gesneuvelde


Ze zijn ons aan het verwennen: wassen onder de kraantjes, lekkere warme koffie bij ons brood, een stoeltje naast het bed om op te zitten!...
We mogen deze voormiddag natuurlijk niet uitgaan. De bewaking aan de poort van onze school is echter zo weinig nauwlettend dat ik, als sergeant, gemakkelijk op straat geraak, waar ik even een dagblad ga kopen. “Forges-les- Eaux zou door de Duitsers bereikt zijn, ’t is al van “Tête-de-pont” alhier en van “colonne motorissée” aldaar, zodat het begrijpelijk is dat de mensen hier in de voorsteden van Parijs een beetje zenuwachtig beginnen te worden.
Ik koop mij ook een “Evangelie”, daar we zo volledig van alle ernstige lectuur werden gespeend, 5 à6 weken geleden. Het treft me hoeveel mensen hier nog ernstige degelijke boeken aan het kopen zijn, in deze zo angstige en beroerde dagen.
Doch wat een droevige stoet op de grote baan die, van uit het noorden, uit de richting van “Pontoise”, dwars door St. Germain over Versailles naar het zuiden leidt. Het zijn meestal boeren uit “Picardië” waarvan vele ongetwijfeld van Vlaamse afkomst zijn. Ze hebben reusachtige tweewiel karren met in de tramen een zwaar voskleurig of een wit paard gespannen, soms zelfs is dit nog door een of twee ander voorafgegaan, want de lading moet soms duizenden kgr wegen. Hele geslachten zitten bovenop een mengelmoes van alle mogelijke, nuttige en overtollig huisraad. Grootmoeders en kleinkinderen zitten in hun stoel ergens tussen een matras en een keukenkast, tot vogelkooien toe en salonstoelen, zie ik er hier en daar bovenop liggen. Onderaan, in een soort vierkante hangend trog, ligt een zak haver of zitten in een kooi een paar hennen met een haan of een half dozijn konijnen. En van tijd tot tijd moet dat alles stoppen en een legerauto of moto dan doorgang verlenen, daar deze met drukdoende haast alles opzij drummen en toeteren dat de paarden er van opschrikken.
’s Middags stappen we de wijd open poort uit, per vieren naar de kazerne, een tiental minuten gaans, om te noenmalen. We zitten in een reusachtige eetzaal met “echte” tafels en troepenbanken. Het duurt natuurlijk langen tijd vóór de “tafelbediening” tussen haakjes Franse soldaten, waarbij enkele van de onzen, iedereen hebben geriefd.
We krijgen een flinke “schep” van een soort “bouillabaisse” een stuk brood en daarna dan nog wat zoetigheid, een onbekend vruchtenmoes, alles een beetje vreemd voor onze Vlaamse magen, maar het schuift toch vlot naar binnen.
Later mogen we op de koer aanschuiven met wat we als drinkgerief mee hebben, daar voor elk een kwartliter rode soldatenwijn, voorzien is, dien wel niemand zal geweigerd hebben!
Bij het naar huis gaan is Van Diepenbeeck weer eens gehoorzamend aan zijn goed hart, de barmhartige Samaritaan geweest, toen een paard van een van de verhuiswagens gevallen was en de boer het niet alleen op de been krijgen kon. En zeggen dat John vroeger nooit met paarden omgegaan heeft!
’s Namiddags, weer in gesloten gelederen, naar de goederenstation om onze blauwe zakken die gisteren in de fourgon(goederenwagen) mochten blijven liggen toen we uitstapten. We ontmoeten er een hele groep zwarten. Ik ben algauw in druk gesprek met een van hen, die tamelijk goed Frans spreekt. Hij laat ons zijn mes zien, zonder het echter ooit voor lange tijd uit handen te geven! Het is wel 40 cm. lang en vier vingers breed, een echt slagersmes, en snijden! Als een scheermes. Onze zwarte spreekt over de “boches”(moffen) als over wild en maakt het gebaar, oor af, neus af. Wee den Pruis die in de handen van zulk een kerel geraakt!
























een bij riviertje van de Cher












kogel!