gesneuvelde

Brug Beaungncy met 22 boggen
39ste dag: maandag, 17de juni
’s Morgens vroeg verzamelen we al wat we hebben van eetwaren, onze fietsen zijn goed beladen en we zijn weldra op weg, in de richting:” La Ferté St. Aubin.” Het eerste dat we vandaag beleven is een brand. Het gemeentehuis van ?????? staat in lichtelaaie, waarschijnlijk het werk van Duitse vliegtuigen.
We blijven eventjes staan kijken als we plots van uit het brandende gebouw katten gemiauwd horen Caron en Keulemans willen dat beest volstrekt gaan redden. Gauw de velo tegen de gevel, op gevaar af, dat hij mee in de brand opgaat en zij de “Mairie” binnen. Ze zijn daar echter gauw terug, want binnen is het al vlam en rook en bij de kat is het niet te geraken.
Voorbij “La Ferte St. Aubin komen we op de grote baan N 20, Orléans- Vierzon. Het is een rechte brede macadamweg en we voelen ons hier volstrekt niet veilig; Volk! Het is één processie van burgers en troepen, allen op weg naar het zuiden. Rond een legercamion is het een gedrumd van belang, om brood te verkrijgen.
We vernemen dat er maar is voor de troepen. We zouden willen beproeven of dat ook voor Belgen geldt, maar de vrees voor Duitse bommen is vooralsnog sterker dan de trek naar Franse broden. Het is al bomput wat we zien, links en rechts van de baan en soms er middenin, gauw met aarde en steen gruis dicht geworpen. Een klein baantje rechts: “Neung sur Beuvron.” Hier zijn wij zo goed als alleen,.. met onze honger. Nu krijgen we wat spijt dat we niet wachten bij die broodwagen.
We zitten op de rand van een bos de rest van onze magere eetvoorraad op te knabbelen, over de smalle baan komt thans zware Franse artillerie uit de richting van waar wij straks gekomen zijn, doch geen van de camions neemt nota van de zes sukkelaars die hun moraal al meer en meer voelen zinken. Ook de fietsen helpen mee om ons terneer te drukken.
Elk heeft iets te herstellen of te verbeteren, maar het nodige gerief ontbreekt. Kon een fiets maar vermaakt geraken met gesakker en gevloek, dan waren de onze rap in orde geweest!
Zo geraken we dan op de baan “Beauqency”- (wat verschil bioj verleden jaar in augustus, toen ik daar de boorden van de Loire langs fietste!) “Romorantin” en even voor deze laatste stad wacht ons een verrassing, die voor ons echter ver van een blijde verrassing is.
een bij riviertje van de Cher
Een sergeant van het 7de van onze divisie dus, staat naast een café al de Belgische soldaten binnen de koer te drijven. We moeten er ook aan geloven en daar vinden we aan een tafeltje, niemand anders dan onze goede majoor Kortleven. Hij is dus verder geraakt dan Etampes, waar nochtans de trein stond te wachten. Hij heeft niet veel branie meer en deelt ons zonder veel overtuiging mee dat we moeten verzamelen in een kamp nabij Vierzon, een goeie 30 kilometer van hier af. Dat zegt ons niet veel. Wij brengen dan ook onze opwerkingen voor, dat we fietsen hebben en aan eten zullen geraken, enz., maar hij vraagt:” Ja, maar tot waar denkt gij zo heen te fietsen, toch niet tot L’Isle-Jourdain?” Ik antwoord:” Jawel, mijn majoor, waarom niet?” Hij lachte eens, ik vermoed dat hij wel begrijpt dat het ons niet om L’Isle-Jourdain te doen is! We moeten dus met een ganse groep Belgische piotten naar een kazerne in “Romorantin “ , waar, tot ons groot ongenoegen, een Franse soldaat de poort bewaakt! Wat de zaak nog erger maakt, aan de overzijde loopt een zijarm van de “Sauldre”, een bijriviertje van de “Cher”, zodat we goed gevangen zij.















kogel! 





















