NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Zoeken in blog

Foto
Foto
Over mijzelf
Ik ben Journée Wilfried , en gebruik soms ook wel de schuilnaam PAPOUM.
Ik ben een man en woon in LANDEN (België) en mijn beroep is gepensioneerde , slapen, goed eten en drinken..
Ik ben geboren op 04/06/1944 en ben nu dus 70 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: wielersport en tafeltennis, geschiedenis, reisverhalen, chansons, humor..
Inhoud blog
  • EINDE
  • Adieu l'Ami - Au Revoir.
  • De Flandriens uit Limburg.
  • Les soldats russes venus en France en 1916 .
  • HISTOIRE DU TENNIS DE TABLE - FP.
    Foto
      EINDE
     VAN DEZE BLOG

      26 08 2012
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto

    J. BREL

    C'est plein d'Uylenspiegel
    Et de ses cousins
    Et d'arrière-cousins
    De Breughel l'Ancien

    Le plat pays qui est le mien.

    Tous les chemins qui mènent à Rome
    Portent les amours des amants déçus
    et les mensonges des anges déchus.

    Foto
    Foto
    Foto
    Pelgrim

    Wat zich gaande voltrekt
    in de ziel van de pelgrim
    is niet een toenemend verlangen
    naar het bereiken van zijn reisdoel,
    niet het vinden van het heilige
    aan het einde van zijn bedevaart,
    maar zijn overgave aan de ruimte,
    aan de kiezels op zijn pad,
    zijn besef van niet-weten,
    zijn afdalen in de leegte.

    Zijn benen worden zijn vrienden,
    de regen zijn lijden,
    zijn angst wordt gericht
    naar de honden langs de weg,
    het vele legt hij af en hij rust in het Ene.
    Al trekkend komt hij nergens,
    voortgaande bereikt hij niets,
    maar zijn vreugde neemt toe
    om een bloem en een krekel,
    om een groet en een onderdak.

    Zijn reisdoel en zijn thuis
    vloeien samen aan de horizon,
    hemel en aarde vinden elkaar
    op het kruispunt van zijn hart.
    Het heilige verdicht zich
    in de dieren en de dingen.
    Zijn aankomst ligt verborgen
    in de wijsheid van het Zijn.

    Catharina Visser

    Foto
    De Weg.

    In de verte gaat een pelgrim,
    eenzaam over het pad.
    Met een blik voorwaarts,
    eindeloos turen naar het pad.
    Het pad dat hem leidt,
    de wind die hem begeleidt.
    Samen èèn met de natuur,
    de geur,het geluid en omgeving.
    Daar toont de schepping hem,
    nederig dat het pad van zand
    zo hard als steen is.
    Soms ook warm,koud en nat.
    De pelgrim stapt over
    het harde pad,
    met als enige vriend
    zijn schaduw.
    Samen op hun weg.
    When we got to the sea at the end of the world
    We sat down on the beach at sunset
    We knew why we had done it
    To know our lives less important than just one grain of sand.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    En camino de Santiago
    Sur le chemin de St Jacques
    Iba una alma peregrina
    Allait une âme pérégrine
    Una noca tan obscura
    Une nuit si obscure
    Que ni una estrella lucia ;
    Que ne brillait aucune étoile ;

    Foto
    Foto

    Le patron de toutes les filles
    C'est le saint Jacques des Bourdons;
    Le patron de tous les garçons
    C'est le saint Jacques des Coquilles.
    Nous pouvons tous les deux nous donner un bouquet,
    Coquilles et bourdons exigent que l'on troque;
    Cet échange affermit l'amitié réciproque,
    Et cela vaut mieux qu'un œillet.

    Foto

    Dat een pelgrim bij terugkomst niet wordt herkend door de mensen thuis, is een geliefd thema in middeleeuwse pelgrimsverhalen. Waarschijnlijk wil de legende daarmee aanduiden, dat de pelgrim door zijn bedevaart een ander mens is geworden; hij is op Christus gaan lijken. Dat wordt uitgedrukt door de omstandigheid dat de mensen van vroeger de teruggekeerde pelgrim niet meer herkennen: hij beantwoordt niet meer aan het oude beeld, dat zijn nog hebben; de pelgrim is een nieuwe mens geworden.

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Betrouw geen pelgrim met een baard
    Die met een schooikroes geld vergaart
    Al beed'lend langs de wegen sjokt
    En met een deerne samenhokt.



    Priez pour nous à Compostelle - Barret et Gurgand - 1977.

    Par milliers, par millions, le besace à l'épaule et le bourdon au poing, ils quittaient les cités, les chateaux, les villages, et prenaient le chemin de Compostelle. Gens de toutes sortes et tous pays, ils partaient, le coeur brulant, faire leur salut au bout des terres d'Occident, là où la mer un jour avait livré de corps de l'apotre Jacques.
     
    Foto
    Foto
    Ik had het eerst
    niet in de gaten,
    en opeens
    zàg ik het spoor
    dat jij voor mij
    hebt nagelaten.
    Mon père .

    Assis dans un vieux fauteuil
    Recouvert d'un plaid usé,
    Il rêve de son passé,
    En attendant le sommeil.

    La fumée d'un cigare
    Flottant au-dessus de lui,
    D'une auréole, pare,
    Sa tête grise, de nuit.

    Vêtu d'un pantalon gris,
    Chemise de flanelle
    Sous le tablier bleu sali.
    Sa casquette est belle.

    Il sait déjà que demain,
    Sera le grand jour pour lui.
    Mais il ne regrette rien,
    Et partira seul sans bruit .

             
              ***
    Foto
    La mort .

    Le jour où tu viendras,
    A l'aube d'un matin,
    Me tendre les bras
    Me chercher par la main,
    Entre comme moi
    Par le fond du jardin.

    Tu essuyeras tes pieds
    Sur le grand paillasson,
    Pour ne pas marquer
    Tes pas dans le salon,
    Et n'oublie pas d'ôter
    Ton noir capuchon.

    La table sera mise
    Et le vin bien chambré,
    Quand tu sera assise
    Nous pourrons le goûter,
    Avant que je ne suive
    Ton ombre décharnée .

    Mais si tu préfères
    Par surprise me faucher,
    Au début de l'hiver
    Ou au soir d'un été,
    Pousse la barrière
    Elle n'est jamais fermée.

    Avant de m'emporter,
    De rendre ma valise,
    Laisse-moi griffonner
    Une dernière poésie
    Où je ferai chanter
    La beauté de la vie.

    Ce n'est pas ce matin
    Que je quitterai le port,
    Puisque de mes mains
    J'ai caressé si fort
    Ses lèvres de satin
    Que je t'oublie, la mort.


              +++
    Foto
    Foto
    Foto
    SEUL  SUR  LE  CHEMIN .

    J'ai traversé des villes,
    J'ai longé des cours d'eau
    J'ai rencontré des îles
    J'ai cotoyé le beau !

    Tout au long du voyage
    Rien ne m'a retenu
    Même pas un signe de croix
    Tracé d'une main tremblante.

    Le vent, la mer, la pluie
    M'ont façonné le coeur.
    Je suis leur propre image,
    Immuable douleur.

    Je fais signe aux oiseaux,
    Seuls amis de ce monde,
    Qui m'entraînent dans une ronde
    A m'en crever la peau.

    J'ai traversé des coeurs,
    J'ai rencontré des bras,
    J'ai caressé des fleurs,
    J'en ai ceuilli pour toi.
    Foto
    Foto
    Foto
    卓球
    Настольный теннис
    टेबल टेनिस
    Стони тенис
    เทนนิสโต๊ะ
    Bóng bàn
    탁구
    تنس الطاولة

    TENNIS DE TABLE
     MESATENISTA
    PING PANG QIU
     TISCHTENNIS
    TABLE  TENNIS


      photos courtesy  ITTF 


    乒乓球
    Stolni tenis
    Tenis Stolowy

    ITTF    TABLE   TENNIS 
        Classement mondial 
         26 - 08 - 2012  
    World  Ranking
    Weltrangliste
    Ranking Mundial
    Värlen Rangordning
    Classifica Mondiale 

    MESSIEURS :

    1. ZHANG Jike - CHN
    2. MA Long - CHN
    3. XU  Xin - CHN
    4. WANG  Hao -
    CHN
    5. MIZUTANI Jun - JPN
    6. MA  Lin  - CHN
    7.  BOLL Timo -  GER
    8. CHUANG Chih-Yuan - TPE
    9. OVTCHAROV Dim - GER
    10. WANG  Liqin - CHN
    11.  JOO Se Hyuk - KOR
    12. OH Sang Eun - KOR

    --    DAMES :
    1. DING Ning - CHN
    2. LI Xiaoxia - CHN
    3. LIU Shiwen - CHN
    4. GUO Yan - CHN
    5
    . ISHIKAWA Kasu - JPN
    6. FUKUHARA Ai - JPN
    7. FENG Tianwei - SIN
    8. KIM Kyung - KOR
    9. GUO Yue - CHN
    10. WANG Yuegu - SIN
    11. WU Yang  -  CHN
    12. TIE Yana - HKG

     

    Info  =  www.ittf.com 
    ( anglais,allemand,chinois).

    http://www.ittf.com/_front_page/itTV.asp?category=ittv_New

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    December 1990 - Pantoum.

    De noodklok belt slechts éénmaal
    Komt weldra de ultieme speeltijd
    Ademen voor de laatste maal
    Gelukkig geen haat noch nijd
    Toch af en toe een flater
    Een zorg is dit voor later
    Lopen van os naar ezel
    Toch af en toe een flater
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Lopen van os naar ezel
    Dagelijks goed aan de kost
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Verwachtingen zelden ingelost
    Dagelijks goed aan de kost
    De beste blijft mijn moeder
    Verwachtingen zelden ingelost
    Water is het kostelijkste voeder
    De beste blijft mijn moeder
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Water is het kostelijkste voeder
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Komt het varksken met de lange snuit
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    Komt het varksken met de lange snuit
    Ademen voor de laatste maal
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    De noodklok belt slechts éénmaal.

    Tibertyn.    ***
    Foto
    Kleine mensenhand
    strooit op winterse dag
    kruimels voor de mus.

    Schelpen op het strand
    die worden door de branding
    voor ons kind gebracht.

    Molens in de wind
    draaien, draaien, en draaien
    in het vlakke land.

    Kerstman in de straat
    borstelt met grote bezem
    sneeuw weg van de stoep.

    De dode takken
    breken af bij felle wind
    van de avondstorm.

    Kreten in de nacht
    van kikkers in de vijver
    lokken de reiger.

    Hulpeloos jong lam
    verloren tussen struiken
    waar de wolf vertoeft.

    De werkzame bij
    zoekt in de roze bloesems
    lekker naar honing.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    The country with the biggest population in the world, the People's Republic of China, regards this sport as the most important.”

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De pelgrim.

    Hij is op de weg alleen 
    al weet hij nog niet waarheen
    maar ergens stond geschreven
    dat hij die richting moest gaan
    en aarzelt hij soms even
    langs de eindeloze baan
    terwijl hij in zijn hart voelt
    dat velen eerder gingen
    mijmerend over dingen
    terwijl een windje afkoelt .
    Verder dan Rome loopt de weg.
    Ervaringen van een pelgrim.
    25-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Les fabuleuses chansons françaises.
    http://www.malhanga.com/musicafrancesa/index.html

    Pas de commentaires. Cherchez votre chanson préférée et écoutez la attentivement. Lisez les paroles. Observez les images des videos.

     



       




    25-01-2011 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Italiaanse Leeuw van Vlaanderen.
    Rond 1950 was er niet alleen een film, met merkwaardige achtergrondmuziek, namelijk  DE DERDE MAN. Dicht bij de start van het wielerseizoen 2011 mogen we wel eens terugdenken aan de zeer grote Italiaans renner  Fiorenzo Magni.  Na de halfgoden van zijn generatie, Gino Bartali  en Fausto Coppi , kwam hij op de derde plaats als campionissimo. Door zijn overeenkomst met  NIVEA  bracht hij een extra-sportief in de wielersport, een revolutie in de sportgeschiedenis.

    Fiorenzo Magni werd geboren in Vaiano di Prato op 7 december 1920. Zijn aanwezigheid in de wielrennerij is alleszins niet onopgemerkt voorbijgegaan. Hij was 3 keer winnaar van de Ronde van Vlaanderen en behoort zo bij de recordhouders. Weliswaar schreef Magni het ultieme superrecord op zijn naam door de Vlaamse klassieker drie keer na elkaar te winnen. Dat was in 1949, 1950 en 1951. Nog steeds azen renners op dat record, maar niemand heeft het ooit al kunnen evenaren. In zijn loopbaan als profwielrenner mocht hij ook drie jaren met de trui van Italiaans kampioen rondrijden. Dat was zowel in 1951, 1953 en 1954 het geval. Deze Toscaan kwam de flandriens een lesje geven op eigen wegen en onze wielerkampioenen hadden nog slechts ogen om te huilen als slechte verliezers. 

    Bijna elke Italiaanse renner heeft de droom om de Giro d'Italia te winnen of toch minstens één rit op zijn palmares te zetten. Fiorenzo Magni slaagde erin om beiden te verwezenlijken. Al in 1948 kon hij de 19 e rit in de Ronde van Italië winnen. Enkele dagen later mocht hij nogmaals op het hoogste schavotje plaatsnemen, maar dan om zijn roze trui te showen als eindwinnaar in de Giro.

    GIRO ITALIA
    MILANO ACCLAMA FIORENZO MAGNI VINCITORE 

    Twee jaar later, in 1950, won hij de 16 e etappe, maar kwam niet met de eindzege thuis. Die werd gewonnen door Hugo Koblet, een Zwitser. Eén jaar later zette Magni nog eens alles op alles. Door steeds goede resultaten te rijden kon hij voor de tweede maal met de eindzege huiswaarts keren. Helaas zonder ritzege, maar dat werd in 1953 meer dan goed gemaakt. Hij schitterde maar liefs in 3 ritten. Zowel de 10 e , de 16 e als de 21 e etappe won hij. In 1955 won hij zijn laatste Giro d'Italia. De 2 e etappe was ook de laatste Giroritzege die hij op zijn palmares zette.

    Als je zijn palmares bekijkt, merk je op dat nogal dezelfde zeges voorkomen. Zo won hij o.a. 3 keer de Ronde van Piëmont (1942, 1953 en 1956), 2 keer de Ronde van Toscane (1949 en 1954), 3 keer de Trofeo Baracchi (1949, 1950 en 1951), 2 keer de Ronde van Lazio (1951 en 1956), 1 keer Milaan-Turijn (1951), 2 keer Rome-Napels-Rome (1952 en 1953) en 7 ritten in de Ronde van Frankrijk.  Signor  Fiorenzo Magni is nu nog steeds in leven. Hij is al meer dan negentig. Hij was te Monza de eigenaar van een grote garage. Na de dood van Raymond Impanis, beginnen de wielerkampioenen van méér dan zestig jaren geleden, uit de legendarische tijden, uit de periode van de Desgrange-Colombo Beker, zeer zeldzaam te worden. Magni, Kubler, Geminiani, en wie nog ... blijven nog over. Hopelijk duurt het nog even alvorens de wielerwereld hun overlijden verneemt.
    Hierna enkele foto's van de onsterfelijke Fiorenzo, beschouwd als één van de beste koereurs aller tijden in het bergaf rijden van de grote cols in de Alpen en de Dolomieten. Op het palmares van deze Toscaanse kampioen staan tussen 1940 en 1956  81 overwinningen bij de beroepsrenners.
    Signor Magni is de ere-directeur van het wielermuseum op de Madonna del Ghisallo.

      

     
    Volhouden met gebroken sleutelbeen en  nog bijna de Giro winnen.




    Wilskrachtig in de achtervolging samen met de Bretoense kampioen Louison Bobet.

    24-01-2011 om 23:58 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In memoriam Julia-Isabelle-Alina Wauters.
    AULNENHOF WALSHOUTEM .

    Tafelrede.

      

    VERJAARDAG VAN ALINA WAUTERS.

     

      

    01/03/1997-  / Na de heilige mis van zaterdagavond in de parochiekerk van Sint Lambertus werd de oude dame tot haar grote verwondering naar een  feestzaal van het AULNENHOF gebracht, een van de historische vierkantshoeves die Walshoutem  rijk is.  Haar familieleden en vrienden  waren daar stiekem samengekomen om haar op een schone manier te eren  ter gelegenheid van  haar  tachtigste verjaardag. /

     

    Vanaf zijn vijftiende was haar oudste zoon altijd nozem of antiklerikale Fidel Castro geweest die de christelijke basis van de familie had ondermijnd, tot groot ongenoegen van wijlen echtgenoot en vader Theofiel  Journée , reeds overleden op Kerstdag 1973.  Na het aperitief, het voorgerecht , tussen de soep en de patatten, verschijnt de grote en dikke Wilfried plots in zwart kleed met  een rij  knoopjes over zijn  imposante buik. Het is duidelijk dat deze oudste zoon , waarvan de jeugd abrupt werd afgebroken op de eerste zondag van september 1955 door verbanning naar het  internaat van het Kleine Seminarie te Sint-Truiden, wil bewijzen dat hij zeker zo goed kan preken als iedere pastoor of pater ooit heeft gedaan in die uithoek van het Heilig Roomsche Rijk  en op de oude Prinsbisschoppelijke grond van  HOUTHEM  EPISCOPAE.

     

    Alzo sprak de Bebaarde Heer Wilfried, van  Priesters Zonder Grenzen :

     

    Dames, Juffrouwen en Heren,

     

    We zijn vanavond allen samen om Alina Wauters te vieren. Binnen enkele uren zal deze goede mama de lijn overschrijden van haar tachtigste verjaardag. Alvorens haar lang leven van  29.219 dagen als meisje, echtgenote, moeder, weduwe en  bonneke, te overlopen staan wij allen nu eerst schoon allemaal recht om ons glas te heffen ter ere van deze prachtvrouw.

    Prosit. Lang moge ze leven.  Bravo. Applaus   ….   .

     

    Haar levensweg was een lange rozenkrans van 67 gelukken en ongelukken , en van slechts één stiel, namelijk die van huisvrouw steeds paraat om te zorgen voor allen die met haar onder het zelfde dak woonden. Zij zorgde voor de warmte van het nest. Zij zorgde voor ons allen, vanaf haar vijftiende jaar, na haar opleiding bij de nonnekens te Stevoort. Daarom verdient zij zeker een hoge onderscheiding, en die zal haar thans overhandigd worden  door moeder overste van Stevoort  die speciaal naar hier is gekomen om haar te decoreren.

    De  GOUDEN MEDAILLE  voor soep en huishouden.

    Er is ook nog een gouden uurwerk bij , een kadoke  , zie ik ….   .

     

    De oudste dochter komt binnen.  Ook zij is verkleed , als moeder overste , en  geeft  aan  haar moeder Alina de twee voorwerpen alsook een  album  met foto’s .

     

    ( vervolg)  - Dat leven heb ik proberen bijeen te plakken in dit grote boek. Ik verzamelde foto’s en omkaderde die met woorden en zinnen. Iedereen mag vanavond (en later ook) in dat boek kijken. Alina staat uiteraard op de meeste plaatjes, maar ook wij allen hier aanwezig , min of meer, alsook de dierbare familieleden die er heden avond niet zijn ….  .

    Op de eerste bladzijde staan onze handtekeningen en onze oprechte wensen.  Op de tweede bladzijde staat zij, ons bonneke, met een glas en een glimlach, een beeld om nooit te vergeten. Ik ga niet alles aflopen. Maar dit is het boek van de liefde, zonder geheimen, zonder leugens.

     

    De traditie wil dat op avonden als deze er even wordt teruggedraaid naar de oude doos van het verleden van deze nog zo kloeke parochiane, Alina Wauters. Zij werd geboren in het jaar  17 en dat is lang geleden,  precies tachtig jaren geleden. De twintigste eeuw was toen zo oud als Martine, dat meisje daar. Nu zijn wij bijna in de éénentwintigste eeuw, waarin dat manneke daar, Stephen, groot zal worden en de eer van onze familie verdedigen.

    Alina had het geluk geboren te worden op een boerderij, die een beetje groter was dan het stalletje van Betlehem.  Altijd staken daar wol en pluimen in de matrassen en was er in de keuken spek en eieren op tafel, en lagen er in de stal onder stro veel rode ceulemannetjes.

    Haar moeder Sidonie had iets van een pastoorsmeid, maar was tegelijker tijd ook een flinke boerin. Haar vader Miele van  Suskes was koster en boer. Josée was haar zusje. Paula  was haar allerbeste vriendin.  - ( Wilfried wijst met zijn vinger naar beide aanwezige dames …)  -

     

    Uit  haar prille jeugd hebben we een bewijsstuk in dit boek : de foto uit 1921 met tante Nieke.

    Zij was toen een stout ‘zoer’ kindje, onhandelbaar nog daarbij. Wie dus dacht dat die genetische aard alleen werd doorgegeven langs de kant Journée, is wel even mis.

    Alina’s prilste manieren vinden wij als gedragingen van latere nakomelingen terug. Tot aan  haar Plechtige Kommunie was zij een ravotster, een echte chef.  Zij was de rechterhand van Nini Jadoul., de toenmalige bendeleidster uit centraal Waasmont. Schaamteloos pikte zij steeds ceulemannekens die ze meenam onder hare grote veurk en uitdeelde aan Nini en Paula, en soms ook aan hun ventjes Paul en Alfons van Meunkens. Er was ook ene Naske Humblet. Die was toen al stapelzot van haar en verschrikkelijk jaloers, maar juist daarom kreeg die nooit een van haar appeltjes. Op school was zij goed in voordracht  -( anders zou zij niet mijn moeder  geworden zijn …) - , vooral  in het klassieke werk zoals ‘ Jantje zag eens pruimen hangen …’ .

    Maar de tafels van vermenigvuldiging waren voor haar een hel van tranen en lijden. Zij kreeg in die jaren hier vooraan twee knobbeltjes , maar een wiskundige knobbel was er niet bij zodat zij een jaartje moest blijven zitten om wat meer te (z)weten over die moeilijke tafels. Pas veel later heeft Nina  tot zes leren vermenigvuldigen met hare Fille. Lezen was moeilijk. Zij was een slechte starter die een boek wel zou opeten, maar eens als de ezelsoren de bladzijden  sierden, begon het toch een beetje te gaan. Tekenen kon zij zeer goed. Zij tekende geen koereurkens zoals ik, doch steeds madammen in schone kleren. Strikken kon zij amper. Eens begon zij aan ene ‘veutsel’. Die breide zij zo breed dat het tenslotte een pull-over werd. Toen zij dertien was, werd ze met de tram naar Stevoort gebracht op pensionaat bij de nonnen, bij de afdeling huishoudkunde. Daar veranderde zij helemaal. Van levendige dorpszottin, met gescheurde kleren, die altijd met de jongens vocht, werd zij een echte vrouwelijke huisduif. Terwijl de bakvisjes van haar generatie naar de kermis gingen, bleef zij liever thuis bij mama.. Verwacht werd toen dat de dochter van  Mille de Keuster wel eens non zou kunnen worden. De enige jongen die zij  in haar omgeving duldde was de ambetante seminarist  Martinant.

     

    Toen op de witte winning Wauters het werkvolume toenam, en zij ook een actief lid werd van de boerenjeugd, was zij toch goed aangepast aan het landbouwleven. Met de boerinnenbond ging zij naar Lourdes op bedevaart. Zij was groot en mooi geworden. Daarom ook werd zij uitverkoren om Madonna met het Kind te spelen tijdens een Kerstspel in Zaal Paradis. Dit om een glasraam in de Sint- Pancratius Kerk van Waasmont  te betalen. Veel medespelers en hoge kijkcijfers voor dit toneelstuk. Een succesvol optreden. De hit van die decembermaand was toen het lied dat zij zong ….      Maria, die zoude naar Bethlehem gaan, …   

    ……   Allé ………….. zing het nog ene keer ……….. !! - ( allen zingen zij moeizaam mee ….) -  .

     

    Tussen de massa had zij een opgeschoten en deftig geklede jongeling opgemerkt. De kuise Madonna kon het beeld van die kerel maar niet meer vergeten , ’s nachts kwam hij altijd maar terug in haar dromen , en ook terwijl zij koeien molk, dacht zij aan hem die groeide tot de ideale man in haar gedachten.  Het was de tijd dat zij onhandig was en een record aan djatten, teloren en glazen, brak tijdens de afwas. Zij was toch zo verliefd op ….  ? 

     

    Maar die ene die zij graag zag, kwam niet terug. Die ‘groete’ van Houthem  met zijn schoon wit hemd en zijn bril, die zo schoon kon klappen in goed Vlaams, die Fille die toen een van de weinig chique typen was, tussen het gewone volk van boerenknechten en arbeiders, en die ook officier, sportieveling, cultuurmens, flamingant, en felle katholiek was. Er was zo maar één enkel exemplaar, ene mens van goede wil, en die moest zij hebben. Hij kon toen iedere huwbare dochter krijgen uit de streek, maar het was warempel de stille Alina, die alle andere Treesjes vloerde, en die hem aan de haak zou slaan, ondanks de concurrentie van de freule Bollen met haar boenders en spaarboeken, en ondanks de lokroep van het Vatikaan waar   Fille ook wel in de ploeg  mocht als pater, om het geloof te prediken en zieltjes te redden.

    Haar oudste zuster Maria Wauters-Wauters, later nabij de Sint-Gertrudiskerk te Landen bekend als Mariake van de Gulden Bol,  runde in die jaren dicht bij waar we nu zitten één van de zesentwintig cafés die er toen in het plezante Houtain l’Evêque  bestonden,  de latere Rio van Jean Manette, toen nog geheten  ‘No Fixkes ‘.  Naast de tapkast  bevond zich daar ook een kruidenierswinkeltje en vooral een  polyvalente zaal .

     

    Daar zag Alina de kans om HEM te strikken  - ( niet meer die veutsel  van daar straks ) -…. .

    Fille van Lenkes  was immers een topvogel bij de toneelkring ‘ Nut en Vermaak’ .

    Concert was toen erg in . Cultuur voor de geest en vuur voor het lichaam onder de vorm van drang (liefde) en drank (bier). Maar toch gebeurde daar alles deftig en kuis.

    Tijdens een toneelstuk gebeurde het de donkere zaal. Met zijn brede slag van zwemmer, schoof  Theo op van de laatste rij in het eerste bedrijf, naar de eerste rij op een zitje dicht tegen haar tijdens het laatste bedrijf .Toen hield hij haar hand reeds teder vast. Hij draaide niet rond de pot met zijn bedoelingen. Hij was een doordrijver. Toneel werd No Fixkes steeds gevolgd door muziek, dans en leute.  Na enige danspasjes stapte Fille heel direct naar boer Mille -(die al negen pinten had gedronken)- en  vroeg  :

     

    ‘ Mijnheer, mag ik met uw dochter eens gaan wandelen in de maneschijn …?  

     

    Zo iets vragen voor den oorlog was een teken van echte lef. Zeker tegen een streng ogende pachter uit Waasmont die gewoon was zijn twee vingers in de neusgaten van een duizend kilo zware stier te steken om zo’n geil beest goede manieren te leren.Vrij vlug gingen zij samen en alleen , zonder chaperon, met de fiets naar Kortenbos . Ook zo iets was al gedurfd in die jaren. Enfin, ze waren dra een vooruitstrevend  koppel. Zou hij toen alleen maar gedichten hebben opgedragen, en zou zij toen maar alleen liedjes voor hem hebben gezongen, zoals aan ons steeds werd wijsgemaakt  ? Eigenlijk was hun doen en laten in de tijd van toen, te vergelijken identiek met de voorhuwelijkse handelswijze van nu, wanneer er twee zijn die samen naakt ontbijten. op een Leuvens studentenkot .

     

    Fille Zwum was een echte knutselaar. Wij spreken liever niet over het grote zwembad ‘Olympia schenkt levensvreugde doch eist strenge zedigheid’ dat hij persoonlijk ontwierp en bouwde, … en waarvan wij vandaag nog altijd niet zijn verlost, noch over zijn klein   knutselwerk onder de lakens, waar hij plankliggend en buisplooiend zo vaak de Ogino-Knaus methode probeerde uit te  testikelen.  Neen, we zullen het nu even hebben over wat gezaag rond de plee. 
    - (
    Even rusten en een slok nemen.)- 

     -(Als didactisch materiaal presenteert de spreker nu een kartonnen model van de plee uit anno 1940  bij  Wauters-Siaens )-

     

    In illo tempore …..was een plee nog te vinden achter een deurtje met een hartje, en deed men zijn gevoeg doorheen gat in een stevige plank waaronder alles werd opgespaard voor latere natuurlijke bemesting van veld en tuin. Hij werd niet voor niks bijgenaamd  ‘ Fille met zijn leeren billen’. Hij was van achteren goed geschapen. Toen hij in de witte winning als toekomstige schoonzoon zijn plaats had bemachtigd, arriveerde het op een dag dat de vrijer van  de tweede dochter een dringende grote behoefte had. In het huisje waar dat kon , was de ronding in de plank veel te klein voor hem. Hij  kwam daarom de volgende keer vrijen met achter op zijn fiets een nieuwe stalen zaag waarmee hij het gat groter uitholde, en er kwam ook nog een extra-vierkant  bij voor zijn  afhangend  kettelke ( mannelijk lid).
    Het gerucht verspreidde zich toen dat de vent van  Nina wel echt een hele grote moest hebben aangezien deze sanitaire wijziging.

     

    Wat later geraakten zij getrouwd. Op de trouwdag, was er een groot feest bij de pachter, een heel varken moest er aan geloven, en  kippen, vlaaien, kokfie, wijn en bier, kwamen op tafel in vollen Wereldoorlog II op die eerste dag van de meimaand  43. Het was een festijn, Breugeliaans vreten, geen mini-porties van de nouvelle cuisine of voor de afslankers, of voor oudere mensen zoals hier vanavond.  Ze gaffelden daar dus goed naar binnen, zeker die van Houthem, want da waren er toen ook al  ‘luegen’, nietwaar tante Maria ! 

    Ze,  (een groepsfoto van verschijnt)  dat zijn zij die op deze foto staan.

     

    Maar, klein neefje Jozef , het broertje van Godelieve, deed tijdens dit bruiloftsmaal “kaka” in zijn schoon fluwelen broekje. Hij werd daarom afgevoerd naar dat huisje met hartje en  aangepaste pleeplank. Alle gazetten met het oorlogsnieuws van toen, alsook het parochieblad waren nodig om de jeugdige bezoeker uit Landen af te vegen. Zijn mama kwam zelfs met een emmer met zeepsop en een lavetje om haar kleuter terug  proper te krijgen. In haar ijver voor fatsoen liet zij daar echter dat lavetje liggen, nadat zij haar telg weer tussen de tafelende grote mensen had geplaatst.

     

    Zij aten dus heel veel in een tijd dat een gewone haring al velen van de honger had gered, en ook  Mam Tavie, de blanco-verse schoonmoeder van Alina  had een gezwollen buik van de tafelgenoegens. Deze mevrouw Maleux  kreeg daarom wat kramp in haar dikke darm. Zij ijlde op haar beurt naar de plee van de witte winning van Waasmont. 

    Vroum,vroum, ….oef… Jezus, Heiligen Gerardus en Gerlachus, weest gezegend….!  Vroum,vroum, …. maar tegen het eind van de sessie merkt zij dat er geen papier meer is.  Alléén dat lavetje ligt er nog  de grond en in de geur  ….. !

     

    (de spreker haalt een oud lavetje boven waarop hij wat choco had gestreken ….familiaal museumstuk)

     

    - Maar ik heb toch zo’n mooie nieuwe vrouwenbroek aan onder mijn nieuw kleed …. .

    Ja, dat zal hier wel zo gaan met die domme boeren, die lezen veel te weinig, hebben geen tijd en hebben dus nooit papier genoeg,…. -  

    Met het vergeten vochtige washandje begint zij haar Taviekes  poepke  clean te wrijven. Juist dan kwam de oudste zus terug met het afgedankte telefoonboek van 1939 ,  zij is net iets te laat of toch nog net op tijd om getuige te zijn van dit waar gebeurde verhaal.  Als reddende engel vraagt zij   :  …..  ‘ Mam Tavie ……..het ge allemets gin papier noedig ….? ’

     

    Getrouwd voor Kerk en Staat. Na enkele pogingen en negen maanden die daarop volgden, was er een hoogzwangere echtgenote.  Om te bevallen was de dochter van de pachter tijdelijk terug naar de witte winning gaan wonen . Er was toen zeker nog bijlange geen scheur in hun trouwboek, maar de aanstaande vader overnachtte toen  in een slaapzaal  voor de bedienden van de Spaarkas. Een dagelijkse treinreis Landen-Brussel was toen vol risico wegens bombardementen en bovendien konden de internen van de Wolvengracht toen betaalde overuren maken. Theo Journée verbleef dus te Brussel, maar hij ‘nichelde’ op de ingangspoort  van de boerderij een grote plaat met volgend opschrift :

     

    “ Opgepast !  Hoogzwangere vrouw  !   Stilte, a.u.b.  slapende baby  ! “

     

    Die baby kwam.  Maar hij had toch zo’n dikke kop , godverdorie ….  .!

    De jonge vader viel tijdens de barensweeën  in zwijm en kon gelukkig met een glas verse room met cognac en bruine suiker terug op zijn positieven komen.

    Het foefje van de jonge moeder was opengescheurd en op de keukentafel moest dokter Goffin haar met naald en garen terug naaien doorheen haar roze vlees, zonder verdoving.

    Enfin, … een schone baby in een schone wieg….in een onzekere tijd want weldra na een nachtelijk bezoek van dieven, kwam het daar op een zondagnamiddag tot een gevaarlijke schietpartij omdat de  zatte Zwarte Beurghs  dwars door de voordeur een kogel schoot, die maar een metertje boven het slapend kindje voorbij vloog. 

     

    Vermits er voor Expo 58  geen avondvullende VTM  televisie  bestond, en de LIEFDE nog op hoog  peil  bleef in die jaren, kwamen er één na één  nog andere kindjes. Zij rolden uit moeders buik, en de ene was  al wat braver, en de ander was al wat meer  ‘jenker.’

    Hij en zij vertelden sprookjes voor het slapen gaan, van de zeven geitjes, van de boze wolf en roodkapeken, van Hansje en Grietje, van de hond met oegen als talluren, ...  .

    Er vielen soms kletsen …met de hand van papa en met de schrikaanjagende wis van mama die de mennekens meestal hadden gesaboteerd zodat zij gemakkelijk brak. Op de spiegel werd met zeep geschreven, orders, instructies, en vergeet-mij-nietjes. Bloempotten  werden vanaf het balkon gegooid naar jonge parochianen om geloofsijver te ontwikkelen. De netels rond het huis, en de jongens in het huis schoten verder fel op . En als de fiets van onze tante Maria van Lenkes  tegen de parapluboom stond , kregen wij niet meer de kans om nog wat te zeggen.

     

    Zoals de grote Jambers  het zou zeggen : mannen kwamen en gingen door haar leven : Bouvin  van de chocolade en de wafels, die haar met een Mexicaanse filmster vergeleek ; de man van Hageland Reform op zijn sandalen ; Jos Eben van Jakelien met zijn verzekering ;  Mieleke het koffiemanneke van Noé ; Hubert Van Herreweghen met zijn koekjes ; Valeer de legumesboer met het laatste nieuws uit Waasmont ;  Jef Reynaerts met zijn sigaartje en zijn verfpot ; Martijn  de cressonboer met zijn alwetendheid ;  Lowieken met zijn gritsel ;  de brouwer van Kerkom met  zuur tafelbier ;  Julleke Govaerts met Lebergwater  en pils ;

    Le Bon Claudy in haar oude dag ;  en vele anderen , nu al dood of toch nog levend.

    Nooit probeerde zij, naar mijn weten, te genieten van één enkele zonde van onkuisheid met al deze min of meer opdringerige manspersonen. Wat een brave vrouw  !.

     

    En al die jaren gingen voorbij met hopen lief en leed,

    maar over dit laatste zeggen we niets op een gezellige avond als vandaag. 

    We zullen nu maar ophouden met het opdissen van woorden, weldra worden nog meerdere lekkere dingen opgediend. Dit verhaal, haar verhaal is zo lang en is nog lang niet ten einde.

     

    Alina, moeder, bonneke, ge waart er altijd …

    voor ons …..

    meestal op de achtergrond van het gebeuren misschien, als getuige van die achtduizend en één anekdotes uit een meer dan negenentwintigduizend dagen echt gebeurd familiesoap verhaal,

    en op het einde mag ik dan zeker niet vergeten van nog iets toe te voegen aan die soap , namelijk …. de soep uit ons moeders keuken, dat was voorzeker de allerbeste. Sop dat zij kon maken … sop dat zij heeft gemaakt …. tomatensoep, waterkers roomsoep, specialités secrètes de la maison, en zowel op zondagen als op gewone dagen, altijd maar zeer goede soep…..met veel vitamines om haar ‘brutzoatige’  kroost te voeden.   Indien we allemaal die soepen  zouden bijeengieten in een mengeling, een zee van soep, dan zou het Zwembad niet groot genoeg zijn, maar laten we toch maar zwijgen over dàt erfgoed van  Fille van Lenkes.

     

    Dank U wel, beste familieleden en goede vrienden,

    merci  voor   u   waaaaandacht .

     

    Amen.

     

    En nu plaats weer voor schone muziek   …………..   !!!!!

     

     

     

    Julia-Isabelle-Alina WAUTERS overleed op 16 april 2005 . Zij heeft haar achterkleinzonen  Kobe, Robbe en Senne, nog even  gezien.  Hierna de parochiekerk Sint- Pancratius van haar geboortedorp Waasmont . Deze kerk was belangrijk geweest voor haar.



    23-01-2011 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De doping van de stayer.

    FICTIE.   

    De motoren blijven nog wat verder uitbollen op de betonnen wielerbaan. Hun vaart neemt af . Het kletterend lawaai vermindert. Riehl-am-Rhein  op de zondagnamiddag die op Kerstmis volgt.
    Julien werd reeds enkele minuten eerder afgevlagd en voor de veiligheid tijdens de eindsprint uit koers genomen. Hij rijdt nu voorzichtig over de planken het hellend vlak af dat hem naar de catacomben brengt, in de nogal koele kelder waar het rennerskwartier ligt. Zijn zware helm hangt vast aan de duim van de linkerhand waarmee hij zijn fiets stuurt, en met zijn rechterhand voelt hij aan de pijn in nieren en rug. Zijn verzuurde spieren bezorgen hem de stijve kuiten van een ouderling . Door zijn hoofd draait, draait, en draait het nog als ware hij op de paardenmolen van de Brusselse foor. Van op de volksplaatsen  komt geroezemoes los, tussen de zitbanken waar wordt gepraat, gevloekt, gegokt, gedronken en gerookt. Maar dan wordt dit overtroffen door de bekende stem van de hoofdscheidsrechter die de uitslag officieel maakt. Er volgt hevig gefluit van een bende supporters die hoopten op de deklassering van de koprijder van de pas gereden koers. Zij zijn ontevreden. De eerste manche over 30 km van Het Gouden Wiel van Keulen, internationale wedstrijd achter zware motoren voor profs,  is voorbij.

    ' Sechster Julian Rogers, vier Runden und achtzig meter zurück " .
    Louis de soigneur, heeft alles genoteerd op zijn boekje, en komt vrolijk aangelopen, want de uitslag bevalt hem wel. De plaatselijk overroepen baanvedette Willi Schumacher is toch maar derde en de bekende Berlijner Heinrich Boll vierde, doch ook reeds met twee ronden achterstand. Het is vreselijk hoe meerdere zatte kerels te keer gaan in sectie C. Zullen wilde Germanen het kot hier afbreken ?  Zij hebben geen sportieve noch andere manieren na wat bier en schnaps. Enkele  kerels met een zwijnenkop pesten zelfs de buitenlandse renners met alle kleine middelen waarover zij beschikken. Zo gooiden zij stukken brood en worst, en zelfs het onderste van hun pint,  naar de voorbijvliegende schrittmachers. Het Sportpaleis van Riehl gelijkt op een enorm pantzerschip, met op het dek muitende en tierende matrozen. Af en toe vliegen politiemannen tussen de menigte in, om de een of andere uitgelaten wielerfanaat wat met de knuppel te bewerken. De als pruttelende lava bewegende massa manspersonen, afstammelingen uit het toch zo gedisciplineerde Heilig Rooms Rijk der Duitse Natie, die het Rijnland bevolken, komen zich op een zondagnamiddag als deze hier ontlasten van de spanningen van hun werkweek, de familiale verplichtingen, de stijfheid van hun kerkgemeenschap, en van het oog van buurvrouwen dat hun fatsoen beoordeelt. Soms vliegt er in deze sporttempel van Riehl zelfs een hoed of een pet door de ruimte, ongewenst voorwerp dat even later op het magisch ovaal van de arena neertuimelt.

    ' In welke heksenketel ben ik hier toch terecht gekomen ? '
    Dit is de klassieke gedachte die altijd opkomt bij een neofiet in dit vak op de Duitse wielerbanen sedert het begin van de twintigste eeuw. Julien had reeds een stuk van de wereld gezien, maar dit nog niet. Als zeventienjarige was hij naar Wisconsin vertrokken in dat Amerika waar een schone toekomst werd beloofd. Na hard werken op boerderijen was hij terug Oostwaarts naar zijn vertrekpunt gekeerd te New-York, waar hij door zijn kennis van de Franse taal veel meer verdiende als ober in een restaurant. Op een avond maakte hij daar kennis met een groepje wielrenners uit Frankrijk. Hij werd hun hevigste supporter en zo werd hij weldra insider midden int de wereld van de velodrooms, waar hij de kans zag om ook geld te verdienen door het uitvoeren van diverse jobs, die hem toelieten steeds tussen de Goden van 't velo'ke te blijven. Ondertussen trainde hij ook zelf op een reservefiets en reed hij na een tijdje mee bij de amateurs. Ook als gangmaker op een tandem toerde hij vele rondjes. Zo gingen vier jaren voorbij en bezat hij een spaarboekje met een mooi bedrag aan dollars. Dit kon vooral door het voorbeeldige en gezond leven, zonder vrouwen, zonder drank, zonder pokeren, dat hij als sportman bij dag en bij nacht vol kon houden, in de grote steden vol gangsters, hoeren, en gevaren, en meestal slapend naast de koersfietsen die hij moest bewaken. Toen zijn Franse vrienden geen contracten meer kregen in de States, besloot Julien van terug naar Europa te varen, en het daar te proberen in de wegkoersen. In de lente van 1910 voert hij dit plan uit en is hij ook een echte wegrenner, iemand die rijk en beroemd kan worden door te presteren in de Tour de France. Zonder ooit maar eens op te vallen eindigt hij op de veertigste plaats in de Tour de France Peugeot voor onafhankelijken. Maar aan de aankomst te Parijs had hij reeds ontdekt dat hij nooit een groot kampioen zou worden, want in het stof, op de kasseien, in de bergen, in de sprint, in de marathons, nergens was hij goed genoeg. Maar, wel was hij slim genoeg om zijn hart en zijn benen niet kapot te rijden. Toen de herfst in Parijs begon, was al zijn geld echter op en zocht hij terug werk in de horeca, in de vleeshallen en op de groentenmarkten, waar wielrenners graag gezien waren.

    Gelukkig, toen hij vol twijfels begon te komen, ontmoette hij Jerry Thomas, een vroegere sprinter en racer achter de zware motoren, die als chauffeur van een blinkende Darracq bij een zeer rijke familie aan de kost kwam. Beide sportmannen hadden mekaar reeds eerder gezien tijdens wielermeetings te Newark en elders. Jerry liep rond met in zijn kop het plan van manager te worden van drie renners uit Australië, jongens die op dat moment reeds op de grote oceaanboot in aantocht waren.
    "Als ik nu eens van jou een vierde Australiër maak, dan deel je weldra ook mee in de schone pot geld die we zullen verdienen !  ..."  
    Maar met je naam Joseph, Julien, Roger, Boly-Preuveneers, geraak je nergens. Julian Rogers from Melbourne in Victoria , zo zullen wij je weldra kennen in de shows op de wielerbanen. Dat klinkt heelwat beter ! 





    Julian Rogers.  That's the name to make it here, in Berlin, in Vienna, in New-York, Boston, Chicago, Atlantic City , and even in Tasmania    .... !

    Er waren tijdens de voorbije wielerseizoenen verschillende doden gevallen op de wielerbanen. Na aanpassing van materiaal en reglementen kwamen er in 1911 toch opnieuw vele stayerswedstrijden.  Op de affiches stonden de namen van de doden en de invalides niet meer, maar nieuwe sterren werden gevraagd. Zo kon ene Julian Rogers ook weldra aan de slag . Er was schoon geld te verdienen in de wedstrijden achter de zware motoren, want snelheid, sensatie, internationale kampioenen, dat wilden de toeschouwers voor hun entreekaartje maar al te graag zien.



    Alléén in zijn cabine blaast Julien de rook van de sigaretten uit zijn longen. Hij is ontgoocheld over zijn eerste stayerskoers. Deze katastrofe had hij voelen aankomen : zesde en laatste !
    Zijn gangmaker Bichon was toch wel overdreven hoog geweest met de verwachtingen. Die brede zware man die hem uit de wind moest zetten zwijgt nu als een monumentsteen en is wat aan het regelen aan de gaskabels van zijn Brennabor motor. Stilte. Dat is voorwaar een teken dat ook hij niet gelukkig is met het resultaat. Daar komt nu ook Jerry, de manager van het stayersteam, en ook van Oppie Small en Clark Evans, de Madison rijders, en van de rappe Fred Bailey, de aristocraat van de zuivere snelheid. Jerry staat helemaal in het deurgat zodat hij een gedeelte van het licht van de gang niet laat binnenschijnen in de kleedkamer van zijn Australisch quattuor. Met zijn grote mond van yankee zegt hij het volgende : 
    ' Manneke , toch, ...  wat was er toch aan die benen van jou  ...   zij draaiden toch niet zoals gisteren en eergisteren tijdens de trainingen !  '
    'Maar ik weet wat het is, verdomme  !   Gij telefoneert teveel naar Truielingen !'
    'Wel, ik ben tot daar gereden met mijn auto. Beenhouwer Barchy is overleden. Er wachten daar drie vrouwen op jou : een schoonmoeder, Lise met wie je in die boomgaard wat probeerde, en dochter Marie-Julienne die reeds haar eerste kommunie deed. Toen je zeventien was vluchtte je naar Wisconsin omdat jij toch zo bang was van het hakmes van Lise's opa. Je staat nu voor de keuze in de tweede manche, en ofwel kan je de kampioen van Victoria achter de zware motoren worden, ofwel kan je paté, bloedworst, en spek gaan maken en verkopen te Truielingen, op de grens tussen Limburg en Luik. Maar, manneke,  weet toch dat de heren Budzinski en Knorr in de grote tribune zitten, met aan hun voeten een schone boekentas waarin tien contracten van duizend marken gereed liggen. Er staat nog geen naam op die papieren, maar voor zoveel moet een kleine zelfstandige uit een Haspengouws dorp zeker vijf jaren werken. '

    Jerry haalt uit zijn binnenzak een foto van een blond meisje  (later zou blijken dat dit een foto was van de dochter van Oppie was ..) en speldt deze op de rug van gangmaker Bichon. Er volgt stilte. Er wordt koffie met veel suiker gedronken. Julien steekt nog een boterham met siroop van Vrolingen tussen zijn kaken. De zweiter Lauf van het Steher-renne zal beginnen binnen vijftig minuten . De manager gaat zien wat Bailey uitricht in zijn herkansing. Hij verliest tegen een jonge Hollander die Piet heet, maar klopt de oude Belg Van den Borg. Daarna volgt een individuele over 100 ronden met twintig Duitse renners van categorie-B met als inzet de Beker van Keulen.

    De baan wordt even schoongeveegd en daarna terug vrijgegeven aan de ronkende monsters, de motoren waarop de indrukwekkende pacemakers hun tuigen opwarmen terwijl de renners stil en nederig, maar toch wel in volle concentratie wachten, vastgehouden door hun begeleiders. Dan klinkt het startschot, en wie nu denkt dat de motoren zullen versnellen, heeft het mis voor, want zij vertragen en zachtjes maar toch nog steeds met goede vaart zuigen zij de zich op gang trekkende renners aan zich vast. De inspanning die deze kampioenen op dat ogenblik leveren is bijna onmenselijk door het enorme verzet dat zij duwen. Maar plots aan de overkant, een slag, een valpartij. Canepari en Boll  zijn in mekaar gehaakt en liggen op de grond. De scheidsrechters vlaggen de koers af en de vier van onheil gespaarde kampers laten zich uitlopen met een zucht van opluchting. De leden van het orkestje moeten hun pint en hun liefje laten staan, lopen naar het podium, en spelen weldra stukken uit de operette Het Witte Paard om de leegte in het programma op te vullen. Na een neutralisatie van vijftien minuten wordt de tweede manche herbegonnen. Ook nu moet stayer Julian Rogers als zesde en laatste in de rij zich op gang trekken, doch hij start geweldig goed, want in een wip gaat hij reeds over Cyriel Samson en Heinrich Boll, tijdens de tiende, elfde, twaalfde ronden.

    Bijzonder spijtig, maar de winnaar van de eerste manche Stan Okkermans wil versnellen, doch hoog in de bocht loopt er iets verkeerd met zijn persoonlijke motor. Met de reserve gangmaker toert hij nog wat rond, maar in de dertigste ronde stapt hij af terwijl hij zich erg kwaad maakt op zijn begeleiders. Ook met Alessandro Canepari  die gevallen was, gebeurt er iets. Hij klaagt over een pijnlijke pols en geeft op. Dat betekent dat deze twee deelnemers geen punten scoren, vermits zij niet meerijden tot voorbij de helft van de race. Julian Rogers komt dus in tweede positie te liggen en Bichon houdt de gastoevoer goed in de hand zondat zijn renner nooit verder dan tien meter van de koppositie volgt. De twee andere stayers volgen op een halve ronde. De kenners vragen zich af of die twee zich sparen of niet beter kunnen. Op tien ronden van het einde draait Bichon alle gas open. Hij heeft gevoeld dat het goed verloopt met zijn troetelkind. Goed is wel zeker niet een woord dat uitdrukt wat Julian Rogers op dat ogenblik ervaart. Tijdens elke ronde sterft hij zonder zich te laten begraven.  De snelheid gaat beangstigend naar omhoog. Zij raken mekaar bijna met de ellebogen. Zij toeren op een waanzinnige manier en naderen de limiet waar de dood hun jonge levens zou kunnen wegnemen . Willi Schumacher, de vice-wereldkampioen, krijgt het toch wel moeilijk tegen die nog onbekende kangoeroe uit Melbourne. Nog drie ronden . De maximale snelheid wordt nu behaald. Zesduizend toeschouwers staan recht en volgen ademloos de actie.

    Julien kijkt naar de foto van het meisje, met drie spelden vastgemaakt onder aan het rugnummer van zijn schittmacher, die stoere Bichon die stevig recht blijft zitten in zijn beschermende rol. Julien meent dat hij de vader is van dat blonde meisje. Voor haar doet hij het, voor haar kan hij zijn hart nog tien slagen sneller laten gaan  en de pijn, de verschrikkelijke pijn in de benen en in zijn rug, nog verder verdragen. Zij aan zij  vlammen beide renners de laatste kilometer in. Nog zeshonderd meter. Daar gebeurt het. Schumacher lost de rol . Slechts vijf centimeters. Hij bijt terug. Maar plots moet hij toch van de rol af, van die rol weg. Hij wuift naar het publiek, naar zijn publiek, en hij wijst met zijn vinger naar Bichon en Rogers die een boogscheut voor hem wegdaveren, en zegevierend maar met aangehouden inspanning in de sprint weldra de eindstreep bereiken.

    De officials van het  Deutsche Radsport Verband maken hun sommetjes :
    1. Schumacher    5 +   7  = 12
    2.  Rogers          1 +   10 = 11
    3.  Okkermans   10  + 0  = 10
    4.  Canepari        7  +  0  = 7
    5.  Samson          2  +  5  =  7
    6.    Boll              3  +  3  =  6

    Het Australische team is zeer blij met de tweede plaats van hun stayer Julian Rogers. Winnen zeer ver van huis, ook al is het slechts één manche,  is voor hen van onmetelijke betekenis.

    Julian Roberts geniet van zijn ereronde. André Bichon , de oude rat in het vak, lacht ook zijn tanden bloot.  De meeste Duitsers kloppen in de handen. Die ' neue aus Melbourne ist sehr gut' , maar zij weten ook wel dat het Willi Schumacher zal zijn die met 12 punten Het Gouden Wiel van Keulen heeft gewonnen. Terug in het rennerskwartier zijn er echter kwade tongen die aan Bichon de vraag stellen  ' Heeft die kangoeroe een slok gekregen van je groen flesje met cactussap ? '
    Ha hah ha,  ... haah  ... !   

    Jerry Thomas straalt .  Hij zegt aan de Duitse persjongens   :  'Yankees en Australiërs hebben altijd een lekkere wortel bij voor hun muilezels wanneer zij door de prairie naar Utah of door de bush naar Alice Springs trekken. Tijdens de pauze tussen de twee manches had ik aan Julian de gepaste Wurzel gegeven !  Zie das Bild op de rug van zijn Schrittmacher !

    Op die zondagavond tekende de jonge Dauerfahrer Julian Rogers tien profcontracten om op te treden in races achter zware motoren op de wielerbanen van  Dusseldorf, Hannover, Essen, Breslau, Leipzig, Chemnitz, Erfurt, Berlijn Olympia, Steglitz en Treptow.
    Hij stapte binnen in de grote familie van de beroepsrenners, maar hij wist op die dag ook dat er voor hem familie was in een thuishaven te Truielingen waar hij weldra zich zou vestigen. Tot in 1950 zou hij er een beenhouwerij en een sportcafé runnen. Een felle valpartij en de Eerste Wereldoorlog hebben zijn loopbaan bij de stayers echter beperkt tot slechts drie volledige wielerseizoenen.

    22-01-2011 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een stukje Zwembad Olympia nostalgie .
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Jongen op de wip.

    De witte vlo, de prins van de groene speeltuin,
    was geliefd door de kleine meisjes, maar hij vocht
    vaak tegen de grote jongens, rood, geel of bruin.
    Geen boom was voor hem te hoog, hij wist wat hij zocht.
    Nooit was water te diep, of lag een sloot te breed.
    Doorheen de deur van een kleedhokje voor zwemsters
    boorde hij een gat met zicht op vrouw zonder kleed
    of naar behaarde kuiten van de schoolmeesters. 
    Met lucifers en klei dichtte hij de gaatjes.
    Alléén zijn kameraden mochten ook eens zien
    na ruilen van een knikker en zonder praatjes.
    In zijn vaders pretpark kreeg hij er zo wel tien.
    Hij loste eens muizen en een katje in de kerk,
    en dan in de klas zes meikevers en een  mus.
    Zijn benen waren mager, zijn broek was niet sterk.
    Hij zat vele uren op de wip met zijn zus.
    Liefst deed hij wat verboden was en wat niet kon.
    Hij was de grote deugniet met altijd die lach.
    Toen hij elf was moest hij naar het paapse pension,
    hij sloeg hen een blauw oog en kreeg nul op gedrag.

    14-01-2011 om 18:28 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    09-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Minitrip naar Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantisiliogogogoch
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Welsh terriër is compacter en kleiner dan de Airedaleterriër met wie hij niet mag verward worden. Deze middelgrote hond van Keltische oorsprong is zeer intelligent. Vroeger werd deze hond gekweekt om op vossen, vogels en mollen, te jagen  maar vandaag is hij vooral een huisdier. De Welsh terriër komt uit het Britse Wales en is sinds 1886 als officieel hondenras in de boeken te vinden. Maar zulke honden bestonden reeds in de 13e eeuw. Het ras heeft zwart en roodbruin haar. Ze kunnen 39 centimeter bij schouderhoogte lang worden en wegen ongeveer 9 kilogram. De vacht bestaat uit twee lagen. De onderlaag isoleert en de grove onderlaag beschermt tegen vuil, regen en wind. De kleur is roodbruin met zwarte vlekken. Witte haren mogen alleen voorkomen op de borst van de hond. Na een goede opvoeding is deze hond vrolijk, levendig en niet verlegen of timide. Welshes kunnen toegewijde en gehoorzame vrienden zijn. Bibi had echt jachtinstinct en hij kon zwemmen zonder moe te worden. De kleine Welsh heeft intellectuele stimulatie nodig en naast korte wandelingen wil hij ook nog elke dag interessante dingen doen. Met kinderen gaan deze terriërs goed samen maar ook met belangrijke mensen. Charlie, de hond van John Fitzgerald Kennedy, was een Welsh terriër.

    Mijn schoonbroer Paul studeerde voor veearts te Gent, en moest in 1975 een studie maken over kleine huisdieren. Hij koos als onderwerp :
     " Welk huisdier aanbevelen ? "  Voorbeeld : Jonge familie,  twee buitenshuis werkende partners met een kind, verblijvend in een kleinstedelijke omgeving in een woonhuis met een tuin .  
    Een paard werd uitgesloten wegens te weinig ruimte, ook al had die student vooral interesse voor paarden. Een loslopende kat zou waarschijnlijk op een dag worden doodgereden door de vele wagens in de onmiddelijke omgeving, hetgeen voor het kind een te groot drama zou betekenen. Het was duidelijk dat een hond de beste keuze was, want voor alle andere diersoorten zouden er toch speciale voorwaarden moeten zijn die er nog niet waren. Maar welke hond ? Na ernstig onderzoek in de bestaande boeken, en contacten met talrijke hondenkwekers, kwam de jonge onderzoeker tot de conclusie dat een vrouwelijke Welsh-terriër de oplossing zou zijn voor het gezin dat hij als voorbeeld had genomen, en dat niet per toeval het mijne was. Op een dag kregen we alzo een telefoontje van The Model Farm te Kalken in Oost-Vlaanderen, en  papa, mama, en Anneke, gingen daar naar de hondjes kijken. Er was ondertussen nog maar dat ene hondje dat voor ons werd voorbehouden, klein en ongelooflijk lief.  Wij betaalden de gevraagde som. Dat was twintigduizend franken in 1976, hetgeen zeer veel was. Zottoman was dan ook een rashond van goede afkomst. Ons dochtertje gaf haar hondje gewoon als naam Bibi. Tot in 1990 was deze hond een volwaardig lid van onze familie, waar tijdens die jaren nog een tweede dochtertje bij kwam. Urenlang zou ik kunnen vertellen over onze kleine Bibi, hoe hij kon voetballen en zwemmen, maar dat zal ik maar niet doen, hier en nu.
    Gedurende de jaren 1991/1994 volgde een intermezzo zonder huisdier, doch in het begin van 1995 vatten wij het plan op om terug op zoek te gaan naar een andere Welsh terriër. Dat was niet gemakkelijk. Tijdens de Paasvakantie zijn wij toen zelfs tot Groningen gereden naar de Interrnationale Honden Show van Friesland. Daar vonden wij tussen de duizenden honden slechts veertien Welsh terriërs. Wij overhandigden ons adreskaartje aan verschillende hondenkwekers. Enkele weken later vonden wij op die manier bij een veearts in Belgisch Limburg onze volgende Welsh terriër. Hij zou niet zo perfect worden van houding en van kleur als de geweldige Bibi. Wij zagen de moeder en wij kozen een zuigeling die op een mol geleek. Later zou evenwel blijken dat deze hond groter en intelligenter was. Op het einde van juni 1995, na de schoolexamens kwam deze nieuwe jonge hond in ons huis wonen. Op dat ogenblik wist ik reeds dat ik één jaar later op vervroegd pensioen zou kunnen gaan bij de Fortis Bank. Het was dus de bedoeling om met deze nieuwe Welsh terriër dagelijks een wandeling te maken van minstens 2 km. De afspraak tussen alle familieleden was dat deze hond nooit zonder leiband  op straat zou komen en dat er ook geen speciaal gat in onze haag zou zijn om hem een beetje meester te laten op territoria van het aanpalende Landense Sportstadion. Onze nieuwe huisgenoot werd Luca genoemd, een keuze die de tweede dochter Martine mocht nemen, terwijl officieel in zijn stamboom Tessa van de Southern Farm was genoteerd.  Begin 2011 woont dit bijzonder huisdier nog steeds met ons samen.  Zij is nu zeer oud geworden, bijna helemaal blind en ook doof, maar zij hoort nog steeds bij onze clan, die nu ondertussen is vergroot met twee schoonzoons en vijf kleinkinderen.
    In het totaal leven mijn echtgenote en ik nu  14 + 16 = 30 jaren samen met een Welsh terriër. Dat betekent toch wel iets. Ik ben ondertussen, ondanks mijn grote buffel allures, ook een beetje een Welsh terriër geworden , na al die jaren. Zoveel wandelingen, op ieder uur dat er bestaat, heb ik gemaakt met mijn arm vast aan een leren riem. Zo'n vierpoter heeft  veel kracht in zijn pootjes. Zijn ongelooflijk intelligent kopje vooraan en zijn fier kort rechtstaand staartje achteraan, brachten mij op iedere vierkante meter in de ruime omgeving rond mijn woning. Tienduizend keren ging ik op pad , en terwijl ik mijmerde of droomde, nam mijn Welsh terriêr ieder geurtje waar dat wij tegenkwamen. Piesjes en kakjes , die waren er altijd bij, op geschikte plaatsen of om in een plastieken zakje mee te nemen voor de geschikte vuilbak, maar de ervaringen , onze ervaringen, waren toch van hogere aard tijdens de zovele toertjes in alle richtingen die we hebben gedaan.

    WALES - GYMRU .
    YOU ARE HERE NEARER TO HEAVEN 
       ( vers van de dichter DYLAN THOMAS )

    Ik kwam langs vele wegen, op kruispunten, en zelfs in steden waar alle menselijke zonden zich afspeelden of afgespeeld hadden. Op 26 en 27 juni 1995 fietste ik door Snowdonia , en vele jaren later begin augustus 2004, tijdens het weekend dat volgde op het drama van de gaswolk te Ghislengien, was ik ploegleider van een team juniors dat op weg naar de Ronde van Ierland nog deelnam met succes aan The Gateway to the Beacons Road Race nabij Swansea. Ondertussen takelde mijn gezondheid af en heb ik nog altijd niet die reis gemaakt naar Westen van Groot- Brittanië, en vandaag besef ik dat dit toch wel spijtig is.  
    Reeds lang voor het begin van de XXe eeuw, toen de zo beroemde flandriens nog niet eens geboren waren, of ten hoogste zich nog als zuigelingen gedroegen aan de rijke borsten van hun Vlaamse moeders, toen werd er reeds heel veel en heel goed gefietst door sterke jongens uit Wales. Ik heb vooraan dit bericht een foto geplakt van twee wielrijders van weleer die veel hebben bijgedragen tijdens de beginperiode om van de fiets iets belangrijks te maken. Het gaat om Frederick Thomas Bidlake op zijn driewieler (rechts) en om Frank William Shorland op zijn safety (links) die omstreeks 1894 een testrit maken in de richting van Wales. 

    Door de magie van het internet ga ik nu virtueel een minitrip voorbereiden , en ik hoop zelfs dat ik deze gedurende het komende jaar 2011 ook in werkelijkheid zal kunnen beleven. Alléén reizen per fiets is thans niet meer mogelijk voor mij. Mijn reisje naar Llanfair PG zal ik dus voorbereiden om deze te laten doorgaan in de lente in gezelschap van mijn echtgenote die zal plaatsnemen achter het stuur van onze Volkswagen Touran. Zo zal zij zeker ook goed kunnen bezig zijn onderweg. Ikzelf ben vaak verstrooid, mijmerend, of slaperig, en zo wordt het wel gevaarlijk rijdend op een lange weg. Als co-piloot met de landkaart op mijn bovenbenen en de reisgids aan mijn voeten, zal niets aan mij ontsnappen. Voor ouderen is de trein natuurlijk ook een aanrader, maar dan wanneer één punt de bestemming wordt  en het programma een lui leventje op hotel voorziet, gekoppeld aan wandelingen en eventueel een uitstap met openbaar vervoer of huurauto. Rondrijden, zwerven, improviseren, is wat ik op reis het liefste doe. Ik ben immers een pelgrim, iemand met nomadenbloed, een zigeuner.

    Onze touring autoreis naar Wales, het Land van Broederschap, gelegen in het meest westelijke deel van het eiland Groot Brittanië zal beginnen met een stevige portie autorijden op snelwegen. Te Walshoutem rijden wij de E40 op in de richting van Brussel, Gent, en even voor de kust nemen wij de route naar Calais-Eurotunnel die we bereiken na 264 km volgens Routeplanner. Vermits wij waarschijnlijk op een maandagochtend zullen vertrekken, zal het onze zorg wezen de ochtendspits rond de hoofdstad van België te ontwijken. Ofwel zal ons startuur 05u00 zijn om voor de drukte rond Brussel te geraken, ofwel vertrekken wij pas om 10u00 en dan bestaat de kans dat de grote massa reeds van de snelweg verdwenen is. We weten niet hoe vlot we door de Eurotunnel zullen geraken. We voorzien wijselijk wel eten en drinken, alsook iets om te lezen, en genietend van onze radio kunnen we wel gezellig in onze Touran uitrusten en wachten tot wij in de shuttle onze beurt krijgen. Een praatje maken en wat rondwandelen kan daar ook, maar toch oppassen voor 'sans papiers' die zichzelf of verboden spul via ons naar Engeland zouden willen smokkelen.               www.eurotunnel.com

    Na het avontuur in de grote buis onder de Noordzee met ons Flexi Plus ticket van 53 £ bereiken wij normaal vlot de andere kant , 55 km verder. Weldra rijden wij links op de motorways M20-M26-M25-M4-M32. We stoppen onze euros weg en vervangen deze door ponden in onze kleine geldbeugels, broekzak en handtas. Bristol na 630 km zou een eindpunt kunnen wezen van deze reisdag. Dat is mogelijk maar toch zwaar. Het weer, de verkeersdrukte, het uur zullen bepalen of 
    wij reeds vlug ten Westen van uitgestrekt Londen geraken. Wellicht bereiken wij gemakkelijk Maidenhead op de Thames, waar we onze intrek nemen in de door mij reeds gekende Bed & Breafast Bridge Cottage op de road naar Bath, en  'in the evening' genieten wij van Chinese gerechten in de Chef Peking, alsook van een wandeling langs de oevers en bruggen van deze oude stad. Een leuke algemene planning voor oudere reizigers is één dag veel rijden en de volgende dag een lokaal rondje voorzien. Ter plaatse beslissen wij of wij een tweede nacht in dezelfde kamer verblijven om één dag lang Berkshire te ontdekken. De M4 zal ons toch naar Bristol brengen en naar het estuarium van de Mor Hafren en de Severn waar we uitkijken naar de vloedbranding. De Soliton is een golf die het water plots doet stijgen met een verschil dat soms 15 meter kan bedragen. Dit is een zeldzaam natuurverschijnsel dat daar dagelijks op een bepaald uur zich afspeelt. Daarna rijden we Wales binnen en Cardiff, de hoofdstad, zal onze bestemming zijn. We zoeken het Tourist Office waar wij ons grondig documenteren, vooral een goede nieuwe landkaart van Wales zal nuttig worden tijdens de volgende dagen. We boeken een B&B voor twee dagen en zoeken dit logement om even onze bagage in veiligheid te brengen.  Zo beschikken wij nadien over tijd om op een ontspannen manier een toeristich programma af te werken waarin uiteraard het Cardiff Castle en het Millenium Stadium niet zullen ontbreken. Het ontzettend lekker eten van Wales en dat gevoel van  'anders dan Engeland' zullen wij te Cardiff al in ons opnemen.

    Zoals tijdens iedere voorgaande reis met ons tweetjes zullen twee punten belangrijk worden op de vierde dag. Mijn vrouw zal naar het thuisfront wille telefoneren om te weten of alles in orde is, en dan ook zal zij na enkele pogingen er in slagen op de ladies room haar grote natuurlijke behoefte buiten eigen potje te maken. Zodra we deze fase voorbij zijn, dan wordt zij pas een echte toeriste, ontkoppeld van haar familiaal plichtsbesef van onmisbaarheid. Wij vorderen voorbij Cardiff dus naar het Westen en 6 mijlen na Swansea lopen we nog even binnen in de Travel Lodge op de Motor Service Area van de M4, kwestie van nog eens een voetje te zetten waar ik in 2004 met mijn wielersploeg verbleef.

    De gedetailleerde informatie die wij verzamelden voor ons vertrek, de tips die wij kregen van de mensen die wij ontmoetten, onze folders, kranten en brochures bijeengescharreld waar wij voorbijkwamen, en de overeenkomst die we tussen vrouw en man maken, zal ons verder leiden door de aantrekkelijke landschappen van Wales.    www.visitwales.com

    Het weer is onvoorspelbaar in Gymru. De fascinerende geschiedenis zal me sterk boeien
    , maar zal wellicht ook mijn echtgenote vervelen. De zee, de stranden, de bossen, de heuvels, de bergen, de meren, de kuddes schapen, de overblijfsels van de industriële revolutie, die wij zullen ontmoeten zullen voor afwisseling zorgen en ons voortdurend boeien , en ook zullen wij onbezorgd en blij slenteren langs winkelstraten en op boerenmarktenMeerijden op oude treintjes  behoort ook tot onze mogelijke bezigheden. Te Ludlow, stad  bij uitstek voor de gourmets, kopen wij zeker marmelades en chutney's, maar ook achter stofjes om quilts te maken, zal mijn echtgenote jagen. Het schijnt dat de Britse ponden zo laag staan, maar laten wij toch maar afwachten hoe hoog de prijzen overal zullen staan.

    Ik klop om te eindigen nog enkele palen stevig in de grond  wat betreft onze zwerftocht.  We zullen rijden tot waar Bassie en Adriaan kwamen, op Anglesey in dat dorp met die zo verschrikkelijke naam, gelukkig afgekort tot Llanfair PG. Op weg naar het Snowdonia National Parc zal ik terug eens gaan zitten tegen die kerkhofmuur, waar ik eens één uur lang uitrustte en kennis maakte met Ante Tokic, een eigenaardige Croaat die reeds drie jaren rond de wereld aan het fietsen was terwijl in zijn land de burgeroorlog aan de gang was. Komend uit het Haspengouw van de tumuli wil ik natuurlijk overblijfselen zien uit vroegere tijden, zoals het Romeinse amfitheater van Caerleon,  de Offa's Dyke, het merkwaardige Llangollen, en enkele ruïnes van zeer oude burchten. Ongetwijfeld zullen de grootouders die we zijn  ( Meti en Papoum) dan stilaan maar zeker gekweld geraken met een speciaal persoonlijk gevoel : we zullen onze kleinkinderen willen terugzien, drie kleine kwajongens, een schattig kleuter-meisje en een baby jongetje. 

    Ten slotte, na ongeveer twee weken of veel langer, zo hoop ik, vatten wij met onze Touran de terugtocht aan. Dat doen we dan vanaf de Medieval Town of Shrewsbury, the finest Tudor town in England, waar de grote geleerde Charles Darwin opgroeide. We rusten daar eerst nog een hele dag uit, alvorens aan de zware autoreis van 444 mijlen ( 710 km) te beginnen. Van Shrewsbury rijden we terug naar de Channel Tunnel  en dat zou op vrij korte tijd kunnen gebeuren via A5-M54-M6-M1-M25-M20, waarna we Frankrijk en België terug zullen bereiken.

    Hierbij nog een aantal links  om vele uren door te brengen in The big country Cymru,  au Pays de Galles, in het land van Wales.


    www.visitanglesey.co.uk     www.tourlink.co.uk    www.visitpembrokeshire.co.uk

    www.exploremidwales.com     www.ceredigion.gov.uk    www.borderlands.co.uk

    www.rhyl-prestatyn.co.uk    www.colwyn-bay-tourism.co.uk

    www.llandudno-tourism.co.uk




    09-01-2011 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een half dozijn bijzondere dames uit ons buurland.

    Mijn laatste bericht van 2010  handelde over Russische generaals . Ik wil geenszins de indruk geven dat stijve kerels in uniformen met sterren voor mij belangrijk zijn.  Daarom begin ik 2011 met soepele dames, sterren, en de ene al minder of beter gekleed dan de andere.

       De gevaarlijke naakte spionne.

    1. MARGREET ZELLE . (1876-1916)
    De levensloop en het tragisch einde van deze vrouw intrigeert nog steeds velen. Ongetwijfeld werd in de loop der vorige eeuw veel aangedikt en overdreven, maar we naderen nu hopelijk toch de waarheid, want na 100 jaar worden de Franse militaire archieven opengesteld over haar onduidelijk doodsvonnis. Het is dus nog een tijd wachten tot eind 2017. Grietje Zelle werd als Mata Hari ondertussen wel wereldberoemd.
    Zij werd geboren te Leeuwarden, als dochter van een handelaar in hoeden en petten, in een gezin dat niet onbemiddeld was. Daardoor kreeg juffrouw Zelle een goede opleiding, want zij volgde privélessen en werd viertalig. Maar
    vader ging failliet en vertrok naar Den Haag. In 1891 overleed haar moeder zodat Margreet een voogd kreeg die hoopte dat zijn nichtje te Leiden kleuterleidster zou worden. Op haar zeventiende jaar ging de leuke verschijning die juffrouw Zelle ondertussen was geworden bij een ruimer denkende oom in Den Haag wonen. Op een dag vond zij in de krant de advertentie van officier Rudolph McLeod die snel een echtgenote zocht om mee te nemen naar Nederlands-Indië. Ondanks groot verschil in leeftijd trouwden Rudolp en Margreet. Er kwamen dra twee kinderen die echter jong stierven, en vooral werd het duidelijk dat zij eigenlijk  totaal niet bij elkaar pasten. McLeod was een drinker en een vrouwenloper. Daarom volgde in 1903 een "scheiding van tafel en bed", en in 1907 de ontbinding van hun huwelijk. Margreet woonde in Amsterdam en Den Haag, maar  besloot om haar geluk te beproeven in de lichtstad Parijs, eerst als schildersmodel en als paardrijdster in een circus, en daarna als mannenverslindster en danseres. Al vanaf het begin had zij groot succes. Haar optreden was een kleurrijke mengeling van exotisme en erotisme, en zo'n danseres viel zeer in de smaak bij het publiek uit die tijd. Zij gebruikte als artiestennaam Mata Hari, hetgeen in Indonesië  "oog van de dageraad = zon " betekent.  Voor een select gezelschap danste en kronkelde zij zich op de klanken van een oosters orkestje, gekleed in niets anders dan een sarong en een met juwelen versierde bustehouder.Tijdens haar optreden ontdeed zij zich langzaam één voor één van haar veelkleurige sluiers. Aan het eind van haar goddelijke dans was Grietje geheel naakt en vlijde zij zich neer voor het beeld van de Godin Shiwa.' Le Tout Paris" aanbidt haar weldra. Zij is een zuster van de nimfen, een walkure die wijze mannen naar hun ondergang voert. Haar roem in het nachtleven nam mythische vormen aan en bracht haar in contact met hooggeplaatste personen uit artistiek, militair en politiek milieu. Velen van hen waren haar minnaars en lieten het geld rollen. Zij ging ook buiten Frankrijk optreden, zoals in Duitsland, Spanje, Oostenrijk en Monte-Carlo. Eén van de hoogtepunten was haar optreden te Milaan in de Scala, toen beroemd als de tempel van de showwereld en de opera. Want meer en meer trad zij op als een Venus in toneelstukken en opera's, en niet meer in duistere nightclubs.

    Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Mata Hari de vedette in het Metropol Theater van Berlijn. Maar door  ernstig Pruisen werd zij 'persona non grata' verklaard en met spoed moest zij naar neutraal Nederland vluchten. Zij vestigde zich vrijwel berooid in Den Haag, want alles wat zij bezat werd in Duitsland achtergelaten en gestolen. Niet veel later 
    verlangde zij terug naar Parijs, naar haar minnaars, haar leven van veelgevraagde courtisane, en besloot toen om via Engeland en Spanje naar Frankrijk te varen, want ook in oorlogstijd was dit nog mogelijk alhoewel zeer duur. Vlak voor haar vertrek kreeg zij bezoek van Karl Cramer, één van haar bewonderaars, die was gepromoveerd tot Duitse consul in Nederland. Die man bood haar 20.000 Francs aan om in Frankrijk voor de Duitsers te gaan spioneren. Zo'n aanbod accepteerde zij, want Karl was zo'n galante heer, maar zij vond ook dat Berlijn haar nog veel moest terugbetalen van haar vermogen, juwelen en van alles wat zij daar kwijt was geraakt. Alzo werd Mata Hari domweg agent H 21 die werkte voor de Duitsers die de oorlog zouden verliezen.

    Pas in mei 1916 arriveerde zij in Parijs, wellicht na een geheime opleiding als spionne of na een kromgedraaide liefdesaffaire. In het ook in oorlogstijd dol doordraaiend Paris by Night ontmoette de Hollandse danseres daar een nieuwe liefde, de knappe Russische officier Vadim de Massloff. Zij kwam er ook in contact met de flamboyante chef van de Franse contraspionage, Georges Ladoux. die haar voorstelde om voor een bedrag van 1.000.000 Francs voor Frankrijk te gaan spioneren bij de Duitsers. Natuurlijk vertelde Mata Hari niet dat de Duitsers haar al hadden gerekruteerd, en daarmee werd deze schone dus dubbelspionne die vrij gemakkelijk als artieste en topvrouw van lichte zeden zich overal mocht bewegen door de pasjes en de papieren die in haar handtasjes staken.Te Madrid, toen het Mekka van de spionage, begon zij een verhouding met Arnold Von Kalle, de militaire attaché, en probeerde met verleidingskunsten informatie uit hem te krijgen. Ook uit andere militaire kopstukken van verschillende nationaliteiten, met wie zij naar bed ging, kwam zij bij belangrijke insiders wat te weten over de militaire geheimen. Doch van de schoonprater Laloux kreeg zij nooit het beloofde geld. Dom was eigenlijk dat zij zonder instructies vanuit Parijs op eigen houtje geopereerd had en zo in een valstrik kwam.XML:NAMESPACE PREFIX = O />

    Op 13 februari 1917 werd Mata Hari gearresteerd en tijdens vervelende ondervragingen, gaf zij met haar glimlach toe aan mannen, die schenen met haar te willen flirten, dat zij wel echt agente H 21 was van de Duitsers. Maar nooit verklapte zij wie haar contacten of opdrachtgevers geweest waren, misschien bestonden die zelfs niet of niet meer. De Fransen zorgden voor een schijnproces voor een militair tribunaal. Mata Hari, die  laattijdig besefte dat haar situatie ernstig werd, bleef beweren dat zij onschuldig was. Met de woorden: " Ik houd van officieren, dat zijn echte mannen en ik ga graag 'en amoureuse' met hen naar bed. Ik vind het interessant om penissen van verschillende nationaliteiten te vergelijken", verdedigde de steeds nog allesdurvende schone zich tegen de aanklagers. Het militair oorlogsgerecht verweet haar dat zij te veel sex had met hogere officieren en dat zij daarom wel een onfatsoenlijke spionne moest zijn. Zij werd ter dood veroordeeld. Voor het gratieverzoek van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken waren de Fransen doofstom. Op 15 oktober 1917 (Margreet Zelle was toen 41 jaar) werd het vonnis voltrokken door een vuurpeloton even buiten het kasteel van Vincennes. Dé sexbom uit de Eerste Wereldoorlog  weigerde een blinddoek rond haar kop en, op het moment dat het vuursalvo klonk, sloeg zij haar ogen niet neer en stierf zij als een ware heldin en een martelares.

    Uit de Duitse archieven blijkt dat deze 'femme fatale' Mata Hari maar een uiterst geringe rol heeft gespeeld tijdens spionage voor de Duitsers. De archieven over haar geval, van de Franse geheime dienst, zullen pas in 2017 openbaar worden. Het is nog altijd niet duidelijk of deze mooie vrouw toen schuldig was aan dubbelspionage of niet. Volgens enige historici is het zelfs mogelijk dat Mata Hari als zondebok (of geit ... of offerlam ...) werd gebruikt door de legeroverheid om het falen van acties aan het front te wreken en de aandacht van de publieke opinie af te leiden van het bloedige oorlogsgebeuren. Ook honderden onschuldige Franse soldaten werden door de volledig dolgeworden justitie tot de dood met de kogel veroordeeld alleen maar om door angst de eigen troepen in de loopgrachten te houden.
    De prachtige film van Jean-Pierre Jeunet uit 2004, met in de hoofdrol Audrey Tatou, en als titel ' Un long Dimanche de Fiancailles'  toont hoe bitter de tijden toen waren geworden  ' en douce France' .

    Er staat een standbeeld van Margreet Zelle in Leeuwarden en er werden  films over haar leven gemaakt. Het feit dat veel van de verhalen over haar verzonnen zijn en dat zij als naaktdanseres tevens dubbelspionne was heeft tijdens de sexuele revolutie in Nederland, tijdens de seventies, veel aan haar mythevorming bijgedragen. Soms wordt Mata Hari ook beschouwd al het symbool van de levensvreugde, de glitter en de schittering van de schone jaren van vrede en welstand die de oorlogen zijn voorafgegaan, een vergane wereld die door het militaire geweld harteloos en dwaas werd vernietigd.

              The Queen of the Olympics 1948.

    2. FANNY BLANKERS - KOEN  (1918 -2004) .
    Francina Elsje Koen was als kind al heel sportief en goed in verschillende sporten, zoals zwemmen, gymnastiek, tennis, schaatsen, en atletiek. Vader Koen stopte zijn dochter vol met levertraan en bruine bonen omdat hij dacht van haar nog beter te kunnen maken in de sport. Haar eerste wedstrijd liep zij op spikes, die veel te groot waren en met watten waren opgevuld. Als hoogspringster, niet als sprintster, was Elsje vlug een van de besten. Haar eerste record verwierf zij op de 800 meter nummer dat toen nog maar net niet meer te zwaar werd geacht voor jonge dames. Onder de toeschouwers stond op die dag haar latere trainer en echtgenoot, de 12 jaar oudere sportjournalist Jan Blankers, die meer in haar zag als sprintster. Toen Fanny 18 jaar was deed zij in het hoogspringen en met de nationale estafetteploeg mee aan de Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Zij was in die ploeg gekomen omdat meerdere sportlui met Joodse roots geweigerd hadden naar Berlijn te gaan, en zij kwam terug thuis met een echte handtekening van Jesse Owens. In 1938 op de eerste Europese Kampioenschappen voor vrouwen won zij brons op beide sprintnummers.

    Gehuwd in 1940, kwam er al een kindje in 1941.Toch ging de hardloopster Blankers-Koen gewoon door met topsport. Een tweede kind en de beperkingen in deTweede Wereldoorlog beletten haar niet in 1944 van deel te nemen aan meetings in de verste hoeken van Nederland, maar dat was in het buitenland niet meer mogelijk tijdens die jaren. In 1946 deed zij mee voor de Europese titels in Oslo, doch hoewel zij in meerdere proeven startte, won zij alleen de 80 meter horden. Dan volgden de Olympische Spelen van 1948 in het Wembley stadion. Zij was al dertig jaar en velen vonden haar eigenlijk reeds te oud. Maar Blankers-Koen sloeg genadeloos toe en verwierf wereldfaam. Op 2 augustus won zij de 100 meter in 11,9 seconden. Op 4 augustus won zij de 80 meter horden in een wereldrecordtijd van 11,2 seconden. Deze strijd was spannend want slechts met een miniem verschil werd een Britse geklopt die met identieke tijd tweede werd. Op 6 augustus was Fanny weer de sterkste op de 200 meter met een tijd van 24,4 seconden. De volgende dag, op 5 augustus hielp zij de estafetteploeg op de 4 x 100 meter aan een overwinning.  Xenia de Jong, Netty Timmer en Gerda van der Kade, liepen met haar de estafette. Vanuit een schijnbaar verslagen positie kon deze snelle dame nog het goud pakken voor haar land.  Fanny Blankers-Koen was in die periode ook wereldrecordhoudster met een sprong van 6,25 meter, maar kon door de timing van het programma slechts inschrijven op vier nummers. Een vijfde gouden medaille was bijna zeker ook mogelijk was geweest, zeker toen door de regen ieder startuur werd veranderd. De grote Nederlandse hardloopster was werkelijk The Queen of the Olympics 1948 en haar prestaties bezorgden haar in de sportpers bijnamen zoals "Vliegende Huisvrouw" en "Flying Dutchmam". De waarheid was dat zij liever niet in zo'n slecht weer van toen had gelopen en graag droog thuis bij haar kindjes was gebleven. Toen zij terugkeerde stond heel Amsterdam op zijn kop. Op 10 augustus wordt de kampioene voor de huldiging in een koets, getrokken door vier spierwitte schimmels, door de hoofdstad rondgereden. Door het scoren van haar wereldprestaties werd zij nooit rijk. Zij kreeg in 1948 slechts een fles advocaat en een oerdegelijke Hollandse vrouwenfiets, betaald na rondhaling van guldens bij buren en atletiekvrienden van ADA Amsterdam, want zij was een wereldkampioene in een nog zuivere amateurssport.


    In 1952 deed zij weer mee aan de Olympische Spelen in Helsinki, maar dat werd een ontgoocheling omdat zij toen ongezond en geblesseerd was, en iets later, in 1953 stopte zij haar optredens als internationale sportvrouw.
    Zij bleef echter de volgende generaties inspireren, want zij was tijdens de Spelen van de sixties driemaal ploegleidster van de nationale vrouwenploeg en ook vlaggendraagster tijdens de Olympische Ceremonies. In 1999 riep de Internationale Amateur Atletiek Federatie haar uit tot "Atlete van de Eeuw". Haar prestaties hadden dus een zeer diepe indruk gemaakt.
     
    Op het laatst van haar leven kreeg zij als weduwe te kampen met gezondheidsproblemen. Eerst kreeg Fanny een hartinfarct. Daarna volgden nog een aantal kleine herseninfarcten. De laatste jaren van haar leven bracht deze heldin van de sintelbanen door in een verpleeghuis omdat zij aan de ziekte van Alzheimer leed.
    Fanny Blankers-Koen, de Koningin met de mannenbenen, heeft enorm veel betekend voor de emancipatie van de vrouw in de sport. Mannen hielden tijdens het interbellum openlijk, vanuit overheid en kerk, de ontwikkeling van de vrouwensport tegen. Sportende vrouwen wekten toen nog onkuise lustgevoelens op bij de kerels. Bovendien werkten onnatuurlijke en te zware lichamelijke inspanningen onvruchtbaarheid in de hand. Dit waren toen beweringen van belangrijke heren en wijsgeren. Door de prestaties van Fanny Blankers-Koen kon men niet meer om de vrouwen in de sport heen en vandaag staat iedere sport volledig open voor de Eva's in dunne shirts en kort broekje. Ook moet worden toegevoegd dat Blankers-Koen een kampioene was in zeer moeilijke tijden en dat zij hoog uitstak boven alle andere sporters in Nederland, want behalve ene Abe Lenstra kon toen niemand daar zelfs reeds goed voetballen. 

    Mevrouw Blankers-Koen had een bijzonder vrouwenlijf met zeer gespierde benen. Zij was 1m75 groot en had een gewicht van 64 kilo's. Het feit dat zij duidelijk van het zwakke geslacht was, vermits zij twee kinderen had gebaard, plaatste haar buiten alle verdenking, toen het bleek dat er toch nogal wat vrouwelijke atleten eigenlijk mannen waren of hermafrodieten, althans tussen de recordhoudsters en de winnaressen. Die "verdachten" op de atletiekpistes pakten toen nog geen verboden doping maar werden soms wel ontmaskerd als travestieten met te behaarde benen, en voor zulke situaties was er een zuiverende heksenjacht nodig. Fanny Blankers-Koen met haar lange sterke benen trainde tweemaal in de week gedurende twee uren en ook nog een uurtje 's zaterdags. Haar gewicht en haar conditie behield zij hoofdzakelijk door veel te rijden met haar fiets waarop achteraan een korf was gemonteerd voor haar twee kindjes en haar boodschappen.

    Palmares van deze zeer grote atletiekkampioene :

    58 nationales titels ( 100 m, 200 m, 80 m horden, hoogspringen, verspringen,kogelstoten, vijfkamp). 
    Naast haar goud en lauwerkransen te Londen 1948 waren er nog 5 gouden medailles op Europese Kampioenschappen en 21 gehomologeerde wereldrecords.

    Zij werd verheven tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1949).
    Beste atlete uit de Olympische geschiedenis - New York 1982.
    Internationale atlete van de 20e eeuw - Monte Carlo 1999 - ( zoals Carl Lewis) .

    Fanny stond 29ste in de rangschikking 2004 van Grootste Nederlander aller tijden.

    Zij was eigenlijk niet aardig, niet sportief, want zoals vele topsporters had zij veel egoïsme en veel eerzucht, en een goede huisvrouw was zij ook niet omdat alleen haar sport en haar formidabele wil om te winnen telde. Maar, maar toch werd dit plattelandsmeisje een sportvorstin die er kwam toen het Nederlandse volk hunkerde naar een voorbeeld waar het zichzelf kon terugvinden en daarom werd in het land van de tulpen deze vrouw zo dikwijls in de bloemetjes gezet, en vonden velen haar  een van de meest eerbiedwaardige personen.
    Standbeelden, sporthallen, sportparken, atletiekbanen, pleintjes, straten, maar ook een brandweerkazerne en een spoorwegstadion dragen haar naam.
    Te Hengelo zijn er jaarlijks de FBK Games, de belangrijkste atletiekmeeting in Nederland,  en er bestaat een FBK Prijs waarmee uitzonderlijk grote Olympiërs zoals de zwemmer Pieter van den Hoogenband worden gehuldigd voor de verdiensten van hun volledige sportloopbaan.

    Vermits weldra in 2012 de Olympische Spelen terug te Londen worden gehouden zal Fanny Blankers-Koen, the Queen van the Games van London 1948, zeker terug sterk in de belangstelling komen en misschien komt er zelfs toch nog een Nederlandse postzegel in euro's waarop zij zal te zien zijn .


    3. AUDREY HEPBURN ( 1929 - 1993 )

        De slanke filmster die wij zo bewonderden.

    Edda Kathleen Ruston, werd geboren in Elsene (Brussel), als dochter van een directielid van La Banque d'Angleterre en van de Nederlandse aristocrate Barones Ella van Heemstra. Uit een eerder huwelijk met een Ridder van de Orde van Oranje-Nassau had haar moeder reeds twee kinderen, Alexander en Ian Quarles van Ufford . Door het beroep van haar vader reisde zij als kind heen en weer tussen België, Nederland en Engeland. In 1934 werd Audrey naar een strenge school in Engeland gestuurd. Een jaar later scheidden haar ouders, vader stapte het af met al hun geld, een feit dat hun dochter nooit kon vergeten. Moeder Ella van Heemstra trok met haar drie kinderen naar Arnhem in het kasteel van haar familie.Toen de Duitsers in 1940 binnenvielen kon niet meer worden gevlucht en waren zij gedwongen om in Nederland de bezetting mee te maken, inclusief de enge hongerwinter van 1941. Audrey leed toen aan ondervoeding, vulde haar buikje soms met slechts water en tulpenbollen,en dat heeft verder voortdurend haar gewicht beïnvloed. Op een gegeven moment was Barones Ella van Heemstra, na connecties met het verzet zelfs gedwongen om onder te duiken. Vanaf 1942, volgde dochter Edda van Heemstra ( de identiteit van de actrice toen) muziekschool en balletlessen. Na de oorlog woont haar familie in Amsterdam, want Arnhem was verwoest geworden tijdens de Operatie Market Garden. Om aan geld te komen doet Edda modellenwerk en balletdemonstraties, terwijl haar moeder Ella kokkin werd. In 1948 kreeg Edda een eerste rol als KLM-stewardess in de film "Nederlands in Zeven Lessen" van Charles Huguenot van der Linden, een Nederlands filmmaker, die fier zou blijven van haar te hebben ontdekt.
    In datzelfde jaar vertrok juffrouw van Heemstra met een studiebeurs naar Londen om balletlessen te volgen. Als gracieuze, elegante , natuurlijke  schoonheid, met grote ogen en met lange benen, werd zij gevraagd door de modefotografen. Gezien haar lengte en haar gebrek aan training werd het vlug duidelijk dat haar toekomst niet langer in het ballet lag. Daarom begon zij acteerlessen te volgen bij Felix Aylmer, en koos zij als pseudoniem Audrey Hepburn, familienaam van haar Ierse oma naar vaders kant. Op dat ogenblik sprak en schreef deze jonge actrice reeds Engels, Frans, Nederlands en later zou zij zich ook in het Italiaans en het Spaans kunnen uitdrukken. Haar moeder was verkoopster in een bloemenwinkel, maar weldra ontmoette zij daar een gentleman die haar een betere job bezorgde als concierge van een groot gebouw. De schone Audrey had geen gebrek aan mannelijke aandacht. Reeds was haar trouwjurk klaar, maar zij brak met die gefortuneerde verloofde nog net op tijd eer zij in het smalle huwelijksbootje vastzat. Zij besliste toen van de moeilijke weg van een leven als actrice verder te volgen. In 1953 tijdens het draaien van een Engelse film aan de Azurenkust ontmoette Audrey Hepburn de 70-jarige Franse romanschrijfster Colette. Zij stond er zeer op dat Hepburn op Broadway de hoofdrol zou spelen in de musical naar haar roman "Gigi" en dat zou dan zijn om de te wispelturige Elizabeth Taylor te vervangen. Na de schitterende optredens in deze rol was Broadway het eens en de mening van de kenners was ' A new star is born  ! '

    Voor de jonge actrice volgde de grote kans in de speelfilm "Roman Holiday" van William Wyler, met als tegenspeler Gregory Peck. Deze Wyler leerde haar het vak van filmster. Voor die rol ontving zij een "Academy Award" als beste actrice. Hollywood lag aan haar voeten en het grote geld rolde naar haar toe. Nog meer succes volgde in "Sabrina" van Billy Wilder in 1954, en z
    es weken later ontving zij een "Tony Award" voor haar rol in "Ondine", weer op Broadway. Mel Ferrer was er haar tegenspeler. Met deze acteur, schrijver en producer trouwde zij later in dat jaar. Hun nogal tumultueuze huwelijk zou toch vijftien jaar stand houden. Op 17 juli 1960 werd uit dit huwelijk haar eerste zoon Sean Ferrer geboren.

    Weldra ontvouwde zich wereldwijd in de mode " de Audrey Hepburn Look". 
    De filmster Audrey Hepburn, door haar samenwerking met de couturier Henri de Givenchy die haar jurken ontworpen had, werd door haar stijlvol natuurlijk uiterlijk een voorbeeld voor alle vrouwen. Terwijl de andere diva's van het witte doek sekssymbolen waren die de mannen aantrokken, werd Audrey Hepburn de perfecte klassieke schoonheid, de ideale fatsoenlijke vrouw die zich met smaak kon kleden, en dat op een manier die voor vele dames mogelijk bleef. Audrey Hepburn werd dé mannequin bij Givenchy en stond jarenlang voortdurend in alle modebladen.

    Daarna trad Hepburn op in een serie succesfilms, zoals "War and Peace" (1956), "Funny Face" (1957), "Nuns Story" (1959), "Green Mansions" (1959) en "The Unforgiven" (1960) en vestigde zich aan de top als grote ster aan wie de filmindustrie 1.000.000 $ voorstelde per contract.
    Voor haar rol van de mysterieuze Holly Golithly in de film "Breakfast at Tiffany's" (1961) werd zij een legende van het witte doek.
    Haar loopbaan liep nog verder in totaal andere rollen  in "The Childrens Hour" (1961), een melodrama over lesbische vrouwen, met Shirley MacLaine, alsook in "Charade" over een hetero relatie met Cary Grant, en in "My fair Lady", over een relatie met een oudere heer met Rex Harrison. Deze speelfilms werden klassiekers en scoorden vele Oscars. Vervolgens kwam nog  "How to Steal a Million" (1965), "Two for the Road" (1967) en de zeer geprezen film "Wait Until Dark" uit 1967, waarvoor zij haar vijfde Oscar nominatie ontving voor haar rol als blinde vrouw.
    Nadien is Hepburn gestopt met films om na verschillende mislukte zwangerschappen toch een tweede kind te krijgen. Haar huwelijk met Mel Ferrer was in 1968 op de klippen gelopen en zij was in 1969 hertrouwd met de Italiaanse doctor Andrea Mario Dotti. Met hem kreeg ze 8 februari 1970 haar tweede zoon, Luca, aan wie zij zich volledig wijdde.

    Nog eenmaal kwam zij in 1975 terug om in  "Robin and Marian" even te schitteren tegenover Sean Connery.
    Zij speelde later nog af en toe mee in films van wisselende kwaliteit, toen was zij vooral een grote weldoenster geworden voor de hongerige kinderen die nog overal op onze planeet bestaan. Nadat zij in 1982 weer gescheiden was, ging zij samenleven met Robert Wolders, en goede kennis van haar mama, en met deze Nederlandse acteur was zij voortdurend op reis, maar trouwen vond zij niet meer nodig. Bij deze Robert vond zij liefde, genegenheid, warmte, en samen met hem heeft zij in de periode 1988/1992 50 reizen gemaakt om te zorgen dat kleine kinderen een beter leven krijgen. Zij veranderde in een engel op aarde, en was op vele plaatsen een weldoenster. In 1987 werd Audrey officieel benoemd tot goodwill ambassadrice van UNICEF. In 1989 maakte zij haar laatste film met haar rol in "Always" van Steven Spielberg. De laatste jaren van haar leven waren geheel voor filantropie en voor het United Nations Childeren Fund. In 1992, toen zij reeds begon te lijden aan darmkanker, kreeg zij de "Guild Achievement Award" voor haar werk als filmactrice. Van president George Bush vader ontving de Audrey de "Presidential Medal of Freedom" voor haar werk voor UNICEF.

    Op 20 januari 1993 overleed deze prachtige dame aan haar ziekte in haar huis in Tolchenaz (nabij Lausanne) in Zwitserland. Zij werd 63 jaar. In datzelfde jaar ontving zij tenslotte postuum de Jean Hershold Humanitarian Award, ook voor haar inzet voor UNICEF. Audrey Hepburn heeft een ster op de beroemde Hollywood Walk of Fame, 1652 Vine Street.

    Op het begin van de XXIe eeuw werd wijlen Audrey Hepburn te Hollywood verkozen op de eerste plaats als         DE VROUW MET DE GROOTSTE NATUURLIJKE SCHOONHEID OOIT. In een ander belangrijk klassement van de topactrices uit het filmverleden werd zij achttiende geklasseerd.
    Op internet is het niet moeilijk beelden terug te zien van films waarin deze onsterfelijke vrouw kan worden bewonderd, zoals tijdens het prachtige liedje dat zij zingt    ......  Moon River - Breakfast at Tiffany's   .....


                  De koningin van het Amsterdams theater.

    4.  JOSEPHINE DE LA MAR ( 1898 - 1965).

    J.J.de la Mar (Fientje), toneelspeelster, filmactrice en cabaretière werd geboren in Amsterdam als dochter van Napoleon ( Nap) de la Mar, acteur en regisseur en C.M. Klopper, actrice. Haar grootvader, eveneens artiest, had grote bewondering voor de Franse keizer en noemde zijn zoon dan ook Napoleon, afgekort Nap. Op zijn beurt vernoemde Nap zijn dochtertje Josephine (de Beauharnais) naar de  vrouw van Napoleon. Het meisje groeide op bij haar grootouders en volgde de HBS. Dat was volgens haar ouders goed om later een degelijk cabaretrepertoire te kunnen opbouwen, omdat zij op die school talen en literatuur zou leren. Fientje is echter een wispelturige en onhandelbare teenager. Drie maanden voor haar eindexamen loopt zij met kwade kop weg uit school om toe te treden tot het cabaretgezelschap van haar vader. Die werd haar leermeester en duwde haar in revues en operettes. De kranten schreven "Fientje doet het de la Mar geslacht alle eer aan". Zij bewijst in 1919 in het cabaret van Max van Gelder dat zij als laatste telg uit haar toneelspelersfamilie ook het echte artiestenbloed in de aders heeft. Haar eerste grote toneelrollen volgen in  "Pygmalion" van Bernard Shaw (1928), " Het graf van de onbekende soldaat" van Paul Raynal (1928), "Het proces van Mary Dugan" van Bayard Veillez (1928), "Minna von Barnhelm" van Lessing (1929) en "Moortje" van Bredero (1932). Zij wordt wanneer het roodfluwelen doek naar omhoog wordt getrokken ' le monstre sacré'. Dat is de actrice die zo goed is dat zij haar medespelers, of anderen die in dat theater of cabaret ook nog optreden die avond, gewoon doet verbleken tot figuranten. Het applaus is steeds voornamelijk voor haar. Vader Nap was erg trots op zo'n dochter en verwende haar vreselijk. Door het publiek werd zij op handen en schouders gedragen en die weelde kon zij nog niet dragen. Zij ging aan de drank en de seks, had vele minnaars, doch zij werd van aard onberekenbaar, onbeheerst, grillig en grof, tegen andere mensen. Zij was een verwende diva geworden. Ondertussen werd haar stem prachtiger en haar talent veelzijdiger, zeker in de sketches voor cabaret.   

    In de jaren dertig werden de eerste Nederlandse films met geluid gedraaid. Fien speelde in "De Jantjes", "Bleeke Bet", en in "Op stap". Zij zingt dan ontroerend het lied "Ik wil gelukkig zijn", maar gelukkig was zij eigelijk persoonlijk tijdens haar hele leven niet, hetgeen ook vaak het geval was met befaamde clowns.

    Ik wil gelukkig zijn
    Ik zal dansen tot ik niet meer kan
    En al word ik er draai'rig van
    't Hindert niet
    't Hindert niet
    Ik wil gelukkig zijn
    Ik zoek mensen en gezelligheid
    En al heb ik later spijt
    't Hindert niet
    't Hindert niet
    Ik amuseer me met z'n tweeen
    Maar ook alleen
    En ik geneer me voor geen ander
    Ik lach om iedereen
    Ik wil gelukkig zijn
    'k Weet van malligheid niet wat ik doe
    Waar zwaait m'n weg naar toe
    't Hindert niet
    't Hindert niet

    Tijdens de oorlog trouwde zij met de architect Piet Grossouw. Haar carrière kwam compleet stil te liggen want zij bleef trouw aan de Hollandse Koningin.
    Na 1945 kwam haar come-back bij cabaret Cor Ruys en cabaret Willy Van Hemert, echter nooit meer als Fientje maar wel als de grote Fien. Het bedrijf van haar man herbouwde 
    in de amusementsbuurt een pand aan de Marnixstraat nabij de Leidse Gracht. Daar kwam een intiem theater met 300 zitplaatsen. Piet Grossouw wilde zo een vast podium voor zijn echtgenote creëren. Een bomaanslag door het verzet deed dat gebouw, toen gebruikt door de bezetters, gedeeltelijk afbranden in 1945, maar het werd nadien omgetoverd tot een leuk theater. Fien wilde dat dit theater de naam droeg van haar vader, en zo kwam er dus het " DE LA MAR THEATER", door Fien "mijn bonbonnière"genoemd. Op 31 juli 1947 werd het geopend met een toneelstuk waarin uiteraard Fien de la Mar de hoofdrol speelde.

    Zo goed als zij als actrice of zangeres was, zo slecht was Fien als directrice van haar theater. Geldnood volgde en in 1952 ging de zaak failliet. Het geheel werd overgenomen door de legendarische topartiest Wim Sonneveld. Deze liet weer alles grondig verbouwen en veranderde de naam in " Het Nieuwe De La Mar Theater ". In 1957 werd Fien weduwe. Zij vereenzaamde, was weer aan de drank, en deed een mislukte zelfmoordpoging waardoor zij haar linkerhand niet meer zou kunnen gebruiken. Zij kwam in een inrichting terecht, maar toch werd zij weer beter, om terug op te treden, ook bij de televisie. Maar dat liep niet lang goed omdat zij werd gekweld door ongedurigheid en zelfs door achtervolgingswaanzin. Zij kreeg soms hysterische woedeaanvallen. Op 23 april 1965 sprong zij uit het raam van haar flatwoning in de Beethovenstraat te Amsterdam en als gevolg daarvan overleed deze kunstenares. In 1982 werd er nog een musical over haar leven opgevoerd met Jasperina de Jong in de rol van Fien de la Mar.


      De Godin van het ijs.


    5.  Sjoukje Dijkstra    ( 1942 -  nog in leven )

    Sjoukje Rosalinde Dijkstra, geboren te Akkrum tussen Heerenveen en Leeuwarden in Friesland, was de eerste Nederlandse kunstrijdster op de schaatsen die het tot grote internationale titels bracht. Zij werd vijf keer Europees kampioene in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964 en driemaal  wereldkampioene, in 1962, 1963 en 1964. Op de Olympische Winterspelen werd de 14-jarige Sjoukje twaalfde in 1956,  later veroverde zij zilver, en als kroon op haar carrière werd het in 1964 goud. 

    Als klein meisje brak zij haar been toen een engerd van een achterwaarts schaatsende pastoor haar omver kegelde. Dat belette haar niet om later zesmaal op een rij Nederlandse Sportvrouw van het jaar te worden van 1959 tot 1964. Zij bereikte eeuwige sportroem tijdens de gloriejaren van de schaatssport, en was tijdens de sixties een icoon van Nederland en zeker van Friesland . Bij elke triomfale terugkeer van Sjoukje Dijkstra stonden duizenden bewonderaars haar te Schiphol juichend op te wachten.

    Als dochter van een Olympische snelschaatser, de Amstelveense huisarts Lou Dijkstra, kwam Sjoukje al heel jong met de ijssport in aanraking. Voor het kunstrijden bleek zij een uitgesproken talent te bezitten. Zij was een beetje te dik om echt elegant te zijn tijdens het dansen op het ijs, maar haar spieren lieten toe dat zij fenomenale sprongen maakte. Met de schoolboeken in haar koffer ging zij naar Londen om daar maandenlang te trainen onder de strenge en  kundige coach Arnold Gerschwiler.

    Reeds 
    jong toonde Sjoukje zich een echte doorzetter. Geen moment ontvluchtte zij de ijzeren discipline van haar leermeester. Arnold Gerschwiler uit Twickenham, de grote man achter de successen van Sjoukje Dijkstra, overleed op bijna 90-jarige leeftijd. Deze Zwitser woonde bijna levenslang in Engeland, waar hij uitgroeide tot een befaamd trainer in het kunstrijden. Sjoukje, voor wie hij een tweede vader was, debuteerde bij hem in 1951 en negen jaar later won zij voor de eerste keer E.K. goud . Daarna was zij in '62 en '63 ook de beste op het WK. Herr Gerschwiler zag ook zijn andere pupillen   vaak op de hoogste trede staan

    Sjoukje was een superkampioene. Zij was iedereen ruimschoots de baas en reeg de titels aaneen. Geen wedstrijd ging verloren, zo goed was zij,  maar deze jonge vrouw  bleef bij dit alles nuchter en eenvoudig. De glitter en de allures van andere ijssterren waren haar vreemd. 

    Met goud bekroond

    INNSBRUCK, 3 februari 1964 - De 22-jarige Amstelveense  heeft, onder de ogen van koningin Juliana, prins Bernard en de prinsessen Beatrix en Margriet, voor de eerste keer in de geschiedenis van de Winterspelen aan Nederland goud bezorgd. Sjoukje had in het ijsstadion   verrukkelijke gepresteerd door Regine Heitzer (Oostenrijk) Petra Burka (Canada) , en nog 25 andere internationale schaatsters  te kloppen. Tienduizend toeschouwers hadden deze ijskoningin  bewonderd  tijdens  onvergetelijke  ogenblikken.

    Aangezien Sjoukje in 1964 alles gewonnen had wat er te winnen was, stapte zij over naar de ijsrevue waar geld werd verdiend. Tot 1973 bleef zij verbonden aan Holiday on Ice. Zij trouwde met Karl Kossmayer, een veel oudere man die met  paarden en ezels in de Holiday on Ice revue een hoofdacteur was. Zo belandde zij in het Circus Sjoukje Dijkstra. Karl en Sjouke kregen  twee dochters, Katja en Rosalie, die de merkwaardige acts van hun vader nog steeds uitvoeren.

    Om de top te bereiken en om daar te kunnen blijven oefende de Friese schaatster zes uren per dag op het ijs. Zij probeerde  een gezonde levensstijl erop na te houden en goed te eten. Zij had bijna geen vrije dagen. Sjoukje Dijkstra , de sportvrouw met aparte klasse, werd Ridder van de Orde van Oranje-Nassau gekroond en kreeg de FBK Prijs voor uitmuntendheid tijden haar loopbaan als Olympische ballerina op het ijs.


    6.  HENRIETTE ROLAND - HOLST  ( 1869 - 1952 )
              De zachte krachten zullen zeker winnen in 't eind. 


    Zij werd in Noordwijk geboren als Henriette Goverdine Anna van der Schalk, maar zij hoorde het liefst gewoon ' Jet' . Vader Theodoor van de Schalk was te Noordwijk een liberaal-christelijke notabele vermits hij notaris was. Zijn gezin had zes meiden en knechten voor het huishouden. Na privé-les in haar kindertijd werd Jet geplaatst op het "Duits meisjesinternaat Oosterwolde" in Arnhem. De opleiding bestond daar voornamelijk uit het leren van goede manieren en het studeren van vreemde talen. Henriette werd er veel gepest door medeleerlingen, kwam in een zenuwcrisis terecht, en keerde terug naar Noordwijk. Tijdens deze pauze was de zestienjarige helpster te Amsterdam in de Ziekenverpleging, waar zij de directrice vergezelde op huisbezoek bij arme mensen. Toen de opgroeiende jonge dame weer tot rust gekomen was, probeerde zij het opnieuw in het slechte internaat. Daar ging het dan toch wat beter. Voor verdere opleiding vertrok zij later naar Liège, La Cité Ardente sur bord de Meuse. Haar Franse taal werd zeer goed, en zij schreef toen al mooie gedichten omdat zij verliefd was op een operazanger.

    Vanaf 1889 woonde zij  weer thuis waar zelfstudie, muziek, literatuur haar dagen vulden. Maar ook bleef zij zelf gedichten schrijven, iets waarmee zij reeds op jonge leeftijd was begonnen. De dichteres had belangstelling voor kunstenaars, dichters en geleerden. In 1892 gebeurde er een groot drama. Haar vader en haar zus reden per ongeluk met paard en rijtuig in het Leidse Galgewater en verdronken.

    In de winter van 1892 ging zij naar lezingen van de Franse dichter Paul Verlaine in Den Haag. Zij ontmoette toen de kunstenaar Richard Roland Holst en dit werd vriendschap gevolgd door liefde. Zij trouwden in 1896, doch bleven kinderloos. Ondertussen had zij via haar vriendin de dichter Herman Gorter leren kennen, een man die de grote Dante Alighieri bewonderde, en ook Spinoza en Plato. Gorter had veel invloed op haar. In april 1893 waagde zij het van zes sonnetten te publiceren in "De Nieuwe Gids", een tweemaandelijks literair en politiek tijdschrift van Albert Verwey. Door deze publicatie werd Henriette snel een zeer gewaardeerd dichteres. In 1894 werden van Henriette 25 sonnetten gepubliceerd. In 1895 verscheen haar eerste bundel "Sonnetten en Verzen in terzinen geschreven". Henriette ging deel uitmaken van een kring van progressieve intellectuelen en kunstenaars die interesse hadden voor de politiek in binnen- en buitenland. Tijdens gesprekken met talrijke personen en vooral met Herman Gorter groeiden bij Henriette en haar man de interesse voor de politieke actie. Zij lazen "Das Kapital" van Karl Marx  en werden lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Haar man Rik was wat minder fanatiek, maar Henriette zelf stortte zich volledig in het jonge socialisme. Behalve het schrijven op alle literaire terreinen, hield zij ook toespraken om haar marxistische gedachten te uiten. Avond na avond in rokerige zaaltjes kon de door haar idealen gedreven politica de toehoorders aan haar lippen binden en de arbeiders oproepen tot strijd om hun lot te verbeteren. Zij volgde met aandacht  de vooruitgang van de Revolutie in Rusland. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog  was zij geschokt door het feit dat het nationalisme sterker bleef dan de internationale solidariteit van de proletariërs. De ' rode Jet'  was een van de ondertekenaars van een manifest dat pleitte voor dienstweigering, hetgeen haar in 1917 kwalijk werd genomen door het gerecht. Henriette was geen pacifiste. Zij was namelijk voor een volksleger.

    In 1915 richtte zij de Revolutionair Socialistische Vereniging (RSV) op, en was zij  aanwezig in het Zwitserse Zimmerwald, op een conferentie die georganiseerd was door socialisten uit verschillende landen, internationale denkers en pacifisten. Daar en tijdens andere bijeenkomsten ontmoette Henriette de grote mannen Lenin en Trotski, alsook Liebknecht en Rosa Luxemburg. De arbeiders in alle landen begonnen zich te roeren. Dat leidde tot de Russische revoluties van februari en oktober 1917, en tot de Duitse revolutie van november 1918. Ook in Nederland werden de arbeiders woelig. Een demonstratie te Amsterdam zag Mevrouw Roland Holst in de voorste gelederen. De militairen schoten toen op de demonstranten en er vielen twee doden en vele gewonden.

    Henriette Roland Holst had een slechte gezondheid. Zij had een felle werkijver maar zakte soms weg in diepe inzinking of ziekte. Op de heide nabij Zundert trokken zij en haar man zich daarom vaak terug in een landhuis dat uit de erfenis van haar moeder Anna Ida van der Hoeven kwam. Het huis had na enige verbouwingen aparte logeervertrekken en droeg de naam ' Angora Hoeve'. Er kwamen daar dan ook veel gasten, politiekers en kunstenars. Iemand die een beetje te vaak kwam was de zangeres Ina Santhagens-Waller. Zij gaf er regelmatig zanguitvoeringen, maar deze wulpse diva kreeg een verhouding met echtgenoot Rik. Hoewel Henriette op de hoogte was, kwam het niet tot een echtbreuk.

    In 1918 werd de partij van Henriette omgedoopt in de Communistische Partij van Nederland (CPN) die lid was van de Communistische Internationale. H. Roland Holst, toen wellicht de hartstochtelijkste vrouw van Nederland, schreef in die periode veel in tijdschriften over de revoluties in Rusland en Duitsland. In 1921, in volle burgeroorlog, vertrok zij met een delegatie naar Moscou om daar een congres van de communisten bij te wonen. Dit was een gelegenheid om nogmaals Trotski en talrijke Russen te ontmoeten. Reeds in 1909 had Vladimir Ilitch Oulianov haar "een beroemde vrouw uit Holland" genoemd en dat betekende toch wel iets bij de bolchevieken. Zij ging Maxim Gorki opzoeken en werd geconfronteerd met de hongersnood in het Wolgagebied. Terug in Nederland startte zij daarom een actie om voedsel in te zamelen voor Rusland. Verder in de twenties had zij moeite om alles nog te volgen in de politiek. Zij heeft zich daarom uit de communistische partij teruggetrokken, maar toch bleef zij zich betrekken bij de internationale socialistische beweging.

    In 1932 kreeg zij eindelijk haar eerste grote literaire waardering. Zij werd benoemd tot erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Veel bewondering oogstte zij in de dertiger jaren bij de studenten. In 1937 koos zij direct voor strijd tegen de fascistische generaal Franco die door een staatsgreep aan de macht gekomen was.Henriette was toen al niet meer de revolutionaire marxiste maar had de stap gezet naar het religieus socialisme. Zij hoopte op een maatschappij waarin vooral liefde, gemeenschap en eenheid, zou tellen. Maar aan het eind van de dertiger jaren sukkelde Henriette met haar gezondheid. Een niervergiftiging was voor haar pijnlijk, en zij werd oud en futloos. In 1938 overleed haar man. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het wat beter met haar. Zij herbergde in haar huis op de Buissche Heide veel onderduikers en vrienden. Verder maakte de letterkundige deel uit van de redactie van het verzetsblad "De Vonk", dat na de oorlog werd omgedoopt in "De Vlam". Zij was van mening dat het kapitalisme ten gevolge van de oorlog niet zou overleven.

    Zij werd in 1945 lid van het "Landelijk Comité van Actie tegen de Doodstraf", dat zich verzette tegen de executie van oorlogsmisdadigers. In 1947 kreeg Henriette Roland-Holst een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Toen zij , 82 jaar oud,  in een Amsterdams rusthuis in 1952 overleed, vond de crematie in stilte plaats. In 1969  werd in Noordwijk een borstbeeld voor haar geboortehuis geplaatst.

    Ondanks haar soms slechte gezondheid ( depressies, aanvallen van anorexia, bloedarmoede en hartziektes) streed deze talentvolle vrouw met een niet aflatende ijver voor een verbetering van de positie van arbeiders, jongeren en vrouwen. Zij liet een enorm oeuvre na aan gedichten, politieke en sociale essays, toneelstukken, hoorspelen en meerdere biografieën. Maar ook schreef zij de Nederlandse tekst voor het strijdlied "De internationale".
     Adriaan Roland-Holst (1888-1976) , de Prins der Nederlandse Dichters, is een zoon van een broer van haar man. Zij is de ' rode tante Jet' van deze dichter. Vanzelfsprekend eert  intellectueel links Nederland en de Partij van de Arbeid deze grote dame met straten, pleinen, gebouwen,prijzen, te noemen of reeds genoemd naar haar naam. Senioren zouden echter wel het bestaan moeten kennen van de Evean Henriëtte Roland Holst Gemeenschap, een groot Centrum voor Ouderenzorg gelegen ten Zuid-Oosten van Amsterdam, waar de principes van de dichteres worden toegepast , en dat zijn vrijheid, verdraagzaamheid en respect.


     De rode dichteres Henriette Roland-Holst.

    Ontwaakt! verworpenen der Aarde
    Ontwaakt! verdoemd in hong'ren sfeer
    Reed'lijk willen stroomt over de Aarde
    en die stroom rijst al meer en meer
    Sterft, gij oude vormen en gedachten
    Slaaf geboor'nen, ontwaakt! ontwaakt!
    De wereld steunt op nieuwe krachten
    begeerte heeft ons aangeraakt

    Makkers! ten laatste male
    tot de strijd ons geschaard
    en de Internationale
    zal morgen heersen op Aard'

    De staat verdrukt; de wet is logen
    de rijkaard leeft zelfzuchtig voort
    Tot 't merg wordt d'arme uitgezogen
    en zijn recht is een ijdel woord
    Wij zijn 't moe naar and'rer wil te leven
    Broeders! hoort hoe gelijkheid spreekt:
    Geen recht waar plicht is opgeheven
    geen plicht leert zij waar recht ontbreekt

    De heersers door duivelse listen
    bedwelmen ons met bloed'gen damp
    Broeders! strijdt niet meer voor and'rer twisten
    breekt de rijen hier is uw kamp
    Gij die ons tot helden wilt maken
    o! Barbaren denkt wat gij doet
    Wij hebben waap'nen hen te raken,
    die dorstig schijnen naar ons bloed

    06-01-2011 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    05-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Nieuwjaarsbrief van Kobe.
    Weerde, 1 januari 2011

    Liefste Meti en Papoum,

    Ik wens je ...
    Een rimpelloos jaartje
    van begin tot het eind,
    waarin vreugde verdubbelt
    en verdriet verkleint.
    Ik wens je ...
    Veel geluk in je leven,
    waar je ook gaat,
    van vroeg in de morgen
    tot 's avonds heel laat.
    Ik wens je ...
    Een goede gezondheid,
    veel vrienden in je buurt.
    Dat elk mooi moment
    een eeuwigheid duurt.

    Zo groeit er blijdschap,
    een leven piekfijn.
    Ik hoop dat dit nieuwe jaar
    weer zalig zal zijn?

    Gelukkig Nieuwjaar !

    van je petekind ,
    Kobe                                     

    (derde studiejaar)

    05-01-2011 om 23:45 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Exode des forces russes de Sebastopol -  Bizerte 1920.
    Première partie:
    Basée sur un texte écrit et traduit par un témoin qui fut pendant quelque temps un de mes amis : Georges de Yazikoff , né le 16 avril 1904 à Mitau ( Russie). Georges, fidèle aux traditions de sa famille, avait été dans sa jeunesse cadet de la marine impériale. D'après son texte écrit en 1991 à Miramont-de-Guyenne (France) j'avance ce qui suit et après je chercherai d'autres informations sur internet pour la seconde partie de ce récit.

    La Révolution Russe des années fratricides 1917-1918-1919 avait fait couler en Russie le sang à flots et des millions d'êtres humains étaient morts. La puissante Armée Rouge est opposée au combat principalement à trois petites armées anti-bolchéviques, une situation qu'il faut bien comprendre dans cette guerre civile qui s'étend sur d'immenses territoires.
    1. Armée du Général IOUDENITCH qui se trouve au Nord-Est
    2. Armée de l'Amiral KOLTCHAK qui est en Sibèrie
    3. Armée du Général DENIKINE dans le Sud.
    Les violents combats de 1919 avaient déjà dispersé et presque totalement anéanti les deux premières qui avaient opéré dans les grands froids du Nord, et il ne restait plus que Dénikine qui serait bientôt remplaçé par le Général WRANGEL. Ses troupes se trouvaient en Crimée où de plus en plus elles étaient cernées à la fin d'octobre 1920. L'Armée Rouge était aux portes de Sebastopol, la base principale de la marine de guerre russe de la Mer Noire. C'était à l'époque le plus grand port fortifié du monde.

    La petite armée dite 'blanche' de Wrangel était composée pour la moitié par les étudiants, les lycéens, les cadets des écoles militaires, et par des marins ne combattant pas à terre, ainsi que par des survivants fatigués qui avaient perdu 75%  de leurs compagnons dans les batailles précédentes. Le Port de Novorossisk, deuxième port de la Mer Noire, était déjà aux mains des communistes. La population civile et les restes de formations militaires s'étaient précipités sur Sebastopol, grande ville surpeuplée par des gens affolés qui voulaient essayer d'échapper à la mort via les bateaux russes, anglais et français, se trouvant dans le grand port. Déjà de nombreux bateaux en partance pour l'étranger étaient surchargés. D'autres navires avaient déjà quitté la Crimée, dernier territoire russe pas encore transformé en U.S.S.R. . Fin octobre et début novembre 1920, c'était le chaos le plus terrible possible. La marine de guerre a reçu l'ordre d'appareiller et une douzaine d'unités prirent la mer, notamment le croiseur lourd Général Alekseïev, l'ancien Volia, et le Général Kornilov, l'ancien Kagoul. Sur ce grand navire de guerre se trouvait le siège du commandement de la marine et de l'armée, y compris le Général Wrangel et son Etat-Major.

    Le 1 November 1920, à la fois jour de tous les morts et de tous les saints, la marine du tsar et ce qui restait vivant de l'Armée de Russie partait dans l'inconnu et pour toujours. Ce fut une tragédie russe et qui aurait des conséquences mondiales. Ce furent des moments historiques qui se passérent en Crimée que l'on ne devrait jamais oublier, car c'est alors que la très grande Russie d'autrefois devenait un pays communiste.

    A 16 heures le grand cuirassé Général Kornilov quittait comme dernier Sebastopol, chargé à bloc de militaires, femmes, enfants, et au même moment déjà la cavalerie rouge envahissait la ville. Mais le Général Wrangel a interdit d'ouvrir encore le feu sur eux pour ne pas tuer les civils qui encombraient tout, car 300.000 à 400.000 personnes restaient à terre dans la ville.

    Avec le moral au plus bas la flotte russe cinglait vers Istamboul. Après une traversée pénible sur mer houleuse, et un entassement des passagers de trois jours et trois nuits, les navires arrivèrent à Ankara, gouvernée par Kemal Pacha qui voulait bien recevoir tous ces fugitifs et étudier leurs problèmes. Beaucoup de voyageurs étant malades (avec des cas de typhus, choléra, et même de la peste),  ils devaient rester en quarantaine pendant dix jours. Les Russes affamés étaient séparés des bonnes choses en nourriture. Toutefois après, une fois à terre, ils ne se sont plus privès à n'importe quel prix. Ils y ont trouvé du bon pain, des fruits, de la viande, des patisseries qui faisaient leur régal. Au bout de quelques jours, à cause de trop de bagarres entre les marins anglais et les marins russes, l'amirauté anglaise a doté les jeunes militaires russes d'uniformes de la marine anglaise. Toutefois ces apatrides transformés provisoirement en Anglais conservaient leurs bérets de la marine russe avec les rubans de Saint-Georges.

    Quelques familles ont débarqué et se sont installées en Turquie. La guerre civile étant terminée ceux qui étaient marins pris de nostalgie sont retournés en URSS pour reconstruire leur patrie exsangue et ruinée. Mais la grosse partie des militaires  débarqua à Gallipoli, et des civiles prirent la mer pour la Corse et le Brésil. Il restait ainsi seulement au bout de quelques semaines encore une vingtaine de bâtiments de guerre qui servaient de gage pour des crédits obtenus et qui prirent la mer vers la Tunisie, où Bizerte était un port sous protectorat français. Les bateaux de cette époque avaient presque tous les machines à vapeur. De port en port, en vue de charger du charbon et de l'eau, les navires russes faisaient escale. Au cadet Yazikof le travail pénible faisait oublier la perte de sa famille, de sa patrie, d'un avenir de haut gradé dans la marine, et s'il visita l'Egypte, la Grèce, l'Italie, et finalement l'Afrique, c'était sans gaieté dans le coeur. Enfin, voilà la destination de cette évacuation : Bizerte au début de 1921.

     
    Vue sur Sebastopol au début du XXIe siècle.

    L'Amiral Exelmans , le préfet maritime de Bizerte avait interdit l'accès au port de l'escadre de Wrangel composé de 2 cuirassés, 2 croiseurs, 1 bateau école, 9 torpilleurs, 4 sous-marins. Les diplomates arrivés sur place obligeaient Exelmans à laisser entrer à Bizerte ces 4800 militaires marins russes. Sur ce, Exelmans mettait la clef sous le paillasson et donna sa démission. Jusqu'au 5/12/1924 tous ces bateaux resteraient en rade à Bizerte et formaient dans le vieux port en ruïne L'Ecole Navale de Bizerte. 

    Les Russes étaient tous directement consignés à bord pour la quarantaine médicale, et isolés sur le lac deux semaines très tristes ont suivi. Il y avait quelques barques arabes qui timidement s'approchaient des navires militaires, des marchands avec des produits locaux, mais comme les finances des Russes étaient à zéro, ils ne faisaient pas des affaires. Finalement le jour J de la permission de descente à terre vint. Les passagers qui avaient caché sur leurs corps des bijoux ou des valeurs, partaient en direction de la France, et quelques-uns pour la l'Amérique ou ailleurs. Ceux qui faisaient partie du personnel de la marine militaire essayaient de monnayer aussi ce qu'ils possédaient, comme vêtements, savon, pétrole, et tout ce qu'un Tunisien pourrait acheter. Les jeunes Russes qui logeaient à bord des bateaux cherchaient un travail quelconque dans l'agriculture africaine. Ces cadets étaient aussi main d'oeuvre bon marché dans la construction de routes et du chemin de fer. Ceux qui étaient des marins avec de l'expérience trouvaient des jobs sur les bateaux internationaux de commerce qui étaient de passage en Tunisie.

    Bientôt un autre triste jour arriva pour Georges de Yazikoff et les autres jeunes. Ils devaient vider les lieux sur les navires. Ils devenaient des marins sans bateau et sans eau qui se retrouvaient sur leurs deux pieds en terre étrangère. Le reste de la prestigieuse flotte de la Mer Noire finirait tristement son existence. Des bateaux étaient vendus, transformés, ou démolis. La force et la gloire de la marine russe, le Alekseïev et le Kornilov,  et quelques batiments de plus faible tonnage, furent désarmés. Ces grands navires, sous surveillance d'équipes réduites, restaient stationnés à Bizerte. Leur avenir resterait inconnu. Ont-ils été remis aux autorités soviétiques ou ont ils été transformés et remis à une marine d'une autre nationalité ?  Cela est resté un mystère ! L'échec au début de 1921 de la révolte des marins de Kronstadt, forteresse de la Baltique, coupa définitivement l'espoir de tous les autres marins russes.

    Le cuirassier Alekseïev fut maintenu à quai entre l'usine de charbon et le dépôt de minérais. Comme des rats les Tunisiens pauvres en ont fait une ville flottante. Des centaines de familles y aménagèrent leur logement. D'autres Tunisiens y ont installé des petits magasins. Il y avait une boulangerie bien connue sur ce bateau. Des 700 Russes d'alors qui étaient restés en Tunisie il ne restait plus que Anastasia Manstein Chirinsky en 1992.

    Aussi bien les marins que les civils russes ont pleuré en quittant Bizerte et ces navires. Tous les rescapés de la révolution qui avaient un peu d'argent de poche se sont payés le passage pour Marseille, où le gouvernement français avait prévu un camp pour abriter ces centaines d'apatrides d'origine russe qui cherchaient un chemin vers une vie nouvelle. Après des semaines d'attente à Marseille, la Société d'Entreprise du Comte Ignatiev engageait beaucoup de travailleurs russes pour nettoyer les champs de bataille de la guerre 14/18 du côté de la frontière belge, Armentières, Lille, Houplines, où restaient encore semés partout des obus et des mines. Ces Russes se déplacent en train vers le Nord.  Ils n'ont pas de sous et ne parlent pas la langue française. Certains mettent ainsi jusqu'à deux jours pour trouver à pied ou en metro la Gare du Nord en partant de la Gare de Lyon. Que d'aventures comiques pour ces courageux allochtones !  

    Pas encore question de chômage ni de primes pour demandeurs d'asile en cette France en convalence de 1921. Les jeunes comme les moins jeunes se recasent facilement dans leur nouveau pays. De nombreux Russes avaient de bons métiers qu'ils parviennent à retrouver. Un problème spécifique est celui de ceux qui n'avaient pas eu le temps de finir leurs études, et qui avaient rejoint les rangs des anti-communistes. Ces collégiens, après des situations pénibles et dangereuses, ont été rassemblés au Lycée Russe de Paris. Logés dans les anciennes casernes du XXe Arrondissement, ils ont obtenu une bourse d'études de 250 francs par mois. Cela fut possible par des dons de la France et des Etats-Unis d'Amérique. Une nouvelle vie commençait pour ces jeunes qui abandonnaient leurs uniformes militaires et la stricte discipline en cotoyant une vie studieuse plus libre. Avec quelques années de retard sur leurs nouveaux collègues et après avoir bien appris le français, ils se sont intégrés dans de nouvelles familles. Certains ont eu la chance aussi de retrouver des proches de leur famille russe, qu'ils croyaient avoir perdu pour toujours. Après le bac français et une vie Parisienne, en combinant études et petits boulots pour améliorer leurs finances, de nombreux compagnons russes virent les portes des écoles supérieures ouvertes. Avec les années qui passaient ceux qui avaient quitté Sebastopol pour un voyage sans retour se sont dispersés à cause des études supérieures, de leurs professions, de leurs mariages. Bien d'autres Russes, y compris ceux qui avaient débarqué à Gallipoli se sont retrouvés à Paris, où de nombreuses organisations russes étaient à leur disposition, où des églises orthodoxes permettaient aux nombreuses communautés russes de France de se rencontrer. Beaucoup de jeunes ex-militaires étaient capables de faire une ascension rapide dans l'échelle sociale Ouest-Européenne. Des bienfaiteurs et des comités internationaux ont aidé les nombreux émigrés russes. En ce qui concerne lui-même notre ami Yazikof aime citer Whitemore et Eltchaninoff. L'attrait pour la Côte d'Azur existait depuis le XVIIIe siècle lorsque de nombreux Russes fortunés, qui parlaient d'ailleurs le français, avaient acquis des propriétés à Nice, merveilleuse cité dans la Baie des Anges, et cette élite de religion orthodoxe y était encore présente au début du XXe siècle.
    Alors il y a eu en fait quatre vagues d'émigrés russes en France:
    1. Les survivants du corps expéditonnaire de Nicolas II de 1916 qui étaient venus en France pour la guerre des tranchées en Champagne.
    2. Les restes de l'armée blanche et de la marine, c.a.d. ceux de Sebastopol.
    3. Des prisonniers échappés de l'Armée Rouge et autres fugitifs politiques.
    4. Des jeunes filles russes exportées en 1942 par les allemands pour travailler dans les usines du Troisième Reich, et ensuite tous les Russes qui voulaient échapper à la terreur de Staline.

    Beaucoup de Russes ont été occuper des fonctions dans les colonies françaises. Beaucoup d'anciens militaires ont retrouvé une carrière dans l'Armée Française ou à La Légion Etrangère. Certains se sont distingués dans la Résistance. Beaucoup ont obtenu leur naturalisation française, et quelques-uns aussi sont retournés en nouvelle URSS. Aujourd'hui encore dans tous les annuaires téléphoniques de France des noms à consonnance bien russe peuvent être retrouvés, mais ce sont dèjà des descendants des petits-enfants de ceux qui connurent les exodes et les épopées. Les anciens survivants des luttes fratricides du début du XXe siècle sont enterrés sous les croix orthodoxes au cimetière communal de Geneviève-des-Bois (Ile-de-France) et au cimetière russe de Caucade, Avenue Sainte -Marguerite à Nice. Il arrive que dans ces cimetières on retrouve des personnalités d'un passé résolu et aussi de ces anciens marins, ou encore la croix de Saint André et le drapeau de la marine de guerre du tsar. Certains émigrés russes, comme Georges de Yazikoff, entretenaient leur culture d'origine en lisant les livres et les articles d'Ivan Alexandrovitch Iline, philosophe et poète très apprécié dans leurs milieux.

    Souvenirs de la tragique épopée de la marine russe de la Mer Noire de de l'évacuation de la Crimée, quand la Russie devenait l'Union Soviètique .  Georges de Yazikoff- Ingénieur I.E.G retraité.

    Deuxième partie :

    L'Armée Rouge avait gagné la guerre civile. Depuis 1922  jusqu'en l'an 2000  la Russie était un pays situé bien loin de nous. Mais aujourd'hui, vers la fin de ma vie, ce n'est plus ainsi. Je vis en Europe et la Russie est notre grand voisin. La langue russe est une des langues principales en Europe.

    Les noms Ioudenitch, Koltchak, Dénikine, Wrangel, Alekseïev, Kornilov, cités par Georges de Yazikoff  sont des généraux qui furent des perdants, des gens qui avaient joué des un rôles importants pendant des épisodes que je vais m' efforcer  de comprendre et de vous expliquer à ma modeste façon après une courte étude. Un sportif sait que toute la gloire va aux gagnants, c.a.d. tous les grands hommes et femmes qui ont marqué l'histoire de l'Union Soviétique Communiste du XXe siècle. Mais comme les grands du tennis au moment de la remise de la coupe, je dirai que les adversaires à battre avaient été des très grands, des champions russes qui jouaient dans un autre mailliot, mais qui méritent d'être mieux connus même s'ils avaient perdu cette guerre civile qui avait été jugée nécessaire par la majorité des masses populaires de leur grand pays. Voici en vrac sur une photo quelques-uns de ces grands hommes vaincus et écartés par leur peuple.





    LAVR GUEORGUIEVITCH KORNILOV  (1870-1918)
            Генерaл Лавр Корни́лов
    Originaire de Oskenen sur Irtych, ville dans la steppe, là où les frontières du Kazakstan, de la Russie,de la Mongolie, et de la Chine, se touchent. Il parle de nombreuses langues, son courage est sans limites, c'est un remarquable officier du tsar. Explorateur (1890-1904) il voyage en Afghanistan, Perse, Turkestan, Asie Centrale. Heros de la guerre Russie-Japon (1904-1905). Colonel et attaché militaire en Chine (1907-1911). Général d'Etat Major (1914). Prisonnier de guerre en Autriche (1915). Il s'échappe (1916) et déguisé en soldat hongrois il rejoint Petrograd. (1917). Il est charismatique et populaire. Il reprend service comme général des cosaques et peu après il est nommé chef suprême de toute l'armée russe. Le tsar ayant abdiqué la monarchie constitutionnelle meurt et c'est un gouvernement provisoire qui détient le pouvoir. Korilov, fils d'une paysanne comme il aimait affirmer, avait accompagné la tsarina dégradée et sa famille vers sa nouvelle demeure.Voilà ce qui mettait fin à une époque de l'histoire. Mais l'homme fort de cet été, un fin stratège politique et ministre de la guerre,  Aleksandr Fedorovitch Kerensky voit en Lavr Korilov un concurrent majeur. Il expédie son général au front, là où tout se passe en catastrophe, où déshonneur, mort, et désertion sont des scènes quotidiennes. Le général cosaque veut remettre de la discipline mais les soldats n'aiment pas cela. Le 6 juillet 1917 la Russie abandonne la guerre, le Traité de Brest-Litovsk est signé. Kerensky donne à Korilov l'ordre de rentrer d'urgence à Petrograd, mais lorsque le général s'approche de cette ville il est accusé de vouloir par un coup d'état renverser le gouvernement en vue d'installer la dictature militaire des cosaques. Les forces armées du peuple, 25.000 hommes, principalement des ouvriers du chemin de fer, sont mobilisées en un seul jour, un grand exploit, et barrent la route à Kornilov. Celui-ci est considéré comme un envahisseur et un traitre. Avait-il reéllement l'intention de se lancer dans une contre-révolution, ce que bien des anti-bolchéviques auraient souhaité ? Lavr Kornilov démissionne, mais le ministre Kerensky refusera cela pour prouver son autorité. La cavalerie de 7000 cosaques abandonne et se retire. Nombreux sont les historiens qui pensent que cette confrontation est un tournant très important. C'est en même temps la naissance de l'Armée Rouge. Cela se passait le 9/9/1917. 

    Octobre 1917. Les dés seront jetés. Le Gouvernement Provisoire termine son existence et c'est au tour de Vladimir Lénine de prendre le pouvoir, non par la violence mais après un vote démocratique exprimant la volonté du peuple, car celui qui avait été si longtemps en exil à l'étranger était revenu au pays pour mener l'action à Petrograd. Pendant les jours troubles de la révolution d'octobre le général Korilov trouvait moyen de quitter le couvent où il avait été placé. Lui qui savait que dans le Sud, dans les espaces où les cosaques étaient nombreux, il trouverait encore des hommes motivés pour mener une contre-révolution qui pourrait in extremis sauver la Russie ancienne. D'abord avec son cheval blanc sur le train, ensuite déguisé en paysan, le célèbre général s'évadait vers les plaines du Sud. La lutte à mort pour l'existence du nouvel état soviètique ne faisait que commencer et les cruautés augmentaient sans limite aucune. Lavr Kornilov va faire sa propre 'armée blanche' qui porte le nom de ''Armée des Volontaires'. Cet homme était un grand militaire. Face aux combines des politiciens toutefois, face aux attitudes et aux ambitions des uns et des autres, et parceque le cours de l'histoire l'avait décidé, il ne participerait plus très longtemps au combat. Bientôt, au début de 1918, le voilà à la tête de L'Armée Blanche mais l'heroïsme suicidaire qu'il impose à ses hommes lui sera fatal. Il veut s'emparer de Krasnodar, ancienne forteresse des cosaques, alors qu'il n'a pas encore l'effectif ni les armes pour le faire. Un pareil général aurait dû mourir au combat, mais le 13 avril 1918 un gros obus explose bêtement là où il est assis à une table. En souvenir de lui le principal bateau de la marine du tsar portera le nom de Général Kornilov.

    Je vous conseille de surfer avec ' Lavr Kornilov' via google sur des photos et des images video + musique . Formidables.

    Некоторые разъяснения о Гражданской войне в России
    и об основных русских были в лагере проигравших, но тем не менее были люди представляют большую ценность.


      
    MIKHAIL VASILIYEVITCH ALEKSEIEV  ( 1857- 1918)
           Михаил Васильевич Алексеев

    Originaire de Tver (Kalinine) à mi-chemin entre Saint-Pétersbourg et Moscou, il sort officier de l'Ecole d'Infanterie de Moscou, et comme son père Vassili il prend service au 64e Régiment à Kazan. Baptème du feu lors de la guerre contre la Turquie (1877), il devient pour une longue période professeur d'histoire militaire. Il est aimé par tous les jeunes officiers. La guerre contre le Japon en 1904 le propulse aux plus hauts rangs qu'il occupe en Mandchourie et à Kiev. En 1914 il est général en chef de trois armées en Galicie, et l'année suivante général d'état-major de tout le front de l'Ouest. Le tsar lui-même, qui voudrait mieux faire que lui, est à ses côtés. Mais au front les pertes des Russes sont énormes et la défaite sans pitié se rapproche. En même temps dans toute la Russie les diverses classes sociales sont  mécontentes, et le climat politique est très confus. C'est le général Alekseïev qui conseille au tsar Nicolas II d'abdiquer pour calmer la situation et de transmettre la couronne à son frère. Mais ce Romanov refuse un tel honneur, et à partir de ce moment en février 1917 il n'y aura plus de tsar en Russie, c'est la révolution de février, importante mais pacifique et qui était déjà en route depuis 1905. Le pouvoir passe dans les mains d'un Gouvernement Provisoire présidé par le Prince Georgi Lvov d'abord et par l'avocat Alexandre Kerensky ensuite. Ce Kerensky, il faut l'écrire, réalise d'importantes réformes malgré la présence de Korilov. Le général Alekseïev, qui est plus un politicien qu'un militaire, joue un rôle ambigu. Il mange dans deux assiettes, car d'un côté il est pour les nouvelles idées politiques et de l'autre côté il est pour les traditions et pour l'armée. Il est dans la combine qui fera  trébucher et tomber le populaire Korilov, et ensuite il le laissera s'échapper. Plus tard encore, après l'Affaire Kornilov, il va rejoindre pourtant la nouvelle armée des conservateurs et monarchistes. Lorsque Korilov meurt il prendra sa place. Dans cette immense lutte fratricide, tous les coups étaient nécessaires, aucun fair-play n'était plus possible, et toutes les cruautés étaient admises face à l'Armée Rouge des Ouvriers et des Paysans, qui à partir du 23/2/1918 était devenue une réalité.
    Les deux généraux qui ne s'aimaient pas, combattaient  pour leur cause commune et parvenaient à développer une dévotion fanatique chez les volontaires de l'Armée Blanche. Alekseïev se chargeait de l'évolution politique, de l'ordre et des finances, tandisque Korilov était responsable des armes et de la tactique. Le fiasco de Krasnodar causa la mort de Kornilov et la perte de 3000 hommes en avril 1918. Alekseïev seul, devenait dans le Sud le défenseur principal de la Russie ancienne. Tous les jours des d'autres volontaires rejoignaient encore ses rangs. Ainsi ils étaient 9.000 en juin, et se liant aux cosaques du Kouban et aux combattants des peuples du Caucause, ils se retrouvaient déjà à plus de 30.000 en septembre 1918. Toutefois à Krasnodar, après un malaise cardiaque, à plus de soixante ans le général Alekseïev mourait le 8/10/1918 de cause naturelle. Mais la guerre civile était encore loin d'être terminée. En souvenir de ce grand officier un bateau important de la marine de guerre fut rebaptisé Général Alekseïev.

    NIKOLAI  NIKOLAIEVITCH  IOUDENITCH (1862- 1933)
             Николай Николаевич Юденич

    Officier à Moscou dès 1881, il commande un régiment en 1904 pendant la guerre russo-japonaise, ce qui fera de lui un chef d'état-major à Kazan sur la Wolga en 1912, et dans le Caucase en 1913. Adjoint de Vorontsov il mène les 100.000 soldats de l'armée impériale russe vers de belles victoires contre la Turquie ( alliée de l'Allemagne, Autriche, Hongrie, Bulgarie) pendant la première guerre mondiale. Vorontsov n'ose pas attaquer l'ennemi hors des frontières de la Russie et c'est alors que Ioudenitch devient le chef suprême à la frontière de l'Empire. Un chapitre particulier de la guerre 14/18 se passe sur les fronts dans cette region où plusieurs peuples sont concés entre les Russes et les Ottomans. Le général Ioudenitch y joue en 1915/16 un grand rôle militaire et politique dans des situations même pas encore claires un siècle plus tard, en ce qui concerne les Arméniens par exemple. Les évènements de 1917 renversent l'ancien régime en Russie et terminent les combats contre la coalition des ennemis extérieurs. Ioudenitch remonte vers Petrograd mais est rapidement écarté par le Gouvernement Provisoire de Kerensky. Le seul général ayant remporté des succés sur les champs de bataille doit partit en exil vers la France. Quelques mois plus tard aidé par les Alliés (la France, le Royaume-Uni, la Tjechoslovaquie, les Etats-Unis et le Japon), Ioudenitch repart pour un nouveau combat avec une 'Armée Blanche' rassemblée près de la Baltique. Il doit s'accorder avec  deux autres armées amies qui sont passées à l'attaque en d'autres lieux lointains. Nikolaï Ioudenitch a sous ses ordres des jeunes généraux qui veulent directement s'emparer de Saint-Péterbourg sans l'avis des autres forces qui participent à la contra-révolution, il fait aussi le mauvais choix de refuser l'aide des Estoniens et des Finlandais qui veulent en cas de victoire obtenir leur indépendance. C'est ainsi qu'il stoppe son attaque à l'entrée des faubourgs de Petrograd et qu'il attend les deux autres armées. Erreur, car l'Armée Rouge s'est bien regroupée, et Trotsky a expliqué que dans beaucoup de cas la meilleure défense est l'attaque. Les combats meurtriers se soldent par une victoire des Bolchéviks qui en ce moment fort disposent de 5.000.000 d'hommes bien unis. Le général Ioudenitch quitte la scène et restera jusqu'à sa mort en exil du côté de Nice, mais jamais il ne s'occupera des autres émigrés, malgré sa renommée internationale.


     

    Souvenirs du Gouvernement de Omsk sous Koltchak.


    ALEXANDRE VASSILIEVITCH KOLTCHAK (1874-1920)                                                                                 Алекса́ндр Васи́льевич Колча́к 
                                                                                                 
                                               Il avait comme ancètre un grand militaire Bosniaque et plusieurs scientifiques,  passa son enfance dans l'Aciérie Oboukova de Saint-Pétersbourg, était dans les premiers de ses classes au Bataillon Naval de Saint-Pétersbourg. Voilà un 'iron man' d'une qualité comme il y a rarement eu sur notre planète. Officier de la marine du tsar, océanographe, hydrologue, explorateur des régions polaires sur la Larya du Baron Toll, il se distinguait dans les combats navaux de la guerre russo-japonaise. Il développait l'organisation de la marine et la qualité technique des grands bateaux, et personne ne s'est étonné donc que cet homme très compétent devenait à seulement 42 ans vice-amiral et commandant en chef de la flotte de la Mer Noire. En 1917 il est le seul amiral favorable aux idées de Kerensky. En octobre de cette année cruciale il doit accepter le pouvoir des Bolcheviks, mais il s'en va en direction de la Sibérie où à Omsk, à l'Est de l'Oural, un autre gouvernement russe serait constitué. Omsk est un point stratégique très important, vu la proximité de grands fleuves et surtout de la ligne de chemin de fer Transsibérien. Le conditions climatiques y sont extrêmes, entre +40°C en été et -43°C en hiver. L'amiral Koltchak y devient le ministre de la guerre. Bientôt il dispose d'une armée de 400.000 hommes, et il est aussi en possession de toutes les réserves d'or du tsar, chargées sur des trains blindés. Il contrôle ainsi l'accès aux richesses de la Sibérie. Il a donc d'énormes atouts en main, il achète à l'étranger des grosses quantités d'armes et de munitions, il engage des mercenaires étrangers pour son combat. Le Sibérien Koltchak est un adversaire de très grande taille pour les révolutionnaires communistes qui dominent les centres de Petrograd et de Moscou. Lorsque les troupes de Koltchak mettent le cap sur Moscou, le tsar et sa famille seront exécutés le 16/7/1918. L'odyssée de Koltchak pourrait remplir des romans. Dans un climat d'intrigues, de chaos, et de corruption, ce grand chef du Gouvernement de Sibérie fut trahi par les forces étrangères incorrectes qui se melaient à ses rangs. Il fut livré à ses ennemis, comme un Jésu Christ, et ensuite tué à Irkoutsk à la date du 7/2/1920.
    Pendant longtemps considéré par la propagande soviétique comme un mauvais, comme quelqu'un qu'il fallait effacer des mémoires, comme un criminel et un ennemi du peuple, Alexandre Koltchak est en pleine réhabilitation depuis 10 ans. La Russie du XXIe siècle, celle de Poetin, Medvedev, et d'autres qui suivront, dans l'approche nouvelle de l'histoire de la Russie, veut mettre en valeur le patriotisme de ses héros du passé, et change sa vue sur le totalitarisme qui a duré pendant trop de décénnies.
    La vie aventureuse de Koltchak, la grande personnalité de cet homme, va dans le futur inspirer beaucoup d'auteurs de livres et scenaristes de film. Je me contente donc seulement de quelques phrases concernant un tel grand chef dont la biographie constitue un potentiel pour créer un héros que les prochaines générations vont apprécier. 
    Dans le prolongement de la Première Guerre Mondiale, entre 1918  et 1923, la terreur rouge mais aussi la terreur blanche, avait couté selon les estimations un total qui pourrait être de l'ordre 15 millions de morts, compte tenu des confrontations armées, de la famine et des épidémies. Pour analyser toute cette période, pour la comprendre , il faut vraiment des années. En découvrant Alexandre Koltchak  il me semble que j'ai rencontré un géant que je ne connaisais pas. Il ressemble tout simplement à la ligne du Transsibirskaya, à la profondeur des océans, à l'étendue des grands territoires du Nord, à l'immensité de la nature à l'Est de l'Oural.


    Le courage des Sibériens de Koltchak ne pourra jamais étre oublié.

    Découvrez plus sur les années historiques qui avaient transformé la Russie.
    Via Google ou un autre moyen de recherche surfez vers les  noms des divers généraux ci-présents  ou alors sur  ' Les partisans Blancs , ' The Black Baron'  ' The glory of the Imperial Russia '  ' Russian Revolution White Movement'  ' Anna Timireva'  - Videos - musique- textes .

    ANTON  IVANOVITCH  DENIKINE   ( 1872- 1947 )
         Антон Иванович Деникин
    Né en Pologne et décédé au Michigan (USA) ce général est d'origine modeste. C'est donc par ses qualités humaines et par son travail qu'il était arrivé au sommet de la hiërarchie militaire. Via l'école normale et l'école des cadets de Kiev, il était devenu commandant à Varsovie, et ses mérites durant l'année 1905 face au Japon l'avaient propulsé général d'etat-major et commandant en chef à Kiev. Son travail d'adjoint des généraux les plus illustres comme Alekseïev, Broesilov, Korilov, fut excellent. Ainsi en 1916, il dirige bien lors d'une offensive victorieuse en Roumanie, où l'Allemagne et consorts perdront 1.500.000 hommes. En 1917 il est avec Lavr Korilov, et il se retrouve aussi en prison. Mais, les deux généraux s'unissent à nouveau dans le Sud-Est pour la formation de l'armée des volontaires. Anton Denikine devient, après la mort de Korilov et d'Alekseïev, le chef des forces anti-communistes au Caucase et en Ukraine. En juillet 1919 ses rangs se sont étoffés, et il est à la tête de 200.000 hommes équipés avec 2000 canons et 30 chars. Ils récupèrent beaucoup de terrain combattant pour la Russie ancienne qu'ils veulent  GRANDE - UNIE - LIBRE selon leur devise. Hélas, pour eux ... en octobre à Orel les forces des rouges retournent la situation. De combat en combat Dénikine doit redescendre vers la Crimée où le 4/4/1920 à Sebastopol il donne sa démission. Le Baron Piotr Wrangel prendra sa place. Dénikine part en exil en France, où il a écrit 600 lettres classées plus tard en bibliothèque, et à la fin de sa vie il émigre vers les USA où tranquillement il a laissé ses mémoires  (2000 pages). Lui qui avait été un si grand 'adversaire de l'Armée Rouge étonnait dès 1933 le monde. Car, à distance, il devenait un grand admirateur de cette grande armée parcequ'elle serait la seule à pouvoir contrer les Nazis, la nouvelle menace qui s'approchait de la sainte terre russe. Il voyait donc très clair encore, ce superbe général du tsar.
    Dans le cadre de la reconciliation nationale en cours, le 3/10/2005 les cendres du général Anton Dénikine et celles du poète Ivan Iline furent rapatriés en Russie et déposés au Cimetière de Notre Dame de Donskoï au Sud de Moscou. Les restes d'Alexandre Soljenitsine et bien d'autres Russes remarquables se trouvent également dans ce cimetière. 

    A Dénikine était reproché qu'il ne parvenait plus à faire règner l'ordre, la loi , et qu'il n'avait que peu de structure dans ce qu'il organisait sur les territoires controlés par son Armée des Volontaires. Il n'a pas été capable d'éviter des vols et des atrocités qui servaient pour ravitailler ou amuser ses hommes plus que pour punir les sympathisants de ses ennemis. Ainsi en Ukraine plus de 800 faits contre les juifs ont eu lieu, et il n'aurait rien fait pour empêcher cela. Une enquête récente a prouvé pourtant que seulement 17% des faits  (pogroms) reprochés tombaient sous sa responsabité. Dans les immenses plaines vers 1920 il y avait en dehors de l'armée rouge et de l'armée blanche, encore plusieures autres grosses bandes armées incontrolables qui faisaient souffrir les populations. Il faut aussi savoir que se dresser contre les juifs n'était pas de l'antisimétisme mais c'était chasser les bochéviques juifs, les ennemis des familles russes traditionelles. Ces juifs étaient en effet en ce temps-là des communistes et non des capitalistes. Les paysans   n'avaient pas de sympathie pour l'armée blanche qui mangeait leurs récoltes et leurs animaux, ce qui causa des drames dans les villages .

    Dans le froid et la famine,
    Par les villes et par les champs,
    A l’appel de Denikine
    Marchaient les partisans blancs.

    Sabrant les troupes bolcheviques
    Et ralliant les Atamans
    Dans leurs campagnes épiques
    Ils traquaient Trotsky tremblant.

    C’est pour la Sainte Russie,
    Pour la vieille tradition,
    Pour la gloire et la patrie
    Que luttaient ces bataillons.

    Votre gloire est immortelle
    Volontaires et officiers blancs
    Et votre agonie cruelle
    La honte de l’Occident.
     

     (chant des Cosaques )


    PIOTR NIKOLAIEVITCH WRANGEL ( 1878 - 1928)
    Пётр Николаевич Врангель
    Le Baron WRANGEL mort à Bruxelles en 1928
    Freiherr Peter von Wrangel est un des généraux les plus intéressants, compétents et honnêtes. "Le Baron Noir" avait d'excellents talents politiques et militaires pour arracher son pays à la dictature des Soviets. C'était un petit noble de Lituanie qui dans son arbre généalogique germano-balte comptait 44 généraux, amiraux, ou maréchaux. Fils d'un directeur de compagnie d'assurances il n'était pas riche mais il espèrait trouver de l'or car il avait fait des études d'ingénieur des mines. Il opta cependant pour une carrière d'officier de la cavalerie à l'académie impériale. Héros de la guerre russo-japonaise, et de batailles de la cavalerie en Finlande, Pologne et Roumanie, il accéda en seulement 13 ans aux plus hauts grades. Il est surnommé Piper par ses compagnons car il adore le champagne Piper-Heidesick qu'il boit avant et après les combats. A la fin de 1917 il refuse un très haut poste en Ukraine parcequ'il ne veut pas être une marionette du Kaiser et il choisit les rangs des volontaires russes où il deviendra le grand chef adoré des Cosaques de l'Usuri. Il s'empare de Stalingrad et d'autres points stratégiques, estimant toutefois que son chef, le général Dénikine, est en train de faire des bêtises. Il est dégradé lors de ce conflict mais deux mois plus tard c'est lui qui  obtient le plus haut poste de l'Armée Blanche, mais c'est déjà trop tard car la guerre civile arrive dans sa phase finale et l'Armée Rouge est devenue très forte. Durant l'année 1920 il parvient à rassembler 100.000 hommes,  tous les rescapés des massacres précédents, les débris de l'armée de Dénikine, divers groupes cosaques mais qui n'ont plus ni chevaux ni fusils. Il change le nom de ses troupes. Les 'volontaires' fortement diminués en qualité deviennent ' l'Armée Russe'. Avec de l'aide non gratuite venant de l'étranger  (français, anglais, américains) il se renforce en équipement et il continue le combat. Mais bientôt les 'blancs' doivent se sauver en Crimée face à l'Armée Rouge, qui après l'arrêt des hostilités sur d'autres fronts, passe à l'attaque avec 500.000 hommes.
    Rapidement alors Piotr Wrangel cherche surtout à sauver des milliers de vies humaines en organisant le grand départ de Sebastopol des réfugiés civils, des blessés et des militaires. L'évacuation de la Crimée fut une des grandes tragédies du XXe siècle. A la tête de troupes démoralisées, dans une panique indescriptible, le Général continue à être un grand héros car il ne quitte pas son poste quand cela va très mal.
    La France à qui les 'blancs'  doivent encore payer des grosses factures va s'occuper de ces fugitifs qui arrivent à Constantinople avec une flotte de 130 navires. Arrivent ainsi par la voie maritime 146.200 personnes, une masse énorme de Russes très divers, mais aussi des guerriers encore armés jusqu'aux dents. C'est une longue aventure avec beaucoup de chapitres encore. Le général Wrangel restera sur mer et sur toutes les terres le commandant en chef de l'Union Générale des Combattants Russes. S'il caresse le rêve d'un retour au combat en Russie pour la libération de sa chère patrie, il est surtout le guide de tout un peuple dispersé hors de la Russie, qui garde ses qualités, sa culture et sa dignité, et qu'il essaie de tenir rassemblé sous son autorité. Cela dure jusque fin 1925 lorsque son rôle militaire international se termine. Il s'installe alors à Bruxelles comme ingénieur. Il essaye de publier un énorme livre sur l'histoire de la Russie des années qu'il a bien connues, mais un seul éditeur est d'accord pour une petite partie, car Wrangel avait écrit huit fois trop et des pages que Staline n'aurait jamais accepté. Le grand général est touché par la tuberculose, et certains ont affirmé, sans preuve, qu'un espion communiste l'avait empoisonné. Il avait été enterré à Uccle-Calevoet, d'où ses restes seraient transportés un an plus tard vers l'Eglise Orthodoxe de la Sainte Trinité à Belgrade en Serbie.

    L'Ile de Wrangel dans le grand nord Sibérien, lieu protégé car d'une flore et faune très riche et où l'on retrouve encore dans la toundra gelée des cadavres de mammouths, n'a rien avoir avec ce général mais elle fait honneur à Ferdinand Wrangel (1797-1870) un grand explorateur . 

    Lors des innombrables faits d'armes pendant cette guerre civile il y a eu naturellement bien d'autres héros, mais mon message se limite à six généraux qui ont perdu. Je recommande les sites suivants à ceux qui veulent savoir encore plus.

    Attention toutefois, il faut toute une vie d'étude pour comprendre LA REVOLUTION RUSSE, car depuis un siècle selon leurs conceptions politiques, philosophiques ou religieuses tant de gens instruits ont écrit des choses nombreuses et variées sur cet immense sujet.
     
    www.histoire-russie.fr/histoire/chronologies/guerrecivile_1918.html

    www.forumpatriote.org/phpBB3/viewtopic.php?f=42&t=16548

    //fr.metapedia.org/wiki/Armées_blanches

    Pour finir, gloire aussi au podium de cette révolution, et donc je cite les trois noms
    d'hommes exceptionnels qui combattaient pour un meilleur avenir pour les paysans et les ouvriers de la grande Russie. 
            Vladimir Illitch Oulianov Lénine
            Lev Davidovitch Bronstein Trotsky
     et last but not least  Josef Vissarionovitch Dougachvili Staline .

    27-12-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    24-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lang geleden geschreven na het drinken van vodka met citroen.
    In ieder kantoorgebouw loop ik verloren
    In elk computerprogramma steek ik dra vast
    In de dagelijkse sleur val ik moe in slaap
    In mijn straat ontmoet ik niemand en praat ik nooit
    Wanneer ik op reis ben dan groei ik toch zo snel
    Ik verander dan in een betere persoon
    Ik durf meer met heldere geest en sterk lichaam
    Ik loop door de drukte van Keulen of Parijs
    Ik fiets dwars door de nacht op wegen naar Rome
    Waarom kan ik dan toch zo goed blijven varen
    Terwijl mijn hart kreunt op iedere trap en brug
    Toer ik vlot in de Queyras en de Aubisque
    Twijfel ik niet bij het zien van regen of mist
    Toch houden kop en benen liefst van zonnebrand.






    24-12-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    22-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poging om ook eens 'n gedicht te maken.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen CONCERTO
    IN DERTIEN BEWEGINGEN.

    Hoe vol was de Bourgogne fles

    alvorens wij haar leeg dronken

    Hoe leeg was nog die groene fles

    toen de wijnboer haar had gevuld

    Ik hou niet van die Vivaldi

    toch klinkt uit heel zijn naam muziek

    Ik hou wel echter zoveel meer

    van een sneeuwman met rode neus

    Hopend op vogels in het groen

    Wachtend op het zomerse strand

    Bijtend in een wang Jonagold

    Misschien zou ik toch een beetje

    moeten houden van Vivaldi.

    (Tibertyn)

    22-12-2010 om 05:59 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    21-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bij de kapster op afspraak.
    Op de stoel bij Simone Martin.

      

    Wilfried een zestiger met een dunne haarbos laat al vele jaren een weelderige baard groeien. Als zesde prijs op een sportkwis had hij op een vrijdagavond een cadeaubon gewonnen waarmee hij in de naburige stad recht had op een uitgebreide behandeling bij Hairstyling Haspengouw het bekende salon van kapster Simone Martin.

    Ik was een beetje bang toen ik precies om 16u zoals afgesproken de deur open duwde en binnenstapte op een terrein dat me helemaal onbekend was.   Ik werd verwacht en eer ik goed besefte waar ik was, nam de jongste van de vier rechtstaande vrouwen me mee. Even later zat ik reeds zoals het moest op iets wat zowel op een stoel als op een zetel geleek.

    ' Laat de kop maar zakken' mijnheer zei ze met haar elegant stemmetje. Ik wrong mijn nek naar achteren tot waar een soort kommetje als hoofdsteun dienst deed. Weldra vloeide lauw vocht zalig over mijn kruin en speelden haar lange fijne vingers doorheen mijn zeldzamer wordende sprieten. Ik vroeg mij af of zij ook wat met mijn baard en mijn borstharen ging doen. Maar, neen, dat hoorde blijkbaar niet bij dit scenario. Mijn angst, dat ik te lang op een stoel zou moeten zitten en bladeren in damesmagazines, was onnodig geweest. Ook nu ging deze wasbeurt heel vlug, kort, maar eigenlijk toch intens en had ik tenminste ook al natte haren zoals iedereen in de rij die daar voor de spiegels zat.

    Opeens zag ik geen steek meer. Een roze handdoek belemmerde mij alle zicht. Mijn hersenpan werd drooggeveegd. Zou zij me ook met krulspellen bewerken ?  Maar zonder enige uitleg te geven liet het kortgerokt kapstertje me plots in de steek, want zij liep weg naar een andere spoelbak en naar een ander hoofd. Ik voelde  terug de frisheid van mijn eigen kopje dat nu afkoelde. Wat een mooi beroep, dacht ik. Wat een prachtige zaak, winkel en salon, is dit hier ! Hoe schoon zijn de vrouwen , zowel op de foto's en in de kaders aan de muren, als in de spiegels, als in de werkelijkheid van vlees en parfum vlakbij me ! Overal, in alle hoeken, zaten van die beter geklede en verzorgde dames, en zij waren ontspannend aan het genieten van deze stonde.

    Ik bemerkte de vele spuitbussen met spray en de veelkleurige flesjes. De gevangene die ik was keek naar de zoldering waar de vierkantjes van de verluchting langzaam de dunne zuurstof uit dit lokaal vol vrouwelijke geuren wegzogen en omhoog stuurden tot in onze bedreigde ozonlaag. Glitter en spiegels, zeshoekige vloertegels, en kleurrijke haarlokken op de vloer, veertien paar vrouwenbenen en ik die keek  en die blij was van een paar verse sokken aan te hebben. De enige man buiten mij,  Jean-Pierre, van wie de hele stad reeds lang wist dat hij homosexueel was, bewoog zich nu met Figaro-elegance naar mij. Eindelijk kwam hij me uit de stilstand verlossen en me wakker schudden op dit belangrijk moment. Van hem kreeg ik een ruimere ereplaats, vlak voor de grootste spiegels. Toen pas merkte ik op hoe mooi het borduursel op mijn voorschootje wel was. Doch duidelijk werd echter ook hoe lelijk ik toch ben . Het is geen zicht in die spiegels !

    Nog even glipt Jean-Pierre weg naar buurmeisje Mimi dat het wat moeilijk heeft met de jonge vrouw die zij moet verzorgen. Deze wil absoluut dezelfde korte witte snit krijgen als de girl op de Harley Davidson in 'Vroem - Het Maandblad voor de Motorrijders" !  De ervaren Jean-Pierre overtuigt haar dat dit ongetwijfeld zal lukken met het product dat Mimi wil gebruiken. Ook Simone komt zich met het probleem bemoeien .

    Simone. Zij is de vrouwelijk charme zelf. Zij is een orkestleidster, een keizerin in haar vak. Regelmatig wordt er door de dames bijna gevochten voor een poosje op een zitje bij haar. Zij knipt de haarpuntjes met een schaarken van wit staal en zij rolt de krullen met een borstel die speciaal uit Italië komt. Zij is nooit getrouwd geweest, alhoewel zij regelmatig wordt gezien met de een of andere vent, meestal niet bekend maar wel altijd rijdend met een dure wagen. Haar zaak draait op Jean-Pierre, twee vaste kapsters in dienst,  alsook met part-timers en leerlingen kapsters. Iedereen bij Hairstyling Haspengouw is stijlvol in het rood gekleed. In dit salon wordt veel gelachen, veel nieuws uitgewisseld, maar nooit geroddeld. Een gouden regel van dit huis is dat er nooit kwaad mag worden verteld van andere mensen.

    Ik zit op de stoel, met een gerust geweten, mijmerend , en af en toe glurend naar mijn ego in de spiegel. Waar zijn de jaren, hoe kon ik overleven aan de gevaren, waar zijn mijn wilde haren  ?
    Jean-Pierre vliegt nu met grote aanvalsdrift op mijn haarbos en weldra ook op mijn baard. Het is knipwerk uitgevoerd met aandacht, eerbied, en kennis. Weldra wordt een nieuwe man geboren. Tussen het vrouwelijk schoon kruip ik als een koekoeksjong in een merelsnest recht. Oef, dit is ook weer voorbij !

    Simone, aan wie ik mijn cadeaubon had gegeven toen ik binnenkwam, staat op dat ogenblik aan de kassa en aan de telefoon.  Ik moet niets betalen. Als een gentleman leg ik toch wat drinkgeld voor het personeel in het potje dat er staat, en ook nog een halve euro voor de katten van een dierenasiel.

    Dank U wel, Madame Simone !  U was een weldoenster voor de oude sportman die nog vele goede antwoorden kon geven op de jaarlijkse Quiz  .




    21-12-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op zoek naar Annelies Mayer.
    Postuum en ter ere van nonkel Frans.

    Op de purperen heide stond een grote linde en een klein café. Annelies Mayer had ik daar gekend.

      


    Hij was in de familie gekomen na de Tweede Wereldoorlog. Ik kwam in dezelfde familie even na de Revolutie van Mei 1968. We ontmoetten elkaar aan tafel tijdens de regelmatige familiedinertjes rond Kerstmis en Nieuwjaar, op kermissen, huwelijken, doopsels, eerste en plechtige communies, en begrafenissen. Samen dronken wij dan rode wijn, Frans en ik, en we zagen nooit op een glaasje. Na vijf glazen werd ons gesprek steeds boeiender. De onderwerpen veranderden niet vaak, meestal ging het over hetzelfde als ware het de oudste vinylplaat van Will Tura die werd gedraaid en herdraaid op elk familiefeest. Als insider moest ik nonkel Frans informeren hoe het was en ging worden met de intresten van de kleine spaarder. Dan was het zijn beurt om te beschrijven hoe moeilijk het werd in zovele winkels kaas, melk en boter te leveren, in het drukke verkeer van de hoofdstad Brussel waar het aantal vierwielers en politiemannen steeds maar vermeerderde. Daarna begonnen we over het velorijden op de stille Haspengouwse veldwegen, en zo ging het dan verder terwijl wij onderbroken werden omdat wij ook nog taart of ijskreem moesten eten.  

    Nonkel Frans was een klein stevig mannetje afkomstig uit een dorp nabij de fruitstad. Hij was twee dozijnen jaren gehuwd met de zuster van mijn schoonmoeder. Zij was vrij omvangrijk van borsten en billen, maar botergoed van hart, in ieder geval dan toch met mij, omdat ik getrouwd was met haar liefste nichtje. Want als ambtenaar van het Ministerie van Financiën moest zij uiteraard streng zijn voor vrijwel alle andere landgenoten die er bestonden en zeker voor haar echtgenoot. Wij wisten dus wel dat zij zou tussenkomen bij het openen van de volgende fles, maar dat kon ons niet schelen. Eens gekomen aan zijn zevende glas rode wijn werd onze nonkel  uit Brussel weer Frans van Dung en dan was hij niet meer te houden. 'Wij maken deze fles Rotwein soldaat...!'  zo sprak hij dan met brede glimlach en met geheven glas ... 'zoals in der Zeit auf der Lüneburger Heide ... !'.  En dan waren wij gekomen waar we moesten zijn, in 1946 toen ik nog moedermelk dronk, en toen hij de eer van ons vaderland verdedigde ergens ver in Duitsland, niet meer tegen de Duitsers want de oorlog was voorbij en gewonnen, maar wel tegen die Britten die niets van voetbal, bier, of whisky kenden , en nog veel minder van hoe je toen met vrouwelijk schoon uit Saksen moest omgaan.  

    Waarheid en ernst verplichten mij vanaf deze zin mijn verhaal wat rustiger te brengen. Op zekere dag liep het plots mis met het hart en de bloedvaten van nonkel Frans. Hij lag toen op een kamer in de kliniek, meer dood dan levend. De dokters bliezen zijn aders terug open en bouwden een overbrugging in zijn lijf , maar de man uit Evere zou voortaan een regime moeten volgen en het rustig aan doen om nog wat langer te kunnen leven. Op dieet ieder dag van de week maar nooit als er een familiefeest was  want dan probeerde Frans toch of het nog wat kon gaan. Immers hij die zoveel vette kaas had geproefd en Boergondisch wijnen had gedronken, kon niet nalaten te denken dat het beter is rap dood te gaan dan langzaam te sterven. Hij die als leerling-beenhouwer spek, worst en steak had gegeten tijdens de oorlog toen vele mensen maar een stukske haring, kikkerbil of duif kregen, voelde toen dat ook voor hem de tijden veranderden.

    De gezondheidsproblemen van Frans bleven aanslepen en ook al begon hij na het kwijtspelen van vele kilo's een veteraan van goed niveau bij de wielertoeristen te worden in navolging van zijn oudere broer ' de Meester uit Sint-Truiden', toch was beperking op gebied van wijnen voor hem  werkelijkheid. Maar op een dag spraken ik en hem toch af dat wij samen eens een weekje zouden gaan fietsen tussen Celle, Soltau en Lüneburg. In die tijd echter was mijn motivatie nogal zwak om dit te ondernemen, en we waren zo dwaas van ons plan uit te stellen. Daarna gebeurden er ook nog dingen die dit hebben belet, zoals de valpartij van Frans waardoor hij maandenlang buiten de wielerstrijd viel, en later tenslotte volgde een tumor in zijn hoofd, en kwam het einde van nonkel Frans Herman K.. Samen hebben we nooit die fietstocht kunnen maken, onze zoektocht naar Annelies Mayer. 

     
    Oefeningen met tanks in de sixties  -                                    Betonnen trappen gebouwd door Italianen.

    Door de wonderen van de hedendaagse technologie kan een oude man zonder pijn van ziel en lichaam nog terug naar de Lüneburger Heide van 1946, en naar stukjes puzzle die in zijn memorie waren gebleven, stukjes over avonturen die zijn nonkel Frans zaliger vertelde na het drinken van ettelijke glazen rode wijn. Speuren in de nevelen van het na-oorlogse 1946 is niet gemakkelijk, want het deksel van de militaire geheimhouding heeft veel in de schaduw gelaten.  Daarom zal ik dan maar eerst schrijven dat mijn verhaal FICTIE is en zoals de Italianen vaak zeggen ' weliswaar onwaar maar dan toch waarachtig mooi verteld ...' .

    Het is vandaag voor een snuffelaar in de archieven trouwens gemakkelijker te vinden wat een soldaat van Napoleon uitrichtte in 1806 dan wat een Belgisch soldaat heeft gedaan in 1946, ergens in Noord-Duitsland waar toen sedert decennia geen enkele gewone sterveling een kijkje kon nemen. Vermits mijn nonkel op een appartementje boven op een torengebouw woonde, heeft hij nooit enige documentatie bijgehouden. De helft van zijn woning was steeds ingenomen door allerlei electrische toestellen in opbouw of in afbraak, want zeer jong had zijn zoon reeds de roeping van uitvinder, en voor de rest was alles onder toezicht van zijn echtgenote. Nonkel Frans had in zijn kelder alleen een plaatsje voor een koersfiets en enige accessoires voor wielertoerisme, en dan was daar uiteraard ook nog zijn reserve flessen rode wijn. Ten huize van bijna-oudstrijder Frans dus geen enkel archief noch foto uit 1946. Moest het eens mogelijk worden van in de archieven van het Belgisch leger te kunnen duiken en zoeken, zal het wellicht ook moeilijk zijn ene milicien Frans Kempeneers terug te vinden in de lichting 1946, alleszins niet op Duits grondgebied en dan nog in het Britse leger, want onze nonkel was indertijd ingelijfd bij hulptroepen die de Engelsen versterkten.

    Ongetwijfeld werd hij door een olijke Waalse onderofficier op een lijst van  ' specialisten-vrijwilligers' geplaatst omwille van zijn familienaam. Om die onbekende heide te bezetten was het best gezonde jongens uit onze Kempen te sturen, en dus was een Kempeneers uit Limburg een geschikte man voor die onduidelijk en wellicht gevaarlijke job op de Lüneburger Heide. Na een lange rit waren de aangeduide Belgische manschappen aangekomen in het Münsterlager. Daar hebben zij gedurende één goed jaar hun dienst volbracht.Vermits hij beenhouwersgast van beroep was, kreeg Frans een tweezijdige functie, één voet in de keukens en éen voet als ordonnance van officieren. Ook daar werd weer gesjoemeld met zijn identiteit. Zijn voornaam Frans was niet passend , want zijn overste was tegen de verfransing van ons leger.  Die kerel had een lief in de naburige stad Hermannsburg en vermits er ook als laatste voornaam Herman op zijn papieren stond, werd de nieuwe ordonnance herdoopt en ingeschreven als Herman . Het heeft niet lang geduurd of Frans Kempeneers, alias Herman K, het grote voordeel inzag van verschillende pasjes, lidkaarten, papieren, marsorders, tickets, bonnetjes, te hebben met diverse voornamen, namen, identiteiten. De Belgische soldaat, in zijn dorp bekend als Frans van Dung, en jongste telg uit een gezin van acht kinderen, moest zeker niet Schwejk of Barry Lyndon heten om goed zijn plan te trekken in die tijden van chaos in het Noord-Saksen van toen.


    Het leven in de barakken van het grote Munsterlager.

    Wie op zoek gaat naar informatie op internet zal toch even moeten slikken bij het ontdekken van waar nonkel Frans was terecht gekomen. Ik wil zelfs duidelijk stellen dat die goede man toen niet en later ook niet heeft geweten waar hij eigenlijk was tijdens zijn legerdienst in Duitsland. Zijn bewegingsmogelijkheden en informatie zullen wel zeer beperkt geweest zijn.

    Reeds vanaf 1891 werd er begonnen te Münster in de omgeving van de Kaserne Hindenburg met de inrichting van een grote Truppenübungsplatz. Dit oefenkamp kende gedurende die vele jaren verschillende afmetingen , maar was toch altijd minstens 7400 ha groot. De Pruisen hadden daar reeds hun wapens getest voor de Eerste Wereldoorlog, met inbegrip van de smerige gassen die in de loopgrachten zouden worden gebruikt. Zeer bekend was de schietbaan en de plaats waar met handgranaten werd gegooid. Grote militaire kampioenen werden daar gevormd of ontdekt. Ongeveer 21.000 krijgsgevangenen werden tijdens 14/18 op dit onvindbaar en verboden militair domein in een kamp opgesloten. In de jaren '30 werd daar in die omgeving de Blitzkrieg voorbereid en onder stricte geheimhouding waren er voortdurend maneuvers met twee divisies. Belangrijker waren nog de geheime opslagplaatsen van munitie en van gassen. Vandaag nog steekt daar veel gevaarlijk materiaal in de grond, achtergebleven, niet ontploft, niet meer op documenten en plannen vermeld. Eens toen de Tweede Wereldoorlog bezig was, bouwden en herbouwden vanaf 1940 de POWS, de Britse krijgsgevangenen, een kamp voor 40.000 man en later ook voor Italianen, Russen,.en nog meer Britten, zoals de 400 para's die zich te Arnhem overgaven. Toen het kamp, bekend als Stalag 357, werd bevrijd op 16 april 1945 verbleven er 96.000 krijgsgevangenen.  Op 30 km van Fallingbostel-Bergen was er dan ook nog het concentratiekamp van Bergen-Belsen, dat van een heel andere soort was.

    De Britten en de anderen verlieten het krijgsgevangenkamp toen de oorlog voorbij was. Kort daarna werd hetzelfde kamp de verzamelplaats van de verliezers. Van overal werden ontwapende Duitse soldatens aangevoerd. Zij werden geïdentificeerd en van de nodige civiele papieren voorzien.  Zo maar even 1.700.000 Duitsers werden daar gedemobiliseerd en naar ' ihre Heimat bei Frau und Kind ' teruggezonden.

    De rol van het Belgisch leger begon in dat gebied vanaf 1 april 1946 toen drie infanteriebrigades onder Brits bevel de bezettingseenheden in dat deel van Duitsland gingen vervoegen. Maar het was pas op 2 december 1946 dat de precieze taak van de Belgische Strijdmachten werd vastgesteld en dat de BSD voor een aantal jaren zowat de tiende provincie van België werd. Gedurende vele jaren nadien bleef de Lüneburgerheide een militair oefenterrein, voornamelijk voor het Nederlands leger, dat daar dikwijls soldaten per trein bracht en er voornamelijk ook trainde met de Leopardtanks. Ook het nieuwe Duitse leger van nu blijft daar nog aanwezig.

    Wat precies de dagelijkse bezigheden van soldaat Frans Kempeneers op de Lüneburger Heide waren is me niet bekend en vermits hij nu dood is, kan hij me dat ook niet meer uitleggen. Maar volgens onze vroegere gesprekken was er toen tijdens die maanden van 1946 maar één activiteit nog belangrijk, en dat was 'tauschen'. Tussen de soldaten die over eten en kledij beschikten en de vele hongerige Duitsers onstond er een intense ruilhandel, met een grenzeloos aantal variaties. Een ordonnance die ook part-time in de keukens verbleef, had mooie troeven in zijn hand om goed te presteren in dat 'tauschen' . Er waren natuurlijk paden die men kon bewandelen en andere paden waarop werd uitgegleden. Niet overdrijven, niets naar België meebrengen, altijd onderweg zijn in opdracht van je officier, en altijd weten waar je officier zich bevond, dan kon je het ver schoppen als  ' Tauscher'!.  Je eigen slecht eten uit de Belgische keuken bezorgen aan de Duitsers en in een Engelse trui stiekem gaan eten bij de Engelsen waar de kost beter was. Dat was steeds een goed beginpunt. Als je iets moest gaan halen bij de Britten, die overvloed aan alles hadden, altijd als bestemmeling niet alleen Frans Kempeneers opgeven maar onverstaanbaar in het koetervlaams  uitleggen dat je ook nieuwe sokken en onderbroeken kwam vragen voor je kameraden Frans Van Dung en Herman K. van de 'special forces' die hun post niet mochten verlaten. Steeds oppassen voor de Military Police die op de Tauschers joeg. Soms kon je natuurlijk de muur doen  en met broekzakken die je veel dieper had gemaakt vol dozen corned beef bezocht je dan plaatsen waar werd gedronken, gedanst en geflirt. Altijd met een groepje uitgaan, want er werd regelmatig gevochten tegen de Britten die zat waren.

    Wie was dan toch die Annelies Mayer waarover nonkel Frans steeds begon wanneer wij ons tiende glas rode wijn vulden ?   Dat blijft een mysterie. Was zij een Lily Marleen uit de goede oude soldatentijd ?  Was zij een dikke soldatenhoer of een boerendochter van een erf zonder mansvolk ?  Was zij een hongerige vrouw met onschuldige kindjes die haar zwak eigen vlees ruilde tegen stevige soldatenkoeken en cornet beef ? Was zij een hopeloos lief, moeder of zuster, die bleef wachten en die niet aanvaardde dat hare Franz of Heinz nooit uit Stalingrad  of  Normandië zou terugkomen ?
    Hoe spijtig toch dat Frans en ik nooit samen zijn gaan fietsen op de heide ! Waarschijnlijk zou hij daar, ver van zijn echtgenote, de ware identiteit van deze vrouw hebben onthuld . Misschien zouden wij die Annelies Mayer daar veertig jaren na de oorlog nog hebben teruggevonden en was er nog altijd dat kleine café waar het tauschen plaatsvond. Misschien staat de grote linde, waaronder hij haar lippen had gevoeld, haar borsten en nog meer had betast, er nog.
    Veronderstellingen ? Fantasie ?  Oprakelen van dronkemanspraat ?

    Ik zou eigenlijk wel durven denken, op een nuchter en klaar moment, dat Frans Kempeneers zijn memories vervalste.  Hij reed toen misschien alleen maar met een driewieler, een loodzware beenhouwersfiets met vooraan een grote frigobox vol vlees, van de keuken naar de eetzaal van de officieren of van de slachterij naar de keuken, en op die houten bak vastgehaakt aan zijn stuur was er zo'n kleurrijke pin-up girl geplakt, zoals op de snuit van de Royal Airforce jachtvliegtuigen en de grote bommenwerpers, zo'n pin-up geruild tegen een pakje Belga en twee harde eieren  met een Schot uit Aberdeen. Onder deze pin-up stond in gekrulde letters geschreven  'Annelies Mayer' en niet  'Betty Boop'.



    Prachtige natuurgebieden, een paradijs voor fietsers en wandelaars. De Lüneburgerheide is vandaag een beschermd gebied van heide- en boslandschap gelegen in de driehoek tussen de grote Duitse steden Hamburg, Bremen en Hannover. Tussen 1236 en 1806 was deze streek het Hertogdom Brunswyck-Lüneburg, behorend tot het Heilig Roomse Rijk. Er zijn wel twee dozijnen bergen maar de modale fietser moet niet bang zijn want het zijn maar heuvels. Zelfs de hoogste top bereikt slechts de hoogte van 169 m boven de zeespiegel. Ergens op een nog niet gevonden plaats op de Lüneburger heide werd Heinrich Himmler begraven die eens, na Adolf Hitler, de tweede belangrijkste man van Nazi-Duitsland was. In deze heerlijke streek liggen vandaag verschillende leuke plaatsen om te verblijven.

    18-12-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onvoltooid stukje proza teruggevonden tussen oud papier.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Van mensen en dingen die voorbijgingen.
    Tijdens de achthonderdste maand van mijn bestaan geniet ik van de laatste zonnestralen van het jaar liggend in mijn veranda in een hangmat die ik eens kocht voor een prijsje te Saïgon. Ik heb reeds drie kleinzonen en een kleindochter, doch deze middag vernam ik dat er nog eentje bijkomt. Dat doet de fortunatus senex die ik ben glimlachen. Ik mijmer over wat voorbij is en wat nog alléén in mijn herinneringen blijft bestaan. Soms gebeurt het dat ik de tijd die me nog rest gebruik om wat te schrijven op deze blog, alhoewel mijn computer iedere dag slechter en trager wordt, en dat is ook mijn lot.  Tibertyn.

    13-12-2010 om 23:53 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn fietsboekje van 1983.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Een wielertoerist die eerlijk zijn vak beoefent, zal niet nalaten van altijd precies te noteren wanneer, hoeveel, en waar hij is gaan fietsen. Kwade tongen durven wel eens beweren dat dit nodig is om onder de controle te blijven van echtgenote, moeder of vriendin. Maar, dat is meestal niet waar. In het jaar 1983 was ik een kerel van 39 jaren oud,  96 kgr zwaar, en 1m91 lang. Ik reed op een stevige zwarte Diamond fiets die Ebroin uit Trognée had gemonteerd.Vandaag hangt mijn belangrijkste kamwiel van toen als een heilige reliek boven mijn computer. De 42 vlijmscherp afgesleten tandjes zijn als haaientanden  na de kilometers die er mee werden gereden.

    Toen ik in die jaren ging fietsen had ik steeds mijn fietsboekje bij. Het was een boekje met een rode omslag, zoals dat van de Chinezen uit de tijd van Mao. Het telde 76 witte bladzijden.  'Datum',  'Afstand', 'Reisweg ', 'Controlestempel ' waren de voorziene vakjes met daarbij ook nog wat plaats voor uitleg of info. De omslag was stijf en geplastifieerd, zoals de penis van een Leuvense student, zodat noch regen, noch zweet, het papier zouden kunnen schaden. Dat boekje, samen met mijn identiteitskaart, een beetje geld, een balpen, en fiches om notities te nemen, bevond zich altijd achteraan in mijn rennerstrui. 

    Gisteren vond ik mijn fietsboekje van 1983 terug. Het stak in een beker die ik ooit eens op een tafeltennistornooi had gewonnen, en er waren ook nog  medailles bij die ik had verdiend na het rijden van de Gordel, meer dan twintig jaren geleden. Wat een genot die zachte omslag van mijn fietsboekje terug te mogen betasten op het eind van 2010, twee dagen nadat ik voor de vijfde maal grootvader ben geworden !  Hoe plezant is het nog eens de bladzijden te draaien van mijn heerlijke dagen op de fiets tijdens dat jaar 1983. Heel vooraan had ik mijn naam, adres en telefoon vermeld, alsook mijn bloedgroep. Ik was toen lid van twee wielertoeristenclubs, van een heel kleine met de ronkende naam  Black Diamond Cyclo Association, en van een grote en oude club uit Landen, bij de BWB aangesloten als Haspengouw Sportief. Er bestonden toen al electronische kilometertellers. Die waren duur en werden vaak gestolen. Mijn tweewieler was nog altijd uitgerust met het mechanisch systeem van Huret, waarmee de afstand nauwkeurig werd weergegeven, behalve dan op koude en natte dagen.
     
    Iedere gezonde mens kan zonder een wielerkampioen te zijn  op een jaar veel kilometers afleggen. Dat moet niet gebeuren tegen hoge snelheden. Randonneurs rijden steeds met een stuurtas of een rugzakje, met klein verzet en met veel oplettendheid. De afstanden zijn voor hen belangrijker dan de snelheid.  De meeste wielertoeristen zullen echter op hun oude dag pas beseffen dat de mooiste momenten die waren toen zij vrij en ongedwongen ergens vertraagden en stopten, met dan nog nul als snelheid, om de natuur te bewonderen. Ook de after-cycling na de zware dorstgevende kilometers bestaat uit mooie momenten, want het drinken van een glas met de kameraden is toch belangrijk voor de teamspirit en voor de bloei van de club.

    Ik schrijf dit alhoewel iedereen van mij mag fietsen zoals hij wil, met kromme rug op een Colnago of helemaal recht in de wind op een fiets uit de fifties en met fietsspellen aan de benen. Om de belangrijkheid van mijn pedaalbezigheden in het gezegende jaar 1983 te tonen,  geef ik hierna een volledig overzicht van wat ik toen allemaal had gereden. Ik kom ten slotte tot de conclusie dat in die tijd de fiets een drug voor mij was om te overleven in het dagelijks bestaan.

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

    1. Maand Januari .
    -0102.  ijskoude openingsrit Zoutleeuw- Nieuwenhoven -Halmaal- 47 km.
    -0109. challenge Vertongen - Duras- Bergsprinters Zoutleeuw-  36 km.
    -0116. challenge Vertongen - Herk de Stad-  Bolderberg - Sint-Truiden - 93 km.
    -0122. challenge Vertongen - Gingelom-  Jeuk - Trognée -Walshoutem -  41 km.
    -0123. challenge Vertongen- Moxhe- Huccorgne - Latinne- Hannut-  met Richard Debras- 63km.
    -0130- challenge Vertongen + PV ADEPS - Noduwez- Dion Valmont - Nethen - ontmoeting met  Monsieur Ugeux-  101 km.


    2. Maand Februari .
    -0206. challenge Vertongen - Racour- Folx Les Caves - Lincent- 41 km.
    -0213. Point Vert  ADEPS - zeer koud- Orp le Grand - Opheylissem -Orsmaal-  36 km.
    -0217.challenge Vertongen - Bierwart- CECDO Marche les Dames - zeer koud- 70 km.
    -0220.challenge Vertongen- Averbode-Tongerlo-Beerzel- (Pater Van Clé fietspad)- Wezemaal- Tienen- 150 km.
    -0224. verkavelingswegen  - Trognée- Walshoutem - Hannut - 43 km.
    -0226. trein + GrootBijgaarden - (Begrafenis Romain Maes) - challenge Vertongen - Rixensart-Wavre - 116 km.

    3. Maand Maart.
    -0306. Eerste uitstap Haspengouw Sportief-+  start  Ronde van Limburg voor Profs te St-Truiden - 63 km.
    -0309. challenge Vertongen- Wellen (start)-Zutendaal-Kessenich - Meeuwen-Helchteren-Hasselt-Kortenbos - 152 km.
    -0312. Sportabedevaart Scherpenheuvel - (diner met pelgrim L.Vissers)- Zichem- Halen- 75 km.
    -0313. Tweede clubuitstap Haspengouw Sportief - (in groep van 22 man) -55km.
    -0316. Woensdagnamiddagrit op Trudoroute - Brustem- Corswarem- 72 km.
    -0320. Oefenrit Haspengouw Sportief - OrpleGrand- Wansin -Hannut- Rosoux- 60 km.
    -0321. Avondrit naar Trognée om fiets te laten nazien - 23 km.
    -0326. Ronde van Haspengouw (nazicht staat van de wegen met J.Linnekens)- Moha- Trognée - 80 km .
    -0327. Eerste clubuitstap Haspengouw Sportief- Wasseiges- Gingelom - 53 km.
    -0330. Permanente Proef BWB Ronde van Haspengouw- Moha - 79 km.

    4. Maand April.
    -0402. Driedaagse - Paasweekend- Blegny -Vaals- Mergellandroute-Geleen-Sittard- Fromberg- Hoogste punt van Nederland (325 m hoogte)- Maasbracht- Sint Odiliënberg- Eijsden- De Plank-Voerstreek- Jekervallei- Borgloon-  148 km + 155 km  + 72 km.
    -0408. Maas en Samson vallei - Oteppe- Andenne- BenAhin- Statte - Trognée - 98 km.
    -0409. Brevet 50 BWB Brabant - Lubbeek-Linden-Rillaar-Gelrode-Scherpenheuvel-Tienen- 154 km.
    -0410. maandagrit om te trainen -Groot Gelmen-Horpmaal- Heks-Oleye-Borlo- Atenhoven - 60km.
    -0416. Brevet 75 BWB - Schoonderbuken- vertrokken uit en terug tot Landen - 140 km.
    -0420. per fiets naar LBL profs- Spa- La Redoute- Le Maquisard -   164 km.
    -0420. Maas en  Samson-  Wasseiges- Beuzet- Namur- Gesves- Marchin- Huy- 121 km.
    -0424. voormiddag clubrit + namiddag Vélo Vadrouille ADEPS - Dongelberg- Fumal- Fize le Marsal - 205 km.
    -0429. permanente Landen-Geel-Landen  - via Rummen- Melkwezer-  121 km.
    -0430. BWB proef in groep- Meensel Kiezegem- Zolder - en terug - verplaatsing per auto met club- 73 km.
    -0400.  twee oefenritjes in de week -  12 km + 36 km.

    5. Maand Mei .
    -0501. BWB proef Leuven-Hamoir-Leuven , maar afwijking toegestaan  - in Wasseiges- uit Jodoigne- 188 km.
    -0505. permanente Overwinden-Andenne -  afwijking via Jemeppe s Meuse- Seilles-  90 km.
    -0507. oefenritje naar L'Hirondelle Oteppe - 40 km.
    -0508. clubrit Haspengouw Sportief naar Cidadelle van Namen - via Champion- Gelbressee - 94 km.
    -0512.  OLH- donderdag- challenge Vertongen-  Achel-Lommel-Postel- StJob in't Goor- Sint Jacobskerk  Antwerpen- (terug met trein) - 170 km.
    -0514.  BWB klassieke rit - Landen- P-TroisPonts- Landen -  + point challenge Vertongen Comblain- 209 km.
    -0515. clubrit over veel kasseien - (valpartij) - St Remy Geest- Pietrebais - Incourt- 73 km.
    -1805- Achtdaagse permanente BWB Antwerpen -Vezelay- Antwerpen + Circuit du Morvan .
    Landen-Dinant-Fumay-Signy l'Abbaye-Les Montagnes de Reims- Montée de Luddes- Oigny sur Marne-Courcemain- StFlorentin - Chablis- (overstromingen rivier Aube te Longueville)- Vezelay /-  Circuit/  - retour par Tonnerre- Lac d'Orient- Montier en Der- Varennes en Argonne- Vouziers-   Givet-  (gebroken velg en spaken- zeer slecht weer- terug per trein)-  167 km + 105 km + 173 km+  52 km + 110 km + 190 km + 155 km +  50 km .
    -0528. Tweedaagse van Haspengouw Sportief - Landen-Charleville- Landen -( in groep met volgwagen)- 320 km.

    6. Maand Juni .
    -0605. Ritje naar Jeugdhuis De Klup Hoegaerden - 35 km.
    -0608. permanent BWB  Landen-Banneux-Landen  +  Les Forges - 174 km.
    -0610. permanente van KAWS -  Turnhout-Huy-Turnhout    - in en uit te Landen- solo- 240 km.
    -0619. Brevet 100 Paul Ulens- + namiddag Lubbeek-Rijmenam-Keerbergen-Machelen-Etterbeek - (terug met auto)- 185 km.
    -0623. permanente Overwinden-Givet-Overwinden - Musée Falmignoul- challenge Vertongen - solo- 188 km.
    -0600. Tien zomerse fietstochten van korte afstand naar werk te Waremme- of met familie - totaal  363 km.
    -0625- Brevet 50 km van  Koninklijk Atheneum Landen - in groep- met ouders, leerkrachten en leerlingen -50 km.
    -0626- Klassieker BWB - La Flèche Wallonne du Cyclo Spa - 21 hellingen - solo- 212 km.

    7. Maand Juli .
    -0702. Landen- Herent- Landen - BWB proef - vertrek te Landen of te Herent - 115 km .
    -0703. clubrit Landen-Zichem-Landen -  alsook op zelfde zondag rit naar Oteppe - 130 km.
    -0708. Tumuli de Hesbaye en Samsonvallei  ( twee bandbreuken)- 70 km.
    -0709. permanente BWB  - Ronde van Haspengouw via Waremme - 79 km.
    -0710. clubrit van Haspengouw Sportief - 110 km.
    -0716. op vakantie in de vallei van Aosta- poging  Colle San Carlo op Bianchi fiets van het hotel- 50 km.
    - 0723.Tweedaagse van club gereden op één dag- solo- Landen-Einruhr-Landen- 281 km.
    -0724. clubrit van Haspengouw Sportief- 106 km.
    -0730. Jodoigne- Les six vallées - in groep - 160 km.
    -0731. clubrit Haspengouw Sportief- + namiddagritje met familie naar Opheylissem - 122 km .

    8. Maand Augustus.
    -0803. permanente Ronde van Haspengouw -  79 km.
    -0806. rit ' s Gravenvoeren- Maastricht  142 km.
    -0807. clubrit naar Oostham  - 112 km.
    -0810. permanente Ronde van Haspengouw - 79 km.
    -0813. Verviers- Ouren- Verviers  196 km.
    -0814. Hageland Route + Taxandria Route -   over de grens in Nederland- 280 km.
    -0815. clubrit naar Helchteren - 103 km.
    -0816. op zoek naar oorlogsverleden van vader - Hoeve Saros te Wingene- van Knokke aan de kust- 90 km.
    -0817. Omloop van Middelkerke aan zee-  30 km.
    -0818. permanente BWB - Overwinden-Andenne-Overwinden - 80 km.
    -0820. Maredsous- Thuin - 125 km.
    -0821. Oefenrit met Ely Deprez naar Tohogne  - 139 km.
    -0823. permanente BWB - Ronde van Haspengouw -  79 km.
    -0824. permanente BWB - Landen-Geel-Landen - 107 km.
    -0825. permanente BWB- Ronde van Haspengouw 79 km.
    -0827. Bokrijk-Lommel-Bokrijk - 96 km.
    -0828. Landen- Sint Genesius Rode- Landen - 200 km.

    9. Maand September.
    -0903. Landen- Jodoigne- + Tour du Brabant Wallon -  190 km.
    -0904. clubrit van Haspengouw Sportief- 85 km.
    -0908- Vierdaagse van Ely Deprez-  jumelage  - WAREMME-GERARDMER.
    Waremme-Florenville- Toul- Gerardmer- Ballon d'Alsace- ( voorwiel en reparatiezakje gestolen- ander voorwiel spoedig kapot- terug met de auto) -  172km + 160 km + 100km +  127 km.
    -0900- vijf ritten einde september-  (Ronde van Haspengouw + sterrit van Volvo St-Truiden + twee clubritten + rit naar 't werk)-totaal 318 km.

    10. Maand October.
    -1000.  herfstritje naar Zoutleeuw en  naar Vorsen - samen 42 km.

    11. Maand November.
    -1100.  winterritjes naar Trognée, naar Walshoutem, naar Neerwinden, naar Attenhoven - totaal 68 km.

    12. Maand December.
    - 1200 .  -- nihil --   0 km.

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
    Opmerkingen :

    - Challenge Vertongen-  ingericht door Union Audax Tournai - De wielertoerist moet in ieder provincie een stempel halen op 10 verplichte plaatsen. Zo zal de kandidaat dus 90 punten proberen te verzamelen . Hij beschikt over 9 groene kaarten die vol met stempels moeten komen. Na goedkeuring van de organiserende club wordt door de BWB-Afdeling Rijwieltoerisme  het   BREVET DES PROVINCES BELGES toegekend. Op de lijst van zij die dit realiseerden stond Wilfried Journée geboekt als 29ste.

    - Door mijn te lange werkprestaties op vrijdagavond en zaterdagvoormiddag , en door gebrek aan personeel, had ik meer dan 200  overuren gemaakt die niet werden betaald, maar die recht gaven op bijkomend verlof, de zogenaamde compensatie-uren. In 1983 kwam een genezen langdurige zieke terug naar zijn job, veranderden de openingsuren, en kwam er ook een nieuwe bediende bij in ons bankkantoor. Zo was de werkdruk er veel minder en werd het me mogeijk om dikwijls een vrije dag te nemen om te fietsen op weekdagen  of iets anders te doen  zodat ik tijdens het weekend ook altijd zou kunnen rijden.

     - Mijn fietsboekje vermeldt een totaal van 11.354 km.  Is die optelling juist ?  Ik ga het niet meer natellen. Na dit geschreven te hebben , maak ik trouwens van mijn hart een steen, en ik gooi mijn kostbaar fietsboekje weg in de grote doos met papierafval . Zo moeten senioren toch zo vaak doen met stukjes uit hun verleden.

    10-12-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    06-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Met de auto naar Compostela 1986.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen COMPOSTELA 1986
        met de auto

    Na mijn eerste terugkomst uit Compostela ging ik op zoek naar boeken die handelden over pelgrimstochten, kunst, geschiedenis, geloof.  Ik las er ongeveer drie dozijnen waaruit ik vele bladzijden notities nam. Tijdens diezelfde periode ontmoette ik  meerdere personen in het kader van deze nieuwe interesse die de mijne was geworden. Maar tevens stortte ik mij in moeilijkheden op mijn werk en sliep ik steeds maar slechter.  Ik kwam terecht in een depressie, ging ten rade bij een psychiater die mij Prozac voorschreef.  Mijn fiets betekende minder voor mij, doch ik begon wel weer tafeltennis te spelen in competitie, en vooral kwam ik in de ASLK-CGER terug terecht in de Hoofdkas te Brussel, na zeventien jaren gewerkt te hebben in het agentschap te Borgworm. Ik aanvaardde ook voor één jaar het secretariaat van de Haspengouwse Triathlon Club.  In het midden van 1986 had ik dus wel veel bezigheden, zelfs teveel. Ik was dan ook blij om met mijn vrouw en mijn twee dochters dwars door Frankrijk te reizen naar Compostela. Dit was pas mogelijk na de organisatie van een succesvolle halve triathlon die zich afgespeeld had nabij mijn voordeur. Omdat voor mijn schoolgaande kinderen er nog andere vakantieplannen volgden en mijn echtgenote zorgde dat er één dag later werd gestart, werd de duur van onze reis naar Compostela ingekort. Maar ook al besefte ik dat het maar niets zou worden door zo'n zwaar programma met twee kinderen van 13 jaar en 6 jaar  achteraan in de wagen, wilde ik in die zomer van 1986 toch terug naar de Camino die zoveel indruk op mij had gemaakt in 1984.

    1. Zaterdag 28 juni 1986.
    Km 00 - 20u00- Avondeten bij de schoonouders waar onze hond wordt achtergelaten. Vertrek met nieuwe Opel 1600D  wordt nog meer uitgesteld door de WK-voetbalmatch te Mexico tussen België en Frankrijk - 4/2 voor de Rode Duivels.22u00 - start zonder naar de extra-times te blijven kijken -23u00- Marche - Km 84-  Arlon- Luxembourg-  volle tank diesel - 40 lit. aan 17,10 fr .


    2. Zondag 29 juni 1986.
    Door de nacht verder naar Metz , Nancy, Toul ,  km 398 om 03u00 .
    Aire  du Grand  Répenti, Aire du Bois de Chaumont, dutjes in de auto op parking . Payage  44 FF.
    5u50 - Terug goed wakker . Bourbonne les Bains, Langres.
    Km 533 - Dijon -  Nuits st Georges-  koffie op parking autoroute- Meursault- Mercurey- Chalons sur Saône.
    Km 635- Tournus,  wandeling door deze oude stad- Beaujolais- Macon- we verstikken tussen de overbevolking op de snelweg want iedereen vertrekt die dag op vakantie. Te Belleville vluchten wij uit de chaos - 11u45- Km 691.
    Km 698- Zeer warm-  We tanken  44,5 lit  aan 3,45 FF-  Villefranche-sur-Saône- We  toeren gezellig door deze streek -  Tarare op de N7 - Montron les Bains N89 - Firminy-Km 840 -  18u00 - N88 - PONT SALOMON-  HOTEL DE LA GARE - stop.

    3. Lundi 30 juin 1986 .
    Start 6u30-  Les bons comptes font les bons amis : Chambres  2X50 FF  +  Menus 3 X 72FF + vin 42 FF - eau  18 FF =  drinks 24 FF  = 400 FF .
    Col du Pertuis-   Km 58- LE PUY EN VELAY  -  Bezoek aan de kathedraal  -  de weg naar het beeld is nog gesloten. 9u00- vertrek-  We rijden naar Saugues en de Haute-Loire- Gestopt aan een refuge gelegen op de grens tussen de Haute-Loire en de Lozère -  Aan de mooie Kapel St-Roch
    heb ik genoteerd :  "  Ami pélerin ici tu peux entrer et t'abriter ou t'asseoir pour manger. Mais ne laisse pas d'ordures. Pense à ceux qui viendront après toi. Merci et bonne route ."
    We volgen de D587 - de Gr is nooit ver weg.   Aumont-Aubrac, Malbouzon.We besteden  4 X 37 FF   - 1 lit. tafelwijn kost  14 FF.  -AUBRAC -  Domaine -  wandeling.
    14u50 -  ESPALION- brug-  Km 210. -  we zijn op een mistige hoogvlakte-  Rodez- slecht weer.
    17u45- ALBI- Km 318 - bezoek aan de kathedraal- wandeling in La Cité des Cathares- Gaillac -  stop-  19u15 - Km 355 . HOTEL PRINCENOR te  Lisle-sur-Tarn . Menu du soir : pour les 3 dames : Spaghetti met tomate-farcie + pour papa : Coq au Vin.- dessert :  la coupe Princenor.

    4. Mardi 1 juillet 1986.
    Vertrek naar Toulouse -  Bezoek aan de kathedraal St-Sernin. Nadien grote weg naar Tarbes -  12u15- Km119 -  rust op parking naast fritkot en daar dure frieten tussen Frans brood met slechte merguez.
    Km 167 - 13u45- tanken met Eurocard-   3,58 FF X 38 liters. Lannemezan- Bagnères de Bigorre- Lourdes-   kort bezoek aan de grot van O.L.Vrouw..
    Km 215 - 16u30 - vertrek-  Om 19u15 bereiken wij de grens boven op Col du Somport 1640 m hoogte-  De Camino de Santago staat aangeduid te Canfranc-  nog 865 km tot Compostela. We zijn in Aragon - Jaca zeer oude hoofdstad -  HOSTAL CONDE AZNAR-  bad- avondeten- wandeling. Totaal afgelegd  na drie ritten=  840 + 355 + 359  = 1554 km .

    5. Mercredi 2 juillet 1986.
     9u00 - Bezoek aan de kathedraal van Jaca - We rijden bergop naar 't klooster San Juan de la Pena .Te Yesa spelen we tafelvoetbal op een kicker.14u00 - Km 93 - Javier- we bezoeken even het centrum van de Jezuieten Van Fr. Xaverius- Sanguesa .16u00 - Km 152- Ermita de Eunate - alle meisjes gaan plassen op deze  heilige pelgrimsgrond in hoog gras met bloemetjes.Wat later stop aan standbeeld van de Peregrino op kruispunt. 16u30- km 156  - Meson del peregrino -  Puente la Reina- Onweder breekt los. Estella- Viana- NAJERA- HOTEL SAN FERNANDO- 19u20- Km 258.

    6. Donderdag 3 juli 1986.
    Najera- Vertrek na bezoek aan kerk. Santo Domingo de la Calzada- Valdefuentes-Bezoek aan San Juan de Ortega- refugio en heiligdom -  Ontmoeting met pastoor Maroquin die de pelgrimsroute laar heropleven -  schenking 20.000 pesetas- Burgos- kathedraal -  veel te dure pizza's voor de kinderen.14u00- Km 102 - Las Huelgas - drankjes en hapjes - Fromista met San Martin een juweeltje van een kerk. 16u00- Km 195- Villalczar de Sirga -  gesproken met Hollanders-   Carrion de los Condes.
    17u15- Km 243- Sahagun - gasoil voor 2000 pesetas- Matalana de Valmadrigal- beslissing om niet door de stad Leon te rijden- via een smalle weg naar Valencia de Don Juan.
    19u00- Km 303- Stop te Villaman - Hostal Covadonga-  met een groot zwembad - alle vier in zwempak.

    7. Vrijdag 4 juli 1986.
    8u20- vertrek uit Hostal Covadonga naar Hopital de Orbigo-  Wandeling over de Puente van Suero de Quinones.  Astorga-  tijd voor de picknick-Rabanal del Campo- Foncebadon- Cruz de Hierro- El Alcebo- fontaine de la truite- Molinaseca- Ponferrada- Kasteel van de tempeliers.
    13u30- Km 108 - Villafranca del Bierzo - rusten in het park- Cebreiro-  beklimming- bezoek- mijn dochter laat haar glas frisdrank vallen op de stenen vloer .Samos- Portomarin- zwembad-  zonnebaden - avondeten. We vonden een kamer maar we nemen die nadien toch niet. 23u00 - we rijden verder in het donker - het is zo aangenaam bij avond. 24u00 - op de parking van het vliegveld van Labacolla slapen wij in onze auto .  Km 350.

    8. Zaterdag 5 juli 1986.
    Er hangt veel mist tot wanneer de zon opkomt.
    8u00  - Aankomst te SANTIAGO DE COMPOSTELA - na een autotocht van 2460 km.
    We parkeren onze auto veilig en we maken een wandeling. Hostal Suso - Rua del Vilar :  Er is nog plaats voor ons. We wassen ons, veranderen van kledij, en daarna bezoeken wij de beroemde kathedraal van Santiago.  In een kelderrestaurant eten we vieiras-  Daarna volgt een goede siësta op onze kamer bij Suso.
    20u00- Park- de meisjes amuseren zich op de botsauto"s. We zitten lang op het Obradoiro plein. Eten bij Suso.  Daarna gaan we luisteren naar de Estudiantes Compostelanos die de straten opvrolijken met hun muziek en dans.

    9. Zondag 6 juli 1986.
    Santiago de Compostela- Wij eten de lekkere churro's, de in olie gebakken keutels van Santiago, nadat wij goed hebben uitgeslapen-  Wij wandelen in en rond de kathedraal- Ontmoeting met Willy Delvaux van Oikoten. Bij Suso eten wij mosselen en inktvis. Daarna weer platte rust. Ontmoeting met H.Koolen en Joke uit Nijmegen, nogmaals eten bij Suso, en daarna samen met de twee Koolen terug zien naar de straatmuzikanten.

    10. en 11. Maandag en dinsdag 7 en 8 juli 1986.

    Na het ontbijt verlaten wij de stad van de apostel Jacob voor een autorit die ons brengt naar Noya, Corcubion, Cabo Fisterra, waar we lang blijven liggen op een playa. La Coruna. Wandeling aan de Playa de Americas -  Heerlijke helados  en dikke Hamburgers.We volgen de kust naar het Oosten : Betanzos, wandeling in het mooie Vilalba-en-Galicia.Mondonedo-N 634- Het is weldra avond en op een plein met bomen slapen we in de auto.In een café waar iedereen naar een sportreportage kijkt, word ik genomen voor een zomerse Asturiër en ik ben verwonderd dat ik zo weinig moet betalen omdat me noch de prijs van de pelgrims, noch die van de toeristen, maar de laagste , die van de dorpelingen wordt aangerekend. Volgende ochtend verder naar Ribadeo, Grado, waar we wat rust nemen.Oviedo, Llanes, we genieten van de playa - Santillana del Mar.  We legden 760 km af op twee dagen. We stoppen vroeg in een soort Zwitserse Chalet. Bad en grote wandeling. Aan tafel wordt het daarna zeer lekker met entremeses variados, en merluza de la casa.

    12 en 13 . Woensdag en donderdag 9 en 10 juli 1986.
    Bezoek aan Cuevas de Altamira . Voorhistorie.
    13u30 . We vertrekken uit Santillana del Mar.  Het is warm.We blijven maar doorrijden met af en toe een stop, onderdermeer aan de Playa van Santander. In de koelte van de avond  en ook van de nacht, brengt de chauffeur zijn familie terug buiten Spanje, evenwel na een bezoek aan een leuk visrestaurant te San Sebastian. Biarritz. We slapen lekker samen in de auto .We rijden verder en pauseren regelmatig  540 km. Te Arcachon kunnen we een houten vakantiehut huren nabij het strand. Nog voor het middaguur zitten wij daar reeds onder dak. De warmte is verschrikkelijk en we komen niet meer buiten want we kruipen naakt onder de lakens en drinken veel water.

    14 en 15.  Vrijdag en zaterdag  11 en 12 juli 1986.
    Het is zeer warm en we stoppen op verschillende plaatsen aan zee. We lopen rond in zwemkledij en niemand heeft goesting om zich te laten opsluiten op een muffe en dure hotelkamer. Nogmaals slaapje in de auto, want overal is alles voorbehouden sedert lange tijd. Papa de wielerfanaat moet natuurlijk de Tour de France zien in de omgeving van Nantes, een tijdrit, Hinault, Lemond, Roche, Jorgen Pedersen. Dat blokkeert ons daar langs de weg gedurende bijna een hele dag. We rijden  verder via Angers in de richting van Parijs, grootstad die we zullen ontwijken langs het Westen.  Te Anet-en-Eure-et-Loir staat een oud hotel met het voor papa heilige teken van 'La Fédération Française de Cyclotourisme recommande cette maison'. Daar eten we zoveel we maar kunnen. We wassen ons ook goed want dat was wel nodig geworden.  545 km afgelegd.

    16.  Zondag 13 juli 1986.
    Na het ontbijt rijden we naar Mantes-la-Jolie doorheen Les Yvelines. Wandeling en bezoek aan de ruïnes van een burcht, met groots panorama op de Seine en de Vaucouleurs. Te Rouen maken wij nog een wandeling in het centrum van de stad waar Jeanne d'Arc op de brandstapel stierf . De dames vinden het daarna te heet en zijn niet meer te houden. Zij willen zo vlug mogelijk naar huis, want de valiezen moeten nog gemaakt worden, om de volgende dag op kamp te vertrekken met de jeugdbeweging. Bijna in één enkele snok wordt dus Rouen-Landen afgelegd. Dat zal de volledige afstand heen-en-terug naar Compostela brengen op 4700 km., afgelegd in amper iets méér dan twee weken. Thuiskomst omstreeks 19u00.

    Mijn conclusie was.  Dit is volledig verkeerd, zo gaat men toch zeker niet op pelgrimstocht .
    Behalve dan dat we met ons viertjes gezellig op pad waren, en dat onze nieuwe Opel helemaal heeft beantwoord aan wat wij verlangden, en dat onze meisjes schoon bruin vel hadden gekregen door de zon en de zeelucht .
    Een vader pelgrim mag immers niet altijd alléén van huis weg   !  .

    06-12-2010 om 23:36 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De wielerploeg Omega-Pharma-Lotto voor 2011.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    December is aangebroken en de vakantie is voorbij voor de beroepswielrenners.
    Het is weer hard werken geblazen om iets te kunnen betekenen in deze zware sport.
    De verzamelaars van wielertruitjes mogen zich vandaag verheugen want er komt weer een nieuwe outfit voor de eerste wielerploeg van Lotto.  De Belgische topploeg van Philippe Gilbert en Jurgen Van den Broeck was ook zeer bedrijvig op de transfertmarkt. Er waren 27 renners bij Lotto in 2010. Dat aantal blijft behouden, maar niet minder dan 15 nieuwe renners komen naar de ploeg, terwijl ook 15 renners de ploeg verlaten. De verhouding Belgen-buitenlanders werd niet gewijzigd.

    De 12 renners die blijven zijn : Mario Aerts, Jan Baekelandts, Francis Degreef, Kenny De Haes, Philippe Gilbert, Olivier Kaisen, Jurgen Van den Broeck, Jelle Vanendert, Jurgen Roelandts, Sebastian Lang, Matthew Lloyd, Adam Blythe,

    De 15 nieuwe mannen die de ploeg binnenstappen zijn : David Boucher, André Greipel , Marcel Sieberg, Adam Hansen, Jussi Veikkanen, Oscar Pujol, Vicente Reyes, Bart Declercq, Jens Debusschere, Gert Dockcx, Klaus Lodewyck, Maarten Neyens, Frederik Willems, Jurgen Vandewalle, Sven Van Dousselaere.

    Dit is een interessante ontwikkeling.
    Uiteraard moet er nog aan teambuilding worden gewerkt alvorens de verschillende takken van de ploeg zullen klaar zijn voor het zware programma dat op hen wacht.
    De sterkste die bijkomt is de sprinter André Greipel afkomstig uit Rostock in het voormalige Oost-Duitsland. Hij won de voorbije drie wielerseizoenen 59 koersen en is zeer gebrand om zich met Mark Cavendish te meten.  Lotto heeft nu een half dozijn renners van meer dan 1m90 die deze rappe man uit de wind kunnen zetten. Om de andere kopmannen te helpen  werden ook nog ervaren renners als Vandewalle en Willems aangetrokken. Schuift ook aan bij Lotto de Australiër Adam Hansen, oud winnaar van de Crocodile Trophy en vorig seizoen primus in de Elektrotour, en dat is een man van wie de limieten nog niet duidelijk zijn. Mooi is ook dat enkele jonge Belgen uit de satelietploegen van Lotto mogen doorstromen naar het topteam. Met haar beste mannen van 2010 en de 15 transferts is er een mooie kans dat de ploeg beter presteert dan ooit tevoren.  De Lottospelers, de oude mannen die vaak naar de apotheker gaan, en de wielerfans die we zijn verwachten dit natuurlijk en zullen juichen wanneer de nieuwe kleuren zegevieren. 












     

    01-12-2010 om 17:45 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    30-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief aan mijn lief.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Köln-Junkersdorf BPS7            Maandag, 5 april 1970 - 23u30.

    Allerliefste,
    Ik kom juist terug van een lange wandeling doorheen deze stad. De mooie blonde meisjes die ik daar heb gezien, deden mij steeds aan jou denken. Daarom kriebelt mijn pen nu om wat nieuws te schrijven op dit blad, zoals ook steeds mijn lippen kriebelen als jij dicht bij me bent. Dat gebeurt ook al wanneer ik nog maar aan je denk, zoals nu, en ik vraag me af of je wel echt mijn lieveken zijt, dat ik binnenkort zo dikwijls tegen me zal trekken.

    Met een volle bak benzine en met een vers literke olie in de motor zijn we deze ochtend vertrokken uit Walshoutem om 8u45 . De motor ronkte zacht, en tegen een snelheid van 100km/u bereikten we nog voor 11u de grens na 83km.  De Zoll betaste even mijn identiteitskaart, en ik dacht toen even aan uw zacht vel dat ik ook zo graag betast. We mochten doorrijden, want we zagen er toch zo braaf uit. Een halfuurtje verder verlieten wij de Autobahn. We bereikten het dorp Weiden waar ik meende dat het was. Aan het postkantoor gingen mijn broer en ik even ontspannen, en zoals mannen doen lieten wij een plasje achter op West-Duitse bodem. Aan een dikke Herr vroeg ik in de taal van Goethe en Hitler de weg. Deze man in klassiek bruin jagerskostuum wandelde daar met een hond met flaporen. Hij was heel vriendelijk en stuurde ons naar de Sportschool. Ondertussen hadden we al opgemerkt dat op de papieren die we hadden gekregen nergens het adres stond geschreven waar wij eigenlijk werden verwacht. We moesten dus in de buurt zoeken naar een groot zwembad waar deze week een cursus werd ingericht voor toekomstige redders. We zwierven door een uitgestrekt sportcentrum en dat bleek het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding te zijn van de Universiteit van Köln. Bij een hostess op een kantoortje vernam ik dat ik naar het territorium van het Belgisch Leger moest gaan. Daar was ik vijf jaar eerder geweest om tafeltenniswedstrijden te betwisten. Vlug zag ik dat de hele omgeving er door bouwwerken was veranderd.  Overal waren  grote bulldozers bezig,  en eventjes dacht ik dat ikzelf ook als een bulldozer zou te werk gaan in dat bed van ons van later, stevig en toch zacht opbouwend zonder iets stuk te rijden. Ik ging daar ergens barakken binnen waarachter ik een bende beroepsmilitairen zag volleyball spelen. Eindelijk kon ik weer Vlaams horen en alles goed duidelijk begrijpen. Maar niemand van die balspelers wist iets over een cursus voor zwemsport. Ik werd gestuurd naar een slimmere militair op een hogere verdieping. Hij was al moe, dat toonde hij door te geeuwen, uit verveling of omdat het stilaan noen werd. Hij was een Waal  en wist ook niets over natation. Hij liet mij door en wat verder op de gang kwam ik bij een militair met een grote zwarte snor. Hij was de helft aan het verven van de plaats   waar hij vertoefde.  Hij kwam met zijn verfborstel en toonde mij door het venster ongeveer waar die cursus werd ingericht. Ik moest de vierde weg rechts nemen en dan de pijlen volgen naar de CMC.  Ik volgde het éénrichtingsverkeer en kwam in de wijk waar de families van de Belgen woonden, een doolhof van kleine huizen. Daar zou ergens  een zwembad zijn dat steeds vol plonsende landgenoten was.
     
    Zoals gij ziet, waren wij eerder padvinders of spoorzoekers, zeker geen zwemmers en nog minder redders, maar wij bleven het toch maar volhouden. Wij zijn dappere mannen, nietwaar poeske ... !
    Ik spreek enkele franstalige jongeren aan, maar noch de meisjes noch de jongens weten iets over een cursus zwemmen. Zij sturen ons naar de aldaar goed bekend zwemmer adjudant Buxin, die fitnesstraining en zwemlessen geeft. Ik bel aan de deur van zijn huis, doch zijn vrouw vertelt mij dat hij afwezig is en ook wel onvindbaar zal zijn op dit uur wanneer hij lange afstanden loopt. Zij hoort het woord zwemmen en stuurt ons daarom naar het openluchtzwembad waar zijzelf vaak gaat zwemmen en dat zopas met nieuw water werd gevuld. Zij raadt ons aan van te voet toe te gaan wegens moeilijk parkeren door bouwwerken. Het is inderdaad een leuke wandeling door een bos en dat wordt dan een mars voor niets van 1km , want aan dat zwembad vinden wij alleen een Waalse militair die ons wegjaagt. Ik werd zo hopeloos  dat ik hem bijna te lijf ging om te bewijzen dat ik nog bij de commando's was geweest, hetzij niet als strijder maar wel als barman die soms zatte sergeanten buiten moest wippen. We waren al twee uren aan het zoeken, en we dachten van het op te geven, op stap te gaan in Köln, en dan terug naar huis te rijden. We namen wat rust bij onze auto, dronken de flesjes Vichy water die we meebrachten, want door een kuur van vader Theo stond de kelder thuis vol met zulke flessen. Gelukkig kwam daar een dame voorbij en dat was geen dom blondje.  Ik legde haar uit welk probleem wij hadden. Volgens haar liep het mis omwille van het feit dat Le Club des Jeunes  en Le Centre de la Jeunesse niet hetzelfde was. Het eerste was voor kinderen en teenagers, en het tweede was een centrum voor allen die zich jong voelden. Ik volgde snuffelend deze nieuwe piste.

    Zeg, liefje, zaterdag ben ik al weer thuis, en dan zorg ik voor een dubbele portie ...  !
    Waar waren we gebleven ?  Wel, ik vrees al van de rest van de week te moeten doorbrengen tussen zestienjarige zoontjes van militairen, en wij zweren dat we dat niet zouden doen ook al zorgen we hier voor de heropleving van dat familiaal erfgoed dat Zwembad Olympia heet. Eindelijk vinden we het beloofd land (sic ...) en het zit daar vol met echte beroepsmilitairen, onderofficieren, boeffers zoals afgezwaaiden die terug burgers werden zulke mannen wel eens heten. Door vader Theo die reservecommandant is, komen we als ongewapenden terecht in een groep van 25  militairen die in de verschillende Belgische kazernes in West-Duitsland met hun families wonen. Zij zijn allen reeds actief in de door de Belgen opgerichte zwemclubs, waar zij zorgen dat vrouwen en kinderen veilige en gezonde uren in het water doorbrengen. Zoals wij komen zij allen hier een brevet halen van redder van de laagste graad, dit na een intense snelcursus gegeven door Ulrich Persijn, een licentiaat in de lichamelijke opvoeding, ook goed gekend in de atletieksport als speerwerper en tienkamper. Het programma is ontzettend zwaar. Dertig uren les en dan ook nog examens om de week te eindigen tegen vrijdagavond. Ik herken de typische sfeer. De militairen overleggen, doen briefingen en bespreken alles. Maar zijn zij gewoon niet aan het zeveren en aan het babbelen om hun lege legertijd te vullen ? Niemand verwachtte ons hier, maar toch staan ook onze namen op de officiële lijst die aan de lesgever werd bezorgd door de militaire overheid.  In de BSD  worden wij ' buitenlanders' genoemd terwijl wij toch uit België komen. Om 14u begint de eerste les, niets dan gezever in een klaslokaal, en zo weten wij dus wat ons te wachten staat. Daarna om 15 u  naar het zwembad gelegen op 5km en dat nog een andere badinrichting is dan die wij al zagen, nog maar pas overgenomen van de stad Köln en nu voor de Belgen. Vermits er een minibusje te weinig is, wordt ons gevraagd om de eerste dag met onze wagen te rijden. Er zal iemand die de weg kent met ons mee instappen en de volgende dag zal er een militair voertuig meer zijn om ook de buitenlanders mee te nemen. De heenreis met een passagier ging vlot, doch die man werd afgehaald door zijn echtgenote of aanhoudster na de cursus, zodat wij dan alleen terugreden in grote verkeersdrukte. Aan een rond punt namen we een slechte richting en zo verspeelden we nog een uur . Wat een zware dag !

    In het zwembad was het wel zeer aangenaam. We leerden de moderne schoolslag zoals de echte wedstrijdzwemmers dat doen. Op korte tijd kon ik mijn fouten verbeteren en ik voelde goed het verschil. Ik had echter vrij vlug last met mijn zwembroek. Die was veel te groot. Zodra die door het water goed nat was, zakte die af, zodat ik ze bijna verloor tijdens het zwemmen. Het is immers de zwembroek van papa Fille Zwum. Die van mij was onvindbaar en wat later vertelde mijn oude knul dat het zijn fout was, want de zwembroek van mij lag te Brussel in zijn kleerkast omdat ik toch nooit meer ging zwemmen. Zo gauw mogelijk zal ik dus een nieuwe zwembroek kopen hier te Köln. 

    Onze kamers zijn zeer proper. In dit bezoekersverblijf van het leger staan twee bedden boven mekaar, stapelbedden. Dat is ook een oplossing voor een koppel dat nog niet mag in éénzelfde groot bed slapen. Zo ligt gij dan toch onder mij wanneer ik boven lig, of omgekeerd. Maar laat mij toch maar op de onderste matras liggen en kruip gij veilig boven, want als ik boven zou slapen dan druppelt het misschien nog van boven naar onder op jou die onder mij ligt, en zo kunnen er dan nog ongewenste resultaten van komen.

    Marc en ik slapen samen op die kamer, maar de twee andere bedden blijven leeg. Er staat een kast met een goed slot waarin wij onze bezittingen kunnen wegbergen. Er is centrale verwarming.  De dekens zijn lichtblauw en de lakens zijn donkerblauw. Eigenlijk zou ik toch veel liever met jou  slapen dan met dat broertje van mij dat nog altijd een nagelbijter is. Na het avondmaal slenterden  we wel 10 km door de stad.  Köln van vandaag  (1970 ) is de mooiste stad die ik ooit heb gezien. Nabij de Dom zijn honderden winkels, met mooie vitrines.  Ik beloof dat we samen eens naar Köln zullen komen. Dan koop ik voor jou de beste eaudeklonje waarmee ik je af en toe zal insmeren. De winkelstraten van Sint-Truiden of Tienen, waar jij zo dikwijls met goestingen gaat kijken, zijn maar antieke loketten vergeleken met de lichten en met de Keulse glitter.  Met Nieuwjaar of met Karnaval, zullen we eens twee nachten komen logeren in deze nieuwe stad. Dan zijn we misschien toch al getrouwd, want dat wil ik toch met jou zijn, alhoewel gij nog niet weet of het wel goed is met zo'n loebas als ik potje te gaan samenkoken.

    Wat hier opvalt is dat de mensen allemaal zo proper gekleed gaan. Ik heb trouwens gezien dat de kostuums niet duur zijn en dat grote maten aanwezig zijn. Typisch zijn ook de gezellige cafés. We zijn pinten gaan drinken, want door dat vele zoeken en dat zwemmen hadden wij grote dorst. Wij aten ook een kremke uit de hand en een knackwurst aan de toog van een Inbiss .Twee lorejassen rondlopend in Keulen. Gij begrijpt toch wel dat wij speurden naar sex, ik niet zo erg maar mijn broertje veel meer. We gingen een sexboetiek binnen bij Frau Beate Uhse. Daar wordt lectuur verkocht, maar nog veel meer, zoals producten en tuigen die prikkelen, schandalige prenten met totaalbloot. Alle vormen van foefjes en borsten staan er tentoongesteld, zelfs Hottentottentetten.  In de vele cinemazalen spelen ze hier films over sex en geweld. Enfin, het is hier allemaal sex wat de klok slaat. Een ervaren Zondagsbladfan of Kwiklezer die wordt bleek van wat hier in de geïllustreerde bladen staat.

    Nu wordt dit briefje toch wel lang , nietwaar schat, ... !
    Oh ja, en ik vergat nog het belangrijkste  ...
    Ik zie U geren, voor altijd, en hoe verder dat ik van je weg ben  hoe meer ik naar je snak. Dat kan toch zo niet blijven duren.  Nu plooi ik netjes dit papierken, en ga ik van je dromen, nog eens, de zoveelste maal, en ik droom dat ik met mijn blote wang op je boezem zachtjes insluimer. Ik zal binnen enkele minuten in mijn bed liggen, en met mijn hand zal ik tasten naast mij, doch nog steeds niet zal iemand daar liggen, nog steeds zal ik die leegte voelen naast mij ...  maar neen , vandaag slaap ik boven op dat stapelbed.  Enkel zoete dromen over jou zijn mijn troost. Amen. 
    In de naam des vaders ...
    Dit was mijn gebed voor het slapen gaan.
    Tibertijn  aan de Rijn, weldra de verliefde redder van nood en bloot.

    30-11-2010 om 09:20 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eens mocht ik de hand schudden van Muhammad Ali.
    Cincinnati vlieghaven 21 september 1997. Even na middernacht.
    Aan een kruispunt van de ondergrondse gangen van deze reusachtige vlieghaven botsen twee groepjes mensen letterlijk op mekaar. Wanneer de gehaaste voetgangers met reistassen van groep A opmerken dat groep B is samengesteld door bodyguards, personeel van die Luchthaven, een verpleegster en een kaarsrechte grote zwarte man in een prachtig blauw kostuum, dan ontstaat er weldra een samenscholing van een dertigtal personen.Plots is het duidelijk. In het midden van dat kruispunt staat een V.I.P. en niet de minste want zijn dubbele naam komt uit alle verwonderde monden van de mensen uit groep A : Cassius Clay of Muhammad Ali.
    Ongelooflijk, wellicht omdat in het beloofde land  USA alles mogelijk is, en voor mij uit het verre kleine België staat op vier stappen van mij  The Greatest, de Olympische Kampioen en Wereldkampioen , dé sportman van de Twintigste Eeuw, the Heavyweight Worldchampion, de enige kerel die nog straffer was dan onze champion  Eddy Merckx :  MUHAMMAD ALI. 

    Eerst meende ik dat het een etalagepop, of een standbeeld was, zo stijf en zelfs slaperig was hij. Misschien had hij wegens zijn mindere gezondheid medicatie geslikt of kwam hij juist uit de V.I.P. Lounge waar hij in een diepe zetel even een dutje had gedaan. Maar hij wordt toch helemaal levend en wakker. De zwarte parel wordt bestormd door de daar toevallig vertoevende reizigers die talrijk zijn ondanks het late uur. Naar Amerikaans gebruik willen zij allemaal een handtekening. De grote man glimlacht, tekent, schudt handjes, laat zich fotograferen met een jongetje in een rolstoel, maar de mensen overdrijven, drungelen, worden wild en onbeleefd,  en reeds moeten de bodyguards met open gespierde armen de aandikkende menigte wegduwen. Dit is het begin aan het worden van een gevaarlijke 'stampede'. Ook de verpleegster en de officier van de American Airways reageren. Want het is toch geweten dat Ali al een hele tijd ernstig ziek is.

    Maar de oude sportheld  is deze toestanden gewoon. Hij geniet zelfs nog van zijn blijvende enorme populariteit die hij in de gouden sixties veroverde door het beest Sonny Liston en nadien nog anderen in de ring plat te slaan. Mister Cassius Clay begint zelfs met de mensen te praten en hen een typische vraag te stellen, en dat is in de oppervlakkig doch vriendelijke States ' Where are you from ... ?'  De duwende omstaanders die allen menen dat die vraag aan hen persoonlijk wordt gesteld, antwoorden allemaal tegelijk ...  maar het klinkt als een verschrikkelijk Babelse wartaal ChiAmstcagodamMiaBrusselsmi... . Op zo iets kan de reus niets antwoorden . Hij meet 1m91  en plots wringt hij zich uit de omhelzingen weg als zou de gong hebben geslagen. Hij huppelt drie grote stappen naar mij. Ik meet ook 1m91, en als ware ik de paal in de Ali-zithoek van de ring, stelt hij ook opnieuw aan mij de vraag  ' Where are you from ?' .

    Ik was al zeven weken weg van thuis, want ik reed op mijn fiets gedurende zeven weken doorheen grootse natuurgebieden in de USA. Ik wist niet meer van waar ik was, een pelgrim onder Gods hemel op weg naar  ...  maar in het aanschijn van Ali kon ik toen niets zeggen, want zoals niemand in België weet waar Wyoming ligt, kon ik toch niet verlangen van de grote boxer dat hij daar en op dat ogenblik , nog half in slaap, zou weten waar België ligt ... !  Maar zoals in de Grote Kwis die men op een dag in 't leven wint , kwam onverwachts vanuit mijn brein naar het puntje van mijn tong het goede antwoord dat ik aan The Greatest moest geven !   Ik schreeuwde boven het lawaai uit en zei tegen Muhammad Ali die op amper een armlengte van mij stond, net wat deze man nodig had om allen die hem ooit bedreigden K.O. te slaan, ... ' I'm a heavyweight. I'm an old friend of Jean-Pierre Coopman from Flanders and You are the Greatest  !...'  . Toen kwam Muhammad Ali nog een stap dichterbij en we gaven mekaar de hand, want de naam Coopman was nog altijd een goede sleutel  waarmee het brein en het grote hart van die superchampion open ging.  Ik was even in zijn memorie binnengestapt en dat deed hem goed. Hij vergat dat hij leed aan de beginnende kwalen van Parkinson, Altzheimer, en aan zijn prostaat. Ik voelde de hand waarmee die man een stalen vuist had gemaakt waarmee hij minstens 100.000.000 $ had verdiend. Toen zetten Ali en zijn beschermers het op een loopje , naar links, en werd het kruispunt weer geopend, want plots beseften alle reizigers dat ergens nog een groot vliegtuig op hen te wachten stond.  Formidabel moment. Echt gebeurd.  Om nooit te vergeten !

    Misschien kan ik toch ook nog eens een pintje drinken met Jean-Pierre Coopman. Dat zou ook mooi zijn !  Op 20 februari 1976 te San Juan de Porto-Rico was er internationale belangstelling  voor de titelkamp van Muhammad Ali  tegen Jean-Pierre Coopman uit West-Vlaanderen. Ruim 33 jaren gingen ondertussen voorbij en nog mag niet vergeten worden dat er toen een kerel van bij ons,  een echte flandrien, gedurende 14'46"  met zijn vuisten heeft stand gehouden tegenover de grootste van alle sportmannen die er ooit waren.  Te Cincinnati heb ik in 1997 kunnen vaststellen dat Muhammad Ali, zelfs niet meer zo fit en wakker als vroeger, toch nog altijd goed wist wie Jean-Pierre Coopman was. Hun legendarische boksmatch was toen reeds 259 maanden voorbij.

     

    29-11-2010 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-11-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.REIS NAAR BIRMINGHAM 1977.
    Zondag 27 maart 1977.

    Pas thuisgekomen van een interclubmatch in het Luikse vertrekt de Voorzitter van LSV Tafeltennisclub Landen om 7u15 reeds met vrouw en kind  naar Engeland waar The International Table Tennis Federation haar wereldkampioenschap inricht tijdens de volgende dagen.
    9u00 - De rode Datsun 180B komt aan te Oostende en scheept in op de Ferry Oostende-Dover. De kosten bedragen 2.662 bfr.  De naam van de boot is Prince Philippe.
    14u00- Dover - Fokestone-  slecht weer - aan de linkse kant van de weg rijden.

    HASTINGS.   Dit is een belangrijke historische plaats waar op 14/10/1066  De Slag van Hastings werd gewonnen door de Normandiërs Willem de Veroveraar . Hij versloeg er Harold De Koning van de Angelsaksers, die zopas de Vikings defitie had verdreven in een vorige veldslag. In de lente van datzelfde jaar 1066 was de komeet Halley voorbijgekomen en dat was een teken geweest van Gods wil dat voortaan de Normandiërs over Groot-Brittanië zouden heersen. Willem (1027-1087) was een onechtelijk kind van Hertog Robert De Duivel die tijdens een pelgrimstocht naar Jeruzalem stierf in 1035. Hij was 1m75 groot en dat was in die tijd bijzonder hoog voor een man. Hij was gehuwd met Mathilde van Vlaanderen met wie hij tien kinderen zou hebben. Op het slagveld vocht Willem met 8000 mannen tegen Harold die over 8500 mannen beschikten. Vlaamse boogschutters stonden aan de zijde van Willem de Normandiër . Eén van hun pijlen trof Harold precies in het rechteroog, hetgeen zijn dood betekende. De Angelsaksische koninklijke garde was samengesteld door een infanterie van reuzen gehuld in zware maliënkolders die met bijlen verschrikkelijk konden te keer gaar, maar zij waren vergezeld door vele boeren die niet konden vechten  en die slecht bewapend waren. Aan de zijde van Willem de Veroveraar stonden ridders en zonen van adelijke families uit de West-Europese gebieden die niet sterk waren doch wel slim, goed getraind, mobiel, en door God uitverkoren om deze Slag te winnen. Dit epos werd uitgebeeld op de Tapijten van Bayeux, een borduurwerk van onschatbare waarde.


    Tapijten van Bayeux - Hastings 1066 .

    We tanken voor 5 £ benzine en vermits 1 gallon 0,78 £  kost  zouden we moeten 6,4 gallons bekomen hebben.  De hele tijd blijft het maar motregenen.  Worthing.  Bognar Regis.
    19u45 -  We stoppen te Havant na  402 km.  O, ja, eerst moet ik nog bekennen dat ik de drie eerste uren nog niet begrepen had dat in Engeland de afstanden in mijlen op de verkeersplaten stond.  Ik meende dat we in het slechte weer, tijdens het linksrijden, met de ronde punten, met de heuvels en de kronkelende wegen, door de schapen, wij helemaal niet vooruit geraakten.
    Normaal want een mijl is veel langer dan een kilometer. Toen ik dit begreep, liet ik een lange zucht !

    HOTEL THE BEAR   -  met kleurentelevisie op de kamer !      23£32 .
    Lovely old hotel met traditionele charme waar Queen Victoria, Churchill en Eisenhower eerder hadden gelogeerd .

    Monday , 28th of March 1977.

    8u45 -  Na excellent breakfast met ons drietjes terug op pad - Wind, koude, maar toch ook zon. Te Southampton is het druk.
    10u20- Km 481- We bereiken de kathedraal van Salisbury.  Wandeling en shopping.
    12u20 - Op weg naar Stonehenge, naar de mysterieuze staande stenen die zich daar reeds 4600 jaren bevinden. Wandeling en picknick nabij deze voorhistorische plaats.

     
    Het unieke megalithische monument

    13u45- vertrek- Km 503-  We bereiken Bath, bezoeken er het American Museum, shopping, en kaartjes met postzegels sturen naar het thuisfront, want als we dat op deze tweede dag niet doen arriveren zij na onze terugkeer, hetgeen dan echt belachelijk is en geldverspilling. 
    Km572- 17u30-  naar Bristol-  Avonmonth-  We zien de zee. 18u30.
    We rijden tot Alveston  19u20 - Km 628 - The Ship Inn Lodge Hotel - 19£40.

    Ondertussen te Birmingham op dieze zelfde maandag in The Great Hall of the University had Charles Wyles de voorzitter van de Engelse Tafeltennisbond  de start gegeven van de wereldkampioenschappen voor table tennis players & pingpongers.  De tweejaarlijkse algemene vergadering van de ITTF had er plaatsgevonden. De internationale tafeltennisfamilie had zich kunnen verheugen dat er vijf nieuwe landen waren bijgekomen , en dat waren Somalië, Cameroun, Côte d'Ivoire, Mauretanië, en Zambia, zodat het aantal landen waar georganiseerd tafeltennis werd gespeeld nu kwam op 177.  Roy Evans uit Wales werd herkozen tot internationaal president van deze sport.  Mexico zou voortaan niet meer behoren tot  continentaal  Noord-America , maar wel tot het Spaanssprekend continent Zuid -America. Een Noord-Koraanse delegatieleider werd die ochtend door een auto omver gereden en was alzo niet op de vergadering geraakt. De Dominicaanse Republiek , Zuid-Afrika, Cuba, waren afwezig, doch hadden een geldige volmacht bezorgd aan Duitsland, Egypte, en Czecoslovakije, en vooral werd er ook officieel medegedeeld dat niets nog in de weg stond om tafeltennis als mondiale sport op de Olympische Spelen  te zien.
    Er werd ook een nieuw punt in het sportreglement goedgekeurd: iedere speler zal voortaan zijn palet in de handen van zijn tegenstrever moeten overhandigen opdat deze tegenstrever het eens aandachtig observeert op gebied van de rubbers die tijdens de komende balwisselingen zullen worden gebruikt ( alle kleuren van rubbers bleven echter nog in gebruik).
     

    Tuesday  29th of March 1977.

    Start om 9u00 - Tanken  0,845 £ pro gallon, duurder dan op de autosnelweg.
    We vorderen en doen nog aan wat shopping .  Te Birmingham vinden we per gelukkig toeval een kamer boven een Italiaans restaurant. Omdat ik bang was om niets te vinden, aanvaardde ik toch maar dit ellendig kamertje dat wel in het midden van de stad was gelegen.

    We gaan op zoek op de Bickenhill Parkway naar het National Exhibition Centre van Birmingham  waar de wereldkampioenschappen plaatsvinden.  We kunnen ook ons hotel terugvinden, hetgeen niet altijd evident is in een grote onbekende Engelse stad. 
    Km 814 - We eten Italiaans op de plaats waar we slapen. De verwarming met gas maakt ons wel wat angstig, daarom zorgen wij voor lucht, maar het vensterraam geeft uit op een blinde muur en er komen langs die vuile muur geuren en geluiden uit de keuken naar boven.

    Wednesday 30th of March 1977.
    9u00 - vertrek naar het tafeltennis in de NEC van Birmingham voor een gans dag intens supporteren en kijken naar de betere spelers, maar ook om in de immense hallen rond te wandelen en te kijken wat SPORTACUS 77 te bieden heeft.   Dit is de grote internationale beurs van alle sportartikelen die betrekking hebben op de tafeltennissport.

    Ik koop genummerde zitplaatsen voor de finales in de hoofdarena  van de dames interlands  en van de heren interlands, dus de ultieme match voor de Corbillon Cup tussen China en Zuid-Korea, en de ultieme match voor de Sweathling Cup tussen China en Japan.  Tussen deze matchen in mogen we op vele andere plaatsen gaan zitten op de ongenummerde plaatsen  om hier en daar naar andere confrontaties te kijken  want er zijn  vier zalen en er wordt gepeeld op 80 tafels. We lopen ook rond op de beurs , althans ik, want voor niet fanaten duurt zo'n hele dag te lang, en we eten en drinken daarom af en toe wat .  Mijn dochtertje is moe, zij heeft teveel coca-cola gedronken, en heeft daar wat last aan haar lever van. Zij heeft er zelfs uitslag van gekregen.

    Ik kom ook terecht tussen de Belgen van onze nationale damesploeg en volg de wedstrijd Hongkong-België . Maar op dat ogenblik is er heelwat ruzie en stress in hun rangen. Alle Belgen speelden verschrikkelijk slecht, en dus is het best dat ik alles ben vergeten wat daar precies was gebeurd, zodat ik dit paragraafje kan afsluiten met een punt.

    20u45 - terug in het hotel na een vermoeiende dag, waar we toch nog lekker Italiaans eten. Om af te kunnen rekenen met de baas en niet met het ochtendpersoneel, vragen we onze rekening voor de twee overnachtingen, met avondeten en breakfast, en dat valt best mee want het is  47,00 £ .
    Zo hoop ik 'na het opstaan vlugger te kunnen vertrekken.

    Uitslag Heren Wereldkampioenschap voor landenteams ( Sweathling Cup) :
    1. China, 2.Japan, 3.Zweden, 4. Hongarije, 5. Duitsland, 6. Czechoslovakije, 7. Rusland, 8. Joego-Slavie, .......enz. ...... 25. Nederland, 26. Israël, 27. Luxemburg, 28. Schotland, 29. Egypte, 30. Zwitserland, 31. België, 32. Iran, 33. Maleisië, 34. Singapore,  ...........
    Uitslag Dames Wereldkampioenchap voor landenteams (Corbillon Cup) :
    1. China, 2. Zuid-Korea, 3. Noord-Korea, 4. Japan, 5. Hongarije , 6. Rusland, 7. Hongkong, 8. Engeland, ..............enz. ....... 15. Bulgarije, 16. Polen, 17. België, 18. Indonesia, ..............

     Thursday 31th  of   March 1977.

    Km855 - Slecht weer en door de mist vertrekken wij toch maar om 9u00.
    10u30- Ludlow- Km 920- Bishopscastle- Montgomery in Wales-  tanken voor 7,00 £ .
    Middagpauze van 12u25 tot 13u00  - Km 981- Beslissing van onze reis in te korten.
    Schrewsbury - 13u35  - Km 1010- rust tot 15u00 .
    We bereiken Stratford upon Avon ,van waar Shakespeare kwam , en we maken er een wandeling.
    19u00  , nabij Oxford vinden wij een motel  -  Prijs   11,75 £ .

    Friday  1st op April 1977.

    Vertek 10u00- Km 1180-  Tot 11u30 wandeling door Oxford.
    We rijden richting voorsteden van Londen , en boven op een brug krijgen we plots een klapband, dat maakt Wilfried zo razend zenuwachtig dat hij niet in staat is van band te wisselen, maar Sonja die wat meer kalmte en ook zelfs meer ervaring heeft in het wisselen van een band, lost dit probleem op . Bovendien zien wij kort daarna een garage waar banden worden verkocht, en we vervangen daar de kapotte autoband met een andere van identieke aard en merk. Dit verliep vrij snel  en vanaf 14u00  wringen we ons door het hart van linksrijdende Londen. We merken op Hyde Park, Trafalgare Square, Waterloo Bridge, Piccadily Circus, tot wij reeds gekomen in Zuid Oost Londen vastzitten in de verkeershel . Het is ondertussen 16u00.Via Rochester bereiken we om 18u30 Canterbury ( Km 1403)  en dan bollen wij door tot Ramsgate waar we kunnen boeken op de Hoovercraft van de volgende dag.
    20u00 -  We nemen onze intrek in een kusthotelletje Cliftophotel voor slecht  7,50 £.
    Vermoeidheid, slecht weer, maar wel gezonde zeelucht uit de Noordzee.

    Saturday 2th of April 1977.
    Ramsgate aan zee - Km 1438- Na de breakfast verlaten we ons vakantiehuis om 8u25.  Het is winderig met storm op zee. Zo vernemen wij dat onze Hoverlloyd naar Calais niet zal vertrekken in de voormiddag. We hebben  tijd om Ramsgate te leren kennen , en we genieten van de wilde zee.
    Om 14u00 vernemen we dat de overtocht nog is uitgesteld. Doch, om 15u15 schuift dat vreselijk gedrocht dat zo'n Hoovercraft is dan toch de baren op. Wilfried heeft gelukkig sedert uren niets gegeten, want hij ziet wit en daarna geel. Maar ondanks de grote opengespreide zak om over te geven en de lachende vrouwen rond hem, zal hij niet vuil doen. We zijn vlug en ongedeerd terug op Frans grondgebied. Het is zowat 16u00 en dus rijden en rijden maar om nog te geraken te Landen waar Wilfried als C-speler de kleuren van zijn tafeltennsploeg Landen B moet verdedigen, ten laatste vanaf 19u50 in de Landense sporthal.  De autorit Calais-Landen ( een heel stuk aan overdreven snelheid ) verloopt zonder problemen
    . Om 19u15 zijn Wilfried, Sonja, en Anneke weer thuis. Om 19u25 staat Wilfried al in de sporthal, gelegen op 300 m van zijn huis. Daar wordt hij kwaad omdat zijn drie ploegmakkers er nog niet zijn, terwijl zijn vier tegenstrevers wel al waren aangekomen.  Dit feit nooit worden vergeten en zal meespelen op de dag dat de Voorzitter van de Landense Tafeltennisclub zijn ontslag zal geven, zodat hijzelf ook altijd zal kunnen te laat komen, en nooit tafels opstellen, en alleen nog maar zal competitie spelen als hem dat nog past, en liefst zo laag mogelijk !.

    Birmingham 1977 - Even terugblikken.
     Enkelspel Mannen :
    Wereldkampioen :  Mitsuru Kohno (Japan)

    verder: Kuo Yao Hua, Li Chen-Chih, Liang-Ko-Liang, Huang Liang, Lu Yuan Cheng, Dragutin Surbek, Stellan Bengtsson, Patrick Birocheau, Wilfried Lieck, Wang Chien-Chang, Milan Orlowski, Gabor Gergely, Tibor Klampar, Jacques Secrétin, Patrick Birocheau, Christian Martin,  Anton Stipancic, Kjell Johansson, Paul Day, Desmond Douglas, Norbert Vandewalle, Danny Seemiller, enz.

    Enkelspel Dames :
    Wereldkampioene: Pak Yun Sun  ( Noord-Korea)

    Dubbelspel Heren/ Dubbelspel Dames/
    Dubbel- Gemengd : Secrétin en Bergeret   ( Frankrijk)

    Met haar prachtig lijfje was de frele Noord-Koreaanse Pak Yun Sun  een gedroomde kampioene voor gans Azië. Zij tafeltenniste op een schone en aristocratische manier. Zij had een hemelse uitstraling. Zij kreeg daarom van de Chinese hoofdcoach deze titel cadeau, want die man wou geen jalouzie tussen de speelsters van zijn team. In de finale was het duidelijk dat de laatste Chinese niet mocht winnen en dat zij serveerde met opzet in het net. Ook de andere finalewedstrijden in enkelspel en dubbelspelen kenden  zulke  rare verlopen, behalve de overwinnig van het Franse paar Secrétin-Bergeret  die echt goed hadden gespeeld. We moeten  weten wat er gaande was op dat ogenblik in het grote China, na de jaren van Mao, van de culturele revolutie, van de Pingpong Diplomacy , was bouwen aan vriendschappen  veel belangrijker geworden dan winnen voor de Chinezen van de wijze en charmante Li Fu Rong , de legendarische kampioen, trainer, en raadgever. Vermits er nog geen hopen dollars te verdienen waren zoals vandaag, was het niet gewenst van zich boven anderen te verheffen met een te dikke nek die wel vlug zou dichtgenepen worden.
    De Chinezen liepen te Birmingham rond in lelijke wollen traingen van rode kleur met kleine katoenen sloefjes in hun voeten. Zij waren zeer nederig en nog straatarm. In de landencompetitie hadden zij getoond van de besten te zijn , dat moest niet worden herhaald. Van hen mochten ook de kameraden proletariërs van andere nationaliteiten winnen en met  gouden medailles naar huis trekken als hen dat rijk en gelukkig kon maken, of indien een belangrijke Chinees dat van hen verlangde.


    De Nederlandse Bettina Vriesekoop bereikte in 1977 reeds de hoofdtabel van het dames enkelspel, alhoewel zij toen nog maar 15 jaar oud was. In 2011 wordt zij de gastvrouw van de wereldkampioenschappen te Rotterdam.

    26-11-2010 om 09:05 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)



    EINDE
    VAN DEZE BLOG
    26 08 2012

    Foto

    Foto

    Hoe sterk is de eenzame fietser
    Die krom gebogen over z'n stuur tegen de wind
    Zichzelf een weg baant


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Zoeken in blog


    Foto

    Foto

    Foto

    Een bescheiden blik in de geschiedenis van de wielersport is vaak al voldoende om de fascinatie te proeven.
    OLYMPIA 1981 YVES MONTANT   A BICYCLETTE
    http://www.youtube.com/watch?v=lOZPWpiNUWQ&feature=related



    La bicyclette

    Quand on partait de bon matin
    Quand on partait sur les chemins
    A bicyclette
    Nous étions quelques bons copains
    Y avait Fernand y avait Firmin
    Y avait Francis et Sébastien
    Et puis Paulette

    On était tous amoureux d'elle
    On se sentait pousser des ailes
    A bicyclette
    Sur les petits chemins de terre
    On a souvent vécu l'enfer
    Pour ne pas mettre pied à terre
    Devant Paulette
    Faut dire qu'elle y mettait du cœur
    C'était la fille du facteur
    A bicyclette
    Et depuis qu'elle avait huit ans
    Elle avait fait en le suivant
    Tous les chemins environnants
    A bicyclette


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    NATHALIE.

    La place Rouge était vide
    Devant moi marchait Nathalie
    Il avait un joli nom, mon guide
    Nathalie...
    La place Rouge était blanche
    La neige faisait un tapis
    Et je suivais par ce froid dimanche
    Nathalie...
    Elle parlait en phrases sobres
    De la révolution d'octobre
    Je pensais déjà
    Qu'après le tombeau de Lénine
    On irait au café Pouchkine
    Boire un chocolat...
    La place Rouge était vide
    Je lui pris son bras, elle a souri
    Il avait des cheveux blonds, mon guide
    Nathalie... Nathalie
    Dans sa chambre à l'université
    Une bande d'étudiants
    L'attendait impatiemment
    On a ri, on a beaucoup parlé
    Ils voulaient tout savoir, Nathalie traduisait
    Moscou, les plaines d'Ukraine
    Et les Champs-Élysées
    On a tout mélangé et on a chanté
    Et puis ils ont débouché
    En riant à l'avance
    Du champagne de France
    Et on a dansé...
    La, la la...
    Et quand la chambre fut vide
    Tous les amis étaient partis
    Je suis resté seul avec mon guide
    Nathalie...
    Plus question de phrases sobres
    Ni de révolution d'octobre
    On n'en était plus là
    Fini le tombeau de Lénine
    Le chocolat de chez Pouchkine
    C'était loin déjà...
    Que ma vie me semble vide
    Mais je sais qu'un jour à Paris
    C'est moi qui lui servirai de guide
    Nathalie... Nathalie


    Foto

    Foto

    Foto

    Marianne de ma jeunesse
    Ton manoir se dressait
    Sur la pauvre richesses
    De mon rêve enchanté

    Les sapins sous le vent
    Sifflent un air étrange
    Où les voix se mélangent
    De nains et de géants

    Marianne de ma jeunesse
    Tu as ressuscité
    Des démons des princesses
    Qui dans moi sommeillaient

    Car ton nom fait partie
    Marianne de ma jeunesse
    Du dérisoire livre
    Où tout enfant voudrait vivre

    Marianne de ma jeunesse
    Nos deux ombres enfuies
    Se donnèrent promesse
    Par-delà leurs joies et leur vie

    Marianne de ma jeunesse
    J'ai serré sur mon cœur
    Presque avec maladresse
    Ton mouchoir de pluie et de pleurs

    Foto

    http://nl.youtube.com/watch?v=lgUrlO6hku8
    Les Baladins
    http://nl.youtube.com/watch?v=75lFwcGucOA&feature=related
    Marie Marie
    http://nl.youtube.com/watch?v=AaXY59mg9QE
    Nathalie   - Spaanse versie

    http://fr.youtube.com/watch?v=27eWewocQm4&feature=related
    Nathalie mon guide avait des cheveux blonds

    Foto

    MON ARBRE
    Louis Amade 1964

    Il avait poussé par hasard
    Dans notre cour sans le savoir
    Comme un aveugle dans le noir
    Mon arbre
    Il était si petit
    Que c'était mon ami
    Car j'étais tout petit
    Comme lui
    J'attendais de lui le printemps
    Avec deux ou trois fleurs d'argent
    Un peu de vert, un peu de blanc
    Mon arbre
    Et ma vie s'accrochait
    A cet arbre léger
    Qui grandissait
    Comme je grandissais


    Foto

    Chanson de
    GILBERT BECAUD

    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    Quand tu n'es pas là
    S'arrètent de chanter
    Et se mettent à pleurer
    Larmes de pluie au ciel d'été
    Quand tu n'es pas là
    Le silence qui gronde
    Me donne si froid
    Qu'un jour ensolleillé
    Me fait presque pleurer
    Larmes d'ennui malgré l'été
    La ville fait de grâces 
    La lune des grimaces
    Qui me laissent sans joie
    Les cantiques d'églises
    Malgré tout ce qu'ils disent
    Me font perdre la foi
    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    La nuit sur mon toit
    Viennent se rassembler
    Et pour me consoler
    Chantent tout bas
    ' Elle reviendra ' 
    Quand tu reviendras
    De l'autre bout du monde
    Quand tu reviendras
    Les oiseaux dans le ciel
    Pourront battre des ailes
    Chanter de joie
    Lorsque tu reviendras !


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Le Pianiste de Varsovie
    Gilbert Bécaud

    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Chopin
    Je l`aime bien, Chopin
    Je jouais bien Chopin
    Chez moi à Varsovie
    Où j`ai grandi à l`ombre
    A l`ombre de la gloire de Chopin
    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Plus de sentiment
    Plus de mouvement
    Plus d`envolée
    Bien bien plus léger
    Joue mon garçon avec ton coeur
    Me disait-il pendant des heures
    Premier concert devant le noir
    Je suis seul avec mon piano
    Et ça finit par des bravos
    Des bravos, j`en cueille par millions
    A tous les coins de l`horizon
    Des pas qui claquent
    Des murs qui craquent
    Des pas qui foulent
    Des murs qui croulent
    Pourquoi?
    Des yeux qui pleurent
    Des mains qui meurent
    Des pas qui chassent
    Des pas qui glacent
    Pourquoi
    Le ciel est-il si loin de nous?
    Je ne sais pas pourquoi
    Mais tout cela me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    What does not destroy us makes us stronger.
    Foto

    Foto

    Rondvraag / Poll
    Wie wordt wereldkampioen 2012 bij de profs ?
    Philippe Gilbert
    Greg Van Avermaet
    Ryder Hesjedal
    Johan Vansummeren
    Giovanni Visconti
    Alejandro Valverde
    Samuel Sanchez
    Joaquin Rodriguez
    Maxime Monfort
    Roman Kreuziger
    Vincenzo Nibali
    Peter Sagan
    Damiano Cunego
    Diego Ulissi
    Bradley Wiggins
    Rigoberto Uran
    Edvald Boasson Hagen
    Chris Froome
    Thomas Voeckler
    een andere renner ....
    Bekijk resultaat


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    À la claire fontaine

    M'en allant promener,
    J'ai trouvé l'eau si belle,
    Que je m'y suis baignée.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Sous les feuilles d'un chêne
    Je me suis fait sécher,
    Sur la plus haute branche,
    Un rossignol chantait.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Chante, rossignol, chante,
    Toi qui as le coeur gai,
    Tu as le coeur a rire,
    Moi, je l'ai à pleurer.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    J'ai perdu mon ami
    Sans l'avoir mérité,
    Pour un bouquet de roses,
    Que je lui refusai.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Je voudrais que la rose
    Fût encore au rosier,
    Et que mon doux ami
    Fût encore à m'aimer


    Foto

    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008

    Foto

    Foto

    Engelbert Humperdinck
    Les Bicyclettes De Belsize

    Turning and turning, the world goes on
    We can't change it, my friend
    Let us go riding now through the days
    Together to the end
    Till the end

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize

    Spinning and spinning, the dreams I know
    Rolling on through my head
    Let us enjoy them before they go
    Come the dawn, they all are dead
    Yes, they're dead

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize


    Foto

    Foto

    Julia Tulkens .

    Hebben wij elkaar
    gevonden in dit land
    van klei en mist
    waar tussen hemel
    en aarde ons leven
    wordt uitgewist  ?

    Ben ik nog schaduw,
    ben ik al licht,
    of is d'oneindigheid
    mijn aangezicht ?

    Treed ik in wolken of
    in hemelgrond ?
    Er ruist een hooglied aan
    mijn lichte mond.
    In uw omarming hoe
    ik rijzend ril ...
    Mijn haren wuiven en
    de tijd valt stil .
     
                                Julia Tulkens.

    Foto

    Foto

    SONNET POUR HELENE

    Quand vous serez bien vieille, au soir, à la chandelle,
    Assise auprès du feu, dévidant et filant,
    Direz, chantant mes vers, en vous émerveillant :
    Papoum me célébrait du temps que j’étais belle.

    Lors, vous n’aurez servante oyant telle nouvelle,
    Déjà sous le labeur à demi sommeillant,
    Qui au bruit de mon nom ne s’aille réveillant,
    Bénissant votre nom de louange immortelle.

    Je serai sous la terre et fantôme sans os :
    Par les ombres myrteux je prendrai mon repos :
    Vous serez au foyer une vieille accroupie,

    Regrettant mon amour et votre fier dédain.
    Vivez, si m’en croyez, n’attendez à demain :
    Cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie.

    Regretting my love, and regretting your disdain.
    Heed me, and live for now: this time won’t come again.
    Come, pluck now — today — life’s so quickly-fading rose.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • pilne oferta kredytów (Rev Mark Donand)
        op Het liedje uit het land van Pele.
  • Na een drukkende en zwoele nacht kom ik u een fijne nieuwe week wensen (Jeske )
        op De Flandriens uit Limburg.
  • Wens je een fijne zaterdag (Nikki)
        op De Wielersport in Denemarken.
  • Verjaardag (Harry Hermkens)
        op Eddy won het groen nadat ik schitterend had gekwist toen .
  • Zelfde geboortejaar is altijd oké goede nacht gewenst... (Ton)
        op Overzicht van de Belgische renners bij de Continentale Profteams.
  • YcQZhoeZjAsbugbi (MYbxlIuubDvA)
        op Blasius van Walsbets, Blaise Pascal en Blaise Cendrars .
  • middelste daggroeten "s middags van F (frankie)
        op Blasius van Walsbets, Blaise Pascal en Blaise Cendrars .
  • WEEKENDGROETJES van de familie Valerieke (valerieke)
        op Le nouveau Phinney est arrivé.
  • Vriendelijke zondaggroetjes (valerieke)
        op Le nouveau Phinney est arrivé.
  • verjaardag (Harry Hermkens)
        op Ik ben nu 67 geworden.
  • Foto

    Archief per maand
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Gastenboek
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • Genieten!!!!!
  • Genieten!!!!!
  • Verder dan Rome
  • Felix Bongers Web Page

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Foto

    Will Tura:
    Eenzaam Zonder Jou songtekst

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Niets kan mij binden bij mijn vrienden
    Bij hen kan ik het niet meer vinden
    Het liefste ben ik dicht bij jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Ook als het dansorkest gaat spelen
    Want dansen gaat mij gauw vervelen
    Als ik jou niet in m'n armen hou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Jij weet dat ik op jou zou wachten
    Maar leef ik ook nog in jouw gedachten
    En ben je mij nog altijd trouw

    Ik kan niet verder zonder jou
    Mijn leven zou ik voor jou geven
    In al mijn brieven staat geschreven
    Ik ben zo eenzaam zonder jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!