gesneuvelden


48ste dag: woensdag, 26ste Juni.
Nu kunnen we ons weer eens lekker wassen bij de pomp. In Orléans kostte water te veel werk om er lustig mee om te gaan! Flink gegeten ook en dan naar Etampes. Er valt te schuilen voor de regen, want als we onze dekens en ransels laten doornat worden dan voeren we 10 kilogram mee naar België. Etampes werd lelijk gehavend. Caron en Janssens blijven wat achter en wij doen maar voort. Doch eindelijk worden we ongerust daar we ze niet zien achterkomen. In een bos stoppen we, terwijl de Duitse wagentjes het noorden al weer intrekken. Het zijn “sudeten”, vertellen ze mij en nog drie weken en ze zijn in Londen! Wij zouden het geloven, zo zeker zijn ze er van! En die Caron en Janssens blijven weg! We eten dan maar eerst en zoeken even in het bos af naar verderen voorraad. Hier werd een slag geleverd, overal liggen wapens en munitie, een paard ligt met opengescheurde buik terwijl de wormen rondom, een festijn houden.
Ik zag er nog nooit zoveel samen, krioelen doen ze, één tapijt van grijze, witte, vette vleeswormen, bijna zo dik als een potloot! We kunnen daar echter rustig zitten bij eten! Wat een school we doormaken sinds enkele weken!
Eindelijk zijn onze achterblijvers daar en sakkeren dat wij hen zo maar in de steek lieten. Doch de vrede is gauw hersteld als we hun tonen dat wij niet werkloos geweest zijn. Verschillende dozen vlees lagen nog ongeopend tussen al den rommel in het bos Honderden andere werden echter doorboord om ze voor de Duitsers onbruikbaar te maken. Een geluk voor ons dat ze er enkele zo lieten. In “Longjuneau” , staat er me daar weer een vent met de armen te molenwieken:”Halt! Hier in de garage moet ge wachten tot een camion u naar Parijs brengt!” Boef! Zo ver is het weer! En zo zitten we hier uren en uren te wachten! Van tijd tot tijd komt wel een camion voorbij maar die is ofwel volgeladen ofwel moet hij niet ver genoeg! We trachten dan maar de schildwacht te overhalen, om ons te laten verder reizen. We hebben immers eten en vervoer! “Nein”, zegt hij, “warten”!
We zoeken dan maar de garage af en vinden in de keuken wat suiker, voor elk een paar kilo, die zal ons beter te pas komen dan den “Friz”. Ook “Michelinkaarten” zullen voor onze verdere reis van nut zijn. Zo met onze eetketels vol suiker en kaarten van Noord-Frankrijk op zak, trachten we van de schildwacht toelating los te krijgen om verder te fietsen. Het is echter maar wanneer deze wordt afgelost dat we de nieuwe, die het zich zo erg niet blijkt aan te trekken, mogen weg gaan.
Hij gelast ons een eind verder naar een “Sammlungslager” te gaan om een “Schein” waardoor we zullen toelating hebben om verder naar huis te reizen. We nemen ons echter inwendig vast voor, geen grijzen vrijwillig in de armen te lopen!
Om Parijs heen, want in de stads mogen we niet binnen, komen we tot bij “Gonesse”, dicht bij de baan naar “Peronne” en “Arras” en zoeken bij een boer naar slaping.(slaapplaats) Geen middel, zegt hij en wij druipen het dus maar af doch als we langs zijn hangaar rijden denken we: ” en waarom hier niet?” Bij nader toe zien bemerken we er ten andere al een hele familie met paarden en wagen . En schijnt niet veelplaats meer over te zijn maar daarboven op het ongedorste graan is er nog.
Het is natuurlijk niet mooi van ons, zo op de aren te gaan slapen en zodoende het graan te doen uit ruizelen, maar waarom liet hij ons niet in zijn hoeve een hoekje bezetten. Hij verdient niet beter, oordeelt Keulemans. Het is natuurlijk een hele kleuterpartij om met heel onze trein fietsen daar boven op het stro te gereken, maar beneden mogen ze toch niet blijven, wat? De mensen die daar bij hun vuurtje zitten te avondmalen nemen het ons ten andere niet kwalijk dat we hen schijnen te wantrouwen, ze wantrouwen zij ons ook allemaal! Zo slapen we dan maar voor de eerste en wellicht de laatste maal van ons leven op graan a.u.b., dat later, wie weet, voor ons eigen brood zal moeten dienen!


































