gesneuvelden




Ijzerkruis:
Het werd hem toegekend aan diegene die, tussen 17 en 31 october 1914, deel uitmaakten van de Belgische strijdkrachten en op uitmuntende wijze gestreden hebben
op de foto: Raymond Coussement, uit de schreiboomstraat, hij was ziekenverzorger bij de luchtmacht, lag in Wevelgem,zij trokken naar Maroko, een van zijn collega's Korporaal Stefaan Demeere verloor het leven in Wevelgem(zie Kortrijk tijdens de tweede wereld oorlog)

4De dag: maandag, 13 mei.
We vatten dus onze eerste oorlogsweek met veel moet, en nog veel slaperigheid, aan . Deze morgen worden we verzameld en trekken op stap naar een …velodroom, niet om te spurten, maar om te zien waar we ons zullen wegstoppen als de vliegtuigen komen bombarderen, namelijk onder de tribune. Het ziet er daar sterk uit, zoveel beton, zoveel aarde. We kunnen ons niet voorstellen, dat daar iets zou doorgeraken.
De adjudant deelt ons met leedvermaak mede dat onze groep deze namiddag van wacht is, op 3 à 4 km van hier, op de Torhoutsebaan. We krijgen een machinegeweer en “ echte” kogels mee! Wat een verantwoordelijkheid voor zulke jonge rekruten! We worden opgesteld naar het zuidenwesten toe. We begrijpen er niets van. Nu, het is ook om te begrijpen, maar om uit te voeren, dat we soldaat werden!.
We moeten alle auto’s tegen houden of liever doen stoppen, zoals Figoureux opmerkt, en de inzittende hun eenzelvigheidkaart vragen. Vervelend karweitje, zo voor ons als de vele mensen die haast hebben en om vijf minuten zo een post voorbij moeten. Sommigen nemen het heel kalmpjes op, anderen sakkeren en schijnen het ons sukkelaars van piotten, te willen wijten.
In de namiddag hebben we een buitenkansje.” Een luchtgevecht!” Het gevaar kennen we nog niet en we staan er op te zien hoe die twee, ginder hoog, elkaar omcirkelen en hoe ze lijk boze katers, hun brandende adem naar elkaar blazen. Welke vriend en welke vijand is, daar hebben we geen besef van! Ik geloof dat we ze liefst alle twee zagen neerploffen! Het zou den oorlog inkorten.. ’t Einde geblazen, trekken ze af, elk naar zijn nest.
Als ’t donker wordt, moeten we weer uitzien naar ons wild van verleden nacht: de fameuze “valschermnisten“(valschermspringers) zoals een Waalse luitenant ze ons noemde, enkele maanden geleden in het 37ste ! Wat is de tijd lang voorbij!
Ik ga er dus met een paar mannen op af. We halen enige patronen uit de laders van ons machinegeweer en duwen ze in het magazijn van ons wapen. Daar komt een fiets met gedempt licht en ik weet niet waarom, die vent schijnt ons verdacht. – “ Stop!”- “ja” zegt hij,-
“ Gij zijd de eerste niet die me verdenkt!” En hij begint ons zijn echt ziens waardige fiets te beschrijven en te tonen. Er staat a.u.b. een echte accumulator op voor zijn lantaren en voor een miniatuurclaxon. Die velo is een ware centrale. Daar is nu eens van alles aan wat niet bij een fiets behoort. De man is nochtans voor de rest met zijn papieren in orde, we lachen eens hartelijk om de “ parachutistenkoorts ” en stappen door.
Van rechts komt, uit een zandweg, de burgerwacht van St. Andries en zodra ze ons met onze wapens in het oog hebben, zijn ze bij ons en vertellen ons dat er iets ongewoons moet gaande zijn. Ze hebben, van op een kilometer afstand, een licht met regelmatige tussenpozen zien uit en aan gaan in een van de huizen hier niet ver af.
Zie, daar is het weer! Ja, waarachtig, en na enkele seconden gaat het weer uit. We zien al een hele spionorganisatie, dat huis is wellicht een echt arsenaal vol Duitse wapens, er worden tekens overgeseind naar de parachutisten in den omtrek, enz. enz.(Staan er ook niet op de reclameplaten van de Pacha, Cichorei van die geheimzinnige tekens) We naderen geluidloos en als we er bijna zijn gaat weer dat geheimzinnige licht aan. Ditmaal zien we dat alles niet veel om het lijf heeft. Een vrouw komt voorbij dat verlichte venster met een heel pak kledingstukken, ze is klaarblijkelijk bezig haar waardevolste zaken in te pakken of weg te stoppen vóór “ze” komen. Het licht knipt uit. We vergenoegen ons er mee aan te kloppen en de vrouw, die open doet, te vermanen, een papier voor haar venster te spannen, wat ze ons ergens rouwmoedig beloofd.
Onze nacht verloopt verder rustig, de kolommen Franse troepen hebben opgehouden voorbij te komen. De sukkelaars zullen een beetje nachtrust nemen. Wij volgen hen dus maar na…
op bij gevoegde foto Valeer Dendievel



















































