gesneuvelde


30ste dag: zaterdag, 8ste juni.
Oei, oei, oei, wat is het nog vroeg als de adjudant ons al komt wekken! Is er nu toch zó een haast bij? En zeggen dat er al mannen helemaal gekleed aan het rondlopen zijn in de halve duisternis! En daar zijn zelfs de minst ijverige van het peloton bij! Zijn die dan wakker gebleven? Ja, toen ik vannacht, om niet te zeggen “ vanmorgen” slapen kwam, scheen het mij wel toe, dat er rond de hoevegebouwen nog beweging was.
God weet wat er werd uitgericht! In de duisternis, die echter voor onze geoefende ogen alles behalve ondoordringbaar is, verzamelen we dan zo goed en zo kwaad als het kan onze uitrusting en vóór het helemaal dag is zitten we al op onze blauwe zakken langs de weg naar Lombez, op onze stokken leunend.
We schuiven of werpen die echter gauw achter ons tussen de pakken, als “onbescheiden” ogen naderen. Daar is warempel Körtleven zelf die zich er van komt te vergewissen of zijn bataljon er niet als een bende koewachters of baanstropers uitziet. Hij ontdekt dan ook een paar “ verboden wapens” en die mannen krijgen een uitbrander met belofte van “ later er meer van te horen! “ Dat we allemaal een beetje onze “stokkenkoppigheid” zouden gaan berouwen!
Ineens staat daar, op vijftig meter van ons… Burger’s stier! Op een onverklaarbare wijze is die kerel uit de stal geraakt en staat ons daar nu zijn afscheidt “auboude” toe te … brullen… Wie dààr weer de hand in heeft? Het beest kwam omzeggens nooit uit de stal en ik vrees voor ongelukken. Doch hij heeft thans mals gras langs de wegrand bespeurd en ziet de piotten niet staan!
“ Op uw plaatsen! Ransels op! “ Luie lange lijven komen overeind, de ransels vliegen met een zwaai over de schouders en de stokken verdwijnen onder de mantels. Doch aangezien Körtleven voorop ging en in de verste verte niet te zien is, komen ze na een paar honderd meter stilaan allemaal te voorschijn om de blauwe zakken te helpen dragen, over de schouder.
Er zijn zelfs praktische mannen die heel hun verhuizing aan twee samen gelegde stokken tussen elkaar in dragen. Deden we er goed aan, ze toch mee te nemen? Had Körtleven, een blauwe zak te dragen en den ransel en bijgebouwen! Hij zou ook wel trachten een stok te hebben!
In het station staat waarachtig … de generaal. Er is algauw geen schaduw van een stok te ontdekken. Ons aller “ vader “ staat er te grinniken, met een air van “ Hé! Daar heb ik ze eens fijntjes geleverd!” “Die Judas! “ Knarsetandt er iemand naast mij. Och, wat heeft die vent al veel in de pap te brokken? Hij schijnt onze officieren tot spoed aan te zetten. Om zelf mee te komen maakt hij geen aanstalten. Wij leggen dit als een slecht voorteken uit. Waar wij heengaan, zal het niet best zijn, aangezien hij hier blijft.

Daar is echter alweer iets dat aan onze overweging en beschouwingen een bruusk einde komt stellen. Boer Burger is uit het stationsgebouw gekomen, met twee Franse gendarmen. We zitten al in de trein en daar komen ze recht op onze kapitein af? Die naast onze beestenwagen staat. Ik hoor den boer zo iets van “ Saucissons” (kruitworst) en van “échelle”(ladder) vertellen en ik snap zodadelijk het verband tussen het geheimzinnige gerucht van vannacht en Burger’s “saucissons!”De gendarmen zijn spoedig met onze kapitein overeengekomen nopens “huiszoeking die verricht moet worden. Ze nemen gedrieën elk een wagon onderhanden om er zeker van te zijn dat ze de daders zullen hebben, doch dat is juist de redding voor de kerels.
Een man alleen kan onmogelijk in dien hoop zakken en ransels en soldaten op alles en allen tezelfdertijd het oog houden terwijl hij ransel voor ransel en blauwe zak na blauwe zak tot op den bodem aftast. De gestolen waar kan ook heel gemakkelijk, ongemerkt van tussen den inhoud in de broeken verdwijnen. En aftasten wordt nu niet gedaan, daar de hoeveelheid door Burger aangegeven wel alle verbergen in de broek - of vestzakken zal uitsluiten! Doch op de ruime soldatenbroeken, langs onder “ water of beter worstdicht” gehouden door de lederen beenstukken, heeft wel geen van de “speurders” gedacht. Er zijn als ’t u blieft zelfs een paar mannen die staan te eten achter de rug van de “ kaper”! er wordt gegiecheld in de hoek en onze Kap die veel te goed is, geeft het algauw op, vooral dar nu de trein aan het rollen gaat en de gendarmen zijn uitgestapt. Ik ontwaar nog even Burger, uit wiens zwarte ogen de moordgevoelens stralen. Hij is blijkbaar woedend dat de trein, door te vertrekken, heel de zaak met een slag heeft geliquideerd.De gendarmen zijn echter volstrekt niet kwaad. Wat moesten ze ook aanvangen met de daders, als ze, ze ontdekten? Burger zou zijn worsten terugbekomen hebben en het was al geweest.
Deel I




























een bij riviertje van de Cher






