Historiek Tombroek
| Wie van Luingne naar Rollegem komt ziet even voor de kerk een oud naambord "Tombrouck". Dat wijst erop dat Tombroek meer was dan zomaar een gehucht. A. Coulon verklaart de naam als "marais des tombes ". Dat kan wijzen op de aanwezigheid van Gallo-Romeinse graven. Tombe komt van het Latijn tumulus of grafheuvel. Volgens de traditie zou de molen van Tombroek gebouwd zijn op zo'n Gallo-Romeinse tumulus. | |
| Marais is Frans voor moerassig grasland. Bij Slosse vinden wij diezelfde verklaring voor "brouck": " Tombrouck, de weersplete (= evenknie) van Tembrouck, op Kesteren, heette in de jaren 1200 'del brueh' of ad pabula, dat is in de moerassige weiden. Het land is er bijzonder vruchtbaar." | |
|
| |
| Bij M.C. de Segher lezen we dat de weg die komt uit Kortrijk van de Pottelberg over St.-Anna en verder loopt langs de Markesteert over het Forest en Tombroek via de Candeléstraat naar Kooigem vermoedelijk een Romeinse of pre-Romeinse weg is. Die weg verbindt de hoogste punten rond Rollegem waardoor je kan genieten van panoramische vergezichten. | |
| In de loop der tijden hebben boeren, landarbeiders en ambachtslui zich gevestigd op Tombroek om er de vruchtbare flanken van de heuvelrug te bewerken. De uitgestrekte groene vlakte tussen Tombroek en Moeskroen is nu ingepalmd door de industriezone van Moeskroen. | |
| In 1429 was er al sprake van een molen op Tombroek. Op 6 september 1441 kocht de heer van Moeskroen Oste de la Barre de molen van Tombroek. In hetzelfde jaar verwierf de la Barre ook de "heerlijkheid van Tombrouck". Het was dezelfde Oste de la Barre die in Moeskroen een burcht liet bouwen die later het huidige Gravenkasteel zou worden. In 1714 goot Jean Aubertyn in Tombroek één van vijf de klokken van de kerk van Moeskroen . |
|
| In januari 1755 werd de seigneurie of heerlijkheid van Tombrouck die zich uitstrekte over Luingne, Moeskroen en Rollegem publiek verkocht. Op de gedrukte affiche werden de rechten en plichten van de heerlijkheid vermeld. De heerlijkheid had o.a. het recht om een baljuw en een schepenbank van zeven schepenen aan te stellen om recht te spreken. Vandaag de dag lopen dwars door het gehucht Tombroek de taalgrens, gemeentegrenzen, de provinciegrens en de grens tussen het gewest Vlaanderen en Wallonië. Dat verklaart waarom op het einde van de Tombroekstraat de straat links twee namen heeft. De linkerkant van die straat heet Candeléstraat en behoort tot West-Vlaanderen. De rechterkant van de straat heet Rue du Breda en behoort tot Luingne in Henegouwen. We stellen vast dat langzamerhand de nieuwe bewoners Franssprekend zijn. De buurt ijvert eensgezind voor een bewoonbare wijk. Spanningen tussen de gemeentebesturen van Kortrijk en Moeskroen liggen aan de basis van de onopgeloste mobiliteitsproblemen. | |
Bronnen:
A. Coulon - Histoire de Mouscron
Slosse - Rond Kortrijk
M.C. de Segher - Archeologische Monografiën deel 5 Rollegem













De leerkracht vermeld in de oorkonde was de grootvader van Mgr. Waffelaert, een zekere Vermeulen. Hij was tevens koster in de parochiekerk waardoor hij den bijnaam verwierf van “Peetje koster”. Zijn dochter huwde met een zekere Waffelaert.

naderhand is ze uit Rollegem verdwenen, de school was een vrije school, tevens kostschool( internaten)


































