parochie pastoors
1714 – 1716 F.F. Vande Velde, wiens naam ons bekend is door een pachtbrief, beginnende als Volgt: Heden dezen dertigste juli 1714 kende heer Mre Jacobus Joannes Vande Velde, pbre ende pasteur der parochie van Rollegem in heure ende in pachte geheven te hebben zo hij doet bij dezen an en in profite van Phles Tettelain, Fus Walrand, in Rollegem….. Omtrent de zeven honderd lands competerend ande
cure van van het zelfde Rollegem gelegen in twee Partien.
1716 – 1743 Karel Wallaert, van Kortrijk, korts na zijn priesterwijding in 1712, begon hij zijn geestelijke loopbaan te Izegem, en was een paar jaar onderpastoor te Bellegem. Hij stierf te Kortrijk op 8 mei 1743, en werd twee dagen nadien in de kerk van Rollegem begraven.
Hij behoort aan een behoede familie toe, zo het te vernemen is uit deze zijn kerstenbrief: “ 1 Martii 1688 Baptisatus est CarolusIgnatius Fs legitimus D Joannis Wallaert, et Margareta Franciscœ Vandenberghe, coniugum, natus hodie horà 3a pomeridiana Susceptores fuerunt Dus joannes Robette, quondam scabinus et Joanna Wallaert. R.D. Eesbeke Pastor.” Het blijkt verder uit een stuk dat we voorhanden hebben dat hij, onder de geestelijke van het bisdom, een man van aanzien was, vermits hij door Z.H.Clemens tot de waardigheid van Protonotarius Apostolicus werd verheven. Dat stuk begint als volgt: Cajetanus De Comitibus Sfortœ, S.R.I. Princeps, Dux Signiœ et Onani….Per-Illustri et adm. R.D.Carlo Ignatio Wallaert, pbro ac Rectori Parochialis Ecclesia in Rollegem, Tornacen Diœces. SSmi D.N. Papae et Sedis Apostolicœ Notario Prothonotatario honoris nuncupato salutem et omne Gaudium. …. Datum Romœ, extra Portam Flaminiam Anno à Nativitat D.N. Jesu-Christi MDCCXVIII, die vero XIV Mensis Januarii”.
Het stuk is gezegeld met de wapens der Sforza: een gulden leeuw op blauw veld. Pastor broeder, Pieter Mariaan Wallaert, geboren te Kortrijk 14 oktober 1681, was ten jaar 1726 kanonik van Harelbeke, en gaf aan ST.Maartenskerk van Kortrijk één der 12 apostels, die de pilaren van de middengang versieren, te weten St. Philippus. De wapens der Wallaert’s zijn: coupé d’azur et d’argent à trois cygnes de l’un
dans l’autre. Lambrequins: d’argent et d’azur. Ciier: un cygne issant. M. Wallaert’s wit marbelen zerksteen placht vóón zijn biechtstoel te liggen, schier onder den trap van O.L.V. altaar
D.M.O
Hier voren licht begraven den Eerw. Heer ende Mr Carolus Innatius Wallaert,Fs Fans die 28 jaeren gheweest heft eenen goeden herder deser parochie,priester 31 jaeren, oud 55 jaeren, die heeft beset een eewigh jaerghetijde op sijnen sterfdag voor welke hy gegeven heeft eene rente van 25 ponds pares s’iaers in profyte van den gemeenen aermen in parochie.
Overleden den 8 mei 1743 Requiescant in pace .
1743 – 1751 J. B. Wasteels. Ander schrijven (oorsprong niet bekend) Wassseels Jaen Baptiest Van waar die man gekomen is of waar hij belonden, dat is God bekend: nooit hebben wij die naam onder de priesters van het voormalig bisdom Doornik aangetroffen.- De Wasteels nestelen veel al Ronse.
1752 – 1761 Fattrez Jacob Joseph, geboren te Steenput of Estaimpuis 1723, zoon van Jac. En van Maria Elisabeth le Febvre, ontving de heilige priesterwijding te Doornik den23 dec. 1747, uit handen van een Ierse Bisschop, Mgr. O’Dally. Hij werd pastor te Rollegem 22 april 1752 en te Halwijn 10 april 1762.Binst den verdoken tijd deed hij dienst in de St. Joriskapelle, te Menen. Voorafgaandelijk zat hij verdoken te Ingelmunster. Een Etat officiel L’emigration du clergé français dans la Châtellenie de Courtrai vers le 20 Octobre 1792( Annales du comité Flamand de France, V.) geeft de namen op van de priesters die dan gevlucht zaten te Dentergem, Deinze, Dottenijs, Harelbeke, Ingelmunster, Machelen, Meulebeke, Moeskroen, Oostrozebeke, Pittem en Zulte. Onder deze vinden wij Ingelmunster: “un rapport des bailli, bourgmestre et échevins d’Ingelmunster, daté du 12 octobre 1792, et signé F. F. Libbrecht, greffier,porte que le sieur et maître Jacques Joseph Fattrez, curé d’Haelwyn(halluin) près Menin, agé de 69 ans, et ayant refusé le serment, se trouvais réfugié dans cette paroisse. Ce rapport ne fait pas mention de domicile.
Hij werd op 10 april 1762 vereerd werd met de pastorij van Halewyn. Hij weigerde den Eed aan het koningdom , en zat het 1792 gevlucht op Ingelmunster, alwaar hij vroeger tijd gestaan had als onderpastoor. Binst zijn afwezigheid werd de kerk van Halewyn opgehouden door vier intrus of beëdigde priester Te Halewijn menen ze dat pastor Fattrez tijdens „de vlucht“ op het vreemde gestorven is.(Rond Kortrijk blz. 426)




