verdienstelijke persoon

verdienstelijke persoon
kunst en cultuurFrancky Pattyn
De nieuwbakken Rollegemnaar , sinds enkele weken verhuisd vanuit Aalbeke welke er in juni 1982 in slaagde, de o zo gaarne voor eigen volk te winnen, 11de grote prijs ereburgemeester Vandenberghe op zijn naam te schrijven. Hij heeft bij de juniores nu op zijn naam 5 overwinningen, 15 tweede plaatsen en nog een handvol in de eerste vijf. (Foto boek 31)
Hij doet op 3 augustus 1982 zijn overstap naar de liefhebbers.
1991 zet de Rollegemnaar een grote stap vooruit dank zij Roger De Vlaemick, hij heeft me de ogen geopend, op zijn aanraden is hij op een vastomlijnd schema beginnen trainen, en vond er van meet af aan baat bij. Dat hij Roger De Vlaemick graag had gevolgd naar TONTON TAPIS, hoefde hij niet te benadrukken.(13 juli 1991)
Ploegen: 1986 Robland-La-Claire-Fontaine-Biomas-Salvi-Galli (België)
1987 TeVe Blad-Eddy Merckx (België)
1988 Intral Renting-Nec-Ricoh-Merckx (België)
1989 Mini Flat – Isoglass (België)
1990 Isoglass – Garden Wood (België)
1991 Collstrop – Isoglass (Begië)
1992 Collstrop – Garden Wood – Histor (Begië)
Uitslagen: 1982 3de in trofee van Vlaanderen Reningelst, Junioren (BEL)
1983 3de in 1ste etappe tour du Hainaut Occidental, Amateurs, Moeskroen (BEL)
1984 1 ste in 2de etappe deel b Ronde van West-Vlaanderen (b) Waregem (BEL)
1985 1ste in 1ste etappe Circuit Franco-Belge, Leuze (BEL)
1985 3de in 2de etappe deel a Circuit Franco-Belge, Bailleul (BEL)
1985 1ste in Eindklassement Ronde van West-Vlaanderen (b), Poperinge (BEL)
1985 1ste in de Ronde Van Vlaanderen, U23 (BEL)
1986 3de in Provinciaal Kampioenschap West-Vlaanderen, op de weg Amateurs, België (BEL)
1986 3de in 2de etappe Ronde van West-Vlaanderen (b) Bellegem (BEL)
1986 1ste in 1ste etappe Ronde van België, Amateurs,La Calamine (BEL)
1986 3de in
Nationaal Kampioenschap, op de weg Amateurs, België, Oostnieuwkerke (BEL)
We hebben geen foto zie:
verdienstelijke persoon

1999
Zuster Lieve, of Alice Dumol Kreeg uit de handen van de Heer van Rollegem voor de eerste maal een erkenning als verdienstelijke persoon, en het deed de 82 jarige zuster bijzonder veel genoegen.
Zij werd geboren in Wijnnezele (Noord Frankrijk) op 28 februari 1917 , Ze ging naar Watou naar school. In 1938 trad ze binnen in het klooster van de Zusters van de H. Theresia. Korten tijd later vertrok ze naar Bakwanga in Zaïre, het toenmalige Congo. Ze kwam in 1966 aan te Rollegem, waar ze de huiselijke taken op zich nam. Al die jaren zorgde zuster Lieve er voor dat alle feesten op de parochie perfect verliepen. Ze zette zich in voor de Chiro en allerhande schoolfeesten. Ze zorgde ervoor dat er voldoende borden en het nodige matreaal voorhanden was. “Soms hadden we feesten voor 300 mensen, dat was sleuren geblazen, met zware bakken met borden en glazen.”
De erkenning die ze kreeg als verdienstelijke persoon voor al die jaren trouwe inzet deed haar bijzonder veel deugd.
Het was trouwens de eerste maal dat aan iemand van Rollegem deze eer te beurt viel, het werk achter de scherm waar weinigen zicht op hebben, zouden vanaf heden een pluimpje, of een schouder klopje krijgen, in de vorm van een boeketje bloemen.
oud RollegemOp 28 juni 1706 gehuwde hij een eerste maal met Marie-Ernestine de Houchin, dochter van Charles-Claude de Houchin ridder sire en markies de Longastre, heer d’Annezin enz..en van Beatrix-Jeanne-Claire-Therese du Chastel de la Howarderie, dame en burggravin de Haubourdin et d’Emmerin.
De graaf de Petrieu en zijn echtgenote deden op 19 augustus 1706 hun plechtige intrede in Houplin, ( terug te vinden in de Mémoires de la Société d’émultion de Roubaix, 1891-1892, Roubaix 1993, in 8° tome, VII van de tweede reeks, t, XIV van de collectie p.69.)
Op 22 mei 1721 overleed zijn vrouw op het kasteel de Beaumanoir, ze werd begraven onder het koor van de kerk van Houplin-Lez-Seclin.
Niet lang daarna hertrouwde de burggraaf de Petrieu met Marie-Charlotte monet de la Salle, Zij was de dochter van burggraaf de Beaumanoir te Houplin.
De burggraaf overleed in den ouderdom van 65 jaar op 7 oktober 1749. De dag daarna werd hij onder het koor naast zijn vrouw in de kerk van Houplin begraven.
Uit het eerste huwelijk waren er negen kinderen.
Het was Philippe-Alexandre-Alberic du Chastel, ridder, welke we rond de periode van 1776 zouden terug vinden als graaf de Petrieu, markies de Rolleghem, door de
akte van een nooddoop in de kapel van het kasteel de Beaumaroir op de 17de van mei. Hij werd geboren op de 16 mei 1718, waar hij pas op 9 juni gedoopt werd in Houplin van dat zelfde jaar. Hij had voor peter Philippe-Alexander de Ghisstelles, markies de St. Floris. De meter was Marie-Philippe-Albericque du Chastel dame de Verquin, dochter en erfgename van de graaf de Blangerval.
In 1780, werd la Vaquerie verkocht aan Mevrouw de Hauteclocque de Wail, geboren Marie-Yolande le Caron de Canettemont. Vaqueriette was achtereenvolgens van de Mieure, tot Bois de Boyeffes, en dan tot du Chastel de Bangerval en uiteindelijk tot de Houteclocque.
In 1788 leeft Phillippe du Casthel nog, hij was opdien ogenblik nog burgemeester d’Ancoisne en werd onder de edelen van het baljuwschap van Rijsel gerekend.
Th. Leurridan. Statistique féodale, Le Melantois, tome XXIV van de bulletin de la commision historique du Nord. P.121 vermeldt in dat jaar de samenkomst voor het kiezen van de afgevaardigden bij de Generale Staten.
Hij was gehuwd in Spanje, Barcelona, met Marie-Annette, Benedictine, Liberate de Sentmanat, dochter van don Juan-Mannoël de Sentmanat en van donna Maria-Anna de Cartena.Hij stierf in 1795, zonder kinderen na te laten. Zijn vrouw leefde in de weduwenstaat te Ancoise, parochie van Houpin, (gevonden in archives de l’état te Bergen, vroeger te Doornik, Rôles de plaids, 1795.)
kunst en cultuur

Junior Johnny Vanherreweghe
Hij werd geboren op 22 juni 1958. In 1975 ging hij van start. Na twee maanden nieuweling te zijn geweest moest hij reeds, omwille van zijn leeftijd naar de juniores. Zijn uitslagen een eerste en vijf vijfde prijzen in 1976
Een 2de plaats in het Eindklassement Fleche du Sud (LUX)
In Juli 1978 bij de liefhebbers in Tielt, overwinning voor Johnny. De Rollegemnaar is voort durend op de dichtste ere plaatsen, ontbeert wat geluk om palmen te veroveren
In 1980 is Johny weer in conditie , na een valpartij in de tweedaagse van de Gaverstreek, toen hij puik gerodeerd uit de Franco-Belge kwam. Dank zij de ronde van Limburg is hij weer de oude. Naast de laatste klassiekers is er ook de Italiaanse ritten wedstrijd waaraan Johny met de S.V. Deerlijk hopt te mogen meedingen. Op de cols aldaar trok hij vorig jaar al flink zijn streng.( foto boek 25) hij won vijf koersen bij de Juniores en is overgestapt naar de amateurs (Liefhebbers) Hij wil beroeprenner worden
Den Deerlijkse klepper die in de ronde van de vallei van Aosta in Italië een puike conditie onderstreep, won ook te Bissegem.
1980 2de in Internatie Reningelst (BEL)
1981 Johny is geselecteerd voor internatie Reningelst, samen met Dirk Demol Eric Vanlancker voor de ploeg Zuid, tevens waren er ook bij Paul Haghedoornen Luc Meerseman enz.
oud rollegemKataloog van november 1903 van Libraire L. Saffroy(1ste Pré-saint-germain, Seine, grand’rue, 73 en 27218 van deze kataloog. Tien pagina’s in folio, gedrukt in 1712.
Bij een andere herinnering voor Joseph du Chastel de Blangerval, graaf de Petrieu en voor A.Fr. graaf de Gand en van Anne-Michelle de Varennes, tegen Marie-Jeanne, die beweert weduwe te zijn van Joseph, graaf de Blangerval, en tegen de curator (toeziener) van het kind ontsproten aan genoemde “Manessier en de graaf de Blangerval.” De verwondering is groot, de enige voornaam van Joseph aan te treffen, voor de twee broers, waarvan de jongste, die voogd is met A. Fr. graaf de Gand. In de stamboom komt hij voor met drie voornamen: Albéric-Adrien-François. De wetsdienaar die dat geschreven heeft moet zijn cliënt heel goed gekend hebben.
Zelfs de graaf de Gand met de initialen A.Fr. , naaste familie van de kinderen van de graaf de Blangerval. Zie hier de namen Michel-Maximilien, markies de Hem, gehuwd op 15 maart 1704 met Marguerite-Charlotte de Berghes-Saint-Winnoc
François-Gilbert de Gand, Kanunnik van Doornik en Jacques-Ignace de Gand.
Ze hadden ook een oom Jacques de Gand-Villain, graaf de Gand, Hij was luitenant van de grenadiers bij het regiment van de Waalse garde in 1703, daarna kolonel bij de Duitse keizerlijke dienst.Hij lied zich Albert-François-Dominique noemen.
De tweede graaf Alberic-Adrien-François-Joseph du Chastel, die zijn broer opvolgt, had met zijn eerste vrouw vier kinderen en met zijn tweede, een zoon. Volgens de familie langs vaderszijde was het een bastaard. In de middeleeuwen kwam dit veel voor zelfs in de 17de en 18de eeuw, een buitenechtelijk kind dat meestal door de vader werd onderhouden, maar welke geen rechten had op een titel, troon of opvolging.
Marie-Philippine-Albericque du Chastel, gravin de Blagerval dame de Rolleghem, ze was gehuwd (met een contract) met François-Eugéne d’Assignies, procureur van Theerouanne. Het werd afgesloten op het kasteel van Werquin in Artois op 24 juli 1714. Hij was de zoon van Octave-Eugène d’Assignies, ridder, tweede markies de Wendi? Hij was gehuwd met Marie-Florence de Markais of Marquais, dame de Werquin.
Het nageslacht van dit huwelijk verbond zich aan de Tramecourt en smolt samen met het huis de Lannoy, tak van de graven d’Annepes, barons de Wasnes (te Toufflers) en d’ Espierres. Het leengoed bevindt zich op het grondgebied van Toufflers, Sailly en Templeuve-en-Pevele. Het behoorde tot het leengoed de Maufait, d’Outrewasne en du Chastelet aan de weg van Toufflers naar Doornik.Ze werden opgenomen in de “Nobilaire de Pays-bas” door de Vegiano, uitgave de Herckenrode, t.l. p.69 en in de Annuaire de la Noblesse de Belgique voor 1852, t.VI, p.208.
Deze dame had drie broers: de oudste, (overleden door te vroeg geboren) geboren op 11 juni 1697, en werd begraven in de kerk van Houplin. De tweede, evens overleden.
En een derde ( allen ouder dan zij), maar waarvan men denkt dat de derde wel eens de zoon zou geweest zijn van Marie-Jeanne Manesier(logementsdochter) die Guillaume-François genaamd en met de titel graaf de Blangerval, Rolleghem zou opgenomen zijn op 16 oktober 1719?
Het goed gaat terug naar de jongere tak genaamd de graven de Petrieu.
Alberic-Adrien-Francois-Joseph de Chastel, ridder genaamd graaf Joseph de Petrieu, heer d’Houplin, de Beaumanoir te Houplin, de Petrieu, enz.. Hij was lid van de staten d’Artois ten gevolge van ziin bezit de la Vaquerie (Dictionnaire historique et archéologique du département du Pas de Calais, arrondissement van Saint-Pol, Arras, Sueur-Charruey, 1880 in -8°, t.2, p.363.)
verdienstelijke persoonErkenning van den verdienstelijke persoon van Rollegem.
In 1999 heeft de Folkloreraad een nieuw initiatief in leven geroepen.
Vanaf heden zou men iemand een pluimpje, of een schouder klopje geven in de vorm van een boeketje bloemen
Het werk achter de schermen waar weinigen zicht op hebben, een klopje geven, zeggen mens doe zo voort. Ze komen maar zelden of nooit in het daglicht te staan maar het zijn keiharde werkers. Ze doen dingen in het dagelijkse leven waar niemand blijf bij stilstaan, het zijn haast schaduwen die voorbij glippen zonder dat we het zien maar het werk is verricht, niemand blijft er bij stilstaan, het zijn noeste werkers en daarom verdienen ze een bloempje. Ze staan niet op het podium, meestal hebben ze het opgebouwd of terug afgebroken. Ze zijn wat we noemen de werkers achter de scherm, mensen helpen daar waar nodig, en geloof ons, ze zijn o, zo moeilijk op een podium te krijgen.
Eenmaal dat men sterft zijn we allen helden iedereen weet wat ze waard zijn, we worden bewierookt met lof overgoten, maar bij leven. Zoek ze maar uit, dat was wat de raad ziet in een verdienstelijke persoon, en die zullen we zoeken! Een schouderklop een bedanking bij leven! En zo zal het geschieden:
oud rollegem
De heer van Rolleghem stierf in 1712 Ook hij was tweemaal gehuwd geweest.
De eerste maal met zijn nicht Anne-Marie-Petronelle-Michelle de Varennes Ze was de dochter van Michel-François de Varennes, ridder, heer de Houplin-lez- Seclin, de Beaumanoir te Houplin en Philippe-Françoise de Gand et Villain.
Bij het huwelijk waren de getuigen Michel-Maximilien de Gand; baron de Sailly-Lez-Lannoy ridder, en Lamorald le Ricque, jonker, heer de Steuvelles(Estevelles). In het achives de l’Etat-civil de Houplin, Nord,France kan men het zien in de huwelijksregisters van de parochie van Houplin waar de acte van dit huwelijk ingeschreven werd.
Wanneer zijn vrouw overleden is, ging de graaf de Blangerval een morganatisch huwelijk aan met Marie-Jeanne Mannessier ( huwelijk met de linker hand: huwelijk van een vorstelijk persoon met iemand van lagere rang, waardoor deze en eventuele kinderen van bepaalde aan vorstelijkheid verbonden rechten verstoken blijven onder de hoge adel waren deze huwelijken vroeger niet zeldzaam.) In een rechterlijk menoire is ze gekwalificeerd als een Logementdochter.Er waren geen kinderen.
Zoals het bij de dorpelingen ging, indien men huwen wilde zocht men een meisje van het dorp. Zo was het ook in de adel. Om tot de adel als kind te kunnen behoren, moeten, beide ouders afkomstig zijn van de adel. Zowel bij dorpelingen of in de adel waren in een gezin velen kinderen: tien of twaalf, waren geen uitzonderingen. Trouwens de kerkleiders kwamen het steeds maar aanporren. Iedere paring moet minstens een kind teweeg brengen, het was niet voor niets dat in de Bijbel stond: gaat en vermenigvuldiging u.
Ook in adellijke kringen wist men dit maar al te goed. Maar dat bracht met zich mee, dat door hun mentaliteit, van binnen zijn kring te huwen, op lange termijn iedereen verwant werd met elkaar, ja zelf familie. Denk maar aan de uitdrukking: “ kozen en nichten die vrijen lichte.”
De jonge edellieden hadden het dan ook zeer moeilijk om een huwelijkspartner te vinden, die niet verwant was met hen.
Zo gebeurde het dan ook dat ze noodgedwongen met iemand van lagere stand in het huwelijk traden.
De kinderen uit dit huwelijk waren niet meer volgens de oude regel van den adel.
Zo ontstond een regel die zei; “ dat indien een van de ouders van den adel was het voldeed om toch een adellid te zijn.
Wat meebracht dat het kon inhouden dat een “Afstand van Akte” of met andere woorden, wanneer het huwelijk kinderloos bleef dan zouden de bezittingen terug gaan. Men noemde dit een “Logementdochter” met andere woorden zou dit betekenen dat iemand afstand doet van zijn of haar rechten. Een kind uit dat huwelijk kan alleen erven van de moeder. En wat als de vader minderwaardig was?
kunst en cultuur

Georges Christiaen te Kooigem geboren op 21/8/1910 en overleden te Oudenaarde op 13/01/1983
In den tijd waren er te Rollegem heel wat wielrenners gehuisvest. Men had ondermeer Georges Christaens (Beenie) wat men in de volksmond. Deze woonde een tijd hier in de Kerkstraat nr.13 en het was slager Albert Vandevenne die er zich over ontfermde. Opdat zijn “Poulain” de nodige sterke hebben zou hebben om zijn naam beenie in ere te houden, bracht den beenhouwer dagelijks zijn portie biefstuk. Onze vertroetelde renner kon zoiets onmogelijks verorberen. Hij kon ook de moed niet opbrengen om te weigeren en zijn verzorger, weldoener te mishagen. Vele van die malse steaks zouden dan ook verdwenen zijn wat men toenmalig noemde het “vertrek” (WC). Want toen dat Georges weer naar Bellegem verhuisde werd den aalput van het nr. 13 leeg gemaakt en wat vond men kilo’s rottende stukken vlees.
Belgische National Kampioenschap 13/8/1939 was hij 13de
Grote prijs de Fourmies 21/8/1932: 1ste
Ronde van Vlaanderen 31/3/1940: 3de
Grote prijs Zottegem 25/6/1939: 3de
Grote prijs Wallonië : 25/6/1939: 3de
Luik-Bastenaken-Luik 14/5/1939: 13de
Parijs Tours: 3/5/1936: 10de
Luik-Bastenaken-Luik 26/4/1936 14de
In 1938 de 26ste “Giro d’Italia” op 7 mei start in Milaan en eindigt op 2 juni. 94 renners stonden er aan de start verdeeld over 15 ploegen. Ze werd gewonnen door Giovanni Valette. Totaal moeten ze 3643 km afleggen. Dat doen ze met een gemiddelde snelheid van 32,378 km/h.
Vier Belgen doen er aan mee waaronder Cyriel Van Overberghe die zeventiende word. Camiel Michielsen welke eindigt op de eenentwintigste plaats, Noël Declercq , zesendertigste. Maar Georges eindigt op de 13de plaats op 1h08’ 59”. Ondanks vele strubbelingen verdienden ze een aardige stuiver.
De Belgen konden voor hun materiaal rekenen op Italiaanse steun, hun fietsen waren van de industrieel “Faggi”
Georges reed ook in Duitsland Rundfahrt . In 1939 zou hij rijden voor een Berlijnse firma, deze zou hen betalen en uitrusten met materiaal. Doch hij kreeg geen groen licht van zijn Belgische constructeur om op Duitse fietsen te gaan rijden.
oud rollegemHet was Maximillien du Chastel, jonker, daarna ridder die bestempeld als heer van Rollegem en de Noyelles-lez vermelles, voor 16 juli 1611, daarna heer de Blangerval, de la Vacquerie, de la bourse-Lez Béthune, de Marconnelle, de huuse, enz… hij was officier in het Spaanse leger der Nederlanden waar hij na de dood van zijn vader de functie kreeg van gouverneur. Hij was gehuwd met Suzanne Andrea, erfgename de Lettenhove en de Pétrieu, leengoed gehouden door de la Salle de Lille, gelegen te Beelers bij Leuze.
Ze was de oudste dochter van Jérome Andrea en Isabelle de Moucheron.
De eerste opvolger Charles-François de Chastel die het adeldom van Rollegem vormde op 22 mei 1624 stierf te Gent, in de ouderdom van twintig jaar op 19 december 1637 en werd bijgezet in de St. Pieterskerk.
Zo wordt Jerome-Philippe du Chastel, jonker en tweede zoon in lijn den opvolger van zijn overleden broer.
Officier in Spaanse dienst, infanterie kapitein en kolonel in een Waals regiment voor 1661. Het jaar waar hij door Philip IV, koning van Spanje, en souverein van de Nederlanden, gouverneur, kasteelheer en groot baljuw van Audenaerde en graaf de Blangerval gemaakt werd.
Als gouverneur, kapitein en groot baljuw van Audenaerde, Jerome-Philppe du Chastel, ridder, heer blangerval, Rollegem, Annequin enz… was hij ook lid van de Oorlogsraad van zijne Katholieke Majesteit en kolonel van een Waals regiment.
De eerste graaf de Blangerval, vierde heer van Rolleghem van zijn geslacht, was tweemaal getrouwd.
De eerste maal in 1666 met Louise de Bellefouriere of Belleforiere , kanunnikes(stifdame) van Nivelles, dochter van Alexandre, graaf de Bellefouriere, baron de Sally enz… en van Anne-Catherine de Ste. Aldegonde-Noircarmes.
Ze overleed bij de geboorte van haar kind dat eveneens overleed.
Jerome-Phillippe du Chastel huwde voor de tweede maal op 18 maart 1673 met Marie-Anne-Michelle de Gand et Villain, de dochter van Jacques-Philippe, markies de Hem-Lez-Roubaic, enz.. en van Michelle-Françoise de Varennes.
Hij werd in 1685 vernoemd in een acte als “Messire Jacques-Gerosme du Chastel, ridder, graaf de Blangerval, heer de Noielles, Henquin, Pestrieu et Robertmasure.” Zijn baljuw van Petrieu was dan François le Keulx. In 1642 vertegenwoordigde Jean en François Le Keulx, leenmannen van de baronnie de Leuze.
Uit dit huwelijk waren er twee kinderen, François-Gilbert-Joseph, ook genaamd Gilbert-François-Joseph du Chastel graaf de Blangerval heer de Rolleghem en Alberic-Adrien-François du Chastel,
oudrollegemHet archief de l’Etat, te Brugge Registre 119 du fonds de la Châtellenie de Courtrai geeft aan dat Marguerite de Croï een eerste maal op 2 september 1584 Pierre de Henin-Liétard huwde welke stierft rond 1598, en een tweede maal Vratislaus, graaf de Fürstenberg,derde zoon van graaf Albert en van gravin Isabelle, vrij geboren barones de Berstein. Zodoende ziet men op 15 april 1613, Vratislaus, graaf de Früstenberg, het reliëf maken van de gronden van Rollegem in naam van zijn Vrouw.
Er zijn geen sporen gevonden van het bezit van de grondheerlijkheid van Rollegem door de du Chastel de Blangerval, doch is het geweten dat voor september 1735, de hoeve van dit leengoed samen met de aanhorigheden behoorden aan de Doornikse Familie d’ Ennetieres, erfgename door huwelijk van het huis de Basta, graven van Mouscron, d’Hust. Een acte gedateerd 1734 met deze woorden; boven de ingang van de hoeve van Rollegem, een gebeeldhouwde steen met het familiewapen van de d’Ennetieres vergezeld van het opschrift: obijt(bovenaan) 30 (rechts) 7bre (links) anno 1735 (onderaan) Het schild van de d’Ennetieres heeft bovenaan de markieskroon ondersteund door twee tijgers die beiden een vaandel met hetzelfde wapen dragen.
Men mag er van uitgaan dat de Liedekercke of Basta, het leengoed van Rollegem verworven hebben bij de verdeling van de erfenis van gravin van Fürstenberg.
Ze schijnen hun ridder en goedrechten behouden te hebben tot rond1795, maar d’Ennetieres bezaten de hoeve tot 16 maart 1876, dag waarop ze de erfenis werd van graaf Adhemar d’Oultremont de Duras, wiens moeder de enige dochter was van de voorlaatste markies d’Ennetieres. Sindsdien werd de grond verkocht aan een Kortrijkse fabrikant van fotografische platen.
Jacques du Castel en Jehanne du Bois de Boyelles de oudste zoon Filip du Chastel, kocht in november 1585, de heerlijkheid van Rollegem, van Charles du Criy-Aerschot
Dit leverde hem de titel van quaestor of penningmeester op. Bij het baljuwschap van Kortrijk op 9 september 1586 herstelde hij de adeldom van dit leengoed. Als groot baljuw van Audenaerde begon de afrekening op 7 januari en eindigde op 7 mei 1612.
Onze heer droeg als wapen “ un écu d’azur au chevron d’or, accompagné de trois crois croisettées au pied fiché du même” en als “cimier: un château ou tour de gueules” als drager twee gouden griffioenen,( een griffoen ie een mythologisch dier) “langués du gueules” en als leuze: “ s’il plait à dieu”(als het God behaagt)
HIJ stierf in de abdij van Marquette bij Lille in 1626. Hij was al overleden in het jaar 1612. Dit echtpaar had twaalf kinderen waarvan er verschillende non waren in de abdij waar de moeder overleed.
straatnamenDe benamingen van onze voetwegel.
In 2002 werd aan de commissie voor straatnamen gevraagd of het mogelijk was aan voetwegels in het landelijk gebied Rollegem een naam te geven.
De aanleiding daar toe was: “ verbouwingswerken op Tombroek”. Op het gemeentehuis ging er commode en incommode, voor verbouwingen in de voetwegel nr. zoveel .
De mensen die het stonden te bekijken konden op geen enkel moment denken waar dit kon gelegen zijn. Toen kwam de vraag bij mij op kan men deze wegen ook geen naam bedenken.
Op 12 februari 2002 werden aan de vergadering deze zeven namen voorgelegd:
De voetwegel die de Einde Munckendoornstraat verbindt met de Tombroekstraat wordt Tombroekschoolpad.
De weg tussen de Schreiboomstraat en de Tombroekstraat, het pad is een deel van de vroegere trambedding, wordt : Trambedding
De voetweg gelegen tussen de Foreststraat en de Schreiboomstraat wordt: Bosvinkenpad.
De aanleiding hiervan is, dat vroeger bijna alle bewoners, vinken houders waren, en daar de Vinkenstraat reeds bestaande was heeft men de naam aanvaard.
De weg tussen de Schreiboomstraat en de Lampestraat wordt : Rollegemkerkpad.
De weg tussen Sint-Anna en de Rollegemseweg wordt: Kimpemolenpad ( genoemd naar de molen die daar stond en in 1914 werd afgebroken)
De onderbroken weg Kwadebrugstraat – door A 17 wordt: Kalversteertstraat ( in de volksmond Kalversteerthoek genaamd)
Tussen A17 en Rollegem centrum heeft de naam van Monseigneur Waffelaertpad. ( deze weg intussen fietspad van aan de Rollegemseweg en Rollegemplaats)
Het pad tussen de Schreiboomstraat en de Lampestraat ter hoogte van Lampestraat, Kruisboomstraat, Luignestraat en den Talpenhoekstraat( Aalbeke) wordt: Talpenhoekweg. ( de landwegel aan het huis nr. 26 )
Letwel op gans de lijn van deze nieuwe genaamde landwegen staan er huiden ten dagen geen enkele woning. De nieuwe benaming held van af het laatste huisnummer welke bij de vorige straatnaam behoorde.
Geen enkele bewoner moet aan adres verandering doen.
Deze bewegwijzering is zeer kortelings uitgevoerd. Hebben we tien jaar moet opwachten, hij die niet wacht……….. zegt het spreekwoord.
Nog een bemerking wij hopen dat men vanuit stad ook deze wegen in een goede staat zal houden!
Oud RollegemOp zijn beurt was deze gehuwd met Josinne de Lannoy, dochter van Philippe de Lannoy en zijn tweede echtgenote, was Françoise de Barbançon-Canny. Hier gaat het over het ridderschap van Canny-sur-Matz(Frankrijk) leengoed dat de tak van de Barbançon bezat en waarvan de Mevrouw de Lannoy-Molenbais voortkwam.
De enige erfgename uit dit huwelijk was Jehanne Halluin die geboren werd op den ogenblik dat haar vader kwam te overlijden. Het was haar moeder die ze opvoede onder de voogdij en in haar naam het adeldom van Rollegem maakte Op 12 april
1550 was ze de dame de Halluin, Lauwe, Rollegem, Roncq, enz..burggravin de Nieuwpoort. Ze huwde op 24 januari 1558, in het kasteel van Komen, met Sire de Croï geboren op 10 juli 1526. Hij was gedoopt te Valenciennes in de kerk van St. Nicolas. Hij overleed in Venetië op 11 december 1595. Hij was gouverneur van de citadel van Antwerpen1577, gouverneur van Vlaanderen in 1577 en 1592, staatsraadgever(zwaard en degen) en kapitein van een compagnie van 50 wapenmannen.
Ze hadden drie kinderen: Marguerite die na haar broer dame van Rollegem was, getrouwd met Pierre de Henin-Liétard, graaf van Boussu, haar eerste man. Haar tweede echtgenoot wasVratislaw, graaf de Fürstenberg.
Anne de Croï die Charles de Ligne, prins d’Arenerg huwde, en Charles de Croï, derde hertog d’Aerschot, vierde prins de Chimay en die onmiddellijk volgde als heer van Lauwe en Rollegem. Baron de Halluin, Comines, Bierbeke, Rotselaer enz..
Hij werd geboren op het paleis van Beaumont in Henegouwen, op 15 juli 1560 en stierf op dezelfde plaats in 1612.Hij huwde een eerste maal in 1580, met Marie de Brimeu , dame en gravin de Meghem, burggravin de Dourlens enz.. gestorven op 18 april 1605. Hij hertrouwde in Sint-Waudru te Mons op 12 januari 1606, met Dorothee de Croï- Harvré, welke stierf te Heverlee, op bijna 87 jarige leeftijd. Hij stierf zonder nakomelingen uit zijn twee huwelijken.
Charles de Croï was de vader van een natuurlijke zoon (onwettig kind), François de Croï, waarvan de moeder, Marie Henin-Liétard, genaamd de Baussu, door huwelijk Hertogin de Brunswick- Lunebourg werd.
Charles de Croï de hertog d’Aerschot verkocht zijn landsheerlijke rechten op Rollegem aan Philippe de Castel. Dat vinden we in het archief de Royaume.te Brussel, Les fiefs de Flandre. Inventaire manuscrit de ces fiefs. Communicaton de M.Emile Lefevre.
Heer de Blangerval die er reliëf aan gaf op 9 december 1586 of het herstelde.Maar de grondrenten t.t.z. de pacht van de cijns van Rollegem, waren niet in de verkoop begrepen. Met andere woorden en dat vindt men in hetzelfde archief onder Rollegem: de Hertog behield de eigelijke Heerlijkheid, of het hof van Rollegem, en bij zijn overlijden op 13 januari 1912 werd dit goed het erfdeel van zijn zuster Marguerite de Croï weduwe van de Graaf de Boussu, die er luister aan gaf op 15 april 1613 voor het feodale gerechtshof van het rechtsgebied van Kortrijk.
oud RollegemAlle schrijvers zijn het trouwens eens dat, vanaf 1287, de heer van Rollegem-over- Leie Hugues de Halluin of van Halewin. (waarvan het ” zegel” een schild heeft met drie leeuwen en als legende (of inschrift, omschrift of een randschrift) waarmee de echt wordt aangegeven.)(1)
Dat hij was getrouwd met Frezende, die zich kwalificeerde als Dame de Rollegem en zich voorgaf als weduwe in de maand mei 1289. (Archive de Courtrai; originele akte gedrukt in de chronique et cartilaire de l’abbeye de Groeninghe, gepubliceerd door de Putte, p. 32.Was zij de dochter van Robert de Havekerke en dame Crestinene dame de Rollegem?
Het was al van voor deze datum dat de Halewin heerlijkheidrechten had in Rollegem, want in augustus 1251 keurt Roger, provoost van Halewin, het contract goed, door de welke Wauthier de Wambeke, zich verbindt aan het kapittel van
Kortrijk, en garandeert de tienden dat genaamde Wauthier, van Roger, te Rollegem. Archieven van O.L.Vrouw te Kortrijk; Liber fundations, folio 70.
Alles wat we hier hebben komt uit het opmerkelijke boek van Theodore Leuridan, de vroegere archivaris van Roubaix. Het artikel betreffende Halluin bevindt zich in deel XVII van het “bulletin de la Commision historique du Nord.”
Het huis Halluin was een riddergoed te Rollegem-over-Leie de hele XIV eeuw, want Wauthier de Halluin, zoon of kleinzoon van Wauthier, broer van Hugues, tekende als getuige met de edelen van Vlaanderen, het vredesverdrag gesloten op 31 maart 1336 tussen Lodewijk I Graaf van Vlaanderen en Jan III hertog van Brabant.
(1)Om ons wegwijs te maken in de “heraldiek”: Het “zegel” was de voorloper van het schild, de periode voor “Heraldische wapens” omstreeks 1150. Deze zijn gebleven tot bij de uitvinding van het buskruid.
Het schild werd gebruikt om zich te beschermen bij veldslagen. Het waren gevechten of amusementen met het zwaard of de lans. Men was meestal onherkenbaar door het dragen van harnas of maliënkolders met gesloten helm.
Door de tekeningen op het schild kon men dus weten, wie de tegenstander was.
De schildoppervlakte is gelijk aan het ”veld”. Men kende slechts twee metalen, goud of zilver. Daarbij hadden ze vier “emails”rood, zwart, blauw en groen en een combinatie van lijnen en strepen met twee dieren: Adelaar en leeuw.
In de eerste helft van de XV eeuw was het bezit( waarvan het “zegel” zie hier boven beschreven) van Jehan I de Halluin getrouwd met Jacqueline de Ghistelles, dame de Lauwe. Na 1440, het jaar van zijn dood was het zijn zoon die het bezat. Perceval overleed zonder wettige erfgenamen, dat lezen we in Histoire Génèalogique de la maison royale de France et des grands officiers de la couronne, t, III. P. 909.
En Rollegem was terug in het bezit van de oudertaak van de familie.Dit staat te lezen in het archief du royaume te Brussel Flandres, fonds des fiefs, n° 1002. J.Th. de Raadt. Sceaux armoiries des Pay-Bas, t. IV. P. 464. , men vindt deze parochie terug
onder de goederen van Jooris of Georges de Halluin, die Halluin, Komen, Lauwe en Rollegem bezat van 1473 tot 1536: Deze Georges was de achterneef van Perceval.
Georges was getrouwd met Honorine de Monmorency, en had een zoon en twee dochters. Zoon Jehan geboren op 2 januari 1510 en gestorven in 1544 door een schot met kruisboog bij het oversteken van de Marne.
oud RollegemOok in de kerk had de heer zijn eigen bidplaats en zijn voorrechten. De kerk kon ook de heer straffen met excommunicatie die de schuldige uit de gemeenschap van de gelovigensloot of ze vaardigde het interdict uit, waarbij de uitoefening van de erediensten werd opgeschort over gans het territorium van de heer.
De bezitter van een heerlijkheid had veel meer rechten dan een tegenwoordige eigenaar: hij was meester over de grond en over de boer. Of zij nu vrij of lijfeigene waren, zij waren onderworpen aan het heerlijkheidrecht.
Zij moesten ook als boer een tiende deel van hun oogst afstaan aan de kerk: dat was het betalen van “tienden”
Wanneer een boer lijfeigene(niet vrij) was hier was dat niet het geval, had hij speciale verplichtingen. Hij mocht de heerlijkheid niet verlaten. Hij werd beschouwd als verbonden met de grond. De heer had vervolgingsrecht op elke vluchteling. De lijfeigene was schatplichtig en aan karweien onderworpen, volgens goed vinden van de heer.
Wanneer hij wilde huwen met iemand van buiten de heerlijkheid moest hij een huwelijksbelasting betalen. Bij zijn dood mocht de heer zelfs beschikken over zijn erfenisrecht van de dode hand.
Nu we weten wat de heerlijkheid inhoud kunnen we naar zijn bewoners gaan.
Het is bekend dat rond de periode van 1160 tot 1200 de naam van Rollegem Ralinghem of Rallinghem geschreven werd, rond die zelfde tijd was er een familie met die naam, (Aldus Gustave van Hoorebeke in zijn Etude sur les noms patronymiques flamands Brussel decq en Duhent 1876, in 8°, p. 104) had hij zijn gronden moeten afstaan? De familie vind je nog terug. Op 2 juli 1635 een doop in de
O.L.Vrouwkerk van Leonard van Raeleghem, zoon van Pierre. Zonder de wijsheid in pacht te willen hebben, de mogelijkheid bestaat!
Servatius Willem van Rollegem, overleden in zijn éénentachtigste jaar te Brugge op 8 februari 1879, had veel documenten bewaard over de familie. Zelfs had hij de stamboom terug gevonden tot in de middeleeuwen. Hier te Rollegem waren er zeer weinig gegevens, en men ging kijken bij den oorsprong in het rechtsgebied van Rollegem-Kapelle welke men vond in de archieven van Ieper. Want in de Diksmuidestraat te Ieper was er op de muur van het huis, te lezen: drukker en boekhandel M. Lambin-Mathée, vroeger “café klein Ieper” een enig exemplaar van het wapenschild van de van Rollegems of van de heerlijkheid van Rollegem en Ledegem, welke leefden in de XIIIe eeuw.Wat stelt men vast? De heerlijkheden met betrekking op de familie van Rollegem hebben steeds te maken met het leengoed van Rollegem en Ledegem in betrekking met de stad Ieper waar ze leengoederen bezaten die hun naam droegen. De heerlijkheid “ten blijte” te Reningelst en onmiddellijk het hof de “ Ponpepers” van dezelfde plaats.
Het is op een muur van de hoofdplaats van deze leengoederen, vroeger de herberg van “klein Ieper” dat het wapen voorkomt, waarvan hogerop werd gesproken.
De familie behoort tot een van de oudste families van het leenstelsel die dit te danken hebben aan grote riddergoeden. Jean Du Tillet zegt, in zijn “Receuil des rois bl. 8 ; dat vele edelen vooral Fransen, daar zullen ook wel Vlaamse bijzijn, de familienaam aan hun heerlijkheden danken.
Wie ben ik om te zeggen dat de “Van Rollegems” hier met Rollegem niets of toch niet veel zouden hebben te maken? Indien we Gustave vander Straete vicaris te Rollegem, volgen en die het zou hebben uit “Rond den Heerd” is het al heel lang geleden dat het kerkraam versierd met het wapen van de “Blangerval” geschonken door Philippe du Chastel de Blangerval, en vrouw Marie de la Salle uit de kerk verdwenen is.
oud RollegemTe Rollegem was het een mansi of leenhof, verhuurd aan de boer die een voorop bepaalde huur in natura betaalde.
Geld en in karweien(gratis werk). Onze boeren waren vrij, sommige waren lijfeigenen of laten.
Wij weten ook dat in zulke domeinen een gerechtshof werd samen gesteld.
De heer had hier als ambtenaren: een baljuw, een luitenant baljuw en een sergeant of veldwachter. Ze werden voor het leven benoemd, maar afzetbaar op grond van orde.
De burgerlijke administratie werd uitgeoefend door zeven schepenen, vernieuwd na een wettelijke periode en die cijnsrechten hadden in Kortrijk.
Uitsluitend voor feodale zaken waren de leenheren aangesteld door de baljuw of zijn luitenant die ze regelde. Van een baljuw zijn we zeker dat hij woonde in “la Porte Ferreé
(We komen er nog op terug)
De rechten van den Heer, in teksten vinden we het voornaamste terug: Cijnsheffing, in geld of natura als huur voor grond die boeren huren.
Het recht van karweien voor het onderhoud van voorbehouden gronden(vervoer, het bewerken van gronden)
Het banrecht of het verplichten tot het gebruik van bv; molens en ovens van de heer mits betaling van vergoeding bv. de heer nam één brood op twintig.
Hij mocht zich laten helpen door een meier en schepen, hij bepaalde de boeten, veroordeelde tot gevangenisstraffen en deed de veroordeelde aan de schandpaal tentoonstellen
Het jachtrecht over de ganse heerlijkheid. Jacht en visrecht, maar het eerste werd gedeeld met de heer van Moeskroen. Er waren ook tien achterlenen afhankelijk van Rollegem, waarvan acht binnen de grenzen van de parochie en twee op het gebied van Moeskroen.
De woning van de boer was een lemen hut (later vervangen door stenen muren) met stro gedekt en vloer in gestampte aarde. Meestal een enkele plaats die verlicht werd door de deur, ramen zonder ruiten. Vandaar dat men nu nog dergelijke grote plaatsen vindt op hofsteden.
Het is dan ook onnodig te zeggen dat het comfort ver te zoeken was in zulke gebouwen: kaarsen en toortsen, evenals olielampen verlichtten slechts karig de plaatsen, die dan nog smalle vensters hadden.Het houtvuur in de grote haarden kon slechts met moeite de vochtigheid van de muren en de koude weren.De meubilering was zeer eenvoudig: zij waren uit ruwe planken vervaardigd, zowel bedden, koffers, tafels als de krukken die voorhanden waren.
De boeren die een hard leven leidde, waren vaak het slachtoffer van epidemieën of hongerssnood. Hier op deze hofstede was er steeds een plaats ter beschikking voor het geval de heer hier wilde overnachten.
kunst en cultuur

John Tiebergijn
Geboren op 5 februari 1960(Tombroek)
John deed zijn wielerdebuut in maart 1977, hij haalde dat zelfde jaar twee bloementuilen
Ondanks zijn niet te versmaden erelijstje in 1978 hoopte hij voor het komende jaar nog beter prestaties. Hij werd provinciaal Kampioen en vier overwinningen.
Op 17 augustus 1978 zette hij de stap naar de Juniores, zes keer maakte hij het zegegebaar en daar tussen stak de titel van West-Vlaamse kampioen, welke hij in Harelbeke veroverde.
1979 hij is bezig aan zijn laatste jaar A2 mechanica
In 1980 is John de beste junior te Marke
Oud RollegemHeren van Rollegem of den naam “Van Rollegem”.
De graven bouwden versterkte heuvels die als toevluchtsoorden konden dienen van de bevolking. De abten omringden hun abdijen met stevige wallen en de bisschoppen lieten muren rondom de bisschoppelijke steden optrekken. De afstammelingen van Karel de Grote verloren al zo volledig hun prestige en de plaatselijke leiders namen de kans waar om hun macht in plaats van die van de koning te stellen.De erfgenamen van de grote Keizer eindigden in machteloosheid, zoals de Merovingers die door de hofmeiers van Austrasië onttroond waren. Deze keer was er geen sterke hand om de macht over te nemen: het koningsschap werd verleend bij voorkeur door de groten van het rijk en de macht werd verdeeld onder de grootgrondbezitters. Een nieuwe wereld was geboren: men noemde dit het feodale of leenroerige stelsel.
De feodale tijd, het bewind van de Heren.Nu waren de gronden de enige bron van inkomen, en de koningen namen de gewoonte aan om in ruil van een bewezen dienst een stuk grond van hun domein af te staan.
Ze konden geen geld meer geven daar dit zeer schaars geworden was. Heren die gronden gekregen hadden hielden ze dan ook zoveel mogelijk voor hun nakomelingen. Dat noemde men “Lenen”
Zo konden deze op hun beurt de goede strijders een stuk grond geven. Deze werden dan hun “vazal” of leenman en de grootgrondbezitter werd de “suzerein”of leenheer.
De leenman kon op zijn beurt zijn leen verder verdelen en werd zo leenheer.
Door deze veelvuldige verdeling werd ons land een uitgestrekte legkaart: elk grondgebied behoorde tot een ander groter stuk en elke kleine leenheer was leenman van een grotere heer.
Het feodale contract, werd bekomen, door dat de vazal eerbetuiging aflegde tegen over zijn leenheer. De ceremonie ging als volgt te werk, hij knielde blootshoofd en ongewapend voor zijn leenheer en verklaarde hem manschap(dienstbetoon) te leveren.
Vervolgens hielp de leenheer hem opstaan en deed hem eed van trouw afleggen op heiligen relikwieën.Tenslotte gaf de leenheer hem investituur waarbij hij hem een symbolisch voorwerp overhandigde bv. Een lans of stok.
Wat waren nu zijn verplichtingen tegen over zijn leenheer? Hij moest hem vergezellen naar oorlogen, hem helpen vrijkopen zo hij gevangen genomen werd, Hij moest hem ook bijstaan bij rechtspraak.
Deze verplichtingen waren heilig. Hij die dit niet deed werd meinedig verklaard en verloor zijn leen.
Het was ook in deze tijd dat vele dorpen en steden welke op de kaart kwamen.
Volgens de beschrijver, vindt u de benaming: ’t zij primitief kasteel of heerlijkheid.
Het primitieve kasteel draagt de naam van de heren van de grond. Het is oostwaarts van de gemeenteplaats gelegen en op ‘t einde van een nogal korte hellende dreef die de afwatering van de vermelde plaats tot gevolg heeft in de grachten (sloten) die door de plaatselijke bevolking putten worden genoemd.
De heerlijkheid: het leengoed van Rolleghem-over-Leye bestond uit een brug op een heuveltje(mote) omringt door water, midden zesentwintig “bonniers” landbouwgrond en weiden, een windmolen, grond en ridderrenten.
’s Heren domein dat de meester behoudt voor het onderhoud van zijn huisgenoten.
De rest is over het algemeen verdeeld in een aantal uitbatingen voldoende om te voorzien in het onderhoud van de familie. Volgens de sociale toestand van den boer, die zulk pachthof betrok werd dit vrij manus (pachthof) of dienstbaar manus genoemd.
kunst en cultuur

Vanoosthuyse Nestor
Geboren te Rollegem op 8/2/1928, overleden te Moeskroen op 21/2/1973 oud 45 jaar
Bij de onafhankelijke 1947 ronde van België 158 km :Start te Moen, aankomst te Soignies 2de op 5" Noë Pommelaere.
Bij de onafhankelijke 1948 1ste in Morlanwelz (Begie)
28ste in omloop van de Vlaamse gewesten 1949
Gent - Wetteren zelfde tijd op 16de
Prof van 1950 tot 1951
Demuyck Gerard wie weet hier meer over?
Germain Temmerman wie weet er meer over
Pieters Noël Alois: geboren te Rollegem op 24/12/1940 wielrenner in 1960 woonde in de Tombroekstraat 251.
oud rollegemDe gehuchten ten huidige zijn, Den Ezelhoek, de Cichorei, de Marionetten, de Knok, St. Anna, de Lante, de Kwade brug, Tombroek, den Breda, de Zevenkoten, het Forest en den Achterhoek.
Rollegem is gelegen in het heuvelland van Moeskroen, Anzegem. De hoogte schommelt tussen de 20 meter( Breda, en het Leiedal) en de 70 meter Watertoren
Moeschroen boven de zeespiegel.De hoogste toppen zijn Lauweberg 42m, Arme leute 50m, St. Annaberg 67m, Marionetten 63m, Knokberg 52m, Kruiske 67m, Katteberg 72m, en Kerk Lowingen 50m.
Hoogteverschillen: de kerk van Rollegem ligt op 30 meter boven de zeespiegel
De kerk van Aalbeke ligt op 20 meter en deze van Bellegem op 60 meter. Den Breda is het laagste punt van Rollegem op 20 meter boven de zeespiegel.
Rollegem ligt op de grens West-Vlaanderen en Henegouwen. Eveneens op de taalgrens Vlaams(Nederlands) voor West-Vlaanderen, Frans voor Henegouwen.Het is gelegen op 7 km van de rijksgrens Frankrijk.
Rollegem ligt zeer gunstig ten opzichte van het verkeer, Ten zuiden ligt de snelweg E3 welke Stockholm verbindt met Lissabon. Hij verbindt het hoge noorden met het warme zuiden of de sneeuw met de zon.
De A17 Pecq Armentiere, verbindt Doornik met Zeebrugge, maar snijdt Rollegem middendoor.
We liggen ook tussen den Rijksweg Kortrijk- Moeskroen en Kortrijk-Doornik.
Eveneens de Rijksweg Gent-Kortrijk-Menen. Langs deze Rijksweg hebben we het vliegveld van Wevelgem het militaire vliegveld werd omgebouwd tot luchthaven voor zakenlieden.
Onze ligging ten opzichte van Moeskroen 5 km, van Kortrijk 10 km, Brugge 50 km en van de zee Oostende 65 km