gesneuvelden

17de dag: zondag, 26ste mei

Het is du lijn grote dag als klokkenist! Er valt te luiden vóór en gedurende de Hoogmis, na de Hoogmis binst de Processie en ’s namiddags vóór de Vespers. We zijn samen de “patron” en ik, weer eens tot op het dak geklauterd waar de drie klokjes in weer en wind te sidderen hangen; Hij heeft me daar binnen een grote bloedvlek getoond op de balk naast “ mijn “ klok, waar eenmaal een man, wellicht een eeuw geleden, de hand tussen klok en balk verbrijzeld werd. Ik ben in elk geval goed op mijn hoede, het bloed “ roept”: “pas op”!
Beneden wandelen onze mannen die de “Dépèche de Toulouse”(mededelingen van Toulouse dagblad van daar) aan het lezen zijn. Die geeft ons regelmatig veel optimistische beschouwingen en verslagen over de toestand van de krijgsverrichtingen, toestand die nochtans van dag tot dag verslecht.
Die beklimming van den klokkentoren met zicht op de Pyreneeën doen me watertanden. Het is amper 80 km. Ver. Kon ik voor een dag een goede fiets huren om eens tot aan de voet van die reuzen te bollen, wie weet, om eens terug Lourdes te bezoeken? Voor zondag aanstaande wil ik daar werk van maken.
In de namiddag na de Vespers, heb ik eens op het kerkhof lopen mijmeren. Dat is een van de nuttigste lessen die u in een onbekende streek kunt opdoen. U hebt er enig gedacht van de verspreiding van de familienamen, van de groter of geringer langlevendheid, enz. enz. Er staan hier weinig prachtzerken maar zoveel ter mooier taxusbomen, wat spreekt voor de schoonheidszin van het volk. Een twintigtal, hoog opgeschoten, donkergroen, “boomgezond” staan er in de hete zon van Zuid-Frankrijk een eeuwig lied van vrede en rust te neuriën.

Het valt me op hoe kort de schaduw hier is zelfs nog nu rond 4 uur ’s namiddags. We zijn hier ook een duizend km. Korter bij de evenaar! We zullen niet weinig zweten als er zal te lopen of te marcheren zijn!
Tegen avond wandel ik, tussen de wijngaarden door, tot op een heuvelkam, zuidelijk van de baan op Lombez. Het is een wilde omgeving met braambessenstruiken en brokken bruine rotsen waarrond het onkruid woekert, maar vooral is er een zicht op de Pyreneeën dat eventjes oorlog en alles doet vergeten… Doch ik moet binnen voor het appel.
We liggen dien avond nog langen tijd op onze dekens in de weide te praten over al wat in ons gemoed opkomt. Enige mannen, hoewel niet pratikerend, zijn toch goed van inborst en tonen veel belangstelling voor vraagstukken die het bovennatuurlijke in betrekking zijn. Ze vragen en vragen en maken opwerkingen, er wordt al eens een koddigheid uitgeflapt, maar alles bijeen kan het hun toch maar deugt doen. Peretz, een jood, is natuurlijk een onbeheersbaar tegenstrever, maar hij verdwijnt aldra uit ons “ concilie”…




































