22ste dag: vrijdag, 31ste mei:
Er is sprake van uitgangsverbod, vanaf zondag aanstaande. De gemoederen raken ten andere stilaan aan ’t gisten. Luitenant Van den Berghe, een vriend van Rafaël Renard, van Rollegem, verklaard, zegt men, ronduit aan zijn mannen: “ We vechten niet voor Frankrijk noch voor Engeland!” dat moet ze natuurlijk geen tweemaal horen!
In ons peloton zijn twee soorten mannen: Peretz, bvb, een jood, is er natuurlijk voor te vinden dat er gevochten wordt. Hij heeft een geweldige schrik en een hartsgrondige afkeer voor den Duits! Best te begrijpen! Andere verklaren maar steeds: “De Koning vecht niet meer, wij gehoorzamen aan de Koning!” Die vlaag van gehoorzaamheid is vanzelfsprekend maar opgekomen sinds gehoorzamen betekend: “ De wapens neer!” Ik vergat nog een derde categorie waartoe een onlangs in Mechelen bij de compagnie gevoegde korporaal een “volontaire de gamellen” behoort die op niets anders denken dan op de goede “pinard” en de sterke “Picon” en die regelmatig in hun stro komen gerold, om hun roes uit te slapen.
Vandaag voel ik keelpijn. De oorzaak is niet te ver te zoeken. In de weide liggen worstelen tot het donker wordt en er dan zitten redekavelen tot uw ogen toevallen, dat kan zelfs iemand die door die door buiten slapen gehard begint te worden, niet lang ongestraft volhouden! Ik vraag dan maar het visite onmiddellijk, krijg wat pastillen mee zonder veel hoop op beterschap. Tegen de avond kan ik geen woord meer op hoorbare wijze uitbrengen. Het “ brullen” van bevelen zal de adjudant wel moeten een tijdje zelf aanvatten. Burger is gewaar geworden dat ik verkouden ben en staat er op: “ Vanavond komt ge bij mij een “grog” drinken en morgen bent u genezen”
Deze namiddag zaten we in de weide kaart te spelen, toen we opeens vliegtuigengeronk van uit het westen hoorden naderen. We zagen een zware bommenwerper tamelijk hoog in de helder – blauwe lucht en trachten te vergeefs te ontdekken of dat nu een Duitser een Engelsman of een fransman was. Sommige werden ongerust en raden aan, maar onder ons afdak te vluchten!
Deze avond, bij het terugkomen van de keuken ( ik heb me voor 1,50 fr! een teloor gekocht in L’Isle-Jourdain) vinden we een geelgroene hagedis van wel 30cm lang en meer dan een duim dik. Ze werd waarschijnlijk door een steen gedood. We zijn er niet al te gerust in, niemand durft ze aanraken, wellicht leeft ze nog en sommigen spreken van giftige soort enz.

In de weide hebben we een nieuw spel uitgevonden. Daar groeien in de hoek naast de mestput een soort wilde wortelen met hoogopgeschoten stengels. Ze zijn hol en door knopen in vakken van een voet lengte ingedeeld. Nu is het een hele kunst om 7 à 8 van die stukken op verschillende lengten zodanig te snijden dat u er de noten van het gamma kunt op blazen. Er klinkt weldra een oorverdovend dooreen gewarreld van lage en hoge klanken dat er horen en zien bij vergaat! Overal zitten er te kerven en te blazen, hier is er al een aan de sol, daar klinkt reeds de hele toonladder, maar met nog 3 à 4 valse noten! “Soldaten zijn grote kinderen!”.. Vindt Janssens. Of hij gelijk heeft! Doch wat hebben we hier anders te doen? Als we dan toch beslist zijn, niet te vechten voor de Fransman, noch den Engelsman, dan moeten we er ons toch niet op voorbereiden?
Als het donkert, gaan we dus de “ziek” sergeanten, Verhoeven, Van Rooy en ik, naar Burgers keuken, waar de radio al op Zwitserland ingeschakeld staat. De Duitsers winnen maar steeds terrein, vooral daar de geallieerde troepen belemmert worden door de stroom vluchtelingen uit België en Noord Frankrijk. Burger heeft echter niet veel lust om naar de radio te luisteren! Hij is met de fles “Armagnac” voor de dag gekomen en maakt nu vier sterke grogs klaar. “Armagnac” en grogs zijn immers ook goed voor niet zieken! Met warm suikerwater en veel “Armagnac” roert hij in vier grote tassen een drankje dat de neuszenuwen meer dan prikkelt. Hij strijkt dan met een brandend stekje over dat goedje waar op een subtiele blauwe vlam boven de tassen walmt. Uitgeblazen en gedronken…Een ogenblik zien we noch Burger noch tas meer, zo geweldig slaat de “ Armagnac geest “ ons naar de kop. We staan alle drie met tranen in de ogen. Als we dan weggaan om, zwetend uit alle poriën, ons strolager te gaan vervoegen, zijn we blij ons plaatsje te vinden. Burger is niet gewoon, geloof ik, Belgen met zijn grogs te genezen. Hij heeft de dosis voor een Zuid -Franse wijnkeel toegepast!
Ik weet niet dat ik die avond inslaap gevallen ben. Ik weet zelfs niet eens, dat ik mij neergelegd heb!... Ik herinner mij vaag dat ik aan onze “Stropoort ” gekomen bij me zelf dacht: “ Als ik morgen nog wakker word, dan ben ik genezen, doch ik kan evengoed niet meer wakker worden!...
