toponiemen
Knocke
Woordenboek der toponymie Du Flou: deel VIII, blz. 23: eene plaats te Rolleghem.
- Cnok; knok “ruime plaats of het kleine plein waar verscheidene groote straaten te samen koomen”. (De Bo, 477 Vgl. Schuermans. 266; Roes. N°1814.)
Debrabandere (Leiegouw,1972, II 171) verklaart als volgt: huizenblok. Dit woord is etymologisch niet te scheiden van “ knook, knokkel, kneukel, knoezel, knoest, kno(o)p”. Eng. To knock (oorspronkelijk met de vingerknokkels tikken) en betekent oorspronkelijk “ gewricht, knoop, knobbel, geleiding, bot”. Daaruit afgeleid ontstond de betekenis ronde heuvel, hoger gelegen stuk land, bocht, viersprong.
Aangezien op zo’n viersprong gewoonlijk enkele huizen staan, kreeg het woord ook de betekenis “huizenblok, gehucht” ( Zie, De Bo, Snellaert).
In het dialect is het woord alleen nog bekend in de namen van gehuchten: Rolleghem knok, Zwevegem Knok. Het woord schuilt nog in de plaatsnaam Knokke. Het woord betekent “hoek” in de volgende excerpten uit Kortrijk: 1368: dat Berbaerd van de Apostelrie……up haerleder cnochuis….. onder de Halle ande noorwesthouc ( Fonds O.L.Vrouw, oorkonde 363 bis)
1348: buten der steenpoorte up den knoc van der Haerlebecstrate ende der dtrate alsoe men gaet te Zweveghem waert( Fonds O.L.Vrouw, oorkonde 318 bis)
Ook als persoonsnaam teruggevonden: Studie van persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk door Frans Debrabandere blz. 238 n° 1003: Knocke (Van den) in meulebeke vb.Jan; Clais Van den Knocke PB f60v
Patricia Mareel: Werk over Rollegem: (Hoger instituut voor onthaal en public relations 2de jaar 1979-1980) blz. 4 : volgens sommigen zou de Knok haar naam afstammen van het woord knokken = beenderen; nl. een plaats waar men vroeger allerlei beenderen in de grond stopte.
Ook in het boek Rollegem “algemene geschiedenis” gerard Isebaert vinden we: Het gehucht de “knok” ook wel Rollegemknok genoemd Knok, of Knock, komt van het woord Knook (been of skelet). Dat doet ons vermoeden dat vele eeuwen geleden hier ergens een begraafplaats was.


