gesneuvelden


De ramp van Rollegem verteld door iemand die het beleefde.( vertaling Uit “La Tragedie de Rollegem) september 1982
Wellicht zijn de boze geesten die ons moesten vergezellen op de van zaterdag laatstleden nog niet allen vergaan in de slapeloosheid van hun verdorvenheid, aangezien zij hun taak schijnen te moeten voleindigen in de taal van sommige personen, voor wie het een opdracht is heldenmoed van onze geliefde kameraden te bekladden, zij die voortaan in onze herinneringen, geen andere naam dan” held” meer(zullen) dragen.
Wat sommigen ook zeggen, wij hadden een radio-oproep ontvangen, om zaterdagavond de centrale C.P.(Commandopost) te vervoegen. Wapens zouden geparachuteerd worden om in de komende dagen het gevecht te kunnen aangaan.
De groepsleiders moesten hun mannen verwittigen. Na de verzameling, verlieten we wij de stad, vol hoop en zelfzekerheid, eindelijk zouden we nuttig zijn….
Alles verliep vlot tot aan de “Piro Lannoy” waar een groepje van de C.P. ons opwachtte en ons Duitsers melden aan de Kwadebrug waardoor ons een nieuwe te volgen weg werd aangeduid.
Niemand kende die weg, maar een post van het Rode-Kruis, die ons voorafging en die wij moesten vervoegen, richtte ons.
In stilte volgde het peleton op een rij elkaar deze weg. In de onmiddellijke nabijheid van Rollegem werden 2 verkenners uitgestuurd; zij kwamen terug: niets te melden.
Midden een schrikaanjagend weer kwam de ganse colonne de straat ineens door en reed de grote plaats op
Het maanlicht werd af en toe verduisterd door grote regenwolken die door de wind werden voortgejaagd.
Deze gure wind gierde in onze nek, zodat wij het gerucht der gepantserde Duitse wagens niet opvingen; terwijl zij integendeel wel het geratel van onze fietsen, een dertigtal konden horen.
In den bocht op de plaats van Rollegem riep een soldaat uit de gepantserde auto ons “halt” toe. Maurice Cousin en enkele andere mannen die op dat ogenblik gevangen zaten tussen de auto en de muur, schoten op het voertuig. De Duitsers antwoorden gevat en mitrailleerden langs alle kanten. De ganse groep viel uiteen en vluchtte in algemene verwarring; slechts enkele mannen verdedigden zich en schoten hun wapens ledig.
Ze waren geraakt en konden niets meer hopen…
Enkele uren na het bloedbad, ben ik teruggekeerd om de slachtoffers te kennen die door een nekschot laaghartig waren afgemaakt.
De ganse nacht werd er geschoten. Leopold Pollet moet in gevecht geweest zijn met de tweede gepantserde auto, om zijn wapenbroeders te wreken, want door een uitzonderlijke moed aangedreven, was hij voor het gevaar niet geweken.
Ik zou hun heldenmoed, in dienst van het edelste ideaal, waarvan zij reeds het bewijs geleverd hadden gedurende de bezetting, willen kunnen uitschreeuwen.
Aldus de schrijver van dit stuk.
Zij waren met zeven, zeven helden van de weerstand die te Rollegem in de gure nacht van 1 en 2 september 1944: de nacht van de bevrijding!
Dat hun namen vereerd worden en als voorbeeld dienen:Albert Cousin, Maurice Cousin, Jacques D’Halluin, Fernand Florin, André Pintelon, Hector Castelein Leopold Sabbe
Een herdenkingssteen werd geplaatst in de muur van een nu verdwenen huis.








