tijd van toen


Het “ Goed ter Meersch” gelegen in de Lampestraat 59. Bestaande van 1834, het landbouwarsenaal telt ongeveer 7 ha. De uitbaters welke er woonden in 1899 verhuisden naar de hoeve waar het vlasmuseum, (Etienne Sabbelaan 4) de vlassershoeve Beeuwsaert was nu van weg getrokken is naar de oude gebouwen van de Eurosop. In 1940 werd de hoeve korte tijd door een Duitse geschutseenheid bezet. In de weide nabij de hoeve werd munitie ingegraven. Het was na den oorlog dat de nieuwe eigenaar uit Moeskroen, de hoeve zodanig verbouwde dat er bijna niets meer overbleef van de oorspronkelijke structuur. Hij specialiseerde zich in varkenskweek, Ook hier is door de gunstige gewestplanligging de aanwezige opvolging en het modern gebouwencomplex de toekomst verzekerd.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren er in dit gebied veel grachten en weiden of meersen vandaar de naam keuze.
In de Lantestraat 97 komen we bij de hoeve “Te Lande” bij het begin van de private dreef zien recht het kruisbeeld bij de linde, de hoeve heeft twee toegangswegen. We vinden deze hoeve al terug van 1834. De huidige naam is er gekomen op voorstel van de eigenaar. Rond de jaren dertig werd het woonhuis zwaar getroffen door een storm. Ook nu in 2012 werd de woning grondig verbouwd. De jonge bewoners en een gunstige gewestplanligging en de grote bedrijfsoppervlakte is ook hier de toekomst rooskleurig.
Wat in 1995 nog een leegstand was, in de Lampestraat 145, is op heden een mooi domein geworden. De naam is een historische toponiem, “Neerhof Calvarie” met als oudste vermelding 1756. Een gesloten U-vorm. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd ook deze hoeve een korte tijd bezet door de Duitsers. Op heden is deze hoeve een privéwoning, hier is er dus geen sprake van een landbouwbedrijf.
In de Tombroekmolenstraat op het nr.27 vinden we “Calvinistenhoek”, tot omstreeks 1880 woonden er op het gehucht veel Calvinisten, die later verhuisden naar Luingne, vandaar de benaming van deze hoeve. Het bedrijf van ongeveer 5 ha, stond reeds bekend vanaf 1756. Deze hoeve is F-vorm, en als voornaamste specialiteit; aardappelen, maïs, nijverheidsgewassen en peulvruchten. Frank Husquin erfde het eigendom van vader Pierre. Frak was dominee en een afstammeling van de Calvinisten die omstreeks 1880 op het gehucht Tombroek woonden en later naar Luingne trokken.
Het was een zeker Guillaume Bonte welke de eigenaar was in 1867, het jaar waarin hij overleed. Zijn erfenis werd verdeeld onder zijn vier kinderen. Zoon Pierre Bonte erfde de Calvinistenhoek en liet de hoeve na aan zijn zoon David, een pastoor. De pastoor schonk zijn deel aan tante Seraphine, welke op jonge leeftijd haar man verloor. In 1914 werd den eigenaar Alfons Vanhoutte. Tijdens den Tweede Wereldoorlog kwamen veel Duitse soldaten op de hoeve eten. Deze soldaten hadden als opdracht de elektrische centrale van Moeskroen te beschermen. De toekomst van deze hoeve waarvan de bedrijfsactiviteiten gestaakt zijn en de landen verhuurd zijn aan derden is een vraagteken. De ligging in het gewestplan is eerder ongunstig gezien het land grenst aan industriegebied.
“Den Falsen” een historische naam welke verwijst naar de landbouwer die in 1756 de hoeve uitbaatte en “Den Falsen” werd genoemd. In 1985 ging de toenmalige eigenaar op rust; De gronden werden verpacht en verkocht aan derden. De woonfunctie van de hoeve bleven behouden. In 1994 werden de hoevegebouwen verkocht met ongeveer 2 ha grond. De gebouwen werden volledig vernieuwd en omgebouwd tot woning en paardenstallen. Er is bijgevolg ook hier geen sprake meer van een landbouwbedrijf.












