gesneuvelde

Mijn grootvader is gemachtigd een bijkomende palm te hechten op het lint van het Oorlogskruis.
9de dag: zaterdag, 18de mei.
Het valt niet zo uit! We hebben het laatste deel van de nacht in een uitholling tussen twee heuvelruggen geslapen, trein en personeel en passagiers in een woord iedereen. Nu, als ’t dag wordt kucht onze overbelaste locomotief de helling op. Doch als we achterom zien, bemerken we dat er daar nog ene aan puffen is!
Het wordt een sukkeldag. Zijn we zoveel zwaarder geworden of zijn de locomotieven moe, met twee raken ze bijna nog niet vooruit. Urenlang staan ze uit te blazen. Wij zelf zullen ook moeilijk onder stoom geraken met een paar onsen brood en de anderhalve sardien die we vanmorgen kregen.
Gelukkig komen we wat later voorbij een Engels kamp. ’ t Is al thee en beschuiten en sigaretten dat we horen en zien. De kantinejuffrouw geven en geven, met twee handen ineens. Sommige zijn weeral gulzig en nemen uit de pakken waar ze kunnen.
We kommen nu stilaan wat sneller vooruit. Zou ook de machinist wat thee en sigaretten gekregen hebben. Voorbij Eu en de Tréport, waar ditmaal Franse juffers onze honger en onze dorst komen stillen, mits betaling, natuurlijk: “ maar wat zijn vijf broden en twee vissen tegenover zulk een menigte?”

In Aumale, rond 5uur, stopt de trein met een beslissende zucht van de locomotief: ’t schijnt een tijdje te willen duren.” Weldra zit het stationgebouw zo vol kaki en Vlaamse klanken als het dat wel nooit geweest is! Ik tracht van de bediende een van die mooie platen met modellen van Duitservliegtuigen los te krijgen, die hier aan de muur hangen, om ze in ons “fort” te hangen, maar die vent wil niet bijten. We zijn van zin er toch mee aan te gaan, maar hij is waarschijnlijk ook soldaat geweest en hij komt ze gauw losmaken om ze in zijn lade te schuiven tot we weg zijn!
De stad ondergaat een grondig onderzoek naar brood, chocolade, Vache-qui-rit- kaas, bier, tabak en alle mogelijke eetwaren en…zuigwaren, maar…. Een trein is ons al voor geweest en ’ t waren waarschijnlijk ook Belgen want de magazijnen, tot 10 à 15 minuten van het station werden nogal gewetensvol “ bewerkt”!
Plots weerklinkt het gefluit van de locomotief, ginder ver, in het station. Als er hier gene blijven hangen, dan nooit! Het is één deren naar de kaai, links rechts klauteren “kakipoppen “
Over het staketsel, velen springen nog op het nippertje op den al bollende trein. Er wordt geraamd dat er wel 30, andere gewagen van 60, achterblijvers zijn, maar het zal alles wel zo erg niet geweest zijn. Ten andere, er komen nog treinen.
Die onbekommerdheid vanwege de officieren wordt heftig besproken. Bijna nooit krijgen we te weten hoelang ongeveer de “rust” zal duren. Zouden ze ons gaarne kwijt spelen misschien?
Ik zit in mijn “ clubzetel met een volle veldfles rode wijn en een lekker Frans witbrood..
Zo kunnen we toch weer een tijdje uithouden!
Thans naderen we snel Parijs, we worden ’t gewaar aan de talrijke fabrieken, vooral links en ook daaraan dat er een drukker verkeer op de banen is. De vierde “treinnacht”, gaan we in met tenminste een tevreden maag. De moraal is opperbest, spijts onze ongemakkelijke “bedden”. We hadden tot nu toe af en aan wat last met het remwiel van de wagen dat horizontaal vlak vóór onze troon staat, wij hebben het nu vastgebonden. Als het op remmen aankomt, zullen we het, bij onze het, bij onze gewone snelheid wel tijdig kunnen los maken!















































