teisterden.

772865-b608450bbaedd1274e8f94e334389adb.jpg

Op 5 juni 1288 versloeg Jan I (1267-1294) nabij Woeringen de geallieerde legers van de aartsbisschop van Keulen, de graaf van Gelre en de graaf van Luxemburg. Hierdoor wist hij het graafschap Limburg (d.i. het huidige land van Herve) bij zijn bezittingen te voegen. Deze overwinning bezorgde hem een toenemend aanzien buiten de grenzen van het hertogdom. De overwinning had ook voor Tienen positieve gevolgen. Tijdens de slag traden de burgerlijke milities van de Brabantse steden voor het eerst militair op de voorgrond  Onder leiding van hoofdmeier Gilles van de Berghe wisten vooral de Tiense boogschutters zich te onderscheiden, waardoor de stad als tegenprestatie een aantal nieuwe vrijheden kreeg  Uit het charter van 24 februari 1291 kunnen we opmaken dat Tienen op het einde van de 13de eeuw tolrechten bezat, dat er openbare markten werden gehouden en dat de stad beschikte over een eigen systeem van maten en gewichten.

772865-dde104f84d719819e877948f206377d5.jpg

De gestileerde beeltenis van hertog Jan I, ook wel Jan Primus genoemd, staat op ieder flesje bier dat in de brouwerij van Haacht gebrouwen wordt.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 14:37 Reageer op dit bericht Stuur door

2.4 Van graven tot hertogen

Tijdens de vroege Middeleeuwen maakte Thuinas deel uit van het graafschap Bruningerode. Het oude graafschap strekte zich uit tussen de Dijle en de Grote Gete en behoorde tot het prinsbisdom Luik. In 987 had prinsbisschop Notger dit gebied in leen gekregen van de keizer van het Heilig Roomse Rijk, Otto III.

In hun streven om de handelsweg Brugge-Keulen te domineren lieten de steeds machtiger wordende graven van Leuven hun begerig oog op Bruningerode vallen. In 1013 behaalde de graaf van Leuven, Lambrecht I , bij Hoegaarden een belangrijke overwinning op prinsbisschop Balderik II. Hierdoor werd Thuinas bij het graafschap Leuven gevoegd. De nieuw verworven nederzetting bekleedde een sleutelpositie in de uitbreidingspolitiek van de graven en vormde een vooruitgeschoven vesting tegenover de Luikenaars. Dit resulteerde de aanleg van een afdoende verdedigingsgordel en het verwerven van stadsrechten. De stad werd rond 1014 voor de eerste maal ommuurd. De eerste omheining beperkte zich tot de bouw van een muur en de aanleg van een gracht rond de St.-Germanusheuvel. Het water dat de noordelijke gracht vulde was afkomstig van de Mene, een riviertje dat ten zuiden van de stad vloeide en dat in de 11de eeuw speciaal voor dit doel vergraven werd.

772849-ed752b2e0668c7816f88cf2ab725bd86.jpg

Naast Bruningerode verwierven de graven van Leuven omstreeks 1100 ook de graafschappen Brussel en Grez, het domein van Orthen (het latere ’s-Hertogenbosch) en het gebied rond de abdijen van Nijvel en Gembloers.  Deze bezittingen vormden de kern van het latere hertogdom Brabant. Rond 1106 werd graaf Godfried I (1095-1139)  tot hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van Antwerpen verheven, wat hem behoorlijk wat prestige opleverde. Ondanks zijn toenemend succes op territoriaal vlak verloor de hertog de interesse voor Tienen niet. Gedurende deze periode overlaadden Godfried en zijn opvolgers de stad met speciale voorrechten en fungeerde zij regelmatig als hertogelijke residentieplaats.

772849-d2164773954935ff070c991fe278865c.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jcob1374 om 14:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Tiens dialect en de ich-mich lijn.

In het Hageland , waartoe ook Tienen behoort, spreekt men Brabantse dialecten, maar ten gevolge van hun geografische ligging hebben ze bepaalde invloeden van het Limburgs ondergaan. Dit is onder meer in het Tiens dialect nog zeer duidelijk te horen.

Heel vaak wordt onterecht gedacht dat Tienen in Limburg  gelegen is. Dit  ondanks dat er nog twee Vlaams –Brabantse fusiegemeenten,  Linter en Zoutleeuw  nog meer oostelijk gelegen zijn.  Er dient nog 17 km in oostelijke richting afgelegd te worden vooraleer de eerste Limburgse gemeente, de stad Sint-Truiden bereikt wordt. Dit is dezelfde afstand die we vanuit Tienen in westelijke richting moeten afleggen om Leuven te bereiken. In bijlage kunt u een kaartje van Vlaams-Brabant vinden met niet Brussel in het centrum doch eerder Leuven in het centrum van de provincie. Hierdoor onstaat het misverstand dat Tienen in Limburg zou liggen.

De Getelijn (G-lijn)

Ten oosten van Tienen treffen we de oude grens aan tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Loon (omvatte ongeveer het huidig grondgebied van Belgisch en Nederlands Limburg)

Een hele bundel isofonen  (=een klein, systematisch taalverschil tussen dialecten dat als een grens door een taalgebied loopt)  valt juist of ongeveer samen met deze oude grens. Omdat deze grens eerst de Gete volgt, spreek men van de Getelijn. Deze lijn (of eerder grenzenbundel) is de meest karakteristieke scheidingslijn tussen het Brabants en het Limburgs dialect.

773225-50e4f3cefac72e42dbd8c5db186852c1.jpg

De Uerdingerlijn (U-lijn) ook de ich/mich lijn genoemd

De belangrijkste dialectgrens in het Hageland is de Uerdinger lijn. Ze vertrekt op de taalgrens ten noorden van het Waalse dorpje Bevekom (Beauvechain) en loopt in noordoostelijke richting ten oosten van de gemeenten Opvelp, Neervelp, Vertrijk, Boutersem, Lubbeek, Sint-Joris-Winge, Onze-Lieve-Vrouw Tielt, Scherpenheuvel en Zichem.

Verder loopt de U-lijn door het noordwesten van Belgisch-Limburg, het uiterste zuidoosten van Noord-Brabant en het noorden van Nederlands-Limburg. In Duitsland gaat ze over de Rijn te Uerdingen (vandaar de naam).

Het meest opvallende kenmerk is de uitspraak van de persoonlijke voornaamwoorden "ik, mij, u". Ten oosten van de U-lijn zegt men ich, mich, oech, ten westen ik, ma, a/oe.

Daarom spreekt men ook van de ich/mich-lijn. De overgang van k naar ch is een gevolg van de Hoogduitse klankverschuiving. We kunnen het fenomeen vergelijken met de kringen in een vijver waarin je een steen hebt geworpen. De laatste kringen sterven uit tussen Roosbeek en Boutersem met de ch van ich, mich, oech, och


773225-567bf285ded59e66166ccf2ac79ab8e6.jpg

Voor de liefhebbers van het Tiens dialect volgt hierna een link naar een internetsite waar een hele reeks verhaaltjes in het o zo sappige Tiense dialect kunt beluisteren.

http://www.tienen.be/showpage.aspx?id=1027

En nu maar hopen dat jullie het allemaal kunnen verstaan. Als hulpje staat en naast het verhaaltje (=geluidsfragment) telkens ook een woordenlijst met de vertaling van typisch Tiense woorden in het dialect.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Bezoek Tienen 09/12/2010

↑ Terug naar de berichten