gesneuvelden

44stedag: zaterdag, 22ste juni.
Na het gewone geplas bij de pomp waar wij ons lekker wassen met koud water tegoed doen, ga ik weer naar mijn keuken waar mijn Franse keukenpiet al bezig zijn aan het noenmaal Voor ons ontbijt krijgen we weer elk een stuk brood. In de volle werkzaamheid van mijn nieuwe bediening als keukenopzichter, en taalman komt Janssens mij plots halen. We moeten weg, er zijn auto’s gereed voor ons. Ik neem gauw afscheid van mijn personeel en op een paar minuten zijn we geranseld, gebroodzakt en gereed om verder te reizen! We worden in open camions geduwd en weg zijn we, op Orléans toe. De brug over de Loire is al hersteld en zo rijden we de stad binnen. Bij een kazerne stoppen we. Wat een volk! Er wordt ons verzekerd dat hier zo maar 11.000 krijgsgevangenen zitten.

Het staat ons allemaal niet erg aan. Wij zouden veel liever weer naar ons “Schlosz” terugrijden. Doch de mens wikt en… een grijze “Oberst” of zo een “feldwebeltje” beschikt! Het gaat er hier heel anders aan toe. Hier spreken ze niet van “gegen der Wand! Te zetten, doch ze zouden het doen zonder het te zeggen. Zo ben ik ’s namiddags getuige van een toneeltje dat als uit een film geknipt is. Er is uitdeling van brood en een stukje vlees en plots worden de koks bijna omvergeduwd door de ongeduldige massa hongerige mannen. Doch de Feldwebel trekt zijn revolver en terwijl hij een gezicht zet als een Duitser alleen dat kan roept hij me daar een of ander bevel met zo gebrul tot de mannen in de keuken dat heel het boeltje achteruit krabbelt. Ik stond niet ver af heb hier voor het eerst in mijn leven de loop van een geladen wapen een ogenblik recht naar mij gericht gehad. Het geeft zo een beetje een onbehagelijk gevoel! Wat later bezorgt hij ons echter weer meer, dat wij ons, wij zijn thans 23 Belgen, allemaal Vlamingen, goed laten smaken. Een van hen verdient echter zulk een voorkeur niet. Hij heeft in Brussel een juweelwinkel helpen plunderen en zit met zijn ransel vol goud- en zilverwerk, een half fortuin. De Feldwebel is waarlijk goed voor ons, we mogen zowat in alles wat meer doen dan de andere en zoeken dan ook een goede plaats om vannacht te slapen. In de grote garage liggen autokussens en hooi en stro en hier maken we ons nest klaar. Dan laten we al onze bezittingen onder bewaking van een van ons gezessen achter en gaan eens op verkenning in die reusachtige kazerne. Overal werd geplunderd en wij vinden ook nog iets dat ons kan dienen: stafkaarten van het Franse leger op schaal 1/40.000ste en 1/80.000ste en zo meer, zelfs België ligt hier volledig op 1/40.000ste. Ik neem de streek Kortrijk mee, de andere zijn meer belust op Antwerpen.
In het atelier is een echte verwoesting radio’s en alle mogelijke elektrische installaties werden vernield, de Franse officieren die hier binnenkomen zijn verontwaardigd, maar wat helpt het allemaal? s’ Avonds slaan we een praatje met de Fransen die al helemaal anders spreken over onze Koning en de capitulatie van 28 mei, nu ook Frankrijk er heeft moeten aan geloven.




































