ten tijd van toen


“ De Beenhouwerij” gelegen in de Tombroekstraat 14, was er tot in 1929 een slagerij aanwezig. Reeds van 1788 is deze boerderij bekent onder de naam “d’hof van de Bourgerie”. Eind 19de eeuw kwam een veehandelaar op de hoeve; In het huidig woonhuis was er naast een beenhouwerij ook een herberg tot 1929. De hoeve een U-vorm, heeft een onzeker toekomst door de ongunstige gewestplanligging.
Op het einde van de Einde Munkendoornstraat 67 bevind zich “Herpoels Hoeve” welke de naam verwijst naar de eigen familienaam. Het is een nieuwe inplanting sinds 1922. Het was Valère Herpoel die de eerste uitbater werd. Oorspronkelijk was de structuur een lang geveltype, woonhuis, stallen en schuur waren in een gebouw ondergebracht. Momenteel heeft de hoeve een L-vorm door de bouw van het wagenhuis. In 1989 werd de hoeve verkocht en door deze verkoop betekende dit het einde van dit landbouwbedrijf. Het land werd verkocht, zodat enkel de woonfunctie behouden blijft.
Ter hoogte van de Candeléstraat nr. 35 komt men op “Goed te Tremaars”. Het was omstreeks de eeuwwisseling dat hier veel zwervers, in de volksmond trémaars genaamd, een handje kwamen helpen bij het werk. De gesloten vierkantshoeve staat reeds bekend vanaf 1756. Polydore Carette, de uitbater rond de eeuwwisseling had een kleine steenbakkerij langs de Tombroekstraat. De zoon van Polydore, Maurice sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn tweede zoon Prudent welke een winkeltje had in Dadizele, alwaar hij ook woonachtig was, kwam dan op de hoeve terecht. Het was tussen de twee wereldoorlogen dat tal van zwervers op de hoeve kwamen werken in ruil voor voedsel en onderdak. Vanaf 1921 was Prudent gemeenteraadslid, en werd ook schepen van openbare werken. Prudent moest omwille van zijn uitstaande pachten de hoeve verkopen om deze te kunnen betalen. Hij bleef wel nog 14 jaar mee inwonen op het goed welke hij verkocht had.
Deze hoeve is verzekerd door de gunstige gewestplanning , jonge uitbaters en het grote landbouwareaal.
Op het nr. 34 in de Candeléstraat is het “Goed te Tombroek” een der oudste hoeven van Rollegem. Isabelle Denijs was in 1502 de eigenares van de meerzijdige gesloten hoeve met name Tombroeck welke volledig omwald was. In 1834 had de hoeve de naam “Ferme Herbau” verwijzende naar de toenmalige uitbater en eigenaar. In 1914 werd de schuurdoor brand vernield. Op het ogenblik van de brand kwam de wind vanuit een slechte hoek. Gelukkig las de toenmalige onderpastoor Bettenhof enkele psalmen uit den bijbel zodat de windrichting veranderde. Het is een feit dat een deel van de hoeve gevrijwaard kon worden. In 1916 viel er een granaat in op de hoeve. In één van de kamers werd hierdoor een gat in de muur geslagen. Gelukkig bleef het kind welke er lag ongedeerd. Ter nagedachtenis van dit “kleine wonder” werd een nis met een O.L.Vrouw in de muur ingericht. Het moet rond de jaren 1918/20 geweest zijn dat de omwalling verdween, een klein stuk langs achter is blijven bestaan.
De toekomst van het bedrijf is positief, de grote oppervlakte van ongeveer 42 ha, en jonge uitbaters. Ze zijn gespecialiseerd in scharrelkippen, gekend voor de “Rollies” eieren.















