Fatima


Francisco Marto
Geboren op 11/6/1908 en overleden op 4/4/1919.
Hij was de broer van Jacinta en de neef van Lucia. Tijdens de verschijningen van de engel en O.L.Vrouw zag hij alles maar hoorde niets. Francisco sprak ook nooit tegen O.L.Vrouw. Lucia en Jacinta zegden hem de woorden van de engel en O.L.Vrouw. O.L.Vrouw zei dat Francisco vroeg zou sterven. Toen Lucia vroeg of hij in de hemel zou komen, zei O.L.Vrouw: “Ja, maar hij zal nog dikwijls de rozenkrans moeten bidden.” Zo werd Francisco een Biddende Jongen. Dat was zijn eerste zending. De mensen begonnen hem ook te vragen om voor hun noden te bidden, dit was zijn tweede zending. Omdat hij niet lang meer zou leven, had het geen zin nog te leren lezen en schrijven en bleef hij weg van school. Hij zat liever in de kerk bij Jezus of zijn derde zending. Het raakte hem dat Jezus bedroeft was. Francisco had de gave van tranen en weende met Jezus om Hem te Troosten zijn vierde zending.
In 1918 werd hij ernstig ziek. Tijdens zijn ziekte bleef hij offers brengen. Hij zei: “ Ik lijd veel, maar ik lijd uit liefde tot Jezus en Maria. Ik wil nog meer lijden, maar ik kan niet.” Daar hij dikwijls te zwak was om de rozenkrans te bidden, vroeg hij aan Lucia en Jacinta om luidop voor te bidden.
Hij stierf op 4/4/1919 en werd eerst begraven op het kerkhof van Fatima. Op 12/3/1952 werden zijn stoffelijke resten opgegraven en bijgezet in de rechter zijkapel van de rozenkransbasiliek. Hij werd samen met Jacinta door paus Johannes-Paulus II zalig verklaard op 13/5/2000.
Jacinta Marto
Zij werd geboren op 11/3/1910 en overleed op 20/2/1920. Zij was de zus van Francisco en de nicht van Lucia.
Tijdens de verschijning zag en hoorde zij alles, maar zelf sprak ze nooit tegen de engel of O.L.Vrouw. Jacinta was een verstandig en zeer gevoelig kind. Ze was sterk onder de indruk van wat O.L.Vrouw zei over het lijden van Jezus. Na het visioen van de hel wilde ze niets anders dan haar leven opofferen voor de redding van de zielen. Dat was haar eerste zending. Zij was diep getroffen door het lot van de zondaars. Ze bad, offerde en vastte zeer veel voor hun bekering. Alhoewel de zieners hadden afgesproken niets te vertellen na de eerste verschijning van O.L.Vrouw, was het Jacinta die het geheim verklapte aan haar moeder.
Haar tweede zending was het gebed voor de paus. Ze was de enige zienster die in een visioen de paus heeft gezien. Hij leed zeer veel door vervolgingen en oorlogen.
In 1918 werd Jacinta ziek. Men bracht haar naar het ziekenhuis. Twee maanden later keerde ze terug naar huis.
In februari 1920 bracht men haar naar een ziekenhuis in Lissabon. Ver van haar familie troostte zij zich te kunnen lijden voor de zondaars. O.L.Vrouw bezocht haar driemaal in het ziekenhuis. Zij sprak Jacinta over de verschillende levensstaten: over priesters, artsen, kloosterlingen, huwelijk, rijkdom en armoede, enz.
Ze stierf in grote eenzaamheid op 20/2/1920 en werd eerst begraven op het kerkhof van Vila Nova de Ourém.
In 1935 werd ze verplaats naar het kerkhof van Fatima, naast Francisco. Op 1/3/1951 werden haar stoffelijke resten bijgezet in de linker zijkapel van de rozenkransbasiliek te Fatima. Ze werd samen met Francisco zalig verklaard op 13/5/2000.





Bellegemseweg











