gesneuvelde


25ste dag: maandag,3de juni
Het is zover: “ Uitgangsverbod!” In elke compagnie mogen 2 à 3 mannen, onder het bevel van een gegradueerde, uit winkelen gaan ten gerieve van de andere mannen. We zullen dus maar het stootkarretje mobiliseren waarmee Burger zijn melk vent en nemen nota van wat de mannen verlangen: suiker, brood, chocolade, wijn confituur, tabak, enz., enz. Mijn notaboekje lijkt wel een ordeboek van een reiziger in kruidenierswaren. En onderweg naar de oefening komen er al maar meer cliënten bij!
Als we dan bij de andere pelotons komen, op een weide, vertellen de mannen van het 2de peloton ons, met veel voldoening, dat 4 mannen gedeserteerd zijn! Ze weten ze ons te noemen en het treft mij welk een ideale ploeg het is die thans, aan zich zelf overgelaten, het onbekende is ingetrokken. De ene is een reus van een vent, die in geval van tegenstand vanwege de Fransen of Belgische troepen onderweg, er gemakkelijk, als het op pure kracht van de vuisten aankomt, een half dozijn knock-out zou slaan vóór ze zich rekenschap van zouden geven! De tweede, die een hele voornaam en innemend voorkomen heeft, spreekt vloeiend, Nederlands, Frans en Duits en zal dus desnoods de diplomatie kunnen in het spel brengen!...De derde is een doortrapte deugniet, die het zijn lotgenoten aan niets zal laten ontbreken, als het maar enigszins in ’t bereik van een gewoon inbreken ligt De vierde, is al van nut geweest vóór het vertrek, want die schreef op het bureel van de compagnie en heeft er, schijnt het, de hand gelegd op een flinke som in Franse bankbriefjes, met de sleutel van ’t magazijn is hij tot bij de broden en andere eetwaren geraakt, zodat die mannen, als ze enigszins in “ gezegend worden, hun onderneming wel tot een goed einde zullen brengen. Hun doel zou de Spaanse grens zijn die niet zo heel ver af is. Een interneringkamp zal wel niet zo een hel zijn. Ze hebben uit het bureel ook een paar Michelin- kaarten op schaal 1/200.000ste gevonden en wie daarmee de weg niet vind is maar triestige deserteur!... Het merendeel van onze mannen zou wel willen mee zijn met die vier, maar van de andere kant zijn ze toch wat vervaard voor het onbekend, het onzeker en gewaagde van zulk een tocht.
We zien niet goed in hoe ze op die wijze België kunnen bereiken. Opzoekingen zouden al aan de gang zijn maar dat die niets zullen opleveren, daar zijn we ten stelligste van overtuigd. Die mannen zullen wel enkel ’s nachts “reizen” en zullen ook zeker niet lang in “kaki” rondlopen, als ze maar aan burgerkleren geraken. De adjudant beklaagt hen grondig, maar dit beklagen is wel meest als propaganda bedoeld, om de mannen hier op het hart te drukken: “ Blijf maar bij ons nog beter wat dwang en een beetje honger dan véél honger, vrijheid en zelfbeschikkingsrecht en levensruimte.., maar onzekerheid en gevaren!

En vanavond dan dat bevoorradingsuitstapje! Als ik mijn lijst overloop, dan vraag ik mij af: waar krijgen we dat ooit op ons karretje? Doch van de eerste winkel wordt het ons al duidelijk dat we gemakkelijk al onze aankopen zullen kunnen vervoeren. De twee derden van wat we vragen is er niet, het moet nog binnen komen of is al uitverkocht voor de zoveelste maal. Het is wel van een kale reis dat we thuis komen. Of we moeite hebben om onze klanten te paaien! Elk wil ten minste een deel van al wat hij vroeg. We worden niet weinig van partijdigheid beschuldigd en we nemen ons stellig voor, als er nog met karretjes te winkelen valt, het voor andere groepjes te laten. Wij hebben hier eens goed ondervonden wat rantsoeneringmoeilijkheden betekenen!...




































een bij riviertje van de Cher