gesneuvelde


37ste dag: zaterdag, 15de juni
’s Morgens gebruiken we al wat ons maar dienen kan, we hebben regenwater in overvloed, een driepikkel waaronder we vuur kunnen maken, doch dat zal ons alles van niet veel nut zijn, we blijven hier niet.
De ene stelt voor, terug naar het noorden te gaan om achter het front in de bezette streek te geraken, een ander zou hier willen blijven, maar de bevoorrading zou wel te wensen overlaten, zodat we dus maar weer op de baan van Pithiviers aanstappen.
Daar wacht ons een verrassing: een hele sectie Franse artillerie heeft er evenals wij de nacht overgebracht, beschut door het dichte gebladerte en nu zijn zij juist aan hun morgenmaal als wij bij hen komen. Ze delen broederlijk van hun lekkere macaroni en vleesconserven mee en ook het wijnvat mogen we hartelijk aanspreken. Er zitten mannen op de loop van de kanonnen, zo overbevolkt is hun groep. En toch wordt er nog middel gevonden om ons gezessen te logeren. Die kerels maken grappen onderweg als waren ze op een uitstapje. Waarom er ook verdriet in gemaakt? Als we de Loire naderen gereken we stilaan in zo dichten stroom van vluchtelingen, dat er omzeggens geen doorkomen aan is. We horen mensen die er over klagen dat ze in 24 uur niet meer dan 20kilometer zijn vooruitgekomen. En toch moet onze colonne nog voorrang hebben. Onbarmhartig worden fietsers en mottorijders, boerenkarren en zwaarbeladen toeristenwagens opzij gedreven en zodoende geraken we toch tot in de nabijheid van de stroom.

Doch nu begint het er uit te zien dat we niet meer verder komen zullen. De menigte voertuigen wordt zo dicht dat er noch rechts noch links meer kunnen worden uitgeweken. Eindelijk kwamen we te voet veel sneller verder. We nemen dan ook afscheid van onze gastvrije kanonniers en stromen met de menigte over de lange brug.
Janssens en nog een paar andere stellen voor nu we de brede, maar ondiepe stroom over zijn, even een deugd doende bad te nemen in de Loire, maar ik ben er niet voor, ook de voorzichtige Slegers raadt het hun af, die brug kan immers elk ogenblik het doelwit van de vijandelijke vliegtuigen worden en dat zou ons kunnen een “’ warm” bad bezorgen!
We wensen ook de stroom van de vluchtende niet te volgen die zuidwaarts doorrolt, doch we nemen een zijweg die naar het westen afleidt. Van het lange zitten op de camions zijn we echter het stappen ontwend en vòòr we 10 minuten voorbij “Jargeau” gevorderd zijn, beslissen we er de rest van de dag en ook den aanstaanden nacht ter plaatse over te brengen.
Wat een geluk dat we ons voorgenomen bad hebben opgegeven! Uit het zuiden komen onverwachts drie bommenwerpers, ze dalen en dalen en duidelijk zien we uit elk van hen vier bommen loskomen die, met een boogje eerst, daarna al sneller en sneller recht op de zo pas verlaten brug neerkomen. Drie à vier seconden later komen de zware lagen, een van de bommen is in het water terecht gekomen en we zien in de ondergaande zon de sierlijke, reusachtigste waterpluim opspatten die we ooit zagen. We bezien elkaar eens en Keulemans zegt:” He onze badkuip!”







een bij riviertje van de Cher












kogel! 
















