Het nieuwe boek : Wat verwerk je in de keuken ? Lees hier meer
Tips en hulp voor de keuken !
27-03-2010
Paaslam
Volgende zondag is het weer Pasen.
Ik keek wat verwonderd op de kalender en realiseerde het mij
toen …. Toen ik destijds nog les gaf was het wel even anders. Joepie, Pasen is
in aantocht …nog zoveel weken of dagen dan en dan is het weer twee weken vakantie…
Nu is het volgende zondag weer Pasen en die dag zal er niet
veel anders uit zien dan alle vorige zondagen…!
Maar elke week opnieuw moet ik toch een onderwerp vinden om
iets over te schrijven, en dan is Pasen een goed thema… Want met Pasen wordt
lamsvlees gegeten!
De traditie komt misschien reeds van bij de Joden toen ze
tijdens de exodus uit Egypte weg trokken. Mozes leidde de groep nadat er eerst
zeven plagen over Egypte gekomen waren. Bij de laatste plaag zouden alle
eerstgeborenen sterven. De Israëlieten ontkomen daaraan door een lam te
slachten en het bloed op de deurposten te smeren…. ( Zelf gezien, enkele weken
geleden in de film met Charlton Heston…)
Ja, en wat doe je dan met de rest van het lam?
Opeten? Wie weet?
Ik weet niet of er hier aan Pasen nog veel aandacht besteed
wordt. Wij hebben tegenwoordig ongeveer alles wat we ook maar verlangen en lamsvlees
ligt gans het jaar door zo maar in de rekken van de eerste de beste kwaliteitssupermarkt te
koop.
Vlees van goede kwaliteit zelfs. Meestal ingevoerd uit Nieuw
zeeland of Schotland…
Ook lammetjes uit Pauillac en het “Saeftinghe lam” zijn zeer
gegeerd. Of lammetjes die “pré salé” genoemd worden. Dit zijn lammetjes die
gegraasd hebben op weiden of gebieden die regelmatig door de zee overspoeld
worden en waardoor er zout in de bodem gevangen zit of in de planten is
opgenomen. De diertjes krijgen daardoor mooi roze vlees met een verfijnde
smaak. De lammetjes van Saeftinghe behoren daartoe. Of die van de
Mont-Saint-Michel in Frankrijk.
Een lammetje blijft lam tot het hoogstens negen maanden oud
is. De beestjes die nu aangeboden worden in de slagerijen zijn een drietal
maanden oud en dit zijn de echte jonge lammeren. Zeer jong geslacht worden ze
zuig- of melklammeren genoemd. Er wordt wel eens lyrisch gedaan over het malse
witte vlees van dergelijke jonge schaapjes maar het is wel vrij droog en smaakloos.
Een goed lam moet reeds een beetje over de frisse groene
weiden gedarteld hebben. Of over de dorre heidegronden die begroeid zijn met
kruidige planten… Elke bodem geeft zijn smaak aan het vlees.
Ouder dan een jaar wordt een lam een schaap… Dan krijgt het
de typische schapensmaak die door de meesten niet echt op prijs gesteld wordt.
Het vet van een schaap is dan niet meer glanzend wit maar het wordt geelachtig.
Zo heb ik ooit van iemand, een brave jongen dacht ik, een
schaap gekocht… Zijn moeder kweekte de dieren en alle buren kochten bij haar en
hij deed het schaap weg voor een prikje… en als de beste stofzuigerverkoper
luisde hij mij er in…
Nadien bleek het om een oud melkschaap te gaan… Het was toch
een schaap, nee…? Gelukkig ben ik er later in gelukt om het beest te ruilen
voor een diepvries lamsbout van behoorlijke kwaliteit… ’t is wel een dure bout geworden.…
De tijd dat een heel schaap als prachtig braadstuk aan het
spit gestoken werd is voorbij. Misschien nog eens tijdens de
zomer als méchoui…. Een gerecht dat uit de Maghreb overgewaaid is. Wel
spectaculair om bij te wonen…
Als een heel lam te veel is kan een “baron d’ agneau”, een
“lamsbaron”, (een onbestaand woord)
gebraden worden, zowel aan het spit als in de oven.
Met “baron” wordt hier bedoeld; de twee bouten van het lam
of schaap die nog aan mekaar vastzitten aan het zadel.
Het rare woord, baron zou door Hendrik VIII van Engeland
gegeven zijn aan dit soort braadstuk. Hij vond het gebraad zo lekker dat hij
het stuk met zijn sabel tot “baron” sloeg:
Sir loin… of beef!
Andere bronnen zeggen dat het woord uit het Frans komt en dat
het om een verbastering gaat van woord “bas rond”, een stuk uit de lende van
een rund.
Het braadstuk daarna aan tafel versnijden, dat is een ander
paar mouwen. Maar het presenteert wel zeer mooi. Een bekende bereidingswijze is
de lamsbout of baron gebraden op een onderlaag van schijfjes aardappelen en
uien: op de wijze van de bakkersvrouw, “ à la boulangére”…, want de bakkerin
had een grote oven…!
Dunne schijfjes aardappel en bijna
evenveel uien eerst een beetje kleuren in vetstof in een braadpan. De lamsbout
voorbereiden en kruiden en eveneens een kleurtje laten krijgen in de braadpan.
De aardappelen in een diepe braadslee overbrengen en bijna onder vocht zetten
met kippen of andere bouillon. De gebruinde bout of baron er op leggen en alles
nu in de oven gaar maken.
Het vlees mag redelijk goed
doorbraden worden, de aardappelen af en
toe eens omroeren.
Een uur verblijf in de oven zal
wel voldoende zijn voor een gewone lamsbout. Een baron moet een ietsje langer
braden. Laat een kwartiertje rusten vooraleer de bout aan te snijden.
De aardappelen moeten smeuïg
blijven vermits de jus van het vlees in de aardappelen zit. Eventueel bouillon
toevoegen als er te weinig is. Er mag een mooi korstje op de aardappelen
bakken!
De lamsbout moet voorbereid worden
door het meeste vet te verwijderen. Daarna prikt men met een scherp puntig
mesje gaatjes in het vlees en stopt enkele in de lengte in vier gesneden
lookteentjes in die gaatjes. Het vlees inwrijven met peper en zout, desgewenst
ook nog met tijmblaadjes en enkele rozemarijnnaaldjes.
Een lamsbout weegt rond de twee
kilo. Hij kan gekocht worden met het heupstukje er nog aan of verwijderd… En bout is voldoende voor acht tot tien
personen. Het hangt er een beetje van af hoe hij na het braden versneden wordt
en of er een hond in huis is.
Het eventueel resterende vlees kan
perfect koud gegeten worden. Zorg er wel voor dat alle vet verwijderd is want koud
is dat is echt niet zo lekker… Een likje mosterd er op, een stukje vers
brood… Koude lamsbout was vroeger een
verplicht onderdeel van de “assiette anglaise”, een schotel, vooral gekend aan
de kust, speciaal ingevoerd voor de vele Engelsen die daar toen kwamen. De
Engelsen zelf noemen het “cold cuts”, koud vlees… een schotel met verscheidene
soorten charcuterie en gebraden vlees.
Twee andere stukjes lamsvlees die nu in elke zichzelf respecterende
supermarkt te koop zijn, zijn de lamskroontjes en de lamsfilets.
De kroontjes worden zo genoemd omdat ze vroeger wel eens
zodanig bijeen gebonden werden dat ze er uit zagen als een kroon. Een Duitse
gewoonte, maar een slechte bereidingswijze.
Dit kroontje word gesneden uit de voorste deel van het lam,
juist daar waar de ribben zich bevinden, dit zijn de kleine beentjes die er nog
aan vast zitten. Hier in België worden ze zodanig gesneden dat er een zes tot
zevental ribben aan vastzitten. Zo een stukje is voldoende voor 2,5 personen.
Hoe je dat verder thuis regelt dat moet je maar zelf oplossen. Goede eters
krijgen zo een kroontje ook wel met twee verwoest… Er bestaan ook dikke en
dunne kroontjes… dus kijk maar uit.
De lamsfilets worden uit de rug van het lam gehaald en zijn
volledig ontdaan van vliezen en vet. Een zuiver stukje zeer mager vlees. Maar de
kroontjes zijn smakelijker, die bevatten een beetje meer vet en hebben meer
smaak.
Een lamskroontje moet ook eerst in de braadpan een beetje
gekleurd worden, de vleeskant toch, en daarna gebraden worden, tussen de 10 en
de 15 minuten in de oven. Dan nog een paar minuutjes laten rusten. De filets
kunnen eenvoudig gebakken worden in een braadpan. Bakken zoals een steak en een
beetje rosé houden, juist zoals bij een
biefstuk. Daarna in dunne schijfjes snijden.
Een probleem is hier altijd dat dit soort vlees weinig of
geen jus afgeeft. Er bestaan potjes met lamsfond. Hoeverre die eetbaar zijn
weet ik niet. Eventueel kan daarmee de braadslede gedeglaceerd worden, zo
ontstaat er een beetje saus.
Zeer lekker om op een lamskroontje een laagje “persillade”
te leggen: een kruidenkorst of peterseliekorst.
Kneed hiervoor wat wit broodkruim of desnoods paneermeel met
een klont boter ( en geen margarine…! Let op want ik kom kijken…), gehakte
peterselie, gehakte knoflook, een likje mosterd, peper en zout tot een stevig
deeg. Laat de lamskroontjes nu braden gedurende een vijftal minuten, leg dan
een worstje van deze persillade op het vlees en braad verder…
Deze persillade, nadien gemengd met de braadjus vormt een
heerlijke saus.
Probleem is altijd, hoe moet dat vlees nu gebakken worden? Rood,
rosé of doorbakken.
Doorbakken vlees, dat is simpel, dat wordt kurkdroog, wordt
taai en verliest aan smaak.
Rood is van het goede een ietsje te veel, rosé is ideaal.
Maar wat als er drie mensen aan tafel zitten met elk zijn mening daarover?
Geen nood. Een lamsfilet heeft een dikke en een dunne kant.
De dunne kant zal uiteraard verder doorbakken zijn dan de dikke zijde…opgelost
probleem! Bij het snijden van het kleine braadstukje krijgt ieder zijn meug..!
Het klassieke garnituur bij dergelijk gerecht zijn nog altijd
groene boontjes, soms in een dun reepje spek gerold een klein tomaatje,
gebraden in de oven en gebakken nieuwe aardappeltjes. (Maar die zijn er nu nog
niet).
Andere groente zoals asperges, jonge worteltjes, courgettes
en aubergines passen er even goed bij… Lamsvlees is op dat punt een zeer
dankbaar stukje vlees.
Als saus kunnen zij die avontuurlijk aangelegd zijn ook eens
een lookcrème proberen. Knoflookzalfje zegt men ook wel, dat fungeert dan als
jus…
Knoflookcreme kun je bij een aantal gerechten eten. Bij gebraden
of gegrild vlees maar het past ook prima bij sommige groenten of vis. Als
sausje bij een fondue bijvoorbeeld gaat het ook prima. De scherpe knoflooksmaak
verdwijnt helemaal en je kunt de volgende dag met een gerust geweten iemand kussen.
( Moet niet..maar mag…)
Voor een kleine portie pel je 1 hele bol knoflook en kook je
de tenen 5 minuten in een klein pannetje water. Na 5 minuten gooi je het water
weg en doet er vers water bij. Nu nog eens 10 minuten koken. Afgieten en de tenen
fijnprakken met 1 of 2 eetlepels room afhankelijk van hoe dik je het wilt
hebben en wat zout, het gaat evengoed in een bekermixer of met een staafmixer.
Het is heerlijk en zal ook niet misstaan bij een tafel vol met hapjes en rauwe
groenten.
Eerst nog een beetje doorgaan met het hoofdstuk – nieren-
van vorige week.
Schandelijk maar ik ben de rundernier vergeten te noemen.
Iemand reageerde al om te melden dat haar (?) moeder altijd nieren bij het
stoofvlees mengde.
In de streek rond Mechelen, Willebroek wordt die nier
courant gebruikt om te verwerken in het
stoofvlees.
Volgens de oude Gentenaars zou in de echte Gentse stoverij
ook rundernier thuis horen.
Voor de bereiding; heel simpel, vervang een gedeelte
rundvlees door een in blokjes gesneden rundernier. Persoonlijk zou ik de nier
apart bakken, de bakaard is anders dan die van rundvlees. De nier geeft nogal
vlug vocht af en dat zou beletten dat het stoofvlees mooi kleurt.
Zelfs kan de rundernier klaar gemaakt worden zoals een
kalfsnier. De nieren die nu verkocht worden komen van vrij jonge dieren en zijn
nog behoorlijk mals. Het enige probleem is dat men de ouderdom van de rauwe
nier niet kan inschatten. De slager kan je hierover meestal wel raad geven.
Bojako, mijn expert, als het over Engelse keuken gaat, zat
ingesneeuwd en vastgevroren in de Ardennen en heeft daarom haar reactie pas
zeer laat gepost. Lees
hier maar…
Daar vind je het recept voor “steak and kidney pie”… Een
soort bedekte taart maar gevuld met gestoofd rundvlees met niertjes.
Ik raad hier aan om het deeg zelf te maken. Dat gekochte
bladerdeeg of brokkeldeeg is niet van fameuze kwaliteit.
In “den ouden tijd” werd dit deeg voor Engelse pie’s gemaakt
met geraspt niervet…! Zeer lekker maar amaai mijne cholesterol..!
Bojako heeft het al vervangen door boter. Ook goed.
Vorige dinsdag heb ik, zoals elke dinsdag de laatste weken,
gekeken naar het programma van, en met Wim Opbrouck : “in de keuken”! Een
programma naar mijn hart!
Een waardige opvolger voor Jeroen Meeus’s programma : “plat
préferée”.
Een gereputeerde (sterren)chef toont zijn keuken en geeft
twee recepten die nadien moeten nagemaakt
worden door twee amateurkoks. Die amateurs zijn meestal mediafiguren.
Zo was het vorige week de beurt aan de immens populair
geworden komiek, Philippe Geubels, de man van de Colruyt!
De chef, dit keer was het een minder bekende Griekse chef
Constantin Erinkoglouid.
Constantin Erinkoglou wordt de beste Griekse ambassadeur
buiten Griekenland genoemd. Hij is socioloog van opleiding maar staat
ondertussen al meer dan 10 jaar in de keuken van zijn restaurant Notos in
Brussel.
De chef toont dan aan de kijkers hoe hij het gerecht maakt,
de amateurskoks bereiden het gerecht volgens de beschrijving, het recept, dat ze op papier krijgen.
De meeste hobbykoks trekken zich behoorlijk uit de slag maar
de presentatie laat meestal wel wat te wensen over. Dat is logisch, er is ook
zoiets als ervaring en inzicht die tellen…. Dat is in een recept niet te
beschrijven.
Ik heb het mij nu wel heel gemakkelijk gemaakt en het recept
van de site van Canvas gehaald.
Straks geef ik wel mijn persoonlijke visie.. Eerst de grote
chef…:
Philippe Geubels kreeg als opdracht om een gevulde
lamsschouder na te maken. Hier het recept van Constantin Erinkoglou:
Ingrediënten:
Voor de lamsschouder:
* 1 ontbeende
lamsschouder
* 80 g
voorgekookte kastanjes, grof gehakt
* 250 g
champignons (verse of een mengeling van verse en gedroogde en/of diepvries
champignons)
* 300 g gemengd
gehakt (rund + varken, evt. ook lam)
* 1 gehakte ui
* 10 g rozijnen
uit Korinthe
* 2 soeplepels
gehakte peterselie
* Zout, peper,
gemberpoeder en cayennepeper
* Keukengaren en
naald
Voor de Havizi:
* 4 eetlepels
maïsbloem
* 1 eetlepel
griesmeel
* 2 eetlepels
verse boter
* Olijfolie
* 50 g fetakaas
*
Gevogeltebouillon
* Zout
Voor de gebraiseerde groenten:
* 4 wortelen
* 1 venkel
* 200 g
prinsessenbonen
Bereiding van de lamsschouder
De ui stoven, het gehakt toevoegen en samen bakken.
Vervolgens gember, rozijnen en cayennepeper toevoegen.
De champignons apart sauteren en aan het vlees toevoegen,
samen met de kastanjes en de peterselie. Op smaak brengen met peper en zout.
De rug van de schouder ontvetten, de schouder op een plank
openleggen. Het vlees insnijden zodat het overal dezelfde dikte heeft. De
schouder geleidelijk aan dichtnaaien en gaandeweg de vulling in de schouder
duwen.
Snij de groenten in stukjes en stoof ze in olijfolie onder
gesloten deksel.
Giet de vleesbouillon af en laat lichtjes inkoken.
Presentatie
Leg een snede van de lamsschouder op een bord en overgiet
met saus. Presenteer met de groenten en de Havizi.
Ik maakte dit gerecht vroeger ook graag klaar. Het resultaat
is een echt smakelijk stukje sappig vlees. Als vlees kun je bij de slager een
ontbeende lamsschouder bestellen maar, en zo deed Filip Geubels het ook, hij
had gewoon een diepvries lamsschouder ( vermoedelijk van de Colruyt) gekocht en
deze laten ontdooien.
Als vulling gebruikte ik gewoon gemengd gehakt en voegde
daar dan de gehakte afsnijdsels van de schouder aan toe. Een eitje en veel
gehakte look en platte peterselie moet er ook bij.
Peper en zout niet vergeten, eventueel nog wat specerijen
naar smaak… een blaadje salie?
Heel veel vulling gebruikte ik niet, misschien tweehonderd
gram gehakt vlees, het diende meer om de stukken vlees van de schouder aan
mekaar te kleven. Het opbinden is niet eenvoudig maar met wat goede wil lukt
het wel. Bij mijn methode heeft men die speciale dikke naald ( brideernaald) ook
niet nodig.
Het gaar maken in de oven met bouillon er bij, is in feite
braiseren en niet braden…
De jus hiervan moet eerst grondig ontvet worden vooraleer
deze jus gebonden wordt tot saus.
De geblancheerde groenten kunnen eventueel tijdens het
laatste half uur mee in de oven gaar gemaakt worden. De opgesomde groenten zijn
ook maar een voorbeeld. Dit kan gedaan worden met elke vaste groente. Als de
groenten maar tegelijkertijd gaar zijn. Artisjokjes, zilveruitjes, jonge
wortelen, raapjes,…
De maïsbrij die
hierbij geserveerd wordt valt bij de meeste Vlamingen niet erg in de
smaak.
Welk maïsmeel hij hier gebruikt is ook niet erg duidelijk. De
bereiding lijkt op polenta. Geen nood, een lekker gebraden of gebakken
aardappeltje zal het ook wel doen.
Zo één lamsschouder levert voldoende vlees voor vier tot zes
personen naargelang hoe groot hun appetijt is.
’t Word lente, ’t word lente, ik voel het aan mijn instrumenten, is het credo van onze nationale weerman Frank Deboosere.
Het is weer zover, volgende week, vrijdag 21 maart wordt het lente.
Zaterdag 22 maart brengen de klokken weer chocolatten tikkeneikes van Rome en zondag 23 maart is het Pasen.
We krijgen dus een zeer vroege Pasen dit jaar. Het Christelijke Pasen wordt in principe gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente.
Vrijdag is het lente-evening en zondag is het Pasen.
En wat gaan we eten ?
Traditioneel zou dit een paaslam moeten zijn maar de families zijn in de huidige tijden zo klein geworden dat ze een hele week zouden nodig hebben om een lam verorberd te krijgen.
Daarbij komt nog dat als dochterlief zo een geslacht lammetje op zijn geheel te zien krijgt, zij er geen vezeltje meer zal van willen opeten.... ! ( En die kop zit daar nog aan.... en dan gillend het huis uit.... naar de Mc Do...)
We zullen het in dochter’s ogen een beetje beschaafder aanleggen en alleen stukken vlees gebruiken waarin je geen lam meer herkent. Hypocrisie noemt men dat...
Zelfs in de eenvoudigste supermarkten zijn nu lamribstukken - lamskroontjes of lamsfilets te koop. Vers of diepgevroren. De prijs daar praten we hier niet over maar ’t is alleen weggelegd voor welgestelde burgers.
De stukken die gesneden werden uit de rug, uit het gedeelte waar de ribben zich bevinden, zijn het smakelijkste. In de restaurants en bij de slagers wordt dit ook wel eens de “carré” genoemd. Lamskroon in ‘t Nederlands
Zo één carré, is voldoende voor twee goede eters. Dus in een gans lammetje zit voldoende voor vier personen... De stukken uit de rug die wat verder achterwaarts gelegen zijn, het deel dat bij een rund ook wel de entrecote of contrefilets genoemd word, wordt volledig ontvet, ontvliesd en uitgepeld en word dan verkocht als lamsfilets.
Het is in feite de filet niet maar over de benamingen van vleesstukken daar kan je een dik boek over vol schrijven en na lezing daarvan begrijp je er nog minder van...
Die lamsfilets zijn magerder dan de “carré’s” en hebben daardoor ook minder smaak en de filetjes zijn soms erg dun. De prijs ligt in de dezelfde buurt.
Waarom is dit vlees nu zo duur ? Wel uit een gans lam komt maar eerste klasse vlees voor acht personen. De bouten niet meegerekend.
De bouten worden ook al aanzien als tweede kwaliteit, en ook nog ; te groot!
We zijn verwend, rot verwend, en maar klagen...!
Maar ’t word Pasen dus we gaan niet klagen en halen onze nieuwe Visa kaart te voorschijn en kopen lamskroontjes. Een langwerpig vrij dun stukje vlees met een zevental beentje, ribbetjes, er aan...
In Duitse kookboeken ziet men wel eens om zo twee stukken aan mekaar te naaien en zo een echte kroon te bekomen. Niet doen !!! Het is onmogelijk om daar een behoorlijk braadstuk van te maken. Volgens Duitse normen misschien wel, maar hier zal je niet veel succes oogstens met zo een volledig doorbakken stuk vlees. Zelfs niet als binnenin die kroon allerlei verlokkelijke groenten pronken...
Laat de kroontjes of de filetjes maar gewoon zoals ze zijn.
Het bereiden ervan is simpel, het gaat zeer snel. Eerst gaan we één en ander voorbereiden.
Een behoorlijk stukje gebraden vlees vraagt ook een beetje behoorlijke saus. En daar sta je dan ... (Wie zong dat ook alweer ???)
De braadsappen van zo een klein stukje vlees zijn onvoldoende om er een sausje van “te creëren”. Ofwel vraag je aan de slager een beetje vlees van de nek of enkele resten om dat te gebruiken als basis voor de saus ofwel koop je een potje lamsfond van ... Heet dat Lacroix ? ( Ik ken daar niets van..)
Zeer in het kort ; een worteltje en een ui mooi kleuren in een braadpan samen met die snippers goedkoop lamsvlees. Een kruidenbosje er bij, een teentje look en overgiet dat met water of als er nog geld genoeg overgebleven is met witte wijn. Een likje tomatenpuree of één verse tomaat, maar daar is het nog niet het goede seizoen voor. Laat dit nu zachtjes sudderen, zo lang het kan. Minstens twee uur. Zeef de saus en laat afkoelen.
Het zal nu wel duidelijk zijn dat dit op voorhand moet gedaan worden. Na afkoelen van de saus kan dan ook het overtollige vet weggenomen worden.
Proef nu en voeg water peper en zout toe en nog wat kruiderij naar smaak. Weet ik veel. Gehakte basilicum misschien ?
We zorgen ook voor een aardappelbereiding. Een “gratin” is hier reuze lekker bij.
Of onze oer Vlaamse kroketjes.
Een half tomaatje. Er zijn nu van die langwerpige Italiaanse tomaatjes, die in Spanje gekweekt worden maar toch tot de redelijk lekkere tomaten kunnen gerekend worden.
Snij die half door en leg ze op een ingeboterd schaaltje dat in de oven kan.
Kook enkele handvollen fijne groene boontjes - ingevoerd uit Kenia - ’t is daar ook Pasen, verwijder de puntjes en steeltjes als dit nog niet gedaan is en kook ze beetgaar in gezouten water.
Stuur iemand naar de slager om reepjes zeer dun gesneden spek te halen, want die waren we vergeten bij de aankoop van dat lam.
De gekookte boontjes worden nadien in die reepjes spek gerold maar dat had je al door natuurlijk.
Nu maken we nog een “persillade”. Dat is zoiets dat met veel fantasie kan vertaald worden tot : peterseliekorst. De korst smaakt veel meer naar look en mosterd dan peterselie... Bij mij toch.
Neem een blokje boter, boter zeg ik wel.. Doe daar een greepje gehakte peterselie bij, een lepeltje “straffe” mosterd, twee teentjes gehakte look en een greep wit broodkruim. ( Dit maak je door kruim van oud wit brood fijn te maken en te zeven..)
Kneed dit alles nu door mekaar. Met een vork mag het ook.
Zo ontstaat een redelijk stevige pasta.
Nu het vlees!
Als je het vlees bij de slager koopt kan hij daar de eventuele vliezen afhalen anders zal je het zelf moeten doen. Als die vliezen daar niet af zijn zal het braadstuk krom trekken. Dat is alles. Dit kan ook opgelost worden door de vliezen ruitvormig in te snijden. Bij de lamsfilets bestaat dit probleem niet. Daar zitten geen vliezen op!
Het vlees kruiden met peper en zout, en het in een gewone braadpan kleuren zo goed en zo kwaad als het kan. Bij de carré’s is dit vrij moeilijk omdat die beentjes in de weg zitten Bij de lamsfilets mag het zeker niet lang duren want dan is het vlees reeds voldoende gaar. Zo een lamsfilet is amper zo dik als een biefstuk.
Haal het aangebakken vlees uit de braadpan en leg het op een ovenschaal.
Beleg het nu met een dun laagje van die peterselie en lookpasta.
Nu is het verder een kwestie van een goede organisatie en een goede oven te hebben.
De aardappelen liggen klaar of zijn klaar ?
De boontjes liggen mooi opgerold in hun spekjasje ?
De saus is ook klaar ? Een beetje gebonden indien dit gewenst is ?
De halve tomaten liggen op een schaal ?
De oven staat gloeiend heet ?
Goed !
Nu hebben we waarschijnlijk nog wel een beetje van die “persillade” over ? Wel die verdelen we over die halve tomaten...
Het vlees in de oven.
De tomaten in de oven..
Even later ook de boontjes...
De saus staat op te warmen...
Vlees is klaar...na ongeveer acht tot 10 minuten.... bij een temperatuur van 180 tot 200 graden? Ik zal het hier maar bij schrijven, anders vraagt iemand het toch maar weer ...
Dek het vlees nu af met een vel alufolie en laat het een beetje rusten, als het kan op een warme plaats. (?) Het vlees moet rosé gebakken zijn.
Nu bakken we de eventuele te bakken aardappelen.
We zetten de warme borden klaar.
We snijden het vlees en verdelen dit in evenredige porties over de borden.
De restjes van de peterseliekorst die van het vlees gevallen zijn mengen we nu bij de saus. Daarom mag de saus ook niet op voorhand te sterk gebonden zijn, anders zal ze nu te dik worden door het broodkruim...
Nu nog de groente en de aardappels er bij en .... Madame est servie
Een goede “verstaander” heeft hier al lang begrepen dat deze werkzaamheden niet door één persoon kunnen gedaan worden als er voor meerdere personen gekookt wordt.