Dagboek
37
Geloofd gij het nie zegt hij ik zeg ja mijnheer ik geloof het goed als het mijn man wilt geloven ja zegt hij ik ga hem afhalen naar de statie en we zullen er een pint op drinken zulle zegt hij maar de vriend van ons wilde het niet geloven en hij ging agter raad en hij hij zogte om de benoeming te doen verbreken die mens was kwaad en hij heeft het gans zijn leven onthouden denk ik. Nu we hadden een beter bestaan en zijn werk was voortaan veldwagter op ons gemeente we woonden nog altijd nevens zijn vader we spaarden ons senten zooveel we konden , een jongste broeder van mijn man woonde nog bij zijn vader en die zoon trouwde en bleef bij vader wonen, zijn vrouw had spaarsenten en ze had het in een bank gezet om te sparen, die bank sprong en ze was haar geld kwijt nu na eenige maanden tog terug maar ze bauwden seffens een huis ze wilde het in geen bank doen . Nu we hadden drie duust fr op een bank het bragt meer op of in de statie zegde mijn man , na een tijd sprong de bank en we kregen Total 150fr krozen maar nooit geen drie duust terug zulle!! Nu we gingen gaan lenen naar Kortrijk rond den haard we bouwden een huis en we moesten maar sparen die schulden te effenen in 1948 de laatste betaling.

