Fatima


De verschijningen van de Engel.
Vanaf 1916 bereidde de Engel van de Vrede de kinderen voor op de verschijningen van O.L.Vrouw.
Eerste verschijning In Loca do Cabeço, bij een rotsachtige heuvel dichtbij Aljustrel in het voorjaar 1916. De engel zei: “ Wees niet bang! Ik ben de Engel van de Vrede Bidt met mij. “ Hij liet de kinderen driemaal het volgende gebed herhalen: “ O mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U, Ik hoop op U en bemin U. Ik vraag U vergeving voor hen die niet geloven, niet hopen en U niet beminnen.”
Tweede verschijning In de zomer van 1916 achter het huis van Lucia. De Engel zei: “ Bidt, bidt veel. De heilige Harten van Jezus en Maria willen door jullie aan andere mensen het teken van barmhartigheid geven. Draagt voordurende offers en gebeden op aan God. Breng Hem een offer van eerherstel voor de zonden, waardoor Hij beledigd wordt. Smeekt Hem om de bekering van de zondaars.”
Derde verschijning In de herfst van 1916 in de Loca Do Cabeço. De kinderen baden en deden wat de engel hun gezegd had. Toen zij de engel zagen bemerkten ze in zijn linkerhand een kelk en daarboven zweefde een heilige hostie waaruit enkele druppels bloed in de kelk vielen. Lucia ontving van de engel de heilige Hostie en Jacinta en Francesco ontvingen het kostbaar Bloed.
Men kan dit interpreteren als dat Francesco en Jacinta de lijdenskelk zouden drinken en dat Lucia langer zou leven, gesterkt door het brood des levens.
De engel liet de kinderen driemaal het volgende gebed bidden: “ Allerheiligste Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U met de grootste eerbied en offer U op het kostbaar Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus, welke tegenwoordig is in alle tabernakels over de gehele wereld, tot eerherstel voor alle beledigingen, godslasteringen en onverschilligheid. Door de oneindige verdiensten van Zijn Heilig hart en Het Onbevlekt Hart van Maria vraag ik U om de bekering van de arme zondaars.”
Eerste verschijning van O.L.Vrouw.
Op zondag 13 mei 1917 trokken de kinderen naar Cova da Ira. Na een bliksemschicht zagen zij boven een steeneik een wit geklede dame. De Dame zei: “ Wees niet bang. Ik doe jullie geen kwaad.” Lucia 10 jaar vroeg: “ Waar komt U vandaan?”
Ze antwoordde: “ Ik kom uit de hemel. Ik vraag jullie de komende zes maanden elke dertiende hierheen te komen. Daarna zal ik jullie zeggen wie ik ben. Willen jullie je aan God opofferen en lijden tot eerherstel van de zonden?” “Ja” antwoordde Lucia in naam van de drie herderskinderen. O.L.Vrouw zei: “ Jullie zullen veel moetenlijden maar Gods genade zal jullie een steun zijn. Bidt elke dag de rozenkrans om voor de mensen de vrede in de wereld en het einde van de oorlog te verkrijgen.”
De kinderen spraken af hun geheim te bewaren, maar nog dezelfde avond verklapte de kleine Jacinta (7 jaar) het aan haar moeder. Voor de kinderen en hun familie begon een tijd van vernedering en lijden.








Bellegemseweg







