gesneuvelde


16de dag: zaterdag, 25ste mei
Het is nu de moeite niet meer om iets ernstig te beginnen, de laatste dag van de week en ze laten ons helemaal onze gang gaan. We zijn algauw overal verspreid. De ene trekken naar de “ Save “, een klein riviertje van 3 à 4 meter breed, maar tamelijk diep. Ze zijn er, spijts het strenge verbod weeral, heel de voormiddag aan ’t plassen en aan ’t plonsen dat het klinkt tot halfweg de weide. Van Diepenbeeck en Janssens en veel andere Antwerpenaars zijn er bij, ze denken aan geen adjudant, geen oorlog geen vraagstukken of bekommernissen voor de toekomst. Andere zijn al het stadje in getrokken en komen terug met eetwaren, maar vooral met aanlokkelijke flessen wijn! Ze betalen hem 2,30 fr. in Franse munt = 1,5 fr. in onze “ solde”! Denk eens aan: “ Voor een beetje meer dan de prijs van een Mechelse “ demi “ een volle liter wijn!” ’t zal hier wat gaan worden!
Ik ben opzoek naar de klokkenluider om te trachten eens op de toren te geraken een heel eigenaardig stuk vestinggebouw. De brave man is opgetogen om de belangstelling en stelt me zelfs voor, hem te helpen bij het luiden, aangezien de jonge man die hem gewoonlijk bijstond, het leger heeft moeten vervoegen en nu in de “Maginotlijn “ zit. Ik aanvaard gretig en tegen de avond trekken we samen den trap op, daar er ’s anderendaags processie is en er vandaag moet geluid worden, ter inleiding van de plechtigheid van H. Sacramentsdag.
Ik heb er gauw de slag van mee, van dat luiden, want de klokken hangen aan een soort u U-vormige as, waardoor het omwentelen veel vergemakkelijkt wordt. We luiden dat het deunt en nu zie ik dat die bescheiden man een kunstenaar in zijn vak is. Met enkele klokken, waarvan twee grote binnen en drie kleintjes boven het dak, bekomt hij heel wat effect, zodat de mannen in het kaki, daar beneden, eventjes verrast opzien. Ze zien nog heel wat meer verwonderd op als we na het luiden, eens tot op het platte dak van het torentje klimmen en ze daar nu nog een Belgische sergeant ontwaren. L’Isle-Jourdain werd dus wel degelijk tot op de toppen van de torens door ons leger bezet!

Doch, jongens, jongens, wat een mooi zicht op de Pyreneeën! 70 à 80 km, van hier liggen ze en u zou denken:
Ik zal er eens heen wandelen. Mijn “Cicérone” (gids) weet me al die “Pics”(spitse berg) en “Nevé’s” en “Soums” te noemen die daar, in de ondergaande zon, hun witte sneeuwkap laten glinsteren! In de beschaduwde vlakken, is het al purper en rood en grijsgroen terwijl lager nog de grauwe rotsen de schittering van al die kleuren komen te onderlijnen. Waarlijk, hier is het: “ Zegent, bergen en heuvelen den Heer, looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid!”
Bij het naar huis gaan laat ik mijn veldfles, die bijna altijd mee is als we naar L’Isle-Jourdain komen, eventjes vullen, voor 1,90 fr. ! met het inzicht, ze uit te drinken op mijn stro, maar tegen ik aan de dreef geraak, die naar de hoeve leidt, is ze al lang leeg! Het is laat en ik ben lichtjes aangeschoten want het was al de 2de liter sinds 6 uur vanavond en het duurt niet lang vóór ik lig te dromen dat ik zweet! Het gaat er van klokken en bergen en ook van mijn fietstochtjes naar Lourdes, verleden jaar!




































